Terugkijken met Herman Scheper (PAoBAB)

Eddy Krijger (PAoRSM)

Herman (PAoBAB) afdelingsvoorzitter 1976-1979

In het kader van 75 jaar VERON afdeling Amersfoort, blikken wij dit jaar regelmatig terug. Via Lex van der Lugt (PA1LEX) kreeg ik een e-mail onder ogen die ik graag nog wat aangevuld wilde hebben om er een stukje met een kop en staart van te kunnen maken.

Als zendamateur laat je sporen achter; zo haalde ik uit de PAo-database van Remy Denker (PAoAGF) een paar weetjes: Herman behaalde in 1974 zijn C-machtiging en twee jaar later zijn A-machtiging. Bijna vijfenveertig jaar geleden is hij zes jaren onze afdelingsvoorzitter geweest, dat was van het voorjaar 1976 tot voorjaar 1980.

Maar nu laat ik hem echt zelf aan het woord:

“Ik ben in 1942 in Naarden geboren. Na mij werden nog 2 jongens en een meisje geboren, maar ik ben de enige met de radiohobby. Begin van de jaren 50 kreeg ik een kristalontvanger (een echte!) en lag ik ‘s avonds samen met mijn broer (we lagen in een tweepersoons bed) stiekem naar “Paul Vlaanderen” en “Sprong in het heelal” te luisteren. De antenne hing uit de dakgoot van ons huis.

Begin jaren vijftig kwam er heel veel oorlogssurplus op de markt. In Haarlem (waar ik opgegroeid ben) had je onder andere Loe Lap, een dumpshop. Daar stond ik likkebaardend voor de ruiten naar alle mooie spullen te kijken. Ik was inmiddels vaste klant bij Radio Marco geworden voor de radiohobby. Mijn krantenwijk bracht acht gulden in de week op; samen met mijn karige zakgeld kon ik zo de electronica knutselhobby net mee betalen. Radio Bulletin en Dr. Blan waren toen onder andere de literatuur. Dit is de hoofdreden dat ik nooit ben gaan roken. Je kunt je geld maar eenmaal uitgeven. Dat dit heel veel later er voor zou zorgen dat ik nu nog leef is een heel ander verhaal.

Uiteindelijk een 19 set aangeschaft voor 75 gulden; geheel compleet met reserve- en andere onderdelen. Ben lid van de VERON geworden en in een oude Electron van toen vond ik een artikel dat je leerde hoe je de B-set uit de 19 set kon ombouwen voor 2 meter. Met mijn toenmalige kennis was dat al te doen. Een 2 meter antenne gemaakt, set omgebouwd, en gaan luisteren. Inderdaad ontving ik die dag een OM met een sterk signaal die in de buurt bleek te wonen… Heb toen brutaal hem opgeroepen met mijn valse call. Tot mijn verbijstering reageerde hij met de melding dat ik een piraat was en moest opdonderen! Heb dagen de set niet meer aangeraakt. Had mezelf inmiddels CW aangeleerd en luisterde op een korte golf band toen ik een Pool in CW CQ hoorde geven. Ik had inmiddels een langdraad antenne en heb hem geantwoord -met weer fake call- en inderdaad reageerde hij toen. Mijn CW kennis was te gering om verder te kunnen, maar ook dit smaakte naar meer, maar dat kwam pas later in mijn leven. Waar de 19 set gebleven is weet ik niet meer…”

De hobby bepaalde mede de rest van Hermans leven, zo schrijft hij dat hij de HTS Electro / Electronica is gaan doen en zoals gebruikelijk in die tijd moest hij in militaire dienst. We hebben het dan over de zestiger jaren.

“Ik had het geluk dat ik verbindingsofficier werd bij de Koninklijke Luchtmacht. Na 24 maanden, dat was toen de duur van je dienstplicht als je als dienstplichtig officier in dienst moest, kreeg ik de vraag of ik de klus waar ik toen mee bezig was wilde afmaken. De aanbieding om “na te dienen” die ze me deden was zo aantrekkelijk dat ik hierop ja gezegd heb (ik was inmiddels getrouwd en reed elke dag met mijn lelijke eend van mijn woonadres naar Hilversum waar ik mijn werk deed voor de Luchtmacht).

Na deze periode werd ik docent Electronica aan de Chr. MTS Scutos te Utrecht. Dit heb ik jaren met veel plezier gedaan… ergens in die periode pas echt CW geleerd en toen mijn A-machtiging gehaald.

Na een 10-tal jaren begon het te kriebelen en ben ik een importbedrijf begonnen voor speciale electronische onderdelen die in Europa moeilijk verkrijgbaar waren. Ik ben na een gedegen vooronderzoek in het vliegtuig naar Taiwan gestapt. Daar kwam in die tijd immers alles vandaan. Gelukkig had ik mezelf al geleerd om ‘met stokjes’ te eten. Uit die reis is Hermac B.V. voortgekomen. Omdat ik ook de zendamateurhobby weer had opgepakt lag het voor de hand dat ik ook met een ‘zendamateur oog’ aan het inkopen ging. Jaren daarna werden het computeronderdelen.

Hermac was, in die jaren, een bekend adres voor eindtransistoren, chip-condensatoren en nog veel meer. Daarna verlieten containers vol computerspullen Taiwan om vanuit Scherpenzeel naar de rest van de Benelux verstuurd te worden. Het waren roerige, maar zeer boeiende jaren. Hermac en nog een bedrijf, dat uit deze activiteiten voortkwam, bestaan en floreren nog steeds hier in Scherpenzeel. Alleen hun klanten zijn de overheid en grote- en kleine bedrijven door heel Nederland. Dus niets meer voor de amateurs en knutselaars onder ons.”

Met dit inkijkje op het snijvlak van werk en hobby schrijft hij over de leukste herinnering aan die tijd:

“Heel veel leuke dingen. In mijn Hermac periode heb ik contact gekregen met een Nederlandse zendamateur in Nairobi, die ook uit Scherpenzeel bleek te komen en kennis gemaakt met de familie toen ze met verlof waren. We zijn goede vrienden gebleven tot op heden; zelfs de Kerst samen in Nairobi gevierd.”

Herman woont nog steeds in Scherpenzeel en er zijn in die jaren twee zoons en twee dochters geboren, maar het zendamateurisme heeft ze niet kunnen boeien. (Daarbij is hij niet de enige in. Hi.)

De herkomst van de radiosuffix BAB blijkt voortgekomen van de naam van z’n vrouw Barbara. Op mijn vraag over de shack en antennes schrijft hij:

Herman in zijn shack annex atelier

“Ik heb zelf de draad weer opgepakt als PAoBAB. Vroeger had ik een Kenwood transceiver en een 3-elements multiband yagi. Dat was heel leuk, maar die heb ik 20 jaar geleden verkocht samen met rotor en mast. Nu heb ik een 8 Watt multiband SSB-transceivertje gebouwd en samen met een endfed HF-antenne en een aantal dipolen is het nu echt amateurisme, maar nu is een QSO ver achter de Oeral eigenlijk veel bevredigender. Zelfs in deze conditie arme tijden. Mijn shack is gecombineerd met mijn atelier (ik ben ook nog goudsmid), ik heb gelukkig een groot huis.

Ik heb ook nog twee UBITX HF transceivers als kit aangeschaft en verder nog een 20 Watt XIEGO-G90 HF transceiver die ik als meet-en testzender heb gebruikt bij het bouwen van de UBitX en pas geleden heb ik een Digimaster MiniproSC besteld om met mijn G90 te gaan leren hoe de digitale modes werken; een geheel nieuw terrein voor mij.”

Herman blijkt dus zelfbouwer en daarna een QSO-maker. Over zijn mooiste verbinding schrijft hij:

“Dat was Sint Helena; op een zondag kort voor etenstijd – een pile up – de lijst daar stond ik al op en toen werd er voor eten geroepen…Toen ik de verbinding eindelijk had gemaakt en ik me bij de familie kon voegen was het eten vrijwel op en had ik verder ‘sneeuw’ in mijn beeld…, maar dat hoort erbij.”

In het verenigingswerk raakte hij betrokken door een ander amateur OM Pim Seckel (PAoSEC) die had hem namelijk daarvoor gevraagd. Over zijn afdelingservaringen laat ik hem tot slot zelf graag aan het woord:

“In de jaren zeventig, toen ik lid en voorzitter was van de afdeling Amersfoort, herinner ik mij dat het een gezellige homogene afdeling was. We vergaderden toen aan de Dorresteinseweg in de Eemgaarde, later werd dat het Burgemeester van Randwijckhuis daar in de buurt.

Als bestuur: Hans Moorhof (NL4191), Gijs v.d. Goot (PAoGYS), Jan Over (PA2JHO), Pim Seckel (PAoSEC), Jan Tuithof (NL4405), Fred Vorstermans (NL368), Jules Kannemans (PEoJKA) en John Piek (PAoETE), vormde we in wisselende samenstelling ook een soort vriendenkring.

Jan Tuithof (NL 4405) een heel actieve – wat oudere – luisteramateur. Ik herinner me nog goed de gezellige bestuursvergaderingen aan de Woestijgerweg bij Jan en zijn gastvrije familie thuis. Jan maakte met zijn handen wat zijn ogen zagen en stond voor iedereen zo nodig klaar. Rob (PAoKEL) was in die jaren ook al druk met vossenjachten en veel meer evenzo als John Piek (PAoETE).

Veel zijn helaas al overleden, zoals Pim Seckel (PAoSEC) een hoge luchtmacht officier (hij was de man met heel veel plannen), Jan Over (PEoJHO) en Jules Kannemans (PEoJKA) (was een begenadigd digitale knutselaar en publiceerde zelfs in Radio Bulletin).

Het jaarlijkse evenement was de JOTA. Wij hadden als Soekwa groep aan de Laan 1914 het bos naast DHV (Dwars, Hederik en Verheij) geadopteerd. Het JOTA-weekend was een jaarlijks terugkerend evenement waar een aantal OM’s hun diensten aan verleenden. Heel gezellig, maar geen schokkende avonturen of romances…. Ook hielpen een paar OM’s bij de JOTA elk jaar in Scherpenzeel, zoals OM Arnold Klein (PAoAAK).
Ik zie dat ook de VERON nu veel minder leden heeft dan jaren geleden, helaas gaat dat zo in het leven.

Hartelijke groet, Herman Scheper (PAoBAB).”

Colofon:

Tekstbewerking: Eddy Krijger(PAoRSM)
Foto en tekst: Herman Scheper (PAoBAB)
VERON A03 archief en web opmaak: Frank van Hamersveld (PA3DTX)
QSL collectie: Gerard Nieboer (PA1AT)
PAo-database: Remy Denker (PAoAGF)

 


 

Leven met punten en strepen

Wout Koolstra (PAoPHK)

Op het treinstationnetje van Laag-Soeren zag ik augustus 1937 voor het eerst een telegraaftoestel. Martin, zoontje van de stationschef, had gevraagd eens langs te komen. Hij was bijna 2 jaar ouder dan ik en hij zat al op het Lyceum in Zutphen. Zelf had ik net de lagere school verlaten; in september zou ik naar de ULO in De Steeg gaan.

Op en bij het station was veel te zien. De bediening van wissels, seinen en het meest interessante: de bediening van de spoorbomen. Een karweitje dat Martin graag op zich nam. Als een trein vertrokken was hanteerde de stationschef de seinsleutel en gaf zo een bericht in morsetekens via de lijn door naar het volgende station. Nieuwsgierig stond ik te kijken en als toelichting op wat hij vertelde seinde Martins vader mijn naam in morse naar het station in Dieren.

In 1937 herstelt het economisch leven zich weer enigszins na de treurige crisisjaren aan het begin van de dertiger jaren. Thuis knutsel ik met Mecano en eenvoudige elektro dozen. Lezen doe ik veel, vooral boeken van Viruly over het vliegen op Soesterberg en natuurlijk zijn dikke boek “We vlogen naar Indië”. In dat laatste boek over de KLM-vluchten in de beginperiode, komt ook de rol van de radiotelegrafist (marconist) naar voren. Al gauw stond het bij mij vast wat ik wilde worden.

Zomer 1938 over naar de 2e klas van de ULO, maar in die klas kwam ik niet te zitten. Er stonden andere plannen op het programma. Tot nu toe had ik, door omstandigheden, onderdak genoten bij mijn grootouders, maar dat zou einde 1938 veranderen. Mijn moeder trouwde toen met een weduwnaar en zij kreeg daardoor in één keer 7 kinderen erbij, 5 jongens en 2 meisjes. Dat werden dus mijn stiefbroers en -zussen. Grote veranderingen: verhuizen naar Zwartebroek (gemeente Barneveld) en naar de Middelbare Handelsdagschool in Amersfoort.

In de periode september t/m december ’38 werd ik met behulp van particulier onderwijs klaargestoomd om in januari ’39 in de 2e klas van de handelsschool te kunnen worden geplaatst. In de prospectus van die school was te lezen dat het einddiploma toegang gaf tot ondermeer de opleiding tot radiotelegrafist. Het doel kwam in zicht!

Hoewel op 10 mei 1940 ook ons land door de oorlog werd overweldigd, ondervond mijn studie daar weinig hinder door. In juli 1941 had ik het einddiploma op zak en de lang begeerde opleiding kon beginnen en wel bij Instituut Steehouwer in Rotterdam.

In verband met de oorlogstoestand werd voor mij een onderkomen gevonden op een boerderij (akkerbouwbedrijf) enkele kilometers van het dorp Terbregge, veilig maar wel 45 minuten fietsen naar school. Die radioschool beviel uitstekend, ik genoot van het uitgebreide lesprogramma.

Toch was het genoegen maar van korte duur. Begin december werd de school op last van de S.D. (Sicherheits Dienst) gesloten en ging ik terug naar Zwartebroek.

Thuis alleen maar afwachten is ook niets en zo volgde ik met succes een schriftelijke cursus Engelse handelscorrespondentie. Ook met cursussen heb ik mij verdiept in de radiotechniek.

In de loop van het jaar 1942 berichtte een vroegere leraar (S. la Rivière) dat hij zelf een instituut (Marconi) startte in zijn woning in Hillegersberg (bij Rotterdam). Veel oud-studenten meldden zich aan; op die manier pakten we de draad weer op.

De reis naar Hillegersberg was vrij lang, eerst op de fiets naar Amersfoort, dan de trein naar Rotterdam en van station Maas met tramlijn 4 of 10 naar Hillegersberg. Eerst ging het nog wel, hoewel het soms, tengevolge van schade aan de spoorweg noodzakelijk was een hele omweg te maken via Amsterdam, Haarlem en Den Haag om Rotterdam te bereiken. In de loop van 1943 werd het reizen door vertragingen, beschietingen en razzia’s zo riskant dat Sam la Rivière ons het advies gaf thuis verder te studeren. Dat zou mooi kunnen als mede student Jan Ekkebus uit Soest en ik elkaar bij de studie tot hand en voet zouden zijn. Zo gebeurde het dat Jan tweemaal in de week naar mij toe kwam en ik de andere week tweemaal naar Soest. Dat liep prima, we oefenden in seinen en opnemen en leerden samen de vakken radiotechniek etc. Af en toe hadden we schriftelijk contact met onze leraar en soms, toch maar naar Hillegersberg voor mondelinge instructies.

De examens werden afgenomen door de PTT aan de Scheveningseweg in Den Haag. Er waren twee gedeelten: deel 1: seinen en opnemen, deel 2: techniek, voorschriften, Engels en aardrijkskunde. Verder waren er nog twee soorten certificaten: 1e en 2e klasse. Het verschil zat hem voornamelijk in de snelheden voor seinen en opnemen. In april 1943 slaagde ik voor het eerste deel van het certificaat 2e klasse en in februari 1944 voor het tweede deel. In mei 1944 slaagde ik voor het tweede gedeelte van het certificaat 1e klasse, maar voor het eerste deel heb ik mij nooit opgegeven, wat gezien de oorlogsomstandigheden te begrijpen is.

Dinsdag 5 september, Dolle Dinsdag.  Door het gerucht dat de geallieerden snel optrekken door België naar Breda ontstaat een wonderlijke dag. Mensen staan vol verwachting en in een opgewonden stemming te kijken naar de troepen die er aan moeten komen. Allerlei Duitse instanties en daarmee verwante diensten en personen kiezen het hazenpad naar Duitsland.

Tijdens die vlucht werden ze door vliegtuigen beschoten. Bij Terschuur kreeg een bus met vrouwelijke leden van de Luftwaffe de volle laag, met rampzalige gevolgen.

De verwachting van een snelle bevrijding vanuit het zuiden blijkt ijdel te zijn. Op 17 september begint de operatie Market Garden, een geallieerde land- en luchtactie om een corridor te forceren van België naar Arnhem, om van daaruit te kunnen oprukken naar het Roergebied. Het veroveren van de brug bij Arnhem mislukte, het was een brug te ver. Een gevolg was een stroom evacués uit Arnhem, die in de wijde omtrek een onderdak moesten krijgen. Ook in Zwartebroek werd de toestand er niet beter op, vooral toen na de bevrijding van Nijmegen, eind september 1944, de elektriciteitsvoorziening (door de PGEM in Nijmegen) weg viel.

Om toch radioberichten te kunnen ontvangen bouwde ik kristal-ontvangertjes. Voor de spoel en voor de (lange) antenne sloopte ik oude fietsdynamo’s om aan koperdraad te komen. Het verkrijgen van een stukje loodglanskristal (nodig voor de detectie) was vaak een hele toer, maar uiteindelijk konden we toch de BBC en Radio Oranje op 1500 meter ontvangen en zo het (goede) nieuws te horen. ‘Goed’ was maar betrekkelijk, want het zuiden van Nederland was wel bevrijd, maar de rest niet. Vooral het westen leed onder de hongerwinter. Af en toe werd de school, die aan ons huis grensde, in beslag genomen voor legereenheden. Uiteraard Duitse, maar toen de Canadezen omstreeks 24 april ons bevrijdden, werden zij de bewoners van de schoollokalen.

Te midden van hen maakte ik op 4 mei 1945 mee dat de BBC, om 20.30 uur, het bericht doorgaf dat Duitsland capituleerde. Groot was de vreugde bij de soldaten toen ze dat hoorden, eindelijk een eind aan de oorlog.

Na de bevrijding heb ik eerst een half jaar gewerkt op het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Weliswaar had ik al contact gehad met de Rijksluchtvaartdienst, wat resulteerde in de toezegging dat ze mij zouden berichten wanneer ze weer personeel zouden aannemen. Het bericht dat ik daar in dienst kon komen ontving ik in december 1945.

Op 1 februari 1946 was het dan zo ver. Eerst een cursus van 2 maanden in Den Haag om vertrouwd te raken met luchtvaart radiocommunicatie zaken. Ondermeer kennis van de Q-codes, telegramwisseling, voorschriften, het (RAF) spellingsalfabet en niet het minst enige meteorologie; het kennen van de verschillende wolkentypen en het opstellen van weerrapporten.

1 April 1946 was het clubje klaargestoomd; de één ging naar Leeuwarden, een ander naar Twente en een groepje (waaronder ik) werd op Schiphol geplaatst.  Dat was me wat; eerst een kosthuis zoeken en daarna terug naar de barakken op Schiphol. Met collega Cees Bekkering ondergingen we samen de vuurdoop. Een avondverbinding met Frankfurt. Samen slaagden we erin een telegram binnen te krijgen, maar het was wel een hele klus. Gelukkig ging het de volgende dagen en weken beter.

Tussen de grondstations was alleen met Londen en Brussel een telexverbinding. De rest van de communicatie ging met radiotelegrafie. Zo hadden we in Europa onder meer verbinding met Parijs, Madrid, Lissabon, Rome, Zürich, Praag, Wenen, Frankfurt, Kopenhagen, Malmö, Shannon en Prestwick. Buiten Europa met o.a. Damascus, Caïro, Karachi en Batavia (zoals Jakarta toen nog heette). De roepnaam van het station op Schiphol voor die verbindingen was PHW.

Voor de verbinding met vliegtuigen in het Nederlands verkeersgebied hadden we het station op de lange golf, met roepnaam PHA en met vliegtuigen buiten dat verkeersgebied het kortegolfstation PHK. Al die verbindingen in morse. Het luchtverkeer boven Nederland werd geleid door verkeersleiders, die via de radiotelegrafisten hun opdrachten doorgaven aan de collega’s aan boord van het vliegtuig, die op hun beurt de informatie weer doorgaven aan de gezagvoerder. Radiotelefonie werd in die begin jaren na de oorlog nog weinig toegepast. Wel bij de plaatselijke verkeersleiding, op en om het luchtvaartterrein, “Schiphol Tower op 6440 kcs” en ook op de VHF frequentie 118.1 MHz.

Radar was er toen nog niet op de burgervliegvelden, maar er was wel een vernuftig systeem om bij slecht zicht vliegtuigen binnen te loodsen: het koers- en afstand systeem (QDM/QGE)  Vanaf het (wacht)baken OA in Buiksloot werd het vliegtuig gepeild door PHA2, 500 meter voor baan 23 en door het station PHA5, midden in de landbouwgrond in de buurt van Zwanenburg, 7 km dwars van de aanvliegrichting. De man op PHA2 peilde het inkomende vliegtuig en gaf koers en afstand tot de landingsbaan door op “6400 kcs” (radiotelefonisch) aan de piloot. De afstand kon hij aflezen van een tabel, bij zijn peilapparaat, waarop cijfers stonden. Die cijfers werden hem doorgegeven (via een gewone lijnverbinding) op grond van de peilingen vanaf station PHA5. Vakmanschap en goede samenwerking tussen de mensen op PHA2 en PHA5 leidden tot uitstekende resultaten.

Behalve genoemd koers- en afstand systeem waren er nog twee andere systemen beschikbaar voor naderingen met slecht zicht, namelijk het SBA-systeem (Standard Beam Approach)  en het systeem SCS51. Bij het eerste systeem hoorde de piloot een constante toon als hij op de juiste koers lag, zat hij links van de aanvliegkoers dan hoorde hij punten en rechts van de juiste koers strepen. Dus een hulpmiddel dat met geluid werkte. Het SCS51 systeem was een visueel hulpmiddel. De piloot kon op een instrument zien of hij op koers zat, dan wel rechts of links daarvan. Bovendien was er een indicatie of hij onder de juiste dalingshoek naderde, de zogenaamde “glidepath”. Het peilen speelde niet alleen een rol bij het genoemde QDM/QGE systeem, maar ook het hoofdstation PHA en de stations op de secundaire vliegvelden waren uitgerust met een peilapparaat. Als een vliegtuig zijn positie wilde weten vroeg de telegrafist aan PHA QTF?, PHA antwoordde dan met QTG (geef een lange streep). Dat radiosignaal werd dan gepeild door PHA (Schiphol) en bijvoorbeeld door PHG (Eelde) en PHT (Twente). Daar waar die peilingen elkaar kruisten (een driehoekje) bevond zich het vliegtuig. De positie kon door een verkeersleider op een grote kaart worden vastgesteld en daarna aan het vliegtuig worden doorgegeven, maar vaak vroeg de vliegtuigtelegrafist alleen maar de peilingen van een paar grondstations, dan kon hij zelf de lijntjes wel trekken om te weten waar hij zat. De secundaire stations, die met PHA meeluisterden en eventueel ook mee peilden waren de stations in Leeuwarden, Groningen, Twente, Vlissingen, Eindhoven en Zuid-Limburg. Toen het luchtvaartverkeer toenam werd de communicatie aangepast. Twee kanalen, één voor het zuidelijke en één voor het noordelijke verkeersgebied, beide op de lange golf (plm. 333 kcs). Daarnaast kwam er nog een frequentie ter beschikking, namelijk 3993 kcs ten bate van vliegtuigen die geen radiopeilingen behoefden. Deze frequentie werd intens gebruikt door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen, die tussen juni 1948 en september 1949 vanuit Engeland de luchtbrug naar Berlijn onderhielden. Een luchtbrug voor de aanvoer van levensmiddelen, brandstoffen etc., die nodig waren om het, door de koude oorlog, geïsoleerde West-Berlijn van het nodige te voorzien.

In de jaren na de oorlog ging de ontwikkeling reuze snel. Niet alleen kwamen er steeds meer nieuwere uitvoeringen van vliegtuigen (DC-3,DC-4, DC-6, Constellation, etc.), maar ook de techniek van de hulpmiddelen voor en in de vliegtuigen ging met sprongen vooruit.

Een overzicht van het vliegveld. De pijl wijst de plek, waar het dorpje Rijk ligt. De gearceerde lijnen geven het begin van de nieuwe startbaan aan (KLM-foto).

In 1948 kocht ik bij een grote radiozaak in Amsterdam het boekje “Radiowaves and the Ionosphere”, geschreven door T.W. Bennington. Dit boekje (dat nog in mijn bezit is) gaf mij zoveel informatie over het gedrag van radiogolven dat ik mij daar verder in ging verdiepen. Mij bleek dat onder meer dat door het Amerikaanse Bureau of Standards maandelijkse publicaties werden verzorgd met kaarten waarmee zogenaamde frequentieverwachtingen konden worden opgesteld. De dienstleiding was van het belang overtuigd en verzekerde zich van toezending van die publicaties Op grond van die gegevens kon worden vastgesteld op welke tijden en welke frequenties verbindingen konden worden gemaakt. Het bleek een groot hulpmiddel te zijn bij de verbindingen met vliegtuigen en vaste stations op lange afstand.

In 1949 wilde een kruidenier in Rijk (Haarlemmermeer) zijn pakhuiszolder omzetten in een woonruimte. Hij zocht daarvoor medefinanciering en een huurder. Gelukkig kwam ik daarvoor in aanmerking en konden mijn verloofde en ik een huisvestingsvergunning krijgen. In mei 1949 werd ons huwelijk bevestigd. Vanuit de woonkamer hadden we uitzicht op baan 05/23, de baan die veel en met slecht zicht altijd in gebruik was.

In 1951 nam de RLD (Rijksluchtvaartdienst) het radio-ontvangstation NORA (Noordwijk Radio) van de PTT over. NORA lag in de duinen met een groot antennepark, ideaal voor ongestoorde ontvangst van radioteletype signalen, waarmee zou worden proefgedraaid. De proefperiode beviel goed en in 1953 werd het station definitief betrokken. Het gebouw was groot genoeg om ook een radiostation van de Koninklijke Marine te herbergen. Dankzij die Koninklijke Marine konden wij (4 collega’s en ik) huisvesting in Noordwijk krijgen.

We ontvingen dus RTTY-signalen en wel van de luchtvaartterreinen Shannon (Ierland), Beirut (Libanon) en Bangkok (Thailand). Na verloop van tijd werden er ook ontvangers geplaatst voor de ontvangst van radiotelefonie op de luchtvaartfrequenties; ontvangers die vanuit Schiphol konden worden bediend. De RTTY-signalen werden ook doorgezonden naar Schiphol waar zij verbonden waren met de telexmachines. Aan NORA de taak om de ontvangst zo goed mogelijk en zo continu mogelijk te doen zijn. De opgedane kennis van het gedrag van radiogolven en de verwachtingen kwamen hier goed van pas.

Inmiddels had ik een schriftelijke studie opgevat bij de Leidse Onderwijsinstellingen voor bedrijfsleiding en daarna voor personeelsleiding. Toen ik in 1959 beide certificaten behaald had, heb ik het hoofdkantoor gevraagd of ze wat voor mij hadden om die opgedane kennis in praktijk te brengen. Het antwoord kwam neer op een “we zitten op je te wachten”. Dus op naar Den Haag/Scheveningen waar het kantoor van de RLD, aan de Kanaalweg, zich bevond. Van medewerker in de operationele dienst dus nu bureau-ambtenaar. Uiteraard moest de rang worden aangepast bij de nieuwe functie. Dat duurde een tijdje voordat Binnenlandse Zaken zich daarover uitsprak. Toen de conclusie was dat de rang hetzelfde bleef, alleen de omschrijving veranderde, was ik kwaad en teleurgesteld. Ik besloot naar een andere baan te solliciteren. Na enige tijd lukte dat en trad op 1 februari 1962 in dienst als bureau-secretaris bij het Zendingscentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Dus: dag luchtvaart, dag radio… Hoewel…

Op het Zendingscentrum in Baarn kreeg ik onder andere te maken met het aanvragen van visa en het boeken van reizen voor zendingsarbeiders, die werden uitgezonden. Zelfs het radiogebeuren kwam in mijn gezichtsveld. Onder andere door de behoefte aan zendontvangers die via de MAF (Mission Aviation Fellowship) verkrijgbaar waren. We konden posten op het eiland Sumba er mee voorzien. Ook in Papua (voormalig Nieuw-Guinea) worden ze gebruikt en zijn daar een dankbaar communicatiemiddel, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Heathkit HW-7

In begin 1965 behaalde ik mijn bevoegdheid als radioamateur. Als vanouds werd de seinsleutel gehanteerd. Als zender gebruikte ik een Geloso zender met een output voor CW van plm. 70 watt. De ontvanger was een TRIO, die niet uitmuntte in stabiliteit. Met die zender werkte ik uitsluitend in morse en al sleutelend behaalde ik menig certificaat. Later ben ik op een lager vermogen overgegaan met een zendontvanger van YAESU,  (FT-7) geschikt voor de 80-10 meter. QRP bleef mij boeien en met een Heathkit HW-7 (input 2-3 watt, banden: 40, 20 en 15 meter) was het een sport om verbindingen te maken. Mijn laatste transceiver was een YAESU FT-747 GX.

Voor de QSL-kaarten, die voor mij binnenkwamen kon ik bij mevrouw Peters terecht in Leusden. Van haar en ook van mijn plaatsgenoot Gijs van de Goot (PAoGYS) hoorde ik van de VERON afdeling Amersfoort. De vergaderingen bezocht ik vrij trouw en het was leuk, leerzaam en gezellig om die mee te maken. Een kleine periode heb ik mij verdienstelijk kunnen maken door les te geven in seinen en opnemen. Dit gebeurde bij OM Antoni van Ravenhorst (PDoAIZ) die in de zeventiger jaren achter zijn winkel in de Krommestraat 64 een ruimte ter beschikking stelde voor cursussen.

Foto genomen tijdens de JOTA (Jamboree on the Air) op 16 oktober 1976 bij Scouting Soekwa, Laan 1914 . Links Herman Scheper (PAoBAB) en rechts Wout Koolstra (PAoPHK).

Volgens de mij toegezonden papieren ben ik van 1970 tot 1975 voorzitter van de afdeling geweest. Wat we op de bestuursvergaderingen hebben besproken weet ik niet meer, maar het zal zeker betrekking hebben gehad op het aantrekken van sprekers en het inhoud geven aan de afdelingsbijeenkomsten die in Hotel Witteveen, tegenover station N.S. te Amersfoort en later in het N.K.V.-gebouw, gelegen aan de Lieve Vrouwen straat, hoek Markthalstraat 42 te Amersfoort werden gegeven.

Een bijzonder moment was de opening op 20 oktober 1973 van het nieuwe bureau van Scouting Nederland in Amersfoort (hoek Hendrik van Viandenstraat/Stadsring) door H.M. Koningin Juliana. Het was tevens JOTA-weekend, dat mede mogelijk was dankzij begeleiding van allerlei scouts door enige radioamateurs van de afdeling Amersfoort. Via radioverbindingen konden scouts met soortgenoten praten, “all over the world”.

Over de antennes: zoals op de QSL kaart vermeld, een lange draad van circa 20 meter en drie inverted vee (3 stuks dipolen respectievelijk voor 10, 15 en 20 m, centraal gevoed met balun) en verder nog een gevouwen dipool voor 21 Mc/s.

Ook werd de Dag voor de Amateur 1975 op zaterdag 8 november door de afdeling Amersfoort georganiseerd (Guus Claessen (PAoCLA), Ad Sanderse (PAoMOD), Gerrit ter Harmsel (PAoTV) en assistentie), deze jaarlijks terugkerende Dag voor de Amateur was in de Veluwehal, welke door de directie van de Barneveldse Drukkerij en Uitgeverij (drukker van Electron in die tijd) mede in het kader van het 30-jarig bestaan van de VERON toen gratis aan ons was aangeboden.

Tenslotte:

Mijn herinneringen aan de bestuursleden mevr. A.Peters (XYL PAoFAS), Gijs v.d. Goot (PAoGYS), A.Meijer, Hans Moorhof (NL4191) en Fred Vorstermans (NL368) herinner ik mij vooral Gijs van de Goot hij was een plaatsgenoot en tevens leverancier van mijn eerste Renault R4 (veel technische kennis en een opgewekt mens) en de heer Meijer, kampbeheerder van de Heihaas in Putten, prachtige verhalen over dat beheerderschap en verder film- en luchtvaartenthousiast plus liefhebber van oude radio-ontvangers. De overige bestuursleden kan ik mij nog goed voor de geest halen, kort samengevat fijne lui om mee samen te werken.

Shack 1980

In de afdeling heb ik verrast staan kijken en luisteren naar allerlei variaties in onze hobby. Moonbounce experimenten, amateur TV, vossenjachten, verhalen over DX-werken en soms mooie nostalgische verhalen over een eenvoudige ontvanger met de befaamde triode A415.

Voor de belangstellenden: in 1975 werden de kerkelijke bureaus ondergebracht in het landelijk Dienstencentrum aan de Burgemeester de Beaufortweg in Leusden. Daar nam ik in februari 1987 als hoofd van de afdeling Algemene Zaken afscheid. Zo langzamerhand kwam het uitoefenen van de radiohobby op een laag pitje te staan en het was helemaal fini toen wij verhuisden naar een appartementengebouw.

Mijn vrouw kwam in 2010 plotseling te overlijden. We waren ruim 60 jaar getrouwd geweest, kregen 4 kinderen, te weten 3 zonen en 1 dochter. Als we nu een familiebijeenkomst zouden kunnen houden, zouden we er met z’n vierendertigen zijn. Een rijk bezit! Het ga jullie goed.

73 van Wout Koolstra (PAoPHK)

 


De stem van Gerrit ter Harmsel golft over de hele wereld – 4 juni 1971

“Hello JY 1, hello PAoTV, hello PAoTV, here JY 1. My name is Hoessein…”

Verwoed radio-amateur aan het woord over zijn machtig boeiende hobby

De heer Gerrit ter Harmsel in zijn element achter de zend- en ontvang-apparatuur waarmee hij soms dagen achtereen contacten legt met amateurs verspreid over de hele wereld.

BARNEVELD – Potjes en doosjes met schroefjes, een stapeltje vergeelde enveloppen, een om verlossing schreeuwende prullenmand, een rijkelijk met peukjes gevulde asbak maar ook een potje met stukjes beenderen van een eeuwenoude streekgenoot, die nooit heeft kunnen vermoeden dat een konijn zijn grafheuvel in Kootwijk nog eens voor een deel bloot zou leggen.

Dit alles is te vinden in de hobbyruimte van een ondernemende en karakteristieke Barnevelder. We trekken de sluier van de anonimiteit al iets verder op als we er bij vertellen, dat de genoemde aankleding van de ruimte in het niet valt bij indrukwekkende radio-apparatuur. Grote kasten en een meer compact modern apparaat vullen een van de wanden, terwijl de andere wand aan het oog wordt onttrokken door niet minder dan dertig certificaten en getuigschriften. De persoon, die in deze reportage centraal staat is namelijk een radio-amateur in hart en nieren. We bedoelen de heer G. ter Harmsel aan de Van Hogendorplaan. De leraar aan de mavoschool in Barneveld is voor zijn radio- vrienden Gerrit van PAoTV. In deze Europacup week: PA0heeft niets te maken met enz.

Enkele van de ruim dertig certificaten en getuigschriften hangen aan de wand van de hobby-ruimte.

Het gebruik van de voornaam en het tutoyeren is maar een van de bijzonderheden die een buitenstaander opvalt in de wereld van de radio-amateur. Deze liefde voor de boeiende en bijzonder levendige hobby is terug te leiden tot een drang naar avontuur, maar ook een drang naar het contact zoeken met anderen.

Dat „anderen” slaat dan op mensen over de hele wereld. Van Japan tot Alaska en van Zweden tot Australië. Met de zend- en ontvangapparatuur vallen grenzen van landen en continenten weg. Op een gegeven moment kun je met iemand contact krijgen, die net uit het zwembad komt in Californië, terwijl je in Nederland sneeuwvlokken ziet neerdwarrelen.

In het Engels, Duits en Frans wordt de conversatie gevoerd op de streng afgebakende golflengtes. De heer Ter Harmsel: „Ja wat dat betreft heeft mijn hobby ook nog practische waarde. Je talenkennis wordt verrijkt en de spreekvaardigheid belangrijk vergroot. Voor de school is dat van belang. Maar het blijft vooral mijn hobby. De andere hobby’s het tuinieren, het postzegelssparen en het op bescheiden schaal verzamelen van oude munten staan daarbij in de schaduw.”

Het heeft lang geduurd voordat we toestemming kregen het een en ander over de interessante hobby te schrijven. Enkele dagen geleden viel de tegenstand na meerdere verzoeken weg en werden we ontvangen in de hobbyruimte van de heer Ter Harmsel. De drie masten in zijn tuin vallen pas op nadat we de toestellen in de hobby-kamer van onder tot boven hebben bekeken. Vooral de zelfingebouwde apparatuur zit knap in elkaar. Dat is wel toevertrouwd aan de vakkundige prutser (in de goede betekenis van het woord). Dat prutsen heeft hem eigenlijk tot zijn met veel liefde beoefende hobby gebracht.

Met drie knapen liepen ze jaren geleden in Amersfoort langs een radiozaak. Zij zagen een soort asbak met een knop en enkele contactbusjes. Het moest een radio voorstellen, een kristalontvanger eigenlijk. Ze legden hutje bij mutje en kochten het geval. Dat was eigenlijk het moment waarop het hart van Gerrit definitief werd verpand aan de radio.

MIRAKEL

„Eerst was het natuurlijk proberen en de dag dat er echt iets uit mijn toestel kwam was een mirakel. Mijn vader kon zijn oren niet geloven toen hij klanken van Bach uit „het ding” van zijn zoon hoorde komen, zo vertelt hij.

Van het een kwam het ander en nu is de heer Ter Harmsel all round amateur. Er is hem weinig meer te leren op dat internationale werkterrein. De overduidelijke serie getuigschriften onderstrepen dat duidelijk. Hij was trouwens ook een van de eerste amateurs, die enkele diploma’s wist te behalen. „O, wacht even. Hier heb ik een Zweed. Vanmorgen is er weinig te beleven maar deze komt goed door. Hello hier pie-ee-zero-tie-vie, come- in. (Rust en nog eens de oproep PAoTV).” De Zweedse amateur reageert en het uitwisselen van de vaste gegevens over naam, stationsaanduiding, woonplaats en een klein algemeen praatje vormen het gesprek.

MEER DAN 10.000

„Zo, dat is al weer één. Het is het 10.476 gesprek dat ik voer. Het contact met mensen is dus geen loze kreet. Soms is het bijzonder interessant om gesprekken te voeren.

LERAAR

Een Duitse leraar van een blindeninstituut ving me op en vroeg me de volgende dag weer aan het toestel te zijn. Dat deed ik en er werden toen door zijn leerlingen alle mogelijke vragen op me afgevuurd over ons land. Dat is maar een voorval. Zo zijn er tientallen.

MIES TEN HAM

Ik herinner me bijvoorbeeld ook nog heel goed een gesprek met een willekeurige Amerikaan. We waren goed en wel in gesprek over Barneveld. In gebroken Hollands kwam door ik ben Mies ten Ham. Ik ben geboren in De Straaljager. De volgende dag heb ik toen de familie Ten Ham naar mijn hobby-kamer gehaald en opnieuw contact met de oud-Barneveldse gezocht.

Volgens de strenge voorschriften bij het niet naleven hiervan kan de vergunning worden ingetrokken – mag er geen gesprek worden gevoerd, dat ook per brief of per telefoon gevoerd kan worden. Ook zijn de amateurs verplicht niets los te laten over mogelijke gesprekken, die zij opvangen van bijvoorbeeld Radio-Scheveningen. „We mogen niet eens vertellen dat we iets gehoord hebben.”

De strenge regels zijn nodig om het zakelijke radioverkeer niet te storen. Dat kan namelijk nare gevolgen hebben. Er is in ons land eens een vliegtuig geweest, dat in moeilijkheden kwam omdat er geen contact met de verkeerstoren mogelijk was. Een zendamateur maakte dat contact onmogelijk. Dat is ook een van de redenen, waarom de heer Ter Harmsel het illegaal zenden sterk afkeurd.

„Iemand die dit zenden werkelijk als hobby wil beoefenen heeft daarvoor zeker twee jaar studie voor over. Dat hoort erbij en kan voor niemand een reden zijn om illegaal te blijven werken.”

We laten hier verder de heer Ter Harmsel aan het woord. Eerst geeft hij wat algemene informatie over de radio-amateur om daarna enkele kostelijke ervaringen te vertellen.

EXAMEN

Het examen voor zendamateur omvat 3 gedeelten:
1. Seinen en opnemen met een minimumsnelheid van 60 letters per minuut.
2. Techniek: algemene theorie, ontvangers, zenders, versterkers, antennes e.d..
3. Wetskennis: welke talen je mag spreken, op welke frequenties je mag zenden, wat je mag uitzenden enz.

Gerrit ter Harmsel gaat de lucht in als PA0TV. Een fijn plaatje uit het verleden toen de apparatuur nog erg bombast was.

ROEPNAAM

Slaag je, dan krijg je een call een roepnaam, bestaande uit letter: en het cijfer 0. Mijn call is PAoTV, calls van alle Nederlandse amateur: beginnen met PA. Internationaal is overeengekomen welk land welke letters krijgt. Net als bij auto’s en vliegtuigen. Na PA komt het cijfer 0. Dan komen 2 of 3 andere letters, welke voor elke amateur anders zijn. Horen we dus uit de ontvanger: „Hier is PAoQC”, dan weten we, dat het een Hollander is. In het Internationale Callboek kunnen we dan zien, dat QC, een oud-Barnevelder Ir. C. van Dijk is en dat hij in Den Haag woont.

Je bent verplicht om 3 maanden na het examen je zender klaar te hebben, schrikt U niet van dat woord „zender”. De Radio Controle Dienst keurt zelfs de kleinste zendertjes goed, mits de zaak solide in elkaar zit. Verder dient men in het bezit te zijn van een goede ontvanger en een golfmeter.

Als je het hele examen gedaan hebt mag je op alle amateurbanden werken. Dan heb je vergunning A of B. Met A mag je met 150 Watt zenden en met B wordt dat max. 50 Watt. Voor de A licentie betaal je ƒ 20,- per jaar, voor B en C is dat f 15.

We mogen zenden op 10 meter, op 40, 20, 15, 10, 2 en op nog wat centimeter golven. Op 80 betekent: tussen 3500 en 3800 kHz, niet hoger en niet lager. We mogen sleutelen (morseseinen) of gewoon telefoneren. Desnoods mag je dag en nacht draaien, op welk uur je maar wilt.

PIONIEREN

Je hebt de vergunning alleen om te experimenteren. Vroeger is er zeer veel werk gedaan door amateurs, werkelijk pionier arbeid. Tot 1912 waren alle golflengtes beneden 200 meter vrij voor de amateurs. Nu nog maar kleine stukjes, de rest is in beslag genomen door het commerciële verkeer, schepen, vliegtuigen, mobilofoon, militairen en omroep. Eigenlijk wil men ons nu liever weg hebben en wordt er telkens weer een klein stukje van de toch al smalle bandjes afgeknabbeld. Toch zijn we nog niet helemaal overbodig.

RAMPEN

In tijden van rampen bijv. de Watersnood van 1953, kunnen radioamateurs pracht werk doen, als andere verbindingen weggevallen zijn. In oorlogstijd is het natuurlijk een gevaarlijke bezigheid. 1940-45 heeft 20 amateurs het leven gekost.

“TAALTJE”

De inhoud van een verbinding (of QSO) is meestal; Rapport geven over sterkte en leesbaarheid, je voornaam, je woonplaats (QTH) en verder uitwisselen van gegevens over zenders, ontvangers, antennes enz. De taal is heel apart, men bedient zich van allerlei termen, die uit de telegrafiecode stammen. YL = Young lady = je verloofde, XYL= ex-young lady= je vrouw, WX = het weer, RX = receiver,= ontvanger, TX = transmitter zender, QRM = storing, 73 = groeten, enz.

Eén van de vele kaarten uit het keurig bijgehouden archief van PA0TV. Hij is van de invalide zendamateur uit Amerika.

KAART

Als je voor het eerst met iemand een verbinding maakt stuur je hem je visitekaartje, de z.g. QSL-kaart, waarop start: call, datum, uur, zijn rapport enz. Omgekeerd krijg je dus van alle lui die je treft, ook een kaart. Ieder is vrij in ontwerp en uitvoering. De sport is dus zoveel mogelijk verschillende landen te pakken te krijgen. Je kunt daar certificaten en diploma’s voor krijgen. Voor het WAC (worked all continents) moet je dus d.m.v. OSL-kaarten kunnen bewijzen, dat je contact hebt gehad met 6 werelddelen.

ALLERLEI

Mensen uit allerlei beroepen zijn er te vinden bij de amateurs: een bollenman uit Lisse, een boer uit de NO-polder, Philipslui uit Eindhoven, chauffeurs, dominees, pastoors, dokters. In het buitenland is het al even gevarieerd: gezanten, Amerikaanse senatoren (Goldwater, die bijna president was geworden bijv.), een emira uit Libanon, professoren, gepensioneerde generaals, maar ook de eenzame man op een driemansweerstation vlak bij de Noordpool, of op Spitsbergen (op deze kaart staat heel laconiek: Bevolking: 8 man, 5 honden en verscheidene ijsberen), farmers in Texas, Transvaalse boeren (baie dankie vir die QSO, hoop ek sien jou weer!).

IN ONZE STREEK

In Barneveld ben ik sinds kort niet meer enige amateur; De Heer H. J. Vermeulen woont sinds kort op Oldenbarneveld. Hij is eveneens amateur. Verder is het wellicht aardig om te weten dat onze stadsbeiaardier (iedere donderdag in Barneveld te horen) Cees Roelofs, ook hartstochtelijk radio- amateur is. In Voorthuizen zitten er 2: de voorzitter van onze amateurvereniging de VERON, de heer Claesson, en op Kieftveen zit PAoYV. In Garderen PAoQE, in Lunteren PAoUI en in Hamersveld PAoMOD.

OUD-STREEKGENOTEN

Hollandse zendamateurs zitten over de hele wereld verspreid: emigranten in Australia, Nieuw Zeeland, Canada; In Brazilië zit Jan Roos, een koffieplanter; In Tanger zit Sjoerd Quast bij de Amerikaanse radio; Sjoerd zat in de oorlog ondergedoken in Kootwijkerbroek en werd daar de horlogemaker genoemd.

KAASKOPPENNET

Elke zaterdagmiddag hebben we op 15 meter het z.g. Kaaskoppennet. Dat is natuurlijk een puur Nederlandse aangelegenheid. Hollanders praten met militairen in Suriname, op Curaçao, met zendelingen en missionarissen in Zuid Amerika, Indonesië, Nepal en Afrika, met emigranten in alle werelddelen.

WEERSCHEPEN

Vroeger kon je ook gezellig een praatje maken met de jongens aan boord van de weerschepen „Cirrus” en „Cumulus”, die ergens tussen Engeland en Canada op de Atlantische Oceaan stillagen, 3 maanden lang.

DANKZIJ…

In december 1967 was er een aardbeving op Sicilië. Enkele dagen daarna hoorde ITIRAI, iemand uit Palermo, met een oproep speciaal voor Nederland. Ik antwoordde hem en direct daarop kwam er bij hem een jongedame voor de microfoon, die Nederlands prak: “Meneer, ik heet Karin van Zanten, ik doe al een paar dagen mijn best om mijn ouders in Nederland op te bellen, maar alle telefoonverbindingen zijn verbroken. Zou u hen willen bellen en zeggen, dat met mij alles in orde is?” Ze gaf me het nummer. Ik liet de zender aanstaan, draaide het telefoonnummer en kon een zeer ongeruste moeder het goede nieuws vertellen en vervolgens via de radio de groeten van Karin doen.

NOG JUIST OP TIJD

In 1957 hoorde ik ZC6UNJ op 10 meter Paul Altorf, een Hollander en werkzaam bij de Verenigde Naties in Jeruzalem. Hij vertelde me, dat zijn moeder zeer ernstig ziek was en ook dat er telefonisch geen verbinding mogelijk was. Hij gaf me het nummer in Den Haag, ik telefoneerde en moest helaas meedelen, dat zijn moeder niet lang meer te leven had. “Dan nemen we het eerste vliegtuig naar Holland”, zei Paul. Later hoorde ik, dat ze nog juist op tijd waren gekomen om afscheid te nemen.

CONGO

Toen in de Belgische Congo de bloedige moordpartijen aan de gang waren, hoorde ik tot mijn grote verwondering 9Q5HF, Ed Schuit, zendeling van de Africa Inland Mission. Ik had al vele keren met hem gesproken toen het daar nog rustig was. Ik vroeg hem waarom hij daar nog zat. Hij antwoordde: „Ik heb deze baan gekozen en ik voel, dat ik mijn mensen hier niet in de steek mag laten. Hoe het zal gaan weet ik niet. Ze kunnen over 5 minuten komen, of over een uur, of volgende week, of misschien nooit. Maar voorlopig blijf ik hier.”

Hij zei ook, dat ik het enige station was, dat er goed verstaanbaar doorkwam. Dagenlang heb ik elke dag met hem gesproken. Post kreeg hij niet en hij kon ook niets verzenden. De radio was zijn enige communicatiemiddel. Als hij nieuws had voor zijn vrouw, belde ik dat door naar Hengelo, waar familie van hem woonde en deze mensen telefoneerden dan naar zijn vrouw in Amerika. Op zekere dag hoorde ik hem niet meer en veel later vernam ik, dat hij op het nippertje heeft kunnen vluchten.

MEDICIJN

Een dokter uit Joego-Slavië riep op een avond Holland op. Hij moest direkt een bepaald medicijn hebben, wat alleen maar door Organon in Oss gemaakt werd. Vijf minuten later had ik Organon aan de lijn, per auto ging snel het medicament naar Schiphol en met het eerste toestel naar Belgrado ging het mee.

GETUIGE

In november 1967 sprak ik op 15 meter met CTIRT in Azemeis, Portugal. Een paar weken later, op 28 dec. stopt er een auto bij me. Iemand in jacket belt aan, ik doe open en hij begint in het Engels: ,,Are you PAoTV’?” Ik had amper ja gezegd of hij duwde me een fles port in de handen. Het was de Portugees. Hij had weinig tijd, maar hij kwam toch even binnen. „Hoe kom jij hier?” vroeg ik hem. Een goede vriend van hem, ook Portugees, ging trouwen met een Barneveldse, een dochter van de fam. Van Schothorst en hij moest getuige zijn.

Justino vertelde, dat alle leden van zijn gezin zendamateurs waren-, zijn vrouw, 2 zoons en een dochter. Ook dat de ene zoon juist vandaag jarig was en als ik hem toevallig tegenkwam vandaag, of ik hem dan van Senior feliciteren wilde. Dat laatste zei hij wat ironisch. Hij had n.l. juist tevoren mijn antenne gezien. ‘k Was net verhuisd en had nog geen gelegenheid gehad een hoge antenne op te zetten. Ik had op het moment niet anders dan een draadje naar een bonestaak achter in de tuin. Enfin, Justino ging naar het feest.

‘s Middags hoor ik een Portugees in Porto. ‘k Had hem snel te pakken en vroeg of hij ver van Azemeis woonde. Dat bleken 20 km te zijn. De man uit Porto was zo vriendelijk om de zoon van Justino te bellen en hem te vragen op 15 meter uit te komen. Vijf minuten later had ik Ramiro, de zoon van Justino, te pakken en kon hem namens pa feliciteren. Daarna belde ik hotel De Treek op, waar het feest was en kon Sr. vertellen, dat Jr. gefeliciteerd was. Hij was even stil van verbazing. Je hoorde hem denken-. „Met dat rotdraadje!” De volgende dag kwam Justino weer hier en het lukte weer. We hadden een prachtige verbinding met zijn vrouw en zoon.

Deze kaart met foto ontving de heer G. ter Harmsel van niemand minder dan Koning Hoessein, de JY1 onder de zendamateurs worden als een “relikwie” bewaard.

MET HOESSEIN

Op 11 augustus 1971 hoorde ik opeens op 15 meter: “This is JY 1.” Iedere zendamateur weet, dat dit Koning Hoessein van Jordanië is. Ik aan het roepen, extra lang, want als Hoessein zijn mond even open doet op de korte golf, probeert iedereen hem aan de haak te slaan. Dan is het een compleet mannenkoor op die frequentie! Het lukte!! Uit mijn luidspreker klonk: „Hello PAoTV, this is JY 1. Good evening. Thanks for calling me. My name is Hussein. QTH (radioterm voor woonplaats) is Amman. You are 5 and 6. Over to you. PAoTV, this is JY 1 standing by.”

Toen moest ik wat zeggen. Mijn hart bonsde. „Alle OK, Hoessein. Thank you very much for coming back.” Het werd wel een routinegesprek. Gegevens over zender, ontvanger e.d. werden uitgewisseld, maar de ene keer zei ik, “Your Majesty” en de andere keer „Hoessein”. Kwalijk genomen heeft hij het me niet want aan het einde van het gesprek klonk het heel vriendelijk- „Bye, bye Gert. Thanks for’ the fine QS0 (gesprek). Till de next time.” En toen brak het mannenkoor weer los: „Hello JY 1, this is ” De QSL-kaart met een foto, kwam enkele dagen later per post binnen en wordt als een reliquie bewaard!

PREKEN GEREF. GEM.

Wist u overigens, dat jaren geleden, al de preken vanuit de kerk van de Ger. Gemeente in Barneveld, regelmatig per radio uitgezonden werden? Op de lange golf, plm. 1300 meter was dat te horen. Dit gebeurde n.l. per abuis. Op de een of andere manier stond de versterker van de geluidsinstallatie te genereren en was de preek op elke radio binnen een afstand van ruim een kilometer van de kerk te beluisteren. Heel veel trouwe luisteraars, waaronder mensen van alle „richtingen”, o.a. een Hervormde dominee, vonden het jammer, dat de versterker weer „gerepareerd” was en zij dus hun preek misten.

De kaart die de heer Gerrit ter Harmsel stuurt naar de mensen met wie hij via de radio contact krijgt.

MOOI VERHAAL

Via een andere amateur hoorde ik een mooi verhaal uit Nijmegen. Dicht bij de R.K. Kerk woonden toen 2 amateurs. Het kerkgaan lieten ze meestal aan hun vrouwen over. Op zekere zondagmorgen draait Joop, de ene amateur, wat aan zijn ontvanger. Plotseling hoort hij een knots van een draaggolf. De draaggolf verdwijnt. Dat is Wim, weet Joop direct al. Joop zet de zender op deze frequentie en schakelt in.

„Morgen Wim, moet je niet naar de kerk?” Zender uit.

„Uit Joop’s ontvanger buldert Wim. „Nee, ‘k had niet veel zin vanmorgen. De pastoor kan het zonder mij ook wel af.”

Joop weer-. „’t Zou anders wel goed jouw je zijn…” Zo ging dat nog een heel tijdje door.

En Joop en Wim wisten niet, dat al het kerkvolk in stomme verbazing naar deze conversatie luisterde. En ook niet dat de vrouwen van Joop en Wim ontzet het hoofd onder de bank staken en bijkans een hartverlamming kregen.

Wat was het geval? In de kerk was juist een nieuwe geluidsversterker geïnstalleerd en deze pikte de beide signalen niet alleen op, maar versterkte ze zó dat de pastoor niet meer te verstaan was, zó bulderde het door de kerk heen!

Monteurs werden erbij geroepen, maar konden niet vinden waar het zat. Eindelijk zijn Joop en Wim zelf maar eens gaan kijken. Ze ontdekten, dat de lengte van de kabel van microfoon naar versterker plm. 40 meter was en dat was precies een halve golf van 80 meter, waarop zij uitzonden. De remedie was: de kabel een eind inkorten, zodat beiden er een mooi stuk aan over hielden.

VERENIGING

De grootste vereniging voor radio-amateurs in Nederland is de VERON. Ver. voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland., Het Centraal bureau is in Amsterdam W., Overtoom 262, Postbus 9. Het maandelijks orgaan heet „Electron” en wordt gedrukt door de Barneveldse Drukkerij N.V. Afdeling secr. van de VERON te Amersfoort is H. J. Peters, Wilgenlaan 74, Hamersveld, tel. 03496-513.

Ons gesprek wordt af en toe onderbroken voor gesprekken met amateurs van heinde en verre. De verteltrant van de heer Ter Harmsel is boeiend genoemd om de draad niet kwijt te raken. Boordevol informatie nemen we afscheid van PAoTV.

Leuteren

BARNEVELD – De radio-amateur Gerrit ter Harmsel springt zeer serieus met zijn apparatuur om en ook het gebruik daarvan is bij hem in vertrouwde handen. Dat wil niet zeggen dat zijn humor niet eens een keer via radiogolven werd uitgedragen. Enkele stratenmakers hebben dat geweten. Deze trouwe werkers waren voor zijn huis bezig met muziek van radio Veronica. Op een gegeven moment werd dat onderbroken voor een mededeling die luidde: “Willen die stratenmakers wel eens doorwerken. Jullie worden niet betaald voor het koffieleuteren bij de omwonenden.” De stratenmakers konden wel door hun eigen gelegde vloer zakken. Ze wisten zich geen houding te geven en gingen daarom nog harder aan de slag. Inmiddels klonk al weer de bekende muziek uit de transistor. Achter de gordijnen schakelde de radio-amateur zijn zender uit…

Bron: Barneveldse Krant – 4 juni 1971

De Amersfoortse VERON oprichtingsdelegatie

Door Eddy Krijger – PA0RSM

In mijn vorige stukje (1) over de oprichting van onze afdeling ging ik nader in op onze afdelingsbestuursleden “van het eerste uur”. Maar bij het doorvorsen van allerlei archiefstukken, samen met onze Frank – PA3DTX, stuitte we op een aantal dwarsverbanden. Deze zijn te leuk om ze te terzijde te leggen. Ik heb ze gegroepeerd rondom “onze” delegatie die in oktober 1945 naar Hilversum werd afgevaardigd. Wie waren ze, wat waren de omstandigheden, waar woonde ze en hoe oud waren ze toen?

Rond die omstandigheden een woordje vooraf; ten tijde van de conferentie waren persoonlijke zendmachtigingen nog niet teruggegeven. De vermelde roepletters van de gedelegeerden zijn dus indicatief. Immers, op 2 december 1939 waren alle zendmachtigingen ingetrokken. En voor de teruggave van die zendmachtiging moest een verzoek worden ingediend via de VERON aan de PTT. In juni 1946 werd het radio reglement opnieuw bekrachtigd is door HM de koningin. Zij die daarvoor in aanmerking kwamen (*) ontvingen opnieuw hun zendmachtiging.

(*) Soms werd een verzoek afgewezen “wegens onvaderlandslievend gedrag gedurende de bezettingsjaren en de daaraan voorafgaande periode, bijvoorbeeld in de vorm van actief lidmaatschap van de NSB” zo lees ik in het standaardwerk “vijftig jaar VERON, honderd jaar radio” van D. W. Rollema (PAoSE).

Zendexamens voor en na de oorlog

Overigens werd het eerste zendexamen vóór de oorlog gehouden op 19 augustus 1929. Ik heb kunnen herleiden dat toen een minimum leeftijd van 18 jaar gold voor een persoonlijke zendmachtiging. Het laatst gehouden zendexamen vóór de oorlog was op 12 april 1939. Alhoewel voor begin juli nog een examen werd aangekondigd:

Examens Radioamateurs (Radio Expres – 16 juni 1939)
Begin Juli a.s. zal wederom examen worden gehouden tot het verkrijgen van een amateur-radio-zendmachtiging of een verklaring van bevoegdheid tot het bedienen van een amateur-radio-zend-inrichting. Het examen zal in het gebouw Scheveningscheweg 6 te ’s-Gravenhage worden afgenomen en te 19 uur aanvangen. Aanmelding dient te geschieden uiterlijk Maandag 26 Juni 1939. Zij, die aan dit examen wenschen deel te nemen, moeten hun verzoek om een zendvergunning richten tot den Minister van Binnenlandsche Zaken, of om een verklaring van bevoegdheid tot den Directeur-Generaal der P.T.T.

Of dit aangekondigde zendexamen, van begin juli, nog door is gegaan is mij niet gebleken, wel vond ik de volgende berichten:

De amateurbanden voor oorlogsdoeleinden (Radio Expres – 6 october 1939)
Nu in de oorlogvoerende landen en ook in de meeste neutrale landen in Europa het gebruik van amateurzenders tijdelijk is stopgezet, zijn de golfbanden, die voor de amateurs waren gereserveerd, rustige open plekken in de frequentieschaal geworden. Daarvan werd door de Polen te Warschau na het onklaar worden hunner omroepzenders gebruik gemaakt om een noodzender in den 40 m-band in werking te stellen, waarmede o.a. ook berichten naar Engeland werden doorgegeven. Men schijnt te moeten verwachten, dat de oorlogvoerenden ook verder voor noodzenders frequenties in de amateurbanden zullen gaan kiezen. Tijdens den burgeroorlog in Spanje hebben de belligerenten aldaar dit ook reeds gedaan, ofschoon de banden toen niet eens „vrij” waren. Voor de amateurzenders zit er uit den aard der zaak een kwade kant aan dit „tijdelijk leenen” van hun golflengten.

Voorloopig geen examens voor radiozendamateurs. (Radio Expres – 20 october 1939)
In verband met de schorsing van het gebruik van particuliere radiozendinrichtingen, zullen voorloopig geen examens tot het verkrijgen van een amateur-radio-zendinrichting worden gehouden. Aan een eventueel besluit, om de examens opnieuw te houden, zal tijdig in de pers bekendheid worden verleend.
Nà de oorlog werd het eerste zendexamen gehouden op 8 april 1946. Een uitgebreid verslag daarvan staat in mijn vorige stukje “De oprichting van de VERON afdeling Amersfoort”.

De Radioconferentie op 20 en 21 oktober 1945 te Hilversum

Honderd afgevaardigden uit het hele land wisten de weg naar Hilversum te vinden. Dat was in 1945, vanwege de oorlogsschade aan bruggen en wegen, een behoorlijke logistieke operatie. Veel afgevaardigde werden ondergebracht bij Gooise medeamateurs. Voor onze Amersfoortse delegatie was de afstand nog redelijk overbrugbaar.
Ter illustratie voeg ik een detail van een oude ANWB kaart uit 1946 bij. Opvallend is dat de kortste route tussen onze twee steden nauwelijks veranderd is.

De Amersfoortse afvaardiging

In alfabetische volgorde zijn de, correct geschreven, namen, roepletters etc.:

  • F. Bennik Jr. – PA0OE (1910 – 1971)
  • J.M.F.A. van Dijk – PA0WT (1912 – 1973)
  • W.F. Engel Jr. (gb 1919)
  • J. Fortuin – PA0MJ (1912 – 1965)
  • Jhr. P.J.H. Röell – PA0WG (1913 – 1995)

F. Bennik – PA0OE (35 jaar)
Officiële naam “Frederik”, deed in 1930 zendexamen en was dus een zendamateur van de eerste uren. Volgens zijn QSL kaart woonde toen in Bergen NH. In de NVIR lijst in 1938 lees ik z’n nieuwe adres op Kamp 29 te Amersfoort. Ten tijde van de conferentie was OM Bennik 35 jaar.
OM Bennik was tussen 1950 – 1957 lid van de VERON vossenjachtcommissie. In het boekje van Jan Hoek (PA0JNH) over de Vossenjachten – Bekerjachten (1935-1965) lezen we:

“OM Bennik – PA0OE, die de vader is van het huidige bekerjachtsysteem genoemd kan worden, wil zelf de uitslag van de slotjacht 1957 bekend maken en tevens zijn tranen tonen bij deze begrafenis.”

In 1953 reisde hij samen met Bob Manheim – PA0BT naar het watersnood rampgebied, maar de extra hulp was toen niet meer nodig. Op 20 november 1971 is hij in Amersfoort overleden, waarna zijn roepletters zijn vervallen.

J.M.F.A. van Dijk – PA0WT (32 jaar)
“Joop” voor zijn radiovrienden, woonde op de van Limburg Stirumlaan 20 (2) in Amersfoort. Hij was een vervent radioamateur en bezat patenten op radio uitvindingen. Op zijn huisadres waren enkele bedrijfjes gevestigd. Tevens kende hij OM Röell – PA0WG goed, omdat die -in 1937- zijn woonadres als zenderlocatie mocht gebruiken. OM van Dijk behaalde in 1938 zelf zijn zendexamen. In 1947 had hij het initiatief genomen tot de oprichting van een RADAR proefstation te Noordwijk aan Zee. Zijn roepletters verhuisde op 1957 naar QTH Noordwijk aan Zee. In het Amersfoortse adresboek van 1959 stond het oude adres nog op zijn naam. Hij had ook een huis te Mont-sur-Rolle in Zwitserland waar hij in 1973 is overleden, waarna de roepletters PA0WT zijn vervallen.

W.F. Engel Jr. (26 jaar)
Willem Frederik, woonde op adres van ouders aan de van Hogendorplaan 7 te Amersfoort. Hij was oud-voorzitter van de VUKA afdeling Centrum en oprichter van de (een paar maanden eerder opgerichte) Nederlandse Unie van Radio Amateurs. (N.U.R.A.) Hij had (nog) geen zendmachtiging. Was in 1945 secretaris van de afdeling en vertrok in 1946 naar het buitenland.

J. Fortuin – PA0MJ (35 jaar)
Jacobus, “Koos” geboren in 1912 te Maassluis, deed zijn zendexamen in 1937. In 1939 staat PA0MJ geregistreerd op het adres Woestijgerweg 142. Hij stond vermeld als “radio-technieker” in de Amersfoortse adressengids van 1940. Op 19 december 1940 gaf hij een demonstratie en voordracht bij de VUKA afd. Centrum over het verschil tussen AM en FM.
In 1953 was hij samen met PA0PWS tijdens de watersnoodramp actief als “station MJ/A”.
In het december nummer van het Electron 1951 lezen wij in het artikeltje “De bekerjachten in 1951” dat OM Fortuin ook een paar jaar lid van de vossenjacht-commissie is geweest. Vanaf 1953 t/m 1961 was OM Fortuin voorzitter van onze VERON afdeling Amersfoort. Tevens was hij van 1958 tot 1964 voorzitter van landelijke VERON Vossenjacht- en Bekerjachtcommissie. OM Fortuin overleed op 22 maart 1965. De roepletters vervielen in 1965.

Jhr. P.J.H. Röell – PA0WG (32 jaar)
Volledig uitgeschreven Jonkheer Pieter Jan Hendrik Röell. De familienaam, van de adellijke tak Röell – de Beaufort, wordt vaak foutief afgedrukt als “Roëll” of “Roell”. Dit is kennelijk als gevolg van typografische beperkingen. De “Ö” is namelijk in Nederland een niet veel voorkomende letter. OM Röell is geboren in Soest en woonde op Huize Schuttershoef te Leusden. Studeerde op het Gemeentelijk Gymnasium. In 1931 slaagde hij op 18 jarige leeftijd voor zijn zendmachtiging. Zijn roepletters PA0WG werden ingeschreven op Leusden. OM Röell was een warm voorstander van selectieve ontvangers, zoals de super hetrodyne, zo staat er in CQ-NVIR te lezen. In de NVIR zendmachtigingenlijst van 1938 woonde hij kennelijk in bij zijn familie W.H. de Beaufort op de Bergstraat 41 te Amersfoort, met als de zenderlocatie Limburg Stirumlaan 20. En dat blijkt weer het woonadres van zijn radiovriend OM van Dijk, die in 1938 PA0WT werd. In de oorlogsjaren slaagde OM Röell voor zijn beroepopleiding Radio Technicus, zo lezen we in Radio Expres van augustus 1941.

Als oud HB lid van de NVIR werd hij afgevaardigd naar de oprichtingsconferentie in Hilversum. Hij was toen dus 32 jaar. Helaas staat hij abusievelijk in de notulen vermeld als Jhr. Roëll – PA0DW (“PA0DW” is een ander persoon). OM Röell verhuisde medio 1946 naar Leusden (B-46) en 1947 naar Bussum waar hij bestuurslid werd van de afdeling ‘t Gooi. Tussen 1946 en 1948 was hij lid van het VERON traffic department. Hij was werkzaam bij de Uitgeverij de Muiderkring. Tot 1987 kwam zijn naam voor op het colofon van Radio Bulletin. Begonnen als adviseur / assistent redacteur en tot slot eindredacteur, maar velen zullen hem kennen van allerlei publicaties van radiotechnische artikelen. Zeer bekend is zijn boekje “Repareren doe het zelf”. OM Röell hield hobby en werk gescheiden, al zijn artikelen waren zonder vermelding van zijn radioroepletters PA0WG.

N.B. Zijn jongere broer Jhr. H.C.C. Röell (R208) was ook actief met radio. In CQ-NVIR uit 1939 lezen we dat hij een 5 meterband voorzetapparaat had ontworpen. Hij behaalde in 1946 zijn zendmachtiging met de roepletters PA0WJ, overigens liet hij deze in 1951 vervallen.

Slot

Waarom heb ik dat allemaal uitgezocht, zult u zich afvragen? Dat heeft allemaal te maken met het opzoeken rond het radioverzet in de tweede wereld oorlog. En dan kom je allerlei “bijvangsten” tegen. En als je dan ook nog de namen van verschillende mensen onthoud, kom je snel tot een verhaaltje, maar als u aanvullingen heeft, houd ik mij aan bevolen!
Rest mij een woord van dank uit te spreken aan Frank – PA3DTX voor het onvermoeibare speuren in archieven en op het internet. Gerard – PA0YDE voor het beschikbaar stellen van fotokopieën van de fraaie oude QSL kaarten. En “last but not least” onze algemeen voorzitter Remy – PA75AGF voor de inzage in zijn uitgebreide privé “PA0 database”.

Bronnen:

  • (1) https://a03.veron.nl/de-oprichting-van-veron-amersfoort-a03/
  • (2) http://www.nvhr.nl/brands/Aetherkruiser.htm
  • “De wording van de Veron” – notulenboekje november 1945
  • Verslag van de lezing “60 jaar VERON” Dick Rollema – PA0SE
  • 50 jaar VERON, 100 jaar radio – van D. W. Rollema (PAoSE)
  • Historische QSL-kaarten verzameling Gerard Nieboer – PA0YDE
  • 2015 – 70 jaar VERON serie “het ontstaan van de VERON” – PA3AGF (PA0AGF)
  • https://a03.veron.nl/ tab: afdeling > archief
  • https://a03.veron.nl/ tab: afdeling > Uit de oude doos
  • https://archiefeemland.courant.nu/issue/ADA/1942-01-01/edition/null/page/541?query=J.%20Petrie&sort=relevance
  • https://archiefeemland.courant.nu/periodicals/ADA
  • http://nvhrbiblio.nl/biblio/tijdschrift/Radio%20Expres/1930/Radio%20Expres%201930-02-OCR.pdf
  • https://www.genealogieonline.nl/stamboom-pasman/I67758.php
  • Enceclopedea voor de luisteraar van 1939
  • https://docplayer.nl/26952488-Veron-bekerjachten-en-vossejagersconferenties.html
  • https://ardf.veron.nl/wp-content/uploads/Documenten/Vossenjachten_-_Bekerjachten_(1935-1965).pdf
  • https://www.oldtimersclub.info/otc_sk.html
  • https://www.cryptomuseum.com/manuf/nrp/files/nrp_40.pdf

4 mei: herdenking gevallen Nederlanders

Op 4 mei vindt in Nederland de herdenking plaats van de in de oorlog omgekomen Nederlanders. Dat gebeurt op landelijk niveau, maar ook lokaal zullen gevallen Nederlanders worden herdacht, alleen zullen we dit niet fysiek kunnen doen door de uitbraak van het coronavirus.

In verband hiermee is er dit jaar geen officiële herdenking bij het “Monument voor Radiozendamateurs”,  wel bestaat de mogelijkheid om digitaal een bloem bij het monument te leggen.

Doe mee! Ga naar deze site en klik op “Leg een bloem”.

 


Tijdens de oorlog zijn radiozendamateurs in het verzet bezig geweest met het plannen en uitvoeren van illegale activiteiten. In veel gevallen hadden hun activiteiten te maken met een vorm van communicatie. Helaas zijn door verraad veel radiozendamateurs in deze periode gevangengenomen en ter dood gebracht, of door de barre omstandigheden omgekomen.

Ter nagedachtenis aan de gevallen radiozendamateurs is door de VERON in 1953 een gedenkteken onthuld. Dit monument staat nu op het terrein van KPN Broadcast Services in Hilversum.


Gedenkteken voor de in 1940-’45 gevallen radio-amateurs

IN Mei 1946 – een half jaar na de oprichting van de VERON – nam de Verenigingsraad het besluit, dat in het toekomstig Hoofdkwartier van deze vereniging van radio-amateurs een gedenksteen zou worden aangebracht ter nagedachtenis aan alle in de oorlog gevallen radiomensen, waaronder uiteraard een groot aantal radio-amateurs. Mede hiertoe werd het „VERON”-Fonds ingesteld.

Verleden jaar was men zover, dat tot uitvoering van de plannen kon worden overgegaan mede dank zij financiële steun van het Wetenschappelijk Radio Fonds „Veder”. Aangezien de V.E.R.O.N. momenteel nog geen Hoofdkwartier bezit, werd in overleg met de Directeur-Generaal der P.T.T., de heer L. Neher, het Radiostation te Kootwijk als voorlopige plaats voor het gedenkteken gekozen.

5 MEI 1953 – Onthulling door de Directeur-Generaal der P.T.T., de heer L. Neher, van de gedenksteen ter nagedachtenis aan de in de jaren 1940—1945 gevallen Radio-amateurs. Op de voorgrond, vl.n.r.: J. Stufkens (PAoJK), Beheerder van het VERON Fonds; H. Meiners (PAoNA). Algemeen Penningmeester; Ph. J. Huis (PAoAD), Algemeen Secretaris en Ir W. J. L. Dalman (PAoDD), Algemeen Vice-voorzitter van de V.E.R.O.N.; A. S. M. van Schendel (PA1JF), Chef E.R.D. der P.T.T.; L. J. van der Toolen (PAoNP), Algemeen Voorzitter van de V.E R.O.N’.

Een toepasselijke plaats: eenzaam, maar te midden van kortegolfzenders, die dag en nacht in verbinding staan met alle delen van de wereld, zoals de heer L. J. van der Toolen (PAoNP), Algemeen Voorzitter van de V.E.R.O.N., opmerkte in zijn toespraak tijdens de bijeenkomst, die aan de eigenlijke onthullingsplechtigheid voorafging.

Het door de beeldhouwer H. J. J. Danneburg ontworpen gedenkteken symboliseert de in het verborgen werkende radio operators (drie kleine figuurtjes), die met elkaar in contact staan d.m.v. radiogolven (de cirkelsegmenten).

De heer Neher ging in zijn rede hierop verder in door er aan te herinneren, hoe de radio-operators in de bezettingstijd van alle verzetslieden wel het meest in afzondering werkten en op de minst spectaculaire wijze voortdurend in contact stonden met de „vrije wereld”, om zo de uiterst belangrijke berichtenwisseling tussen de verzetsgroepen enerzijds en de Londense regering alsmede de geallieerde autoriteiten anderzijds te verzorgen. Desniettemin werden juist zij het meest gevreesd door de bezetter, die dan ook steeds feller jacht op hen maakte.

Nadat de heer Neher — juist een maand tevoren was hij door de regering van de V.S. van Noord-Amerika onderscheiden met de „Medal of Freedom” in goud, wegens zijn voortreffelijk optreden in de vrijheidsstrijd — zijn treffende herdenkingsrede had uitgesproken, onthulde hij de gedenksteen, welke was ingemetseld in de voorgevel van het hoofdgebouw van Radio-Kootwijk.

Voor de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet in Nederland spraken nog de penningmeester, de heer C. Brink, en de heer A. S. M. van Schendel, Chef Bijzondere Dienst der P.T.T., als oud-leider der berichtgeving.
Een 120-tal amateurs, enkele nabestaanden en delegaties van voormalige Verzetsorganisaties, woonden deze plechtigheid bij.

Na afloop van de plechtigheid was er gelegenheid tot het bezichtigen van het radiostation onder leiding van Ir M. C. Emmen, beheerder van Radio-Kootwijk.

Bron: Radio Bulletin – juni 1953 – blz. 309 en 310

Aanloop tot de oprichting (1939 – 1945) van de VERON Amersfoort

Met het oog op ons 75-jarig bestaan, heb ik samen met onze archivaris Frank – PA3DTX, gepoogd de omstandigheden te schetsen waaronder onze VERON afdeling is ontstaan.

Het begint natuurlijk met radioamateurs en/of geïnteresseerden. Immers zonder leden geen vereniging. Bekend is dat vlak voor de oorlog ongeveer 455 radioamateurs een zendmachtiging hadden. De concentratie of spreiding over Nederland is te zien op het bijgevoegde landkaartje. Volgens de zendmachtigingenlijst uit 1939 woonde dertien personen daarvan in onze regio Amersfoort en omstreken.

ROEPLETTERS NAAM ADRES WOONPLAATS
PA0AX T.T. Winkler Jr. Westerlaan 41 DE BILT
PA0FG H. A. Fugers Kerkstraat 3 SOEST
PA0FT F.E.J. Thijssen Gregoriuslaan 16 BILTHOVEN
PA0KE J.A. Koster Soembastraat 17 AMERSFOORT
PA0KSK I.G. Knottnerus Jr. Vosseveldlaan 35 SOEST
PA0MJ J. Fortuin Woestijgerweg 142 AMERSFOORT
PA0OE F. Bennik Jr. Kamp 29 AMERSFOORT
PA0QF P.M. Huybregsen Stationsweg 517 WOUDENBERG
PA0RJ R.J. Brettschneider Lt. Koppenlaan 5 SOESTERBERG
PA0TH Th. A. van Keulen F 55 – (nu: Hamersveldseweg 67) HAMERSVELD
PA0WC W. H. de Beaufort Bergstraat 41 AMERSFOORT
PA0WD W. S. F. Draisma Stationstraat 53 AMERSFOORT
PA0WG Jhr. P.J.H. Röell p.a. Bergstraat 41 AMERSFOORT
PA0WT J. M. F. A. van Dijk Van Limburg Stirumlaan 20 AMERSFOORT

Buiten de Vereniging Arbeiders Radio Amateurs (VARA omroep) telde Nederland drie “echte” radioamateurverenigingen. Hun namen lees ik in “de wording van de VERON” uit 1945:

• N.V.V.R. (de Nederlandsche Vereeniging Voor Radiotelegrafie) opgericht in 1916.
• N.V.I.R. (de Nederlandsche Vereeniging voor Internationaal Radioamateurisme) opgericht in 1928.
• V.U.K.A. (de Vereenigde Ultra-Kortegolf Amateurs) opgericht in 1934.

De NVVR heeft de langste ontstaansgeschiedenis, met ook een afdeling in Amersfoort, dat valt op te maken uit de eerste vermelding in Radio Expres van 2 september 1938.

OFFICIEELE MEDEDEELINGEN VAN DE N.V.V.R.
Afdeelingen.
Amersfoort: W. J. v. Nieuwkerk, secr., H. v. Viandestraat 10, Amersfoort.
1. De terugkoppelwikkelingen in het spoelstel zijn blijkbaar voor de Amerikaansche lamp (57) wat aan den kleinen kant. In de . . .

De andere ontstonden kennelijk door een behoefte aan andere doelstellingen. Hier waren voornamelijk leden van de NVIR actief (tenminste acht van de dertien hierboven genoemde zendamateurs). Maar de NVIR onderafdeling Amersfoort, hield op 17 januari 1938 al bijeenkomsten, dat valt op te maken uit het blad CQ-NVIR van februari 1938.

Onderafdeeling Amersfoort.
Secr.: Bergstraat 41, Amersfoort.
17 Januari kwamen we bijeen in „Bosch en Heide”, alwaar de avond op gezellige (en nuttige!) wijze werd doorgebracht. Diverse problemen, het hamdom betreffende, kwamen ter sprake. PAoOE was als gast aanwezig en gaf zich in den loop van den avond op als lid der NVIR! Welkom, om! Met de activiteit der om’s staat het momenteel als volgt:
KE heeft pas z’n nieuwe rx – een National NC81x! – in gebruik genomen en werkt sindsdien fb dx op 14 MHz.
KSK heeft het zeer druk met “‘t Secretariaat”, is niet in de lucht, maar komt zeer spoedig op „five” met ‘n gestuurde tx.
QF moest ten gevolge van het „ingrijpend” optreden der juniors (YL’s!) zijn rig van de huiskamer naar hooger sferen verhuizen. Werkt thans dx op „ten” en werd verblijd met een nieuwen junior, congrats ow es om!
OE heeft een fb rx gebouwd en hoopt spoedig weer in de lucht te komen.
R270, om Fugers in Soest, luistert op 56 MHz en hoopt binnenkort op dezen band als PAo-zooveel zijn intrede te doen.
R208, broeder van ondergetekende, is bezig met een nieuwe rx, die fb belooft te worden!
WG zag zich plotseling geconfronteerd met het “QRT-spook” wegens plotselinge QRA-wisselling, wist het gevaar te bezweren, doordat hem welwillend een shack (te Amersfoort) ter beschikking werd gesteld. Bouwt thans een “all-band-idylle”, komt einde Febr. weer op “five”, werkt reeds op 20 en 10 m met „noodapparatuur”.
WG

In een krantenknipsel uit het Amersfoorts Dagblad van 1939, lees ik de oprichting van een echte lokale NVIR afdeling in Amersfoort.

Afdeeling Amersfoort.
Daar zich den laatsten tijd in Amersfoort en omgeving de behoefte deed gevoelen om een echte Afdeeling der N.V.I.R. te vormen, is thans op 27 Maart jl. deze Afdeeling officieel opgericht. Het Bestuur bestaat uit:
PA0KSK, voorzitter, PAoWG secretaris-penningmeester en PAoKE commissaris.
Wij wenschen onze nieuwe Afdeeling veel succes en zijn ervan overtuigd dat het onder fb leiding niet anders dan uitstekend moet gaan.
HOOFDBESTUUR. (4 – 1939)

De VUKA was in onze regio als “afdeling Centrum” actief en is opgericht 16 december 1939.

3. Afd. “Centrum”
De lezers zullen wel vreemd opkijken, omdat hier voor het eerst wordt gesproken van afd. “Centrum”. Maar een drukfout is het niet. Tot ons genoegen kunnen we mededeelen dat op 16 Dec. de afd. “Centrum”, na lang wik ken en wegen, is opgericht. Ondanks het zeer slechte weer waren toch een 15-tal liefhebber komen opdagen, en er werden spijkers met koppen geslagen. Nadat de oprichting een feit was geworden werd het volgende voorlopige bestuur gekozen: Voorz. W. F. Engel; Secr H. J. L Poort; Penn. L. H. R. v. d. Woude.
OM Tjebbes hielp ons uit de moeilijkheid van een geschikt vergaderlokaal. Met voortvarendheid is gewerkt aan de afd. shack: Boulevard 1, Zeist. Alle leden aan het werk om onze afdeeling sterk te maken !!
H. J. L Poort, secr.


Deze VUKA afdeling hield bijeenkomsten bij de leden thuis, zo zie ik in de verschillende afdelingsberichten.

Afd. Centrum op 5-1-1941.
Toen ondergeteekende op de juiste tijd in Amersfoort voor het huis van OM Engel arriveerde, stonden vóór het huis een aantal leden te wachten met de mededeeling, dat onze voorzitter niet aanwezig was! Daar stonden we met ons allen in de kou, wat nu?
Edoch, als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Dat bleek ook nu weer, want zie, daar kwam OM Visser als onze reddende engel opdagen, en bood toen aan om de vergadering in zijn shack te houden, welk aanbod met groote vreugde werd begroet.
Aldus ging het illustere gezelschap den kortsten weg naar het hulis van L-400, die ons dwars door een soort oerwoud leidde, wat aan enkelen de opmerking ontlokte, dat het wel een Vossejacht leek.
Eenmaal aangekomen opende OM Hamel de vergadering welke nu in snel tempo werd afgewerkt. Na de voorlezing van de notulen volgde een demonstratie van een fb. ontvanger van OM de Vries, welke zeer veel belangstelling trok, temeer, daar de resultaten werden bereikt met een antenne, die haastiglijk werd gefabriceerd door de shack en de garage.
Hierna hield OM Hamel het vervolg van zijn lezing over Accu’s, waarna de pauze volgde. Hier wachtte ons weer een verrassing, want de OW van OM Visser vergastte ieder op een tweetal koppen thee, ondanks het feit, dat zij er heel niet op gerekend had, bezoek te krijgen. Hulde aan deze OW.
Na de pauze demonstreerde OM Choufour een zeer handig lampenmeetapparaat, waarvan we natuurlijk een beschrijving verwachten in Vuka-Nieuws.
Hierna volgde nog een gezellig onderling qso, waarna OM Engel die later was komen opdagen, de vergadering sloot. De Secr.

De naam van het Amersfoortse VUKA lid 059, dhr. W.F. Engel jr. met zijn foto erbij, is een zeer interessante archief vondst!

Nuttige wenken voor amateurs
Maandelijkse revue van tips en wenken op radiogebied, ingezonden door lezers. die ook gaarne het hunne bijdragen in de samenstelling van ons lijfblad VUKA-NIEUWS
WEES ACTIEF! Doe mee en stuur ons Uwe bijdrage voor deze rubriek! Op deze wijze werkt gij mede aan Uw eigen radioblad!
1. Cement voor cones-reparatie.

Daar het tegenwoordig moeilijk is om aan materiaal te komen, zal ik hier iets vertellen van mijn ervaringen bij het repareeren van conussen van electrodynamische luidsprekers.
Wanneer conus-cement niet in den handel verkrijgbaar is, dan kunnen we dit zelf gemakkelijk maken door celluloid op te lossen in aceton. Celluloid kunnen we verkrijgen door bijv. een oude tandenborstel te sloopen of een ander voorwerp van celluloid te nemen. Dit celluloid knippen we in zoo klein mogelijke stukjes. Is aceton niet verkrijgbaar bij de drogist of apotheker, dan hebben we nog een kansje, dat een parfumeriezaak nog eenige voorraad heeft, aangezien aceton een artikel is, dat ook door yl’s wordt gebruikt ter verwijdering van oude nagellak. . .
Deze oplossing moet zoo dun zijn, dat het met een kwastje is te bestrijken. De samen te voegen deelen moeten eerst goed schoongemaakt worden; vervolgens bestrijken we deze eenmaal met de opgeloste celluloid. Is het nu iets droog geworden, dan bestrijken wij het nogmaals. Deze twee laagjes laten we eerst goed drogen. dan pas wordt een derde laagje aangebracht.
W. F. Engel Jr.. L-059, Amersfoort. (VUKA – 10-1941)

Uit alles blijkt dat hij zeer actief was in het organiseren van allerlei activiteiten. Zo noemt hij zich bij een door hem opgerichte Fotoclub “manager” (en ik maar denken dat dit woord in “onze tijd” gebruikelijk was . . . Hi).

Zoals bekend werden in de mobilisatietijd alle zendmachtigingen door de Nederlandse overheid ingetrokken. De bezetter deed daar eind 1941 “nog een schepje boven op”. Alle drie radioamateurverenigingen werden onder toezicht gesteld, zo lees ik in het Amersfoorts Dagblad van 27 november 1941. De NVIR en de andere verenigingen (VUKA en NVVR) bleven op papier nog wel bestaan.

Per 1 Januari 1942 werden onze verenigingen onder druk van den bezetter opgeheven en hun bezittingen in beslag genomen, zodat het verenigingsverband was verbroken.

De periode 1944 t/m 1947 “De oprichting van VERON afdeling Amersfoort” en “Wie waren onze eerste naoorlogse radioamateurs en waar kwamen ze vandaan?” komen in het vervolg van dit artikel aanbod.

Heeft u nog aanvullingen of foto’s, QSL-kaarten of andere informatie over onze afdeling houd ik mij aanbevolen 

73’s de Eddy Krijger – PA0RSM

Bronnen:

  • PA0SE – 50 jaar VERON, 100 jaar Radio en Encyclopædie voor radio-luisteraars [1939]
  • https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMKB06:000002749:00387&query=%22Th.+A.+van+Keulen%22&coll=boeken
  • De wording van de Veron Notulenboekje november 1945
  • verslag van de lezing “60 jaar VERON”
  • 2015 70 jaar VERON serie “het ontstaan van de VERON” – PA3AGF (PA0AGF)
  • website a03.veron.nl > afdeling > archief
  • https://archiefeemland.courant.nu/issue/ADA/1942-01-
  • https://a03.veron.nl/radiozendgroep-activiteiten-in-amersfoort-en-omstreken-tijdens-de-tweede-wereldoorlog/
  • http://nvhrbiblio.nl/biblio/tijdschrift/Radio%20Expres/1930/Radio%20Expres%201930-02-OCR.pdf
  • Historische QSL-kaarten verzameling PA0YDE. Gerard Nieboer

De oprichting van VERON Amersfoort (a03)

Door Eddy Krijger – PA0RSM

Met het oog op ons 75-jarig bestaan, heb ik samen met onze archivaris Frank – PA3DTX, gepoogd de omstandigheden te schetsen waaronder onze VERON afdeling is ontstaan.

Inhoud:

Aanloop tot de oprichting (1939 – 1945)
Aanloop tot de oprichting (1945)
Liquidatie van de oude verenigingen N.V.V.R., V.U.K.A. en N.V.I.R.
De eerste jaren van de VERON afdeling (a03) Amersfoort (1945 – 1947)
Naoorlogse Zendmachtigingen
Meer over de Amersfoortse VERON oprichtingsdelegatie
Zendexamens voor en na de oorlog
De Radioconferentie op 20 en 21 oktober 1945 te Hilversum
De Amersfoortse afvaardiging
Wie waren onze eerste naoorlogse radioamateurs en waar kwamen ze vandaan?
Leden toestroom
De “omstreken” van de VERON afdeling Amersfoort
Luisteramateurs
Trivia
Beroepsmatige radiomensen en wetenschappers
Raakvlak wetenschap met praktijk
Radiozendamateurs
Ballotage
Activiteiten van de VERON afdeling Amersfoort
Bijeenkomsten
Activiteit / Lezingen – gespreksonderwerpen
Artikelen van onze afdelingsleden in de Electron (jaargang-blz.)
Trivia
Slot
Bronnen

Aanloop tot de oprichting (1939 – 1945)

Het begint natuurlijk met radioamateurs en/of geïnteresseerden. Immers zonder leden geen vereniging. Bekend is dat vlak voor de oorlog ongeveer 455 radioamateurs een zendmachtiging hadden. De concentratie of spreiding over Nederland is te zien op het bijgevoegde landkaartje. Volgens de zendmachtigingenlijst uit 1939 woonde dertien personen daarvan in onze regio Amersfoort en omstreken.

ROEPLETTERS NAAM ADRES WOONPLAATS
PA0AX T.T. Winkler Jr. Westerlaan 41 DE BILT
PA0FG H. A. Fugers Kerkstraat 3 SOEST
PA0FT F.E.J. Thijssen Gregoriuslaan 16 BILTHOVEN
PA0KE J.A. Koster Soembastraat 17 AMERSFOORT
PA0KSK I.G. Knottnerus Jr. Vosseveldlaan 35 SOEST
PA0MJ J. Fortuin Woestijgerweg 142 AMERSFOORT
PA0OE F. Bennik Jr. Kamp 29 AMERSFOORT
PA0QF P.M. Huybregsen Stationsweg 517 WOUDENBERG
PA0RJ R.J. Brettschneider Lt. Koppenlaan 5 SOESTERBERG
PA0TH Th. A. van Keulen F 55 – (nu: Hamersveldseweg 67) HAMERSVELD
PA0WC W. H. de Beaufort Bergstraat 41 AMERSFOORT
PA0WD W. S. F. Draisma Stationstraat 53 AMERSFOORT
PA0WG Jhr. P.J.H. Röell p.a. Bergstraat 41 AMERSFOORT
PA0WT J. M. F. A. van Dijk Van Limburg Stirumlaan 20 AMERSFOORT

Buiten de Vereniging Arbeiders Radio Amateurs (VARA omroep) telde Nederland drie “echte” radioamateurverenigingen. Hun namen lees ik in “de wording van de VERON” uit 1945:

• N.V.V.R. (de Nederlandsche Vereeniging Voor Radiotelegrafie) opgericht in 1916.
• N.V.I.R. (de Nederlandsche Vereeniging voor Internationaal Radioamateurisme) opgericht in 1928.
• V.U.K.A. (de Vereenigde Ultra-Kortegolf Amateurs) opgericht in 1934.

De NVVR heeft de langste ontstaansgeschiedenis, met ook een afdeling in Amersfoort, dat valt op te maken uit de eerste vermelding in Radio Expres van 2 september 1938.

OFFICIEELE MEDEDEELINGEN VAN DE N.V.V.R.
Afdeelingen.
Amersfoort: W. J. v. Nieuwkerk, secr., H. v. Viandestraat 10, Amersfoort.
1. De terugkoppelwikkelingen in het spoelstel zijn blijkbaar voor de Amerikaansche lamp (57) wat aan den kleinen kant. In de . . .

De andere ontstonden kennelijk door een behoefte aan andere doelstellingen. Hier waren voornamelijk leden van de NVIR actief (tenminste acht van de dertien hierboven genoemde zendamateurs). Maar de NVIR onderafdeling Amersfoort, hield op 17 januari 1938 al bijeenkomsten, dat valt op te maken uit het blad CQ-NVIR van februari 1938.

Onderafdeeling Amersfoort.
Secr.: Bergstraat 41, Amersfoort.
17 Januari kwamen we bijeen in „Bosch en Heide”, alwaar de avond op gezellige (en nuttige!) wijze werd doorgebracht. Diverse problemen, het hamdom betreffende, kwamen ter sprake. PA0OE was als gast aanwezig en gaf zich in den loop van den avond op als lid der NVIR! Welkom, om! Met de activiteit der om’s staat het momenteel als volgt:
KE heeft pas z’n nieuwe rx – een National NC81x! – in gebruik genomen en werkt sindsdien fb dx op 14 MHz.
KSK heeft het zeer druk met “‘t Secretariaat”, is niet in de lucht, maar komt zeer spoedig op „five” met ‘n gestuurde tx.
QF moest ten gevolge van het „ingrijpend” optreden der juniors (YL’s!) zijn rig van de huiskamer naar hooger sferen verhuizen. Werkt thans dx op „ten” en werd verblijd met een nieuwen junior, congrats ow es om!
OE heeft een fb rx gebouwd en hoopt spoedig weer in de lucht te komen.
R270, om Fugers in Soest, luistert op 56 MHz en hoopt binnenkort op dezen band als PA0-zooveel zijn intrede te doen.
R208, broeder van ondergetekende, is bezig met een nieuwe rx, die fb belooft te worden!
WG zag zich plotseling geconfronteerd met het “QRT-spook” wegens plotselinge QRA-wisselling, wist het gevaar te bezweren, doordat hem welwillend een shack (te Amersfoort) ter beschikking werd gesteld. Bouwt thans een “all-band-idylle”, komt einde Febr. weer op “five”, werkt reeds op 20 en 10 m met „noodapparatuur”.
WG

In een krantenknipsel uit het Amersfoorts Dagblad van 1939, lees ik de oprichting van een echte lokale NVIR afdeling in Amersfoort.

Afdeeling Amersfoort.
Daar zich den laatsten tijd in Amersfoort en omgeving de behoefte deed gevoelen om een echte Afdeeling der N.V.I.R. te vormen, is thans op 27 Maart jl. deze Afdeeling officieel opgericht. Het Bestuur bestaat uit:
PA0KSK, voorzitter, PA0WG secretaris-penningmeester en PA0KE commissaris.
Wij wenschen onze nieuwe Afdeeling veel succes en zijn ervan overtuigd dat het onder fb leiding niet anders dan uitstekend moet gaan.
HOOFDBESTUUR. (4 – 1939)

De VUKA was in onze regio als “afdeling Centrum” actief en is opgericht 16 december 1939.

3. Afd. “Centrum”
De lezers zullen wel vreemd opkijken, omdat hier voor het eerst wordt gesproken van afd. “Centrum”. Maar een drukfout is het niet. Tot ons genoegen kunnen we mededeelen dat op 16 Dec. de afd. “Centrum”, na lang wik ken en wegen, is opgericht. Ondanks het zeer slechte weer waren toch een 15-tal liefhebber komen opdagen, en er werden spijkers met koppen geslagen. Nadat de oprichting een feit was geworden werd het volgende voorlopige bestuur gekozen: Voorz. W. F. Engel; Secr H. J. L Poort; Penn. L. H. R. v. d. Woude.
OM Tjebbes hielp ons uit de moeilijkheid van een geschikt vergaderlokaal. Met voortvarendheid is gewerkt aan de afd. shack: Boulevard 1, Zeist. Alle leden aan het werk om onze afdeeling sterk te maken !!
H. J. L Poort, secr.

Deze VUKA afdeling hield bijeenkomsten bij de leden thuis, zo zie ik in de verschillende afdelingsberichten.

Afd. Centrum op 5-1-1941.
Toen ondergeteekende op de juiste tijd in Amersfoort voor het huis van OM Engel arriveerde, stonden vóór het huis een aantal leden te wachten met de mededeeling, dat onze voorzitter niet aanwezig was! Daar stonden we met ons allen in de kou, wat nu?
Edoch, als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Dat bleek ook nu weer, want zie, daar kwam OM Visser als onze reddende engel opdagen, en bood toen aan om de vergadering in zijn shack te houden, welk aanbod met groote vreugde werd begroet.
Aldus ging het illustere gezelschap den kortsten weg naar het hulis van L-400, die ons dwars door een soort oerwoud leidde, wat aan enkelen de opmerking ontlokte, dat het wel een Vossejacht leek.
Eenmaal aangekomen opende OM Hamel de vergadering welke nu in snel tempo werd afgewerkt. Na de voorlezing van de notulen volgde een demonstratie van een fb. ontvanger van OM de Vries, welke zeer veel belangstelling trok, temeer, daar de resultaten werden bereikt met een antenne, die haastiglijk werd gefabriceerd door de shack en de garage.
Hierna hield OM Hamel het vervolg van zijn lezing over Accu’s, waarna de pauze volgde. Hier wachtte ons weer een verrassing, want de OW van OM Visser vergastte ieder op een tweetal koppen thee, ondanks het feit, dat zij er heel niet op gerekend had, bezoek te krijgen. Hulde aan deze OW.
Na de pauze demonstreerde OM Choufour een zeer handig lampenmeetapparaat, waarvan we natuurlijk een beschrijving verwachten in Vuka-Nieuws.
Hierna volgde nog een gezellig onderling qso, waarna OM Engel die later was komen opdagen, de vergadering sloot. De Secr.

De naam van het Amersfoortse VUKA lid 059, dhr. W.F. Engel jr. met zijn foto erbij, is een zeer interessante archief vondst!

Nuttige wenken voor amateurs
Maandelijkse revue van tips en wenken op radiogebied, ingezonden door lezers. die ook gaarne het hunne bijdragen in de samenstelling van ons lijfblad VUKA-NIEUWS
WEES ACTIEF! Doe mee en stuur ons Uwe bijdrage voor deze rubriek !Op deze wijze werkt gij mede aan Uw eigen radioblad!

1. Cement voor cones-reparatie.
Daar het tegenwoordig moeilijk is om aan materiaal te komen, zal ik hier iets vertellen van mijn ervaringen bij het repareeren van conussen van electrodynamische luidsprekers.
Wanneer conus-cement niet in den handel verkrijgbaar is, dan kunnen we dit zelf gemakkelijk maken door celluloid op te lossen in aceton. Celluloid kunnen we verkrijgen door bijv. een oude tandenborstel te sloopen of een ander voorwerp van celluloid te nemen. Dit celluloid knippen we in zoo klein mogelijke stukjes. Is aceton niet verkrijgbaar bij de drogist of apotheker, dan hebben we nog een kansje, dat een parfumeriezaak nog eenige voorraad heeft, aangezien aceton een artikel is, dat ook door yl’s wordt gebruikt ter verwijdering van oude nagellak. . .
Deze oplossing moet zoo dun zijn, dat het met een kwastje is te bestrijken. De samen te voegen deelen moeten eerst goed schoongemaakt worden; vervolgens bestrijken we deze eenmaal met de opgeloste celluloid. Is het nu iets droog geworden, dan bestrijken wij het nogmaals. Deze twee laagjes laten we eerst goed drogen. dan pas wordt een derde laagje aangebracht.
W. F. Engel Jr.. L-059, Amersfoort. (VUKA – 10-1941)

Uit alles blijkt dat hij zeer actief was in het organiseren van allerlei activiteiten. Zo noemt hij zich bij een door hem opgerichte Fotoclub “manager” (en ik maar denken dat dit woord in “onze tijd” gebruikelijk was . . . Hi).

Zoals bekend werden in de mobilisatietijd alle zendmachtigingen door de Nederlandse overheid ingetrokken. De bezetter deed daar eind 1941 “nog een schepje boven op”. Alle drie radioamateurverenigingen werden onder toezicht gesteld, zo lees ik in het Amersfoorts Dagblad van 27 november 1941. De NVIR en de andere verenigingen (VUKA en NVVR) bleven op papier nog wel bestaan.

Per 1 Januari 1942 werden onze verenigingen onder druk van den bezetter opgeheven en hun bezittingen in beslag genomen, zodat het verenigingsverband was verbroken.

Aanloop tot de oprichting (1945)

Na de oorlog viel waar te nemen dat men eerst in het bevrijdde zuiden en hoofdzakelijk in de grote steden op energieke wijze een poging waagde om aldaar te komen tot één amateurcentrum, waarin iedere radioman uit de betreffende omgeving onmiddellijk zijn plaats zag. Dat wilde dus zeggen dat in die centra, in feite nieuwe afdelingen waren gevormd, dat of niet onder een voorlopige naam, waarbij de N.V.R.A. en de N.U.R.A, die later in de N.V.R.A. is overgegaan, een meer landelijke actie voerden.

De N.U.R.A. (Nederlandsche Unie van Radio Amateurs) is kort na de bevrijding van Amersfoort door de eerder genoemde W.F. Engel jr. opgericht. In het verslag van de lezing “60 jaar VERON” uitgesproken door Dick Rollema – PA0SE op de DvdRA lezen we:

In Amersfoort heeft het lid Engel van de VUKA de “Nederlandse Unie van Radio Amateurs”, NURA, opgericht en zich met een circulaire tot alle leden van de VUKA gericht. Naar verluidt heeft hij reeds 350 aanmeldingen ontvangen.

Dat “lid Engel van de VUKA” was in 1941 de voorzitter van de afdeling Centrum. Hij bezat kennelijk een ledenlijst van de landelijke VUKA; want hij schreef wel vaker alle VUKA leden aan voor een van zijn activiteiten.

Op 20 en 21 oktober 1945 werd er een Amateur – Radioconferentie in Hilversum gehouden. Dit om alle lokale initiatieven op één lijn te krijgen. De NURA werd niet als zodanig in de notulen genoemd, maar wel in het voorwoord van het boekje “de wording van de VERON”. Uitgenodigd werden de (oud) bestuursleden van alle vooroorlogse regionale radioamateur afdelingen.
In de notulen van de oprichtingsvergadering van de VERON (2) lees ik de samenstelling van onze delegatie vanuit Amersfoort:

  • ex-VUKA afd. Centrum: W.F. Engel Jr. (had geen radioroepletters);
  • ex- NVIR afd. Amersfoort: F. Bennik – PA0OE;
  • J.M.F.A. van Dijk – PA0WT;
  • J. Fortuin – PA0MJ;
  • NVIR HB-lid Jhr. P.J.H. Roëll – PA0WG (call abusievelijk in de notulen vermeld als PA0DW)

Liquidatie van de oude verenigingen N.V.V.R., V.U.K.A. en N.V.I.R.

In 1946 zijn de oude verenigingen, nadat de N.V.V.R. (statuten van de N.V.V.R. waren voor 29 jaar aangegaan, welke termijn per 19 maart 1945 afliep en destijds niet opnieuw is aangevraagd, zodat deze vereniging dus feitelijk reeds eerder opgehouden had te bestaan), hebben besturen en leden van de V.U.K.A. en N.V.I.R. op 7 en 8 september 1946 in buitengewone algemene ledenvergaderingen te Utrecht besloten, de oude verenigingen te liquideren, en alle bezittingen over te dragen aan de V.E.R.O.N.

De eerste jaren van de VERON afdeling (a03) Amersfoort (1945 – 1947)

Het oprichtingsbestuur van de VERON afdeling Amersfoort, zoals we kunnen lezen is de bestuursamenstelling in 1945, 1946 en 1947 divers.

jaartal voorzitter secretaris penningmeester
1945 W.F. Engel jr.
1946 J.A. Koster – PA0KE J.Petrie – PA0PU A. Pothoven / Th. van Keulen – PA0TH
1947 J.A. Koster – PA0KE R. S. Manheim – PA0BT Th. van Keulen- PA0TH

De vermelde amateurs zonder roepletters waren voor mij het lastigst te traceren. Maar gelukkig bood Frank – PA3DTX en het Archief Eemland uitkomst; allereerst met adreslijsten. Hierdoor kon ik toch nog enigszins nagaan wie deze mensen waren. Met mijn kennis van nu, zou ik zo’n oprichtingsbestuur een “zakenkabinet” noemen.

W.F. Engel jr.
Geboren in 1919, woonde op adres van ouders, van Hogendorplaan 7 te Amersfoort. Zijn vader W.F. Engel sr. overleed in 1944 als gevolg van een verkeersongeval. In 1946 vertrok hij naar het buitenland. Dhr. Engel jr. was oud-voorzitter van de VUKA afdeling Centrum en oprichter van de naoorlogse NURA. Bij de opstart van de VERON afdeling Amersfoort was hij twee maanden secretaris en contactpersoon. Zijn bestuurstaak is overgedragen aan OM Koster – PA0KE zo lees ik in de Electron van januari 1946.

J. Petrie – PA0PU
was Elektrotechnisch Ingenieur, woonde tijdens de oorlog op de Huijgenslaan 43 te Amersfoort. In de callijst van 1946 is zijn adres de Johan van Oldebarneveldtlaan 35. Dhr. Petrie werd in 1946 afdelingssecretaris. In 1947 werd het secretarisschap overgedragen aan OM R.S. Manheim – PA0BT.

A. Pothoven
Was van beroep procuratiehouder en woonde op de Bergstraat 2 en woonde samen met zijn broer die hier een IJzerwaren- en gereedschaphandel had. Hij heeft in 1946 als penningmeester de financiële basis gelegd, en daarna overgedragen aan OM Th. A. van Keulen – PA0TH.

J.A. Koster – PA0KE
Woonde aan de Soembastraat 7 te Amersfoort. Was voor de oorlog wijkleider bij de Amersfoortse Luchtbescherming. Zo lees ik in een pamflet uit het boek Amersfoort ’40 – ’45. (De vader van “onze W.F. Engel jr.” was overigens het hoofd van de Amersfoortse Luchtbeschermings Dienst.) Van 1946 tot 1951 was PA0KE voorzitter van de VERON afd. Amersfoort. In 1952 droeg hij het voorzitterschap over aan OM. F. Bennik jr. – PA0OE. Op 23 november 1960 is OM. Koster is op 73 jarige leeftijd overleden.

Th. A. van Keulen – PA0TH
Theo was een van onze oldtimers die reeds voor 1936 actief was. Was penningmeester van 1946 – 1950 en woonde op Kruiskamp 2 te Amersfoort. Geboren in 1911 te Hamersveld, haalde in 1929 zijn onderwijzersakte. Was hier verbonden aan het Buitengewoon Lager Onderwijs. In 1929 was hij als PA0TH al actief met de radiohobby. In Radio Express van januari 1930 vond ik een beschrijving over zijn zelfbouw voedingsapparaat. In mijn artikel “Radio zendgroep activiteiten in Amersfoort en omstreken” staat de brief voor hem over de financiële vergoeding voor zijn (verloren geraakte) ingevorderde zendinstallatie. In 1951 droeg hij zijn penningmeesterschap over aan OM P.M. Simons – PA0PWS. Is daarna verhuisd via Kortenhoef, naar Oss waar hij 14 juni 1987 is overleden.

R.S. Manheim – PA0BT
Onder zijn radiovrienden bekend als Bob, was van 1947 – 1951 afdelingssecretaris en woonde in die tijd in Nijkerk. Hij droeg in 1952 het secretariaat over aan OM B. Kerkhof – PA0QI.
De call PA0BT verkreeg hij na de oorlog. Voor de oorlog behoorde deze call toe aan een andere radioamateur in Texel. In 1953 reisde hij samen met OM Fredrik Bennik – PA0E naar het watersnood rampgebied, maar de extra hulp was toen niet meer nodig.
Velen zullen Bob nog herinneren van zijn lezing in 2007. Bob overleed op 22 april 2012 op de gezegende leeftijd van 90 jaren. Het door onze afdeling geschreven “in memoriam” neem ik graag gedeeltelijk over.
De liefde voor Azië zat in zijn bloed. In de periode 1959 – 1961 werkte hij bij Philips India met als woonplaats Calcutta. Ook na zijn werk heeft hij er veel gereisd – met name in India en Thailand – en lezingen gegeven. Hij woonde er met zijn toenmalige echtgenote, zijn dochter en zoon.
Doordat Bob’s gezichtsvermogen achteruit ging is op zeker moment de radiohobby op een laag pitje komen te staan. In 2007 heeft Bob binnen onze afdeling nog wel een presentatie gegeven over “antennestand”, zijn zelfbouw antenne-indicator aangevuld met verhalen uit de “oude doos”. Zijn echtgenote, met wie hij 57 jaar gelukkig getrouwd is geweest, begeleidde hem toen.

Naoorlogse Zendmachtigingen

Op 2 december 1939 werden alle zendmachtigingen ingetrokken, maar in het Electron van mei 1946 lezen wij over het eerste examen:

Het eerste examen!
Het is soms moeilijk om naast de ongetwijfeld aanwezige bewijzen. dat wij steeds meer normale toestanden bereiken, het feit te aanvaarden, dat dit ook geldt voor onze hobby, voor het zendamateurisme.
Elken dag opnieuw verheugen wij ons er over, dat dit inderdaad zóó is en dat het ons op grond van onzen staat van dienst en onze vriendschappelijke relaties met de autoriteiten thans vergund is, weer bijna geheel “normaal” doen. Een nieuw bewijs voor de sympathie der overheid was voor ons o.a. het eerste examen voor zendamateurs, dat op Maandag 8 April in het gebouw van den Radio-Controledienst te Den Haag heeft plaats gehad.
Met vreugde hebben wij kunnen constateren, dat de moffen wel de gordijnen en bijna den geheelen verderen inhoud van dit gebouw hebben kunnen wegslepen, maar niet den correcten en toch vriendschappelijken geest, die hier heerscht. De eischen voor dit examen, die reeds lang voor den oorlog door bekwame ambtenaren waren uitgestippeld, zijn, zooals bekend, in overleg tusschen P.T.T. en V.E. R.O.N. onveranderd gelaten: het zijn inderdaad ook o.i. minimum eischen voor het beoefenen van een hobby, die sooveel zelfdiscipline en verantwoordelijkheidsgevoel vergt, als de onze.
Wat wij als V.E.R.O.N.-„waarnemers” minder prettig vonden is dit: van de vier “slachtoffers” kwamen er maar twee naar Den Haag, die kennelijk onvoldoende waren voorbereid. Het resultaat bleef dan ook niet uit ondanks de buitengewoon tegemoetkomende houding van den voorzitter der examencommisie; de beide heeren keerden met achterlating van een illusie en vijf gulden huiswaarts.
Laten wij hieruit de leer trekken: grondige voorbereiding voor de werkelijk niet overdreven eischen van het examen is beslist noodzakelijk. Maak er geen kansspelletje van in de: geest van “misschien haal ik het wel, als ze me per toeval iets vragen, wat ik al weet …”! Een hobby, die in staat is, volwassen menschen tientallen jaren te boeien, is het waard, goed voorbereid te worden.
Den betrokken heeren van den RCD zegt de V.E.R.O.N. dank voor de meer dan welverdiende medewerking. Het begin der zend-examens heeft de band tusschen P.T.T. en V.E.R.O.N. wederom hechter gemaakt.
BR.

Meer over de Amersfoortse VERON oprichtingsdelegatie

In het eerste gedeelte over de oprichting van onze afdeling ging ik nader in op onze afdelingsbestuursleden “van het eerste uur”, maar bij het doorvorsen van allerlei archiefstukken, samen met onze Frank – PA3DTX, stuitte we op een aantal dwarsverbanden. Deze zijn te leuk om ze te terzijde te leggen. Ik heb ze gegroepeerd rondom “onze” delegatie die in oktober 1945 naar Hilversum werd afgevaardigd. Wie waren ze, wat waren de omstandigheden, waar woonde ze en hoe oud waren ze toen?

Rond die omstandigheden een woordje vooraf; ten tijde van de conferentie waren persoonlijke zendmachtigingen nog niet teruggegeven. De vermelde roepletters van de gedelegeerden zijn dus indicatief. Immers, op 2 december 1939 waren alle zendmachtigingen ingetrokken. En voor de teruggave van die zendmachtiging moest een verzoek worden ingediend via de VERON aan de PTT. In juni 1946 werd het radio reglement opnieuw bekrachtigd is door HM de koningin. Zij die daarvoor in aanmerking kwamen (*) ontvingen opnieuw hun zendmachtiging.

(*) Soms werd een verzoek afgewezen “wegens onvaderlandslievend gedrag gedurende de bezettingsjaren en de daaraan voorafgaande periode, bijvoorbeeld in de vorm van actief lidmaatschap van de NSB” zo lees ik in het standaardwerk “vijftig jaar VERON, honderd jaar radio” van D. W. Rollema – PA0SE.

Zendexamens voor en na de oorlog

Overigens werd het eerste zendexamen vóór de oorlog gehouden op 19 augustus 1929. Ik heb kunnen herleiden dat toen een minimum leeftijd van 18 jaar gold voor een persoonlijke zendmachtiging. Het laatst gehouden zendexamen vóór de oorlog was op 12 april 1939. Alhoewel voor begin juli nog een examen werd aangekondigd:

Examens Radioamateurs (Radio Expres – 16 juni 1939)
Begin Juli a.s. zal wederom examen worden gehouden tot het verkrijgen van een amateur-radio-zendmachtiging of een verklaring van bevoegdheid tot het bedienen van een amateur-radio-zend-inrichting. Het examen zal in het gebouw Scheveningscheweg 6 te ’s-Gravenhage worden afgenomen en te 19 uur aanvangen. Aanmelding dient te geschieden uiterlijk Maandag 26 Juni 1939. Zij, die aan dit examen wenschen deel te nemen, moeten hun verzoek om een zendvergunning richten tot den Minister van Binnenlandsche Zaken, of om een verklaring van bevoegdheid tot den Directeur-Generaal der P.T.T.

Of dit aangekondigde zendexamen, van begin juli, nog door is gegaan is mij niet gebleken, wel vond ik de volgende berichten:

De amateurbanden voor oorlogsdoeleinden (Radio Expres – 6 october 1939)
Nu in de oorlogvoerende landen en ook in de meeste neutrale landen in Europa het gebruik van amateurzenders tijdelijk is stopgezet, zijn de golfbanden, die voor de amateurs waren gereserveerd, rustige open plekken in de frequentieschaal geworden. Daarvan werd door de Polen te Warschau na het onklaar worden hunner omroepzenders gebruik gemaakt om een noodzender in den 40 m-band in werking te stellen, waarmede o.a. ook berichten naar Engeland werden doorgegeven. Men schijnt te moeten verwachten, dat de oorlogvoerenden ook verder voor noodzenders frequenties in de amateurbanden zullen gaan kiezen. Tijdens den burgeroorlog in Spanje hebben de belligerenten aldaar dit ook reeds gedaan, ofschoon de banden toen niet eens „vrij” waren. Voor de amateurzenders zit er uit den aard der zaak een kwade kant aan dit „tijdelijk leenen” van hun golflengten.

Voorloopig geen examens voor radiozendamateurs. (Radio Expres – 20 october 1939)
In verband met de schorsing van het gebruik van particuliere radiozendinrichtingen, zullen voorloopig geen examens tot het verkrijgen van een amateur-radio-zendinrichting worden gehouden. Aan een eventueel besluit, om de examens opnieuw te houden, zal tijdig in de pers bekendheid worden verleend.
Nà de oorlog werd het eerste zendexamen gehouden op 8 april 1946. Een uitgebreid verslag daarvan staat in mijn vorige stukje “De oprichting van de VERON afdeling Amersfoort”.

De Radioconferentie op 20 en 21 oktober 1945 te Hilversum

Honderd afgevaardigden uit het hele land wisten de weg naar Hilversum te vinden. Dat was in 1945, vanwege de oorlogsschade aan bruggen en wegen, een behoorlijke logistieke operatie. Veel afgevaardigde werden ondergebracht bij Gooise medeamateurs. Voor onze Amersfoortse delegatie was de afstand nog redelijk overbrugbaar.
Ter illustratie voeg ik een detail van een oude ANWB kaart uit 1946 bij. Opvallend is dat de kortste route tussen onze twee steden nauwelijks veranderd is.

De Amersfoortse afvaardiging

In alfabetische volgorde zijn de, correct geschreven, namen, roepletters etc.:

  • F. Bennik Jr. – PA0OE (1910 – 1971)
  • J.M.F.A. van Dijk – PA0WT (1912 – 1973)
  • W.F. Engel Jr. (gb 1919)
  • J. Fortuin – PA0MJ (1912 – 1965)
  • Jhr. P.J.H. Röell – PA0WG (1913 – 1995)

F. Bennik – PA0OE (35 jaar)
Officiële naam “Frederik”, deed in 1930 zendexamen en was dus een zendamateur van de eerste uren. Volgens zijn QSL kaart woonde toen in Bergen NH. In de NVIR lijst in 1938 lees ik z’n nieuwe adres op Kamp 29 te Amersfoort. Ten tijde van de conferentie was OM Bennik 35 jaar.
OM Bennik was tussen 1950 – 1957 lid van de VERON vossenjachtcommissie. In het boekje van Jan Hoek – PA0JNH over de Vossenjachten – Bekerjachten (1935-1965) lezen we:

“OM Bennik – PA0OE, die de vader is van het huidige bekerjachtsysteem genoemd kan worden, wil zelf de uitslag van de slotjacht 1957 bekend maken en tevens zijn tranen tonen bij deze begrafenis.”

In 1953 reisde hij samen met Bob Manheim – PA0BT naar het watersnood rampgebied, maar de extra hulp was toen niet meer nodig. Op 20 november 1971 is hij in Amersfoort overleden, waarna zijn roepletters zijn vervallen.

J.M.F.A. van Dijk – PA0WT (32 jaar)
“Joop” voor zijn radiovrienden, woonde op de van Limburg Stirumlaan 20 (1) in Amersfoort. Hij was een vervent radioamateur en bezat patenten op radio uitvindingen. Op zijn huisadres waren enkele bedrijfjes gevestigd. Tevens kende hij OM Röell – PA0WG goed, omdat die -in 1937- zijn woonadres als zenderlocatie mocht gebruiken. OM van Dijk behaalde in 1938 zelf zijn zendexamen. In 1947 had hij het initiatief genomen tot de oprichting van een RADAR proefstation te Noordwijk aan Zee. Zijn roepletters verhuisde op 1957 naar QTH Noordwijk aan Zee. In het Amersfoortse adresboek van 1959 stond het oude adres nog op zijn naam. Hij had ook een huis te Mont-sur-Rolle in Zwitserland waar hij in 1973 is overleden, waarna de roepletters PA0WT zijn vervallen.

W.F. Engel Jr. (26 jaar)
Willem Frederik, woonde op adres van ouders aan de van Hogendorplaan 7 te Amersfoort. Hij was oud-voorzitter van de VUKA afdeling Centrum en oprichter van de (een paar maanden eerder opgerichte) Nederlandse Unie van Radio Amateurs. (N.U.R.A.) Hij had (nog) geen zendmachtiging. Was in 1945 secretaris van de afdeling en vertrok in 1946 naar het buitenland.

J. Fortuin – PA0MJ (35 jaar)
Jacobus, “Koos” geboren in 1912 te Maassluis, deed zijn zendexamen in 1937. In 1939 staat PA0MJ geregistreerd op het adres Woestijgerweg 142. Hij stond vermeld als “radio-technieker” in de Amersfoortse adressengids van 1940. Op 19 december 1940 gaf hij een demonstratie en voordracht bij de VUKA afd. Centrum over het verschil tussen AM en FM.
In 1953 was hij samen met PA0PWS tijdens de watersnoodramp actief als “station MJ/A”.
In het december nummer van het Electron 1951 lezen wij in het artikeltje “De bekerjachten in 1951” dat OM Fortuin ook een paar jaar lid van de vossenjacht-commissie is geweest. Vanaf 1953 t/m 1961 was OM Fortuin voorzitter van onze VERON afdeling Amersfoort. Tevens was hij van 1958 tot 1964 voorzitter van landelijke VERON Vossenjacht- en Bekerjachtcommissie. OM Fortuin overleed op 22 maart 1965. De roepletters vervielen in 1965.

Jhr. P.J.H. Röell – PA0WG (32 jaar)
Volledig uitgeschreven Jonkheer Pieter Jan Hendrik Röell. De familienaam, van de adellijke tak Röell – de Beaufort, wordt vaak foutief afgedrukt als “Roëll” of “Roell”. Dit is kennelijk als gevolg van typografische beperkingen. De “Ö” is namelijk in Nederland een niet veel voorkomende letter. OM Röell is geboren in Soest en woonde op Huize Schuttershoef te Leusden. Studeerde op het Gemeentelijk Gymnasium. In 1931 slaagde hij op 18 jarige leeftijd voor zijn zendmachtiging. Zijn roepletters PA0WG werden ingeschreven op Leusden. OM Röell was een warm voorstander van selectieve ontvangers, zoals de super hetrodyne, zo staat er in CQ-NVIR te lezen. In de NVIR zendmachtigingenlijst van 1938 woonde hij kennelijk in bij zijn familie W.H. de Beaufort op de Bergstraat 41 te Amersfoort, met als de zenderlocatie Limburg Stirumlaan 20. En dat blijkt weer het woonadres van zijn radiovriend OM van Dijk, die in 1938 PA0WT werd. In de oorlogsjaren slaagde OM Röell voor zijn beroepopleiding Radio Technicus, zo lezen we in Radio Expres van augustus 1941.

Als oud HB lid van de NVIR werd hij afgevaardigd naar de oprichtingsconferentie in Hilversum. Hij was toen dus 32 jaar. Helaas staat hij abusievelijk in de notulen vermeld als Jhr. Roëll – PA0DW (“PA0DW” is een ander persoon). OM Röell verhuisde medio 1946 naar Leusden (B-46) en 1947 naar Bussum waar hij bestuurslid werd van de afdeling ‘t Gooi. Tussen 1946 en 1948 was hij lid van het VERON traffic department. Hij was werkzaam bij de Uitgeverij de Muiderkring. Tot 1987 kwam zijn naam voor op het colofon van Radio Bulletin. Begonnen als adviseur / assistent redacteur en tot slot eindredacteur, maar velen zullen hem kennen van allerlei publicaties van radiotechnische artikelen. Zeer bekend is zijn boekje “Repareren doe het zelf”. OM Röell hield hobby en werk gescheiden, al zijn artikelen waren zonder vermelding van zijn radioroepletters PA0WG.

N.B. Zijn jongere broer Jhr. H.C.C. Röell (R208) was ook actief met radio. In CQ-NVIR uit 1939 lezen we dat hij een 5 meterband voorzetapparaat had ontworpen. Hij behaalde in 1946 zijn zendmachtiging met de roepletters PA0WJ, overigens liet hij deze in 1951
vervallen.

Onze “streekadel op de Utrechtse heuvelrug” had veel grondstukken. Het landgoed “den Treek” (voor velen bekend bij de vossenjagers) behoorde hen destijds toe.

Jhr. E.C.A. de Jonge – PA0WAC uit Doorn was –via de familie de Beaufort- verwant aan de familie Röell.

Wie waren onze eerste naoorlogse radioamateurs en waar kwamen ze vandaan?

Door Eddy( PA0RSM)

Bij haar oprichting moest de VERON “uit de vijver vissen” van de oude groeperingen rond zendamateurs, luisteramateurs en beroepsmatige radiomensen.

In dit schematisch overzicht is ook zien dat tussen 1942-1945, op last van de bezetter, alle verenigingsactiviteiten werden ontbonden. Na de oprichting van de VERON werden de amateurverenigingen NVVR, NVIR en VUKA officieel opgeheven.

Leden toestroom

De leden van NVVR, NIVR en VUKA traden “automatisch” toe tot de nieuw gevormde VERON. In feite was de toelating gebaseerd op het lidmaatschap van de “latende vereniging”. De toewijzing aan een afdeling ging in eerste instantie op basis van woonplaats of persoonlijke voorkeur. Helaas heb ik geen ledenlijsten van die eerste periode op internet gevonden.

De “omstreken” van de VERON afdeling Amersfoort

Met de oprichting van de VERON kwam er een gebiedsherindeling onder de nieuwe afdelingen. Voor de afdeling Amersfoort vallen de grenzen nu globaal samen met het gebied tussen de oostelijke flank van de Utrechtse heuvelrug en de westelijke Veluwe. Eigenlijk kwam onze afdelingsgrens ongeveer te liggen op de waterscheiding rond de Gelderse Vallei en het Eemdal. Dit betekende onder andere dat bijvoorbeeld Zeist, de Bilt, Bilthoven, naar de VERON afdeling Centrum (Utrecht) overgingen.

Concreet bestaat onze afdeling nu uit o.a.: Achterveld, Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten-Spakenburg, De Glind, Den Dolder, Doorn, Eemdijk, Eemnes, Ermelo, Harderwijk, Hierden, Hoevelaken, Hoogland, Hooglanderveen, Huis ter Heide (Utr.), Lage Vuursche, Langbroek, Leersum, Leusden, Maarn, Maarsbergen, Nijkerk (Gld.), Nijkerkerveen, Putten, Soest, Scherpenzeel, Soesterberg, Stoutenburg, Terschuur, Voorthuizen, Woudenberg, Zeewolde en Zwartebroek.

Tussen 1945 en 1946 waren er officieel alleen luisteramateurs, dus begin ik als eerste met de leden aanwas binnen deze groep. Dus gevleugeld gezegde in de radiowereld is “eerst luisteren, dan zenden” was toen helemaal van toepassing.

Luisteramateurs

Voor de oorlog waren er ook in onze regio een aantal luisteramateurs bekend. Afhankelijk van de vereniging waarvan ze lid waren hadden ze een andere voorloopletter als luisternummer, zo schrijft Gerard – PA1AT (v/h PA0YDE) aan mij:

  • LP-nummers zijn lid van de NVVR
  • R-nummers zijn lid van de NVIR
  • L-nummers zijn lid van de VUKA

Onze vooroorlogse luisteramateurs waren:

L-059 W.F. Engel jr van Hoogendorplaan 7 Amersfoort
L-132 J.C. Tjebbes Boulevard 4 Zeist
enR045 P.M. Huybregsen Vlasakkerweg 52c Amersfoort
PAr050 G.A. van Mechelen G. van Stellingwerfstraat 87 Amersfoort
R208 Jhr. H.C.C. Röell Huize Schuttershoef Leusden
R270 H.A. Fugers Kerkstraat 3 Soest

In Nederland waren vóór den oorlog vele kortegolf luisterstations. Bij de eene vereeniging werden zij met een R, bij de andere met een L of BL aangeduid, gevolgd door drie of vier cijfers. Het Hoofdbestuur heeft gemeend niet een van de oude letters te moeten overnemen, doch tot de voor Nederland geldende afkorting NL over te gaan. Voor ons beteekent dat: “Nederlandsch Luisterstation”, terwijl deze afkorting ook door de Engelsch sprekende landen zal worden begrepen. Ook den strijd om lage nummers willen wij niet doen ontbranden, derhalve beginnen wij met de uitgave van:

NL- 101

Aanvragen voor een luisternummer moeten worden gericht tot VERON, Postbus 125, Hilversum, met in den linkerbovenhoek van de envelop de letters NL. De aanvragen worden naar volgorde van ontvangst behandeld, dus wie het eerst aanvraagt, krijgt ook het eerste een nummer toegewezen.

Electron – februari 1946

Een luisteramateur kreeg als VERON-lid het bekende NL-nummer.

Dit is “ons” eerste lijstje van 1945 – 1950:

NL205 L.W. Staalberg Kapelweg 68 Amersfoort
NL245 D. Th. v.d. Berg Denstraat 8 Amersfoort
NL378 K. Knobbe Kelnarystraat 8 Putten
NL463 A. Lodema Borneostraat 12 Baarn
NL663 E.C.A. de Jonge Amersfoortseweg 60 Doorn
NL750 C. van Dijk Jr. Van Zuilen van Nieveltlaan 67 Barneveld
NL782 P.R. Lensselink Nieuwe weg 18 Eemnes

Luisteramateurs werden vaak zendamateur. Uit de “PA0-database” van Remy Denker – PA0AGF lees ik de volgende mutaties tot 1950 voor onze regio:

enR045 PA0QF 1929 – 1989sk P.M. Huybregsen Amersfoort
PAr050 PA0FG 1938 – 1958 H.A. Fugers Soest
R208 PA0WJ 1946 – 1951 Jhr H.C.C. Röell Leusden
NL463 PA0LO 1948 – 1961 A. Lodema Baarn
NL663 PA0WAC 1949 – 1987sk Jhr E.C.A. de Jonge Doorn

Trivia:

Deze “L. Staalberg” is onze luisteramateur NL205 en “School Steehouwer” is beter bekend als het gerenommeerde “Radio Instituut Steehouwer”.

Radio Instituut Steehouwer

Voor de mondelinge dag- en avondcursussen voor de vakken: Radiotelegrafist ter koopvaardij/bij de luchtvaart (Rijkscertificaat); Radiotechnicus (diploma N.R.G.); Radiomonteur (diploma N.R.G.); Radioamateur (Rijksdiploma); Radioreparateur (diploma V.E.V.); Radiodetailhandelaar (diploma V.E.V.).

Van OM Staalberg is geen PA0-registratie bekend, maar dat brengt mij meteen op de groep van beroepsmatige radiomensen.

Beroepsmatige radiomensen en wetenschappers

Deze, voor ons radioamateurs onderbelichtte, groep waren van oudsher vaak georganiseerd in het Nederlands Radio Genootschap, dat op 29 mei 1920 werd opgericht. Er bleek vroeger wel een onderlinge band te bestaan tussen de Nederlandse Vereniging voor Radiotelegrafie en het Nederlands Radio Genootschap, zo blijkt te op te maken uit dit schema met toelichting.

Ofschoon de NVVR en het NRG verschillend waren qua doelstelling en doelgroep was er sprake van overlap tussen beide clubs. De NVVR bezat een stevige wetenschappelijke component in bestuur en ledenbestand, bouwde aan een bibliotheek, onderhield ook buitenlandse wetenschappelijke relaties, bezat een commissie voor technisch­wetenschappelijk onderzoek en schreef prijsvragen uit als ‘een gedetailleerde constructietekening van een golfmeter voor gedempte zowel als ongedempte golven van 300 tot 12000 meter’. De Vereeniging en het Genootschap vulden elkaar aan. We zagen al dat H. Wesselius, prominent lid van de NVVR, tot het bestuur van het NRG toetrad. Een ander voorbeeld van de personele raakvlakken tussen beide organisaties is prof. dr. Cornelis Lodewijk van der Bilt. Hij was hoogleraar zwakstroomtechniek in Delft, betrokken bij de oprichting van de NVVR en daarmee een van de ‘voormannen met den breeden blik’. Hij was ook vanaf het eerste uur lid van het NRG en zou in 1931 de derde voorzitter van het Genootschap worden. Prominente amateur­radiopioniers en NVVR­ers als de eerdergenoemden Idzerda, De Voogt en Koomans, werden meteen lid van het NRG. Laatstgenoemde was een fervent radioamateur, in 1908 gepromoveerd bij prof. Van der Bilt en in 1916 lid van het hoofdbestuur van de NVVR geworden. Hij was hoofd van het Bureau Proefnemingen, Onderzoek en Onderwijs van de Rijkstelegraaf toen hij in 1920 meteen lid werd van het NRG.33 Dat er relaties waren tussen beide clubs spreekt ook uit het gedenkboek dat ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de NVVR in 1926 werd uitgegeven. Verschillende prominente NRG­ers leverden een bijdrage. Hieronder waren voorzitter Elias, vice­voorzitter Van der Pol en penningmeester Dubois.

Toelichting: De fascinatie voor radio deelden de NVVR en het NRG. Waar de NVVR zich vooral richtte op het radiogebruik door amateurs en hun bijdragen aan de radio­ technologische ontwikkelingen, focuste het NRG op de professioneel­wetenschappelijke ontwikkeling van radio. Beide hadden hun eigen communicatiemiddelen. Beide waren ook ingebed in de internationale radiogemeenschap. In de jaren twintig was de scheidslijn tussen de werelden van de radioamateurs en de ­professionals echter niet scherp. Veel professionals waren als amateur begonnen. Deels viste de NVVR en het NRG in dezelfde ‘leden­vijver’. Het NRG wilde geen amateurs. De oudere NVVR wilde zijn professionals echter ook niet kwijt. Het zal in sommige gevallen tot loyaliteitskwesties bij leden hebben geleid. De overlap van interessegebieden bemoeilijkte pogingen tot afbakening.

Bron: Een geschiedenis van het Nederlands Elektronica en Radio Genootschap (NERG

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat als wetenschappers aspiraties hadden op radioamateurgebied, zij dat dan deden vanuit een radioamateurvereniging, zoals de NVVR, NVIR of VUKA en na de oorlog de VERON.

Voor de buitenwereld was het NRG voornamelijk bekend vanwege haar vakexamens Radio Monteur en Radio Technicus, die zelfs tijdens de bezettingstijd nog werden afgenomen.

In 1963 speelde Elektronica zo’n grote rol, dat het NRG de naam wijzigde in Nederlands Elektronica en Radio Genootschap (NERG). Maar op 13 december 2013 heeft het NERG besloten zich op te heffen. De activiteiten werden overgedragen aan de afdeling Telecommunicatie van het KIVI. Bij de opheffing bedroeg het aantal NERG leden circa 700 personen.

Van het NERG heb ik helaas geen ledenlijst kunnen vinden van vlak na de oorlog, maar er komen ongetwijfeld “dubbelleden” voor in onze VERON afdeling.

Raakvlak wetenschap met praktijk

Op 4 augustus 1927 het Wetenschappelijk Radio Fonds Veder opgericht, dat (kort samengevat) tot doel heeft “de bevordering van de ontwikkeling van de wetenschap en techniek op het gebied van radio-telegrafie, radio-telefonie en radio-televisie”.

Vandaag de dag kennen wij het “VEDER fonds” van de jaarlijkse prijsuitreiking aan de radioamateur van het jaar. Pas sinds 1963 wordt op voorstel van het hoofdbestuur van de VERON jaarlijks een “amateur van het jaar” benoemd. Deze ontvangt een wisselbeker en een oorkonde.

Binnen onze afdeling Amersfoort zijn er drie radioamateurs benoemd tot “radioamateur van het jaar”; te weten in 1988 Jaap van Nieuwkerk – PDoDBD en in 2008 Koos Sportel – PA3BJV en Hilde Sportel–Janssen – PA3EKW.

Met het VEDER fonds is de verwantschap tussen de beroepsmatige radiogebruiker, wetenschap en het radioamateurisme versterkt. Het bevestigd tevens de woorden “Experimenteel Radio Onderzoek” in onze verenigingsnaam.

Radiozendamateurs

Oude zendmachtigingshouders diende voor het terugkrijgen van hun oude roepletters een verzoek aan de PTT te richten via de VERON. De rol van de VERON was om organisatorische redenen zo lees ik in de Electron van januari 1946.

Aanvragen voor een zendmachtiging kunnen onmiddellijk worden ingediend via de V.E.R.O.N., Postbus 125, Hilversum; om organisatorische redenen is deze weg gekozen. De amateurs, die reeds voor den oorlog in het bezit zijn geweest van een zendmachtiging zullen in het algemeen geen nieuw examen behoeven te doen. Gegadigden voor een nieuwe zendmachtiging kunnen eveneens een verzoek tot het verkrijgen hiervan indienen, als zij van meening zijn, te voldoen aan de hiervoor door P.T.T. gestelde eischen. De afdeelingssecretarissen zullen aan• gegadigden deze eischen desgewenscht doen toekomen. Het houden van examens zal nog nader door P.T.T. worden vastgesteld.

Electron 1946/1 blz. 12

De beslissing tot toekenning van de oude persoonlijke roepletters lag uiteraard bij de PTT. Maar zoals eerder geschreven diende men wel van onbesproken gedrag geweest te zijn.

Vanaf het voorjaar in 1946 werden er ook weer radioamateurs zendexamens gehouden en kwamen er dus ook weer nieuwe roepletters bij. Actieve PA0-roepletters op enig moment geregistreerd in onze regio Amersfoort tussen 1945 en 1950.

Call Naam QTH Licentie Vervallen
PA0OE F. Bennik jr Amersfoort 1930 1971
PA0QF P.M. Huijbregsen Amersfoort 1931 1989
PA0WG Jhr P.J.H. Röell Amersfoort 1931 1982
PA0KSK I.G. Knottnerus jr Soest 1935 1999
PA0KE J.A. Koster Amersfoort 1936 1960
PA0TH Th. A. van Keulen Amersfoort 1936 1987
PA0MJ J. Fortuin Amersfoort 1937 1965
PA0FG H.A. Fugers Soest 1938 1958
PA0WC W. H. de Beaufort Amersfoort 1939 1952
PA0WD/PA3BEP W.S.F. Draisma Amersfoort 1938 1981
PA0WT J.M.F.A. van Dijk Amersfoort 1938 1973
PA0ZR>VE1ABS P. Loose Amersfoort 1939 1951
PA0FM H.M. Maas Amersfoort 1946 1954
PA0QE H.G. Koffijberg Ermelo 1946 >1989
PA0QR J.H. de Goede Amersfoort 1946 1973
PA0WJ Jhr H.C.C. Röell Leusden 1946 1951
PA0DV D. de Vries Ermelo 1947 1977
PA0ADJ A. Derksen Amersfoort 1947 1980
PA0LO A. Lodema Baarn 1947 1961
PA0BT R.S. Manheim Nijkerk 1948 2012
PA0BRG J.W.P. v.d. Berg Amersfoort 1948 1960
PA0RZ P.W. Slavenburg Leusden 1948 2011
PA0YV G. van der Woude Voorthuizen 1948 1979
PA0WAC Jhr E.C.A. de Jonge Doorn 1949 1987
PA0AAF A.A.F Lagewey Amersfoort 1950 1952
PA0QI B. Kerkhoff Soest 1950 1957

Ledenaantallen per 31 januari. Helaas zijn van 1947 geen gegevens bekend. N.B. ons ledenaantal schommelde in de jaren ’50 en ’60 rond de vijftig.

Ballotage

Door het besluit van de 5e VR•vergadering worden in ‘t vervolg iedere maand nieuwe leden ter ballotage opgenomen in “Electron”. Volgens het H.H. Reglement dienen bezwaren tegen toetreden binnen 14 dagen na het verschijnen van dit blad bij het betreffende afdelingsbestuur te worden ingediend.

(Electron 1947 oktober, blz. 369)

Medio 1947 werd voor nieuwe leden een ballotage ingevoerd en landelijk bekend gesteld. Voor die tijd meldde men zich aan bij de afdeling. Dit valt af te leiden uit de oude Electron’s.

De leden aanwas tussen 1947 en 1950 in onze regio:

  • 1947/8 C. P. Israël-v. d. Zee, Hertog Hendriklaan 5A, Baarn
  • 1948/2 J. Kortes, Leusderweg 170, Amersfoort.; C. A. v. d. Pol, Oude Soesterweg 91, Amersfoort
  • 1948/4 Dubiez, ‘t Stort Zuid 11
  • 1948/7 van Rekkum, Sanatorium “Sonnegloren” Soest
  • 1948/10 H. Jole, Braamweg 108, Soest.
  • 1948/12 Visser, Amersfoortschestraatweg 108, Soesterberg
  • 1949/3 Koelewijn, Dorpstraat 24, Bunschoten; de heer Simons, Stadhouderslaan 17a, Soestdijk
  • 1949/6 Kpl. H. K. de Boer, Leerl. S.R.O.P. Du Moulinkazerne, Soesterberg
  • 1950/1 F. de Groot, Brabantsestraat 15; B. Kerkhoff, Lange Brinkweg 49e, Soest
  • 1950/3 N. Hilberts, Westerstraat 16; F. Verkaik, Stephensonstraat 65
  • 1950/4 Nijveldt Jr. Schimmelpenninckstraat 64-a
  • 1951/1 A. F. H. de Roo, P. J. Troelstralaan 34, Amersfoort; E. Th. Smink, Aldegondestr. 53, Amersfoort

Activiteiten van de VERON afdeling Amersfoort

Bijeenkomsten

Met ingang van 19 december 1945 worden op de derde dinsdag maandelijks bijeenkomsten gehouden, kennelijk nodigt men uit via een convocatie want in de Electron lees ik nergens waar en hoe laat de afdelingsavonden gehouden werden, maar er zijn wel regelmatig in de krant hiervan aankondigingen te vinden (archief Eemland) en werden gehouden in het Volksgebouw (Snouckaertlaan in Amersfoort). Na afloop werden ze overigens wel beschreven in Electron onder “Afdeelingsberichten”, omdat veel sprekers elders in het land ook werden uitgenodigd, geef ik toch even een kleine niet complete opsomming uit de Electron (jaar/maand):

Activiteit / Lezingen – gespreksonderwerpen

  • 1945/12 OM Fortuin – PA0MJ verschil AM/FM
  • 1946/1 bestuursverkiezing – zendvergunningen en maatregelen tegen ongeoorloofd zenden
  • 1946/3 verslag VR, verkoop onderdelen voor Radiofonds, causerie over antennes door de OM Petrie
  • 1946/4 toepassingsmogelijkheid van een 4330 kHz kristal door OM Bennik
  • 1946/5 Huishoudelijke Vergadering – voordracht over “Negatieve Terugkoppeling” door OM Fortuin
  • 1946/6 vermelding eerste zendexamen: geslaagd H. de Goede – PA0QR, Eemstraat 82 en OM van Leeuwen demonstratie RNW Stereofonische uitzending
  • 1946/7 OM Huis – PA0AD wat komt er technisch voor kijken bij omroepuitzending
  • 1946/8 praatavond
  • 1946/10 lezing Peilontvangers door OM Petrie
  • 1946/11 ledenvergadering
  • 1946/12 OM Manheim causerie over “Tegenkoppeling”
  • 1947/1 bijeenkomst met 19 leden, demonstratie ontvanger van OM de Goede – PA0QR – bestuursverkiezing en verslag van een excursie van 14 personen naar van der Heem (Den Haag)
  • 1947/1 excursie 14 personen naar van der Heem – Den Haag
  • 1947/3 OM van Weel PTT grote aantallen telefoongesprekken via UKG verbindingen
  • 1947/5 voordracht H.C.C. Roëll – radar praktijk (AD) – Volksgebouw
  • 1947/6 super heterodyne principe (AD) – Volksgebouw
  • 1948/1 Televisie in Engeland (AD) – Volksgebouw
  • 1948/10 OM Huis lezing reportages in het omroepbedrijf
  • 1948/12 OM Koch causerie over reparatie van radiobuizen
  • 1949/11 OM Donk PTT mobilofoon in de 4 meter band
  • 1949/12 OM Arends Oscillator frequentie stabiliteit
  • 1950/12 OM Veldkamp een demonstratie met de “Solovox”

  • 1946-359 Op 3 Oct. arriveerde per dubbeldeksautobus OM J. Petrie uit Amersfoort in het jachtgebied van de afd. Apeldoorn. Tesamen met zijn jachtgenoot OM Bennik, oOE, slaagde hij er in als eerste “De Bouwhof” binnen te dringen en werden eerste bij deze vossenjacht te Apeldoorn
  • 1947-22 OM Petrie wordt 7e in Zutphen
  • 1947-158 vermeld dat OM Petrie lid is van de vossenjachtcommissie
  • 1947-234 Aankondiging bekerjacht op 24 augustus (Précisiejacht) Amersfoort.

  • 1947 -363 Verslag vossenjacht van de Precisie-Bekerjacht van 24 augustus te Amersfoort
  • 1950 -259 Zondag 18 juni. Verzamelplaats: Restaurant “De Mof”

Afd. Amersfoort.

Bekerjacht voor district Centrum op 28 Augustus (1949). De secretaris van de afd. Amersfoort deelt mede, dat op 28 Augustus in het district Centrum een bekerjacht zal worden gehouden. Vos wordt PA0MJ. De startplaats is: hotel “de Mof”, op de weg Amersfoort naar Woudenberg. Start om 11 uur. Prima jachtterrein!

De tweede bekerjacht, georganiseerd door de afdeling Amersfoort zal op Zondag 18 Juni (1950) gehouden worden. De verzamelplaats is het Restaurant “de Mof” aan de Rijksweg Amersfoort-Woudenberg.

Artikelen van onze afdelingsleden in de Electron (jaargang-blz.)

  • 1947-57 Hams in ‘t centrum. Opgelet! – OM Röell – PA0WG
  • 1947-73 Een variabele kritsaloscillator – OM Bennik – PA0OE
  • 1948-176 Zekeringen, minder dan 6 A, in de shack – J. A. Koster – PA0KE
  • 1948-176 Steeksleutel voor moertjes – J. A. Koster – PA0KE
  • 1948-228 Antenneproblemen – J. A. Koster – PA0KE
  • 1949-449 Ongedempte trillingen: Werken met Duitse stations – Fortuin – PA0MJ, Amersfoort

Trivia

  • Voor de eerste VR op 9 maart 1946 heeft de delegatie vanuit Groningen onderdak gevonden in Amersfoort.

In Memoriam

Steef Waardenburg

Op 26 Augustus (1946) overleed te Soest Steef Waardenburg in den leeftijd van 21 jaar.

Reeds langen tijd aan zijn bed gekluisterd, leefde hij in de overtuiging, dat hij beter zou worden …

Hij was sterk in zijn vak geïnteresseerd en knutselde op zijn ziekbed nog zooveel hij kon. Zag het er naar uit, dat in zijn ziekte een aanmerkelijke verbetering zou komen, het heeft niet mogen zijn. Het einde van dit jonge leven kwam zeer plotseling.

BESTUUR AFD. AMERSFOORT. (Electron 1946 – blz. 364)

Nieuws uit Amersfoort: Het gezin van OM J. W.
P. van den Berg, PA0BRG is op 26 Mei (1950) verrijkt met
een zoon: Dick Simon. Onze gelukwensen!

IN MEMORIAM

Na langdurige ziekte is van ons heengegaan ons lid, de heer

J. L. TERBRUGGEN

21 November 1948

Het bestuur van de afdeling Amersfoort

Slot

Waarom heb ik ook dat weer allemaal uitgezocht, zult u zich afvragen? Dat heeft toch allemaal te maken met het opzoeken rond het radioverzet in de tweede wereld oorlog. En dan kom je allerlei “bijvangsten” tegen. En als je dan ook nog de namen van verschillende mensen onthoud, kom je snel tot een verhaaltje, maar als u aanvullingen heeft, houd ik mij aan bevolen!

Rest mij een woord van dank uit te spreken aan Frank – PA3DTX voor het onvermoeibare speuren in archieven en op het internet. Gerard Nieboer – PA1AT voor het beschikbaar stellen van fotokopieën van de fraaie oude QSL kaarten. En “last but not least” onze algemeen voorzitter Remy Denker – PA0AGF voor de inzage in zijn uitgebreide privé “PA0- database”.

Bronnen:

  • “De wording van de Veron” – notulenboekje november 1945
  • Verslag van de lezing “60 jaar VERON” Dick Rollema – PA0SE
  • 50 jaar VERON, 100 jaar radio – van D. W. Rollema – PA0SE
  • Historische QSL-kaarten verzameling Gerard Nieboer – PA1AT
  • 2015 – 70 jaar VERON serie “het ontstaan van de VERON” – PA3AGF (PA0AGF)
  • Maandblad Electron (1945 – 1950)
  • https://a03.veron.nl/ tab: afdeling > archief
  • https://a03.veron.nl/ tab: afdeling > Uit de oude doos
  • https://archiefeemland.nl
  • http://www.vederfonds.org/
  • https://www.kivi.nl/afdelingen/telecommunicatie/nerg/archief-nerg-tijdschriften-nederlands-electronica-en-radiogenootschap
  • https://www.oldtimersclub.info/otc_sk.html
  • Enceclopedea voor de luisteraar van 1939
  • (1) http://www.nvhr.nl/brands/Aetherkruiser.htm
  • https://archiefeemland.courant.nu/issue/ADA/1942-01-01/edition/null/page/541?query=J.%20Petrie&sort=relevance
  • https://archiefeemland.courant.nu/periodicals/ADA
  • http://nvhrbiblio.nl/biblio/tijdschrift/Radio%20Expres/1930/Radio%20Expres%201930-02-OCR.pdf
  • https://www.genealogieonline.nl/stamboom-pasman/I67758.php
  • https://docplayer.nl/26952488-Veron-bekerjachten-en-vossejagersconferenties.html
  • https://ardf.veron.nl/wp-content/uploads/Documenten/Vossenjachten_-_Bekerjachten_(1935-1965).pdf
  • https://www.oldtimersclub.info/otc_sk.html
  • https://www.cryptomuseum.com/manuf/nrp/files/nrp_40.pdf
  • VR-stukken archief Jan Hoek (PA0JNH)

 

PAoADJ – een van de zeven Amersfoortse radiozendamateurs (22-11-1947)

Zijn werk is tevens de hobby van de heer Derksen

Vergenoegd glijden de blikken van de heer Derksen over de hoge stalen gevaarten, waarop rode lampjes gloeien.

“Hallo PAoROB ik ga eindigen, want er stapt net bezoek binnen.” De heer A. Derksen, een van de zeven Amersfoortse zendamateurs, neemt de koptelefoon af, zet de handmicrofoon op een tafeltje en heet ons hartelijk welkom in zijn “radiostation” aan de Woestijgerweg. Het kamertje is klein, maar de inhoud is kostbaar. Langs de rechterwand staan de grijsgeschilderde instrumenten, tezamen een zend- en ontvanginstallatie, die er wezen mag. De linkerwand is geheel bedekt met kleine kaarten, alle bevestigingen van tot stand gekomen verbindingen. Leusden, Deventer, New Zealand, United States, Japan, lezen wij…

Grootste installatie van Amersfoort

„Op het ogenblik zijn we nog met z’n zevenen in Amersfoort”, vertelt de heer Derksen, “maar binnenkort is de achtste zendamateur in onze stad te verwachten. Hij heeft zojuist met goed gevolg examen gedaan en is momenteel druk bezig met het bouwen van zijn apparatuur.” Zijn blikken glijden vergenoegd over de hoge stalen gevaarten, waarop rode lampjes gloeien, naalden over witte schijven nerveus heen en weer trillen en een kartonnen kaartje met vervaarlijke letters de bezoekers waarschuwt toch vooral het koperdraad niet aan te raken.” Hoogspanning 1000 volt”.

Zelf gebouwd

„Zelf gebouwd”, vertelt de heer Derksen „en ik mag wel zeggen, geloof ik, dat het de grootste installatie is in Amersfoort. Ik denk dat er ongeveer 600 amateurs in Nederland zijn. Ons doel is experimenteren op radiogebied, een liefhebberij, die zoveel kennis en doorzettingsvermogen vereist, dat men wel hartstochtelijk radio-enthousiast moet zijn, wil men bevredigende resultaten bereiken. Alleen het bouwen van een installatie vereist al, behalve een flinke dosis kennis, enorm veel geduld en wilskracht. De yankees doen dat anders. Die kopen vaak de installatie compleet, zo echt op z’n amerikaans weet U wel. Dat noem ik geen experimenteren meer. Ja, het is telkens weer een sensatie verbinding te hebben met iemand, die daar op zijn kamertje, misschien honderden of duizenden kilometers ver weg, zit te zoeken naar een Hollander, een Jap of een Brit, die in de lucht is.

Belangrijk werk

“Ja en als je dan zo aan je, toch betrekkelijk moderne toestellen zit te werken denk je nauwelijks aan de pioniers. En toch hebben die eerste zendamateurs ontzaglijk veel en belangrijk werk voor het radio verkeer gedaan. Weet U wel dat het eerste radiocontact over de Atlantische Oceaan door een Amerikaans amateur is gelegd? Dat was in 1920. Hij kwam toen in verbinding met een Frans amateur. Wat zijn we nu al een heel stuk verder.” De Veron – Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland – waarvan alle amateurs in ons land deel uitmaken werd in October ’45 opgericht. Voor de Duitsers ons het werken onmogelijk maakten waren ze verenigd in de Nederlandse Vereniging van Internationaal Radio-amateurisme. Ik zelf zend eerst sinds Maart van dit jaar, hoewel ik al veel langer, eigenlijk van mijn jeugd af, in alles wat met radio te maken heeft mijn neus heb gestoken. Ik ben trouwens radio-technicus bij de P.C J.-zender in Huizen. U ziet, mijn werk is tevens m’n hobby.

80 meterband

“Kijk,” ze vervolgt hij, “ik ga nu werken op de 80 meterband. Amateurs gebruiken verder nog de 20 meterband voor Europa en de 10 meterband voor wereldverkeer. Wat op het toestel in Uw huiskamer hoogstens een centimeter lang is, is hier wel twee decimeter, ziet U wel. Inderdaad, we zien het. Maar het geluid, dat zulk een gedifferentieerde band produceert, is even erg, zo niet erger, als het gekraak, gebrul en geloei in de huiskamer.”

De heer Derksen controleert de toestellen, draait aan een paar knoppen en onderzoekt of de antenne hem niet in de steek laat. De rode lampen flikkeren als geheimzinnige, dreigende ogen. Uit de luidspreker van het ontvangtoestel voor het raam dreunen de stemmen van twee Amersfoortse amateurs die samen een praatje maken alsof ze gezellig in de huiskamer een kopje thee zaten te drinken ”…en daar kwam me een regenbui zeg. Ik maakte dat ik binnenkwam…” Onze gastheer zoekt verder. Een Engelsman met een Zwitser: “…I really do hope we sall meet again…”.

Engels voertaal

QSL – “Geef mij bevestiging van ontvangst”. Dit is de kaart welke de heer Derksen hiervoor gebruikt.

„Engels is de voertaal in de lucht”, lacht de heer Derksen. En dus moest ik het ook leren. Alles wat ik er van weet heb ik van de zender opgestoken.

Tjonge, wat is er een Q.R.M. vanavond. Sorry, dat begrijpt U niet. In de radiowereld gebruiken we natuurlijk veel codes: Q.R.O. betekent bijvoorbeeld: „Hoe ontvangt U mij”. Q.S.L. is: ,,Geef mij bevestiging van ontvangst”. Dat verzoek heb ik zelf ook al honderden keren gedaan. Daar aan de muur ziet U het resultaat. Maar we zullen het eens gaan proberen.

De zender wordt ingeschakeld: “Algemene oproep, algemene oproep, hier de zender P.A.o.A.D.J. te Amersfoort met een speciale uitzending voor de pers.” Minutenlang slingert de „omroeper” zijn boodschap door de lucht. Naar Leusden, naar Deventer, België, Engeland, Zwitserland en Amerika. Over bijna de ganse wereld klinkt op dit ogenblik deze stem uit Holland, hier duidelijk en ginds misschien nauwelijks verstaanbaar.

Dan wordt van zender naar ontvanger overgeschakeld. Zou iemand zich melden? Weer braakt het toestel brokstukken van gesprekken: gelach. Hello old boy. Daar komen ze met de thee binnen, dus neem ik voorlopig afscheid van je. I went to Birmingham. Ik heb me een aap gelachen. I do not know …

Contact

Plotseling herkennen we samen – de bezoeker met een kreet van verrassing vanwege het onbekende en de “operator” met het gezicht van de man met ervaring – Engelse zinnen, gesproken met een Duits accent dwars door een geraas en een gedonder, dat je door merg en been gaat. Onverstaanbaar zijn ze haast, maar telkens keert er in terug: A.D.J… A.D.J… Verder komen we helaas niet en voor vanavond moeten we de man – een Zwitser fluistert de heer Derksen me toe – laten schieten. Maar de band wordt verder afgezocht en daar meldt zich, veel duidelijker, een Nederlander, een Deventenaar, P.A.o.O.C.M. die vertelt wat malheur te hebben met zijn spullen. Over en weer worden rapporten uitgebracht en dan wordt de vraag gesteld, wat dat is met die uitzending voor de pers. De heer Derksen legt hem uit dat “Het Dagblad voor Amersfoort” hem interviewt over het zendamateurisme. P.A.o.O.C.M. weet er ook heel wat van te zeggen en al heeft onze Amersfoorter dat alles al verteld, we laten hem praten. Want juist door zulk enthousiasme wordt deze kostbare, maar nuttige liefhebberij, gedragen.

Bron: Dagblad van Amersfoort — 22 november 1947

Radiozendgroep activiteiten in Amersfoort en omstreken tijdens de tweede wereldoorlog

Door Eddy Krijger (PAoRSM)

Voor zover na te gaan heeft de radioactiviteit in de stad Amersfoort tijdens de oorlog op een laag pitje gedraaid. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben omdat nog voor het uitbreken van de oorlog iedere zendamateur een schrijven van de overheid kreeg om de radiozenders in te leveren (3). Tijdens de oorlog is het verbod voor alle burgers uitgebreid om ook hun radio ontvangers in te leveren.

(Anekdote: niet iedereen leverde zijn ontvanger in, zo hebben mijn ouders -die in Hilversum woonde- hun radio ontvanger in een grote dicht gesoldeerde zinken doos achter in de tuin begraven en na de oorlog weer in gebruik genomen).

Onze afdelingspenningmeester van het eerste uur, OM van Keulen – PAoTH, heeft een vergoeding ontvangen omdat na de oorlog zijn ingevorderde zender spoorloos bleek te zijn verdwenen (1).

Met het inleveren van radioapparatuur verdween de kennis natuurlijk niet. Veel amateurs hielden onderdelen in voorraad. Verder kenden de amateurs elkaar en wisten vaak ook wie te vertrouwen was. Van die kennis maakte het verzet graag gebruik. In het hele land formeerden zich zogenaamde radio zendgroepen, die het verzet kon ondersteunen met radioberichten. Een bijzondere verzetswerk episode was het berichtenverkeer met Engeland. Hiervoor werden geheimagenten ingevlogen / geparachuteerd. Zij kenden datum, tijd, frequentie, procedure en de te gebruiken codesleutel. Een probleem was altijd of die persoon te vertrouwen was.

Zo lezen we in “Amersfoort ’40 – ‘45” deel 2 van J.L. Bloemhof (pag. 109) onder het kopje “De raadselachtige figuur van W.T.”:

Wonderlijk genoeg ging W.T. zich na dit verraad gewoon weer aan het verzetswerk wijden. Hij dook onder bij zuster Balk in het rusthuis Plantwijck te Bilthoven, vermomde zich als verpleegster en liet zich ‘zuster Willy’ noemen. Hij installeerde een uit Amersfoort overgebrachte zender op de tweede verdieping van het pand. Dokter Brouwer, huisarts in Bilthoven, was al een tijdlang op zoek naar een marconist die berichten naar Engeland kon seinen. Hij kwam in contact met W.T. en samen hebben zij gedurende anderhalf jaar contact met Engeland gehad, volgens dr. L. de Jong met de zender Bristol. Deze was waarschijnlijk in de zomer van 1940 gebouwd in opdracht van J. Medenbach-de Rooij. Met de zender werden ook berichten verzonden van de adelborst J. C. Meijer, die zijn rapporten ondertekende met AC.

Opvallend is dat W.T. in die tijd de mensen van de illegaliteit waarschuwde voor Anton van der Waals. Hij was een van de weinigen die Van der Waals doorhad. Overigens werden zijn waarschuwingen door iedereen genegeerd.

Onze regio was het gebied van de radiozendgroep “Centrum”. Ik heb niet veel verzetsradioactiviteit vanuit Amersfoort en omgeving kunnen terugvinden. Wel was er indirecte ondersteuning met het opvangen van droppingen uit Engeland. Zo worden er droppingen in de Eempolder vermeld en lees ik in een andere bron dat er bij veehouder Jan Brouwer in de Eempolder op een gegeven moment 23 stuks kofferzendontvangers waren opgeslagen. Hij kreeg zijn eerste klus in oktober 1940 toen hij bij een dominee in Grijpskerk een zender moest ophalen. Deze moest hij overdragen aan Johan Engel, een lichtdrukker die aan de Muurhuizen in Amersfoort woonde. Ook kwam Brouwer in contact met Jan Thijssen die zich bezig hield met het opzetten van een zenderpark door heel Nederland, aanvankelijk voor de OD. Brouwer zorgde voor adressen waar zenders geplaatst konden worden. Hij kon dit doen, omdat hij als veehandelaar bij veel boeren door heel Nederland kwam. Zo werden er zenders geplaatst bij boer De Jong, op de boerderij de Fokkamp in Hoogland en bij Gerrit Krijnen van garage de Ham eveneens in Hoogland. Later kwamen daar nog zenders bij op verschillende lokaties in de Hooglandse polders en Brouwer installeerde op zijn eigen boerderij een zender. Deze stond in rechtstreekse verbinding met de regering in Engeland en werd bediend door Jan Thijsen. Later werd deze zender ondergebracht in een afgelegen schuur, compleet met een aggregaat voor de opwekking van elektriciteit. Vanaf dat moment mocht de zender alleen nog bediend worden door de marconist Andries Ausems, die zo de verbinding met Londen onderhield.Er is ook een verslag van een geheimagent de heer van Schendel die uit Hoogland (Den Ham) naar Amersfoort reisde met een zender (2):

Hoe het ook zij, Van Schendel reist met een Engelse kofferzenderontvanger door het gehele land, zodat hij van elk zendadres slechts eens in de vijf of zes weken gebruik behoeft te maken. Met de veelvuldige controles in treinen en bussen is het transport van de zender een riskante onderneming. Vaak heeft zijn vrouw of de echtgenote van één van de medewerkers het toestel onder haar berusting omdat vrouwen minder gevaar lopen. Soms gaat het bijna fout. Van Schendel: “Bij mijn vrienden in den Ham bij Amersfoort zou ik een uitzending verzorgen. ik was deze maal alleen. Ik had een tweetal spoed telegrammen, die beslist weg moesten. Het ging hopeloos slecht. Zoolang ik bezig was, stonden een zoon en een knecht op den uitkijk om bij gevaar zoo mogelijk nog te kunnen waarschuwen. Na anderhalf uur onafgebroken tobben, kon ik eindelijk de boel afbreken. Toen op de fiets terug naar Amersfoort, doch een eind voor Amersfoort werd ik aangehouden door 2 politiemenschen in burger, die mijn bagage wenschten te onderzoeken. Je denkt onmiddellijk, ze hebben een grove peiling gedaan en zetten nu de wegen af. Uiterlijk heel kalm haalde ik mijn legitimatiepapieren van de PTT tevoorschijn en zei “ik heb mijn meetapparaten van de PTT in mijn koffer, heb in den Ham bij de radiocentrale metingen moeten verrichten” en deed gelijkertijd mijn koffer open. “In orde mijnheer, gaat Uw gang”. Ze hadden mijn hart kunnen hooren bonzen. Misschien was het slechts controle op het vervoeren van levensmiddelen, doch in zo’n geval spreekt je slechte geweten”.

Ik lees in het boek “Amersfoort ’40 – ‘45” (blz. 231) dat op de boerderij van veehouder Jan Brouwer, de schuur van fietsenmaker Krijnen aan de Hamseweg of bij drukkerij Engel aan de Muurhuizen 55 een van de eerste vergaderingen zijn gehouden van de Raad van Verzet.

In 1943 was oprichtingsvergadering aan de Stationsstraat 28a te Amersfoort een feit. Dat is ook te lezen aan de gevel van dat woninghuis.

Onder de Raad van Verzet werden veel radio-zendgroepen organisatorisch onder gebracht. Zo lees ik dat de kring Hilversum ook gebruik maakte van de Eempolder. Men zond bij voorkeur uit vanaf het platte land, zodat men peilauto’s tijdig zag aankomen.

Vertrouwen en verraad lagen soms dicht naast elkaar. Bekend is dat een aantal opgepakte verzetsmensen zo onder druk gezet zijn dat zij meewerkten om een dubbelrol te spelen. Door deze dubbelagenten (o.a. de eerder genoemde “Anton van der Waals”) zijn de nodige radioamateurs uit de illegaliteit in handen gespeeld van de bezetter. Bekend is dat een aantal van deze opgepakte radioamateurs via Kamp Amersfoort naar de beruchte kampen zijn doorgezonden. Helaas zijn een groot aantal van deze radioverzetsmensen daar omgekomen. Zij komen voor op de lijst van postume ereleden van de VERON (4).

Tekst en onderzoek Eddy Krijger (PAoRSM), ik nodig de lezer uit om met mij verhalen te delen die nog meer licht geven op de Amersfoortse radio(zend)activiteit in de tweede wereldoorlog via pa0rsm@veron.nl.

Geraadpleegde bronnen:

J.L. Bloemhof – Amersfoort 40-45 – deel 1 en 2
D.W. Rollema (PAoSE) – Vijftig jaar VERON / 100 jaar Radio
(1) blz. 234; (2) blz. 214) ; (3) blz. 148/149; (4) blz. 494/495
https://nl.wikipedia.org/wiki/Raad_van_Verzet
https://nl.wikipedia.org/wiki/Radiodienst_van_de_Raad_van_Verzet
https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/3150
https://nl.wikipedia.org/wiki/Zendgroep_BI-Radiodienst
https://nl.wikipedia.org/wiki/Englandspiel
https://a03.veron.nl/historisch-overzicht/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anton_van_der_Waals
http://www.historischekringhoogland.nl/2012-3-2.html
http://hooglanderveenhub.net/artikel/111330024/verzet-in-de-oorlogsjaren

75 jaar VERON – 75 jaar VERON Amersfoort

meer dan 75 jaar radio-amateur activiteiten vanuit
Amersfoort en omgeving

In het kader van de viering van 75 jaar VERON en dus 75 jaar VERON AMERSFOORT (a03), zijn wij eens in de geschiedenis van onze afdeling gedoken.

Voor de oorlog zijn er drie verenigingen van radioamateurs werkzaam geweest, n.l.: de NVVR (opgericht 19 maart 1916), de NVIR (opgericht 26 februari 1928) en de VUKA (opgericht 12 november 1934). Uit een lijst van houders van een amateur radio zendmachtiging (juni 1938) blijkt dat de meeste amateurs in de omgeving van Amersfoort lid waren van de NVIR. In eerste instantie waren wij daar ingedeeld bij de afdeling Centrum, welke later werd opgesplitst in drie onderafdelingen en wel: Utrecht en omstreken, het Gooi en Amersfoort.

Per 1 januari 1942 werden deze verenigingen onder druk van de bezetter opgeheven en hun bezittingen in beslag genomen, zodat het verenigingsverband was verbroken.

Na de bevrijding werd vooral in de grote steden op energieke wijze een poging gewaagd om aldaar te komen tot één amateurcentrum. Dat wilde dus zeggen dat in die centra in feite nieuwe afdelingen werden gevormd, al of niet onder een voorlopige naam, waarbij de NVRA en de NURA (Amersfoort), die later in de NVRA is overgegaan, een meer landelijke actie voerden.

Men had zich meestal direct in het vooruitzicht gesteld, dat deze nieuwe afdelingen te zijner tijd onderdelen dienden te vormen van één vereniging van radioamateurs in Nederland.

Uit een genomen besluit van de Nederlandse Regering bleek inmiddels dat het besluit van de opheffing van de oude verenigingen door de bezetter nietig verklaard was. Om uit de impasse te komen die nu ontstaan was werd er een commissie gevormd, die zich ten doel stelde om op een aangename wijze contact te leggen tussen de hoofdbesturen van de drie bestaande verenigingen en de reeds gevormde en nog te vormen afdelingen en groepen van amateurs.
Vele besprekingen en een uitgebreide correspondentie werden door de commissie gevoerd om de gedachte van één vereniging overal ingang te doen vinden.

Op 21 oktober 1945 vond in Hilversum de grote vergadering plaats waar in grote saamhorigheid besloten werd één grote vereniging (de VERON) op te richten.

In onze Nieuwsflits zullen wij regelmatig een stukje plaatsen uit de rijke geschiedenis van onze afdeling.

Bovenstaand artikel is een gedeeltelijk uittreksel van
“Een woord vooraf”, zoals deze te vinden is in het boekje
De wording van de V.E.R.O.N.“.