Boodschappers van verzet – 29-4-2026 – AD Amersfoort toen en nu
AC WOENSDAG 29 APRIL 2026 I tekst: Jeroen de Valk I foto: Cees Wouda I AD
AMERSFOORT TOEN EN NU

| Zendamateur Ed Krijger toont de ‘seinsleutel’ waarmee boodschappen in morsetekens werden verstuurd. FOTO CEES WOUDA |
Thijssen aan het werk. BEELD ARCHIEF EDDY KRIJGER |
Boodschappers van verzet
Radiozendamateurs speelden een belangrijke rol bij het verzet gedurende de Tweede Wereldoorlog. Ook in Amersfoort en omgeving werden boodschappen doorgegeven en ontvangen. Zendamateur Eddy Krijger verdiepte zich in de materie.
Menige belangrijke boodschap kon in oorlogstijd worden doorgegeven dankzij radiozendamateurs. Denk aan: ‘Ik zie daar een olietanker liggen’ of ‘Elke zaterdagavond staat er een munitietrein op het station van Amersfoort’. Of data en locaties van ‘droppings’ vanuit de lucht van praktisch materiaal en het parachuteren van verzetslieden en geheimagenten.
Amersfoorter Eddy Krijger (79), stadsgids bij het Gilde Amersfoort en gepensioneerd technicus bij PTT/ KPN, heeft zich in de materie verdiept. Voor de goede orde: de amateurs over wie hij spreekt, maakten geen radioprogramma’s. Het waren géén ‘piraten’. Wat ze deden, was het doorgeven en ontvangen van boodschappen ten bate van het verzet.
“Zoiets ging in stappen”, legt Krijger uit. “Allereerst waren er mannetjes die op de uitkijk stonden en bijvoorbeeld meldden dat ergens een bepaalde boot te vinden was. Zo verzamelden ze informatie om door te geven. Vervolgens werden die boodschappen gecodeerd, zodat de tegenpartij er geen chocola van kon maken. En daarna waren er mensen met voldoende technische kennis nodig om de boodschappen te verzenden.”
De boodschappen werden in een morsecode verzonden door middel van een apparaat: een ‘seinsleutel’. Krijger droeg bij aan de recente erkenning van deze werkwijze als immaterieel erfgoed. Hij liet zich afgelopen maand fotograferen in Bunschoten, aan het werk met een seinsleutel te midden van andere radiodeskundigen. Er waren echter meer complicaties. Om te beginnen werd het werk van de radiozendamateurs verboden, al in 1939 onder de Nederlandse regering. “De apparatuur werd ingevorderd en de zendmachtiging ingetrokken. De regering wilde dat er alleen nog via de telefoon werd gecommuniceerd, zodat alle communicatie kon worden afgeluisterd.”
Uiteraard hielden sommigen een deel van hun apparatuur verborgen, uit pure onwil of ideële overwegingen. Gedurende de bezetting werd de illegale communicatie door de Duitsers in de gaten gehouden. Met peilauto’s werden de bronnen van radiosignalen opgespoord. Het was dan ook zaak om vooral op het platteland te opereren – op het open veld zag je zo’n auto eerder aankomen dan in een stad – en op steeds wisselende locaties.
Dit vereiste heel wat menskracht. Er waren koeriers nodig om de radio-onderdelen te vervoeren, mensen die onopvallend gingen wandelen om de omgeving in de gaten te houden, en technici voor het coderen en verzenden. Belangrijke zendlocaties in de regio waren de boerderijen van Jan Brouwer in Baarn en van Arie Hilhorst in Hoogland.
Veel betrokkenen kenden elkaar van de mobilisatie van het Nederlandse leger. Nederland was al snel gecapituleerd in 1940, maar menigeen besloot dat de tegenstand daarmee niet ten einde was. Tot de hoofdpersonen in Amersfoort behoorden lichtdrukker Johan Engel van de Muurhuizen – medeoprichter van de Raad Van Verzet (RVV) – en huisarts H.W. de Beaufort uit de Bergstraat, die tevens gewond geraakte verzetsstrijders opereerde.
Ingewikkelde operatie
Een naam die steeds weer terugkeert, is die van Jan Thijssen. Hij had nog onder de Nederlandse regering illegale zenders opgespoord voor de PTT. Thijssen ging daarna samenwerken met de RVV. Hij was betrokken bij alle ins en outs van de illegale radiocommunicatie. Ook slaagde hij erin om een ingewikkelde operatie in gang te zetten. Hij zond zijn rechterhand, de onderduiker Andries Ausems, naar Londen. Dat ging noodgedwongen via Madrid, wat gold als een ‘ontsnappingsroute’. In Londen moest Ausems contact leggen met de uitgeweken regering-Gerbrandy.
Het lukte Ausems om duidelijk te maken dat er goed viel samen te werken met de RVV. Hij kreeg er een stoomcursus van de Secret Intelligence Service. Vervolgens werden hij en een codeur geparachuteerd boven Nederland; daarmee waren beide partijen op de hoogte van de zendschema’s, de frequenties en de codering.
Thijssen moest zijn inspanningen met de dood bekopen. Eind 1944 werd hij opgepakt. Op 8 maart 1945 werd hij gefusilleerd in de Woeste Hoeve, een gehucht in de buurt van Apeldoorn, samen met 116 andere verzetsstrijders.

Het originele krantenbericht kunt u hier lezen.


