Twee artikeltjes uit ‘t Geruis oktober 1995 – 50 jaar VERON

In de afgelopen maanden hebben we teruggekeken naar het ontstaan van de VERON afdeling Amersfoort, maar 21 oktober is het exact 75 jaar geleden dat, toen met een hamerslag te Hilversum, onze VERON is opgericht! Onze afdeling behoorde met haar delegatie tot “The Founding Fathers”. Ook hebben we aan de hand van verhalen van amateurs en krantenartikeltjes terug kunnen kijken in de rijke geschiedenis van onze afdeling.

Het had dit jaar zo anders kunnen zijn rond de herdenking van ons 75-jarig bestaan als het coronavirus niet was uitgebroken. Eigenlijk is de PI75AMF call het enige officiële dat dit jaar ons daaraan doet herinneren.

Hopende dat we volgend jaar samen deze mijlpaal alsnog kunnen vieren vindt u hier twee artikeltjes die hebben gestaan in ‘t Geruis rond het 50-jarig bestaan van onze afdeling.

50-jarig jubileum VERON – VERON Amersfoort

Wij hadden feest, omdat onze afdeling 50 jaar geleden werd opgericht. Onze voorzitter Heijmen Ceelen (PA3AGI) opende de avond met een toespraak(je), waarin hij onze eregast PA3ADR (mevr. Agnes Tobbe-Klaasse Bos), de landelijk voorzitter van de VERON en haar OM verwelkomde. Uit erkentelijkheid voor haar aanwezigheid kreeg zij een boeket bloemen aangeboden.

Heijmen memoreerde het verleden van onze afdeling. Wij weten niet precies de datum van oprichting, maar die ligt zo ongeveer in oktober 1945. Voor de tweede wereldoorlog was er ook al georganiseerd radioamateurisme in de regio onder de vlaggen van de NVIR en de VUKA.

Frank van Hamersveld (PA3DTX) heeft een boek samengesteld en we konden dit ter plaatsen inzien.

Heijmen besteedde verder aandacht aan die leden die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt voor de VERON. In de eerste plaats Hilde Sportel (PA3EKW), Koos Sportel (PA3BJV) en Naldo Wyvekate(PA3DRN) voor hun activiteiten met betrekking tot het VERON Pinksterkamp. Zij werden in het zonnetje gezet en kregen een bloemetje. Ook op de Dag voor de Amateur hebben leden van onze afdeling veel hulp verleend onder leiding van Naldo (PA3DRN).

Verder stonden de lopende projecten voor de VAM-avonden tentoongesteld en dankte Heijmen Mark Karsbergen (PE1NPM, Frans Geurtsen (PE1OMZ), Henk de Ronde (PA0JMD), Hans Verberne (PA3GDQ) en Jan Spierenburg (PD0AUQ) voor hun toewijding en inventiviteit. Evert Beitler (PA3AYQ) doet al sinds 1980 de Ronde van Amersfoort! Ook hebben wij “aan de weg getimmerd” door demo’s te verzorgen bij de Vereniging Spierziekten Nederland en de Amersfoortse Reddingsbrigade.

Toen kwam de klap op de vuurpijl: Het geschenk wat wij als afdeling aan ons zelf gegeven hebben. (Zoiets als een sigaar uit eigen doos, hi.) Het begon toen Bram Nobel (PA0BNO) ons opbelde en vroeg of wij niet geïnteresseerd waren in een uitschuifbare 16 meter hoge antennemast (gratis en voor niets, wel te verstaan). Jawel, natuurlijk. Een afvaardiging van onze afdeling er meteen op af en was zo enthousiast dat er meteen een aanhanger gehaald werd en mee naar huis… Verdere investeringen bestonden uit een tweedehands tandemasser, een heleboel verf, ijzer, smeer en vooral puur professioneel handwerk, dat geleverd werd door Heijmen Ceelen (PA3AGI), Jan Spierenburg (PD0AUQ), Henk de Ronder (PA0JMD), Koos Sportel (PA3BJV), Hans Verberne (PA3GDQ), Gerald Versluis (PE1PBU) en Willem Polhout (NL10330). De aldus ontstane transportabele mast stond buiten opgesteld (gewoon prachtig!) en werd door onze landelijke voorzitter PA3ADR ingewijd door het hijsen van de VERON-vlag. Dit alles onder grote belangstelling en luid applaus. Foto’s werden gemaakt door Henk Gout (PE1OEF), de “hoofdverslaggever” van Electron.

Daarna hield Agnes (PA3ADR) een korte toespraak, waarin ze namens het HB ons feliciteerde met ons jubileum en haar dank uitsprak voor de actieve rol die onze afdeling ook in het landelijk gebeuren speelt. Ondanks het feit dat de VERON groot geworden is moeten wij blijven trachten het contact tussen HB en afdelingen te bewaren. Om dit te ondersteunen wordt er volgend jaar een studiedag voor afdelingsbestuursleden gehouden. Zij wenste ons veel succes voor de toekomst, en dat zal, gezien de ervaringen van de afgelopen 50 jaar, best lukken. Tenslotte overhandigde zij een plantenmand aan onze voorzitter, die wellicht tot opfleuring van de VAM-avonden zou kunnen dienen.

Het grootste deel van de avond werd verder in beslag genomen door een gezellig onderling QSO met koud buffet (bereid door de koks van het Burg. van Randwijckhuis), diverse uitstekende alcohol-houdende en -vrije drankjes en achtergrondmuziek verzorgd door John Jekel (PD0PAG) (bedankt, John, het was gezellig).

Een aantal scouts van Roncalli, Nijkerk hebben ons bijgestaan met de bediening en vooral het opruimen en de afwas. Jullie ook hartelijk bedankt. Al met voor alle aanwezigen een bijzonder gedenkwaardige avond.

Kees de Haan (PA3ARV), afdelingssecretaris

Zomaar een verhaaltje uit de geschiedenis
van de 50-jarige VERON-A03-Amersfoort

Eind jaren 70 werd ik gedwongen naar een andere regio te verhuizen, omdat mijn werk werd verplaatst. Om meer te weten te komen over deze regio, probeerde ik in contact te komen met de zendamateurs aldaar. Op een morgen luisterde ik naar het Nederlandstalig amateurnet, op 3600 KHz, en hoorde de call PA2PWD – QTH Leusden – OM Will van Dongen (inmiddels SK).

Het callboek erbij, adres opgezocht en snel de telefoon gepakt en ziehier het eerste contact met Leusden was gelegd, zij het via de 600 Ohm lijn. OM Will en zijn YL Jane nodigde mij uit om eens langs te komen indien ik naar Leusden was verhuisd. Een paar weken later zo gezegd zo gedaan. Tevens werd mij daar verteld dat er afdelingsbijeenkomsten waren in de Eemgaarde te Amersfoort.

Bij mij in de buurt, ik woonde op de Asschatterweg, woonden nog veel meer zendamateurs, dus maar eens op een zondagmorgen rond gewandeld en natuurlijk naar antennes uitgekeken (het kenmerk van de zend- en/of luisteramateur). Ik ontdekte wat antennes in de buurt t.w.v. Fred Marks (PA0MER), Rob Kelder (PA0KEL), Henk Peters (PA0FAS) (SK), Bert Oever (PA0BVO), Hans Moorhoff (PA0HML). Hoe nu in contact te komen met al deze amateurs.

Tijdens mijn eerste VERON afdelingsvergadering, werd gevraagd om een QSL-referentie voor Leusden en zie hier mijn kans. De volgende morgen fietste ik, tezamen met mijn zoontje Arjan, heel Leusden rond t.b.v. de QSL-kaartenverzorging. Een genot om te doen, waar we beiden heel veel plezier aan beleefden en ik gelijk alle amateurs uit Leusden leerde kennen. Op de vele fietstochten, met mijn zoontje Arjan voorop, kwamen wij ook terecht bij een wel heel vreemd hok met ernaast een knots van een antennemast.

De nieuwsgierigheid was gelijk gewekt, even in de gaten houden wie hier aan het pionieren waren. Vele fietstochten later kwam de oplossing. Het bleek te gaan om een experimenteel station, werkend onder de call PA6MB (MoonBounce).De verantwoordelijke zendamateurs waren Fokko Velde (PA0FOC), Henk Peters (PA0FAS) en Joop Vaartjes (PA0JOP). Dit trio had een speciale toestemming om met hoogvermogen via een op de kop getikte schotel en affuit inclusief gradenverdeling, via de marine gekregen, te kunnen “MoonBouncen”.

Wat nog meer bijzonders aan dit station was, dat men werkte met een parametrische versterker, de afregeling was dusdanig specialistenwerk, dat de sterrenwacht te Dwingelo, bij hoge uitzondering afregelhulp verleende, vanwege dit staaltje van topklasse zelfbouwwerk.

Tijdens de vele morgensessie’s op het toenmalige Nederlandstalig amateurnet (3600 kHz) met als netleiders Martin Kolkswijk (PA0DK) (SK), Frits Niewold (PA0RAS), Leo vd Toolen (PA0NP) (SK) en Ger Otterman (PA3AGQ), ontmoette ik Boy de Leeuw (PA0BL), die mij vroeg wat ik voor vreemde call had. Na jarenlang inactief te zijn geweest pakte Boy de draad weer op en hoorde voor hem vreemde calls op de band (PA3, wat is dit voor een call?). Na een kleine uitleg mijnerzijds en gelijk een uitnodiging voor de volgende maandbijeenkomst in de Eemgaarde, werd Boy de Leeuw weer actief binnen de VERON. Helaas is PA0BL Silent Key.

Ook de Amersfoortse gang leerde ik kennen b.v. Jaap Nieuwerk (PD0DBD) met XYL Janny (PA3BOR), Peter van Werkhoven (PA0IY) en XYL en nog vele anderen teveel om op te noemen. Niet te vergeten mijn vroegere treinmakkers, Chris van den Berg (PA3CRX) en Dolf Butselaar (PE1AAP) (sorry jongens, maar de vierwieler is nu mijn vervoer).

Bij de vele reizen naar b.v. SU- en CT-land heb ik door deze hobby vele vrienden leren kennen.

Tenslotte dit: IK BEN TROTS, DAT IK EEN ZEND- EN LUISTERAMATEUR BEN en tot deze 50-jarige afdeling behoor (PROFICIAT). Een wereldwijde hobby, zonder aanzien des persoons.

Wim Beekman (NL 4509,PA3AGZ, ex PE 1 BYJ)

 


Ten tijde van plaatsing van dit artikel (oktober 2020) waren de volgende genoemde amateurs bekend bij ons als Silent Key: Pim Seckel (PAoSEC), Frans de Feber (PA2RNI), Peter van Werkhooven (PAoIY), Will van Dongen (PA2PWD), Henk Peters (PA0FAS), Hans Moorhoff (PA0HML), Boy de Leeuw (PA0BL), Kees de Haan (PA3ARV), Heijmen Ceelen (PA3AGI) , Wim Beekman (PA3AGZ), Jaap Nieuwerk (PD0DBD), Hans Verberne (PA3GDQ), Willem Polhout (NL10330), John Jekel (PD0PAG), Leo vd Toolen (PA0NP) en Martin Kolkswijk (PA0DK).

Het ballon-experiment van PAoSEC/A – 1976

A. J. Klein (PAoAAK), Scherpenzeel

Het ballon-experiment in Amersfoort – Op 16 en 17 november 1976 experimenteerde de afdeling Amersfoort ter gelegenheid van de JOTA met een antenne die bevestigd was aan een weerballon. Op de foto het moment van oplaten van de ballon door PAoAAK onder toezicht van PAoSEC.

Op 16 en 17 november, verleden jaar, tijdens het padvindersweekeinde liepen in de afdeling Amersfoort drie rode draden parallel, te weten: het landelijk station PA6RSN, het radiostation van De Soekwa-groep (PAoSEC) en tenslotte: een ballon-experiment.

Over dat laatste punt geven we nu een beschouwing. Misschien dat er – met de fraaie zomermaanden, alsmede het VERON-Pinksterkamp in het vooruitzicht – lezers zijn, die óók eens een antenne aan een ballon willen oplaten …

Dat kan dan nu, wanneer u een beetje rekening houdt met onze ervaringen! Waarom we dat experiment hebben opgezet? Dat zit hem in het terrein van de Soekwa-groep, een bebost gebied gelegen tussen de Amersfoortse berg en de Utrechtse heuvelrug. Deze lokatie levert ons bij het twee meter werk elk jaar weer problemen op. Vandaar die voor de hand liggende gedachte om eens een antenne aan een ballon op te laten. We hadden hiervoor, samengevat, drie uitgangspunten: 1. het verbeteren van de zend- en ontvangstrapporten bij de padvindersdeelnemers; 2. belangstelling in de uiteindelijke resultaten; 3. verschillende mogelijkheden om het geheel tot uitvoering te brengen.

Dat we goede resultaten zouden boeken stond eigenlijk tevoren al vast. Daarom willen we over dit punt vrij kort zijn. We vergeleken de rapporten met een 9-elements kruisbeam die op 15 meter hoogte was opgesteld met die van de groundplane aan onze ballon die op 30 meter hoogte zweefde.

Rapporten met een verbetering van meer dan twee S-punten waren geen uitzondering, ondanks het feit dat er meer dan 60 meter coax tussen antenne en transceiver aanwezig was. Zelfs de grootste pessimisten onder ons konden spreken over een gelukt experiment en een fraai resultaat … Over de mogelijkheid van het oplaten van een ballon lieten wij ons tevoren zo goed en kwaad als dat ging informeren. Uiteindelijk was er op korte termijn slechts één mogelijkheid, namelijk een gasgevulde ballon. Het hiervoor meest geschikte gas is waterstof. Dat is het lichtste gas voor een dergelijk doel, prettig in prijs, maar minder prettig in gebruik, het explosiegevaar in aanmerking genomen.

Het beste alternatief is helium, iets zwaarder, maar een stuk duurder. Het kost ongeveer vier maal zoveel; het is u wellicht wel bekend van de kinderballonnetjes.

Het kopen van dit vrij dure, maar ongevaarlijke gas, werd ons mogelijk gemaakt door OM Jan Tuithof (NL-4405) en niet in het minst door de xYL van OM Jules Kannemans (PEoJKA), die het zelfs presteerde op het laatste moment nog een aanvullende sponsor te vinden …

Het enige probleem was toen nog de ballon zélf …

Er werd tot aankoop overgegaan van enige weerballonnen, zoals die gebruikt worden bij het KNMI en bij de luchtmacht. Deze rode ballonnen van latex met een werkdiameter van 2 meter, gevuld met helium, hebben een opwaartse kracht van 6,5 kg, volgens de firma die ze verkoopt.

Een probleem is echter dat de „tuit”, de opening waardoor je de ballon vult, niet meer trekkracht kan verdragen dan 500 gram. De oplossing voor dit probleem kwam ook van de verkoper. Deze adviseerde ons een omhulsel te maken van een visnet, vitrage of iets dergelijks om zo de opwaartse trekkracht op te vangen. Besloten werd een „muilkorf” te maken van verbandgaren, omdat dit snel en goed te maken was. De rest was gemakkelijk. Aan de bovenkant van de groundplane kwam een oogje, waaraan de onderkant van de samengebonden muilkorf werd vastgebonden. De ankerkabel en antennedraad naar boven werden samengevoegd tot een coax kabel. We rekenden uit, dat het totale gewicht dat de ballon moest vervoeren ca. 2400 gram zou zijn, namelijk 500 gram voor de ballon-zelf met de muilkorf, 400 gram voor de groundplane en 1500 gram voor ca. 30 meter coax. Als netto stijggewicht bleef dus over 6,5 – 2.4 = 4.1 kg. Dat leek ons vrij redelijk.

Om uw enthousiasme nu iets te temperen eerst het volgende.

Wanneer u toestemming gaat vragen voor zo’n experiment, denkt u hier dan niet te licht over!

Een officiële aanvraag aan de gemeente leek ons wel raadzaam, gezien de te verwachten belangstelling van het publiek bij de JOTA. Enige punten waarop zeker gelet moet worden zijn o.a.: de ballon moet met drie bevestigingspunten aan de grond zitten, politie, brandweer en gemeenteinstellingen moeten op de hoogte zijn gebracht; bij onverwachte ontsnapping van de ballon moet o.a. de Rijksluchtvaartdienst in kennis worden gesteld. Dit alles en nog een aantal andere punten stond in een brief, die wij van de gemeente ontvingen en waaraan voldaan moest worden om de gevraagde toestemming te verkrijgen.

Op zaterdag 16 november 1976 was het dan eindelijk zover. De ballon werd gevuld en kon na enige strubbelingen worden opgelaten. Ja, kon … want even boven de bomen werd de ballon een prooi van de wind en hij maakte de gekste capriolen. Na enige pogingen die ons nog haast een ballon kostten, werd hij verankerd op ongeveer drie meter hoogte om zo wat rustiger weer af te wachten …

Tegen drie uur in de middag toen de wind merkbaar was afgenomen en juist toen het moment ons gunstig leek, het experiment opnieuw ter hand te nemen maakte een luide knal een einde aan onze illusies … Als een vod lagen de restanten en de g.p. op de grond … Er werd naarstig naar de oorzaak gezocht en na discussie met enkele deskundigen werd die inderdaad gevonden.

Bij de tweede ballon, die we zondagmorgen op lieten en die hetzelfde euvel zou vertonen konden wij, na vrij nauwkeurige voorspelling van het tijdstip, ons buiten nestelen en ook dit exemplaar zien sneuvelen! Maar dan wel op 30 meter hoogte, want de weersomstandigheden waren ideaal die dag.

Wat was er aan de hand geweest?

Onze grootste fout is geweest dat we niet goed geluisterd hadden naar de ballonnen-firma. Onze mazen van de muilkorf waren te groot en als de binnenband van een fiets die door een gat in de buitenband komt kijken, zo verging het ook onze zeer dunne ballon, die onder de voortdurende opwaartse druk van het gas aan de bovenkant de gekste vormen ging aannemen…

Beter zou dus geweest zijn een bijna gesloten omhulsel te maken waartoe zich elk licht en sterk materiaal zou hebben geleend. Men moet daarbij dan ook nog in aanmerking nemen dat de trekkracht soms veel groter kan worden dan de netto- opwaartse kracht wanneer de ballon eenmaal ten prooi valt aan de wind.

Al met al was het een zeer geslaagd experiment, vooral omdat de tweede dag veel verbindingen met “stroke-ballon” gemaakt konden worden.

We zijn ons er in de afdeling Amersfoort van bewust dat we geen „first” gemaakt hebben. De lokatie (bebost terrein) had ook niet slechter gekund, want vliegers en ballonnen kun je nu eenmaal beter oplaten op de hei, aan het strand of op de Razende Bol … Maar de resultaten zijn van dien aard dat het experiment zeker nog eens zal worden herhaald.

De prijs van het gas in aanmerking genomen zijn er echter inmiddels alweer andere ideeën bij ons gerezen maar daarover misschien een volgende keer.

Tenslotte nog de mededeling dat de medewerkers aan dit project waren: Pim Seckel (PA0SEC), Juul Kannemans (PE0JKA) en xYL, Jan Tuithof (NL-4405) en Arnold Klein (PE0AAK).

Bron: Electron mei 1977 – blz. 238.

Radiozendamateurisme – 8 augustus 1981

door J. Cordia

“Het is een fascinerende hobby. Als je er eenmaal mee begonnen bent, blijf je er tot je laatste snik mee doorgaan”, aldus Jan Over, gelicenceerd zendamateur te Amersfoort over zijn favoriete bezigheid, het radiozendamateurisme. Jan Over is een van de ruim 10.000 officiële zendamateurs die Nederland telt. Zendamateurs zoals Jan Over hebben in tegenstelling tot de 27 MC’ers of communicatie-amateurs een of meer examens afgelegd alvorens een zendmachtiging te krijgen.

Toch worden ze vaak op één hoop geveegd met de ‘tokkelaars’ van de ‘burgerband’ of – wat ze nog erger vinden – met etherpiraten. En dat verdriet hen zeer, want daardoor krijgen zij vaak de schuld van door niet-gemachtigden veroorzaakte storingen. Ton Bleeker, een andere zendamateur die in Woudenberg zijn domicilie heeft, kan er over meepraten.

Met hem en met zijn mede-hobbyist spraken wij over gebruik en misbruik van de ether in het algemeen en over het aan straffe regels gebonden zendamateurisme in het bijzonder.

Een radiozendamateur is geen 27 MC’er en zeker geen etherpiraat

“Het is een fascinerende hobby. Als je er eenmaal mee begonnen bent, blijf je er tot je laatste snik mee doorgaan”, aldus Jan Over gelicencieerd zendamateur te Amersfoort over zijn favoriete bezigheid, het radiozendamateurisme. Jan Over is een van de ruim 10.000 officiële zendamateurs die Nederland telt. Zendamateurs zoals Jan Over hebben in tegenstelling tot de 27 MC’ers of communicatie-amateurs een of meer examens afgelegd alvorens een zendmachtiging te krijgen. Toch worden ze vaak op een hoop geveegd met de ‘tokkelaars’ van de ‘burgerband’ of – wat ze nog erger vinden – met etherpiraten. En dat verdriet hen zeer, want daardoor krijgen zij vaak de schuld van door niet-gemachtigden veroorzaakte storingen.

Ton Bleeker, een andere zendamateur die in Woudenberg zijn domicilie heeft, kan er over meepraten. In het dagelijks !even is hij radio- en tv-technicus en in die functie krijgt hij nogal eens te maken met klachten over storingen. Maar vrijwel nooit zijn erkende amateurs daarvan de oorzaak. Niet voor niets is etherpiraterij een misdrijf. Dat wordt weleens vergeten, zegt hij. Met hem en met zijn mede-hobbyist spraken we over gebruik en misbruik van de ether in het algemeen en over het aan straffe regels gebonden zendamateurisme in het bijzonder.

In de ether is het bijzonder druk. Tot de gebruikers behoren onder andere de zendgemachtigden die we beter kennen als de omroepverenigingen. Maar omdat radiogolven niet bij de grenzen ophouden kunnen in ons land ook de buitenlandse uitzendingen ontvangen worden. Dit soort zendt meestal met groot vermogen uit op daartoe speciaal aangewezen golflengtes. Vooral de tv-zenders met hun beperkte bereik hebben veelal een zeer groot ver- mogen. Dan is er de groep 27 MC’ers of communicatie- amateurs, zoals ze officieel worden aangeduid. Deze categorie telt nu al zo’n 200.000 deelnemers. Zij zenden uit- sluitend uit op 27 MC band met een zendertje van maximaal 0,5 watt. Aan hun vaardigheid wordt geen enkele eis gesteld. Het enige wat ze doen is met elkaar babbelen of tokkelen, zoals dat in hun jargon heet.

De derde categorie gebruikers – in dit geval: misbruikers – wordt gevormd door de etherpiraten. Hun aantal is onbekend, maar de indruk bestaat dat er steeds meer komen, ondanks het vrijgeven van de ‘burgerband’ en de mogelijkheid om erkend zendgemachtigde te worden. Maar hun doelstellingen zijn dan ook niet te vergelijken met die van zendamateurs en zelfs niet met die van de tokkelaars. Hun bezigheid varieert van het uitzenden van schier professionele tv- programma’s, compleet met commerciële spots tot het eindeloos draaien van muziek. Hun apparatuur varieert van goedkope, eenvoudige toestelletjes tot kostbare zenders, waarvoor een officiële zendgemachtigde zich niet zou behoeven te schamen. Zij zijn met recht etherpiraten, omdat ze illegaal bezig zijn.

PTT-examen

Tenslotte- afgezien clan van het radiover- keer tussen schepen, in de luchtvaart en dergelijke- is er dan nog de categorie radio- en tv-zendamateurs. In Nederland zijn er ruim 10.000 mensen die zich zo mogen noemen. Zij zijn minimaal in het bezit van een D-machtiging. Zo’n machtiging vergt al gauw een jaar blokken voor iemand zonder technische vooropleiding. Dat wil zeggen als hij voor het door de PTT afgenomen examen slaagt. Het examen heeft betrekking op een aantal geldende bepalingen en voorts op de techniek die bij deze vorm van communicatie te pas komt.

Apparatuur voor 2 meter en 70 cm

Met een D-machtiging mag men uitzenden op 6 kanalen van de 2 meterband (145,250 tot 145,400 MHz). Legt men vervolgens een technisch examen op een hoger niveau af, dan verkrijgt men een C-machtiging. Dan mag men op alle kanalen van de 2 meterband en hoger werken, voor zover voor amateurgebruik vrijgegeven. Men is vrij in de keuze van modulatie (AM, FM, etc.). B- en A-machtigingen bestaan ook.

Daarvoor moet men zowel morseseinen kunnen ontvangen als uitzenden met een bepaalde snelheid, gedurende enige tijd. Dan mag men ook op de korte golf werken en ligt de wereld in feite open, omdat het dan mogelijk is met een betrekkelijk zwakke zender de andere kant van de aarde te bereiken. Overigens mogen die uitzendingen al leen betrekking hebben op de techniek.

Een kort persoonlijk babbeltje kan nog net door de beugel, maar verder reikt dat niet. De PTT luistert in Nederhorst den Berg permanent de amateurbanden af om eventuele overtreders van de regels te kunnen waarschuwen en bij recidive hun machtiging te ontnemen. Wat dat betreft staan de officiële amateurs onder een heel wat straffere controle dan de piraten en de 27 MC’ers, omdat die alleen na het indienen van klachten gepakt worden. Althans die indruk hebben de heren Bleeker en Over. Overigens worden ze niet graag in een adem genoemd met piraten en 27 MC’ers. Het doel van het radiozendamateurisme is onderzoek. Daarom zouden de amateurs zich over het algemeen wel aan de vrij strenge bepalingen die voor hen gelden.

Pioniers

In feite danken de huidige omroepverenigingen hun bestaan aan de pioniers van het zendamateurisme. De naam van de VARA (Verenigde Arbeiders Radio Amateurs) herinnert nog aan die tijd.

Wettelijk was er toen niets geregeld maar de amateurs experimenteerden al. Voor 1929 waren deze amateurs eigenlijk ook, illegaal! Zij zijn het ook die de bruikbaarheid van de korte golf hebben. ontdekt.

Toen het drukker in de ether werd, kwam er een regeling op nationaal niveau en op internationaal niveau, want de amateurs verdwenen niet toen het omroepbestel gestalte kreeg. De Technische interesse bleef. Dat is ook de verklaring dat het zendamateurisme bloeit als ooit te voren. De mogelijkheden zijn tegenwoordig ongekend. Je hebt bij deze hobby alle kansen om je kennis te vergroten, vertelt Bleeker. De bedoeling is dan ook dat je experimenteel bezig bent. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Daartoe staan niet alleen de modernste elektronische snufjes ter beschikking (tv, computer, telex, etc.), maar zelfs satellieten. Inmiddels zijn er al een stuk of 9 Oscars. (Orbit Satellite Carrying Amateur Radio) in de ruimte gebracht door de Amerikanen in samenwerking met o.a. Duitsers. Die satellieten mochten mee bij bepaalde lanceringen. Die satellieten kunnen worden gebruikt bij metingen en omzettingen (van een hoge naar een lage frequentie en omgekeerd). Er zitten bakens in (continue zendtoon) ten gerieve van amateurs die hun apparatuur willen afstellen (afregelen).

Doelstelling

Deze grote antenne is geschikt voor hoogfrequente wereldwijde verbindingen

Amateurs vind je in alle rangen en standen. De researchafdeling van Philips doet mee om voor de hand liggende redenen, maar ook scholieren, artsen, wao’ers, aow’ers, enzovoorts. De oudste Nederlandse amateur is 94 jaar en nog dagelijks actief. Als we over de grens kijken, zien we zelfs koninklijke amateurs, zoals koning Hoessein van Jordanië die een fervent hobbyist is. De een doet het meer dan de ander om de techniek, maar om vrijblijvend contact is het meestal niet te doen. Het zendamateurisme is meer en wil meer dan dat. Dat is nu eenmaal ook de oorspronkelijke doelstelling en die doelstelling is nooit veranderd. Onder die voorwaarden worden ook de machtigingen uitgegeven.

Om amateur te kunnen worden is technische interesse een eerste vereiste. Duur is het niet, want voor een paar honderd gulden kun je al een eenvoudig installatie (gebruikt) kopen. Maar aardiger is het natuurlijk zelf apparatuur te bouwen. Dan wordt het nog goedkoper. Men kan het overigens net zo duur maken als men zelf wil.

Stroom verbruikt een zender nauwelijks; minder dan een kleine gloeilamp. De PTT vraagt wel jaarlijks een kleine bijdrage (enkele tientjes) en daar blijft het zo’n beetje bij. De minimum leeftijd voor een zendamateur bedraagt 16 jaar (was 18 jaar). Dat geldt overigens alleen in Nederland, want in Amerika kom je wel amateurs tegen van 9 jaar!

Is men eenmaal zover dat men kan en mag zenden dan heeft men een schier onbegrensde hobby. Amateurs houden zich bezig met het natrekken van de mogelijkheden van de korte golf: op welke tijd en golflengte je bepaalde landen kunt bereiken. Het zendbereik wordt namelijk beïnvloed door allerlei factoren, zoals de 11-jarige cyclus van de zon (zonnevlekken). Daardoor is niet elk land altijd bereikbaar. Om precies uit te zoeken hoe de vork in de steel zit, is een technische uitdaging, aldus beide amateurs. Een ander voorbeeld van experimenten waarmee amateurs zich bezighouden is het zenden van radiogolven naar de maan en dan proberen die weer op te vangen, waarna men bepaalde conclusies kan trekken.

Contacten

Amateurs houden zich -uiteraard- ook bezig met contacten met andere amateurs. Dat zijn meestal particulieren. Alleen in het Oostblok gaat het vaak om scholen en verenigingen. Particuliere amateurs vind je daar minder, is de ervaring van de beide heren. Contacten met Europa zijn makkelijker te leggen dan met Australië en Nieuw-Zeeland, maar dat lukt ook wel. Jan Over is enthousiast over zijn contacten met Nederlandse immigranten overzee en met uitgezonden Nederlanders. Hij meent dat dergelijke contacten vooral aan gene zijde in een behoefte voorzien. Landen waar dergelijke amateurs zitten zijn onder andere Nieuw-Zeeland, Australië, de AntiIlen, Suriname, Indonesië, maar ook landen als Argentinië, waar Nederlanders een enorme pijpleiding aan het leggen zijn.

Een geslaagde -eerste- verbinding is goed voor een QSL-kaart, een bevestigingskaart. Dergelijke kaarten zijn weer goed voor bepaalde diploma’s en certificaten. In dat verband snuift Jan Over een beetje over het ruilen dat de ‘tokkelaars’ doen met hun overigens totaal onofficiële kaarten. Erkende amateurs beschikken over een geregistreerde codenaam.

Men kan trouwens ook al meedoen met deze hobby door als luisteraar te fungeren. Er zijn genoeg luisteramateurs die er een behagen in scheppen boodschappen die hun via de ether bereiken op te vangen. De noodsignalen van de bij de Noordpool verongelukte ltaliaanse zeppelin van generaal Nobile werden allereerst door luisteramateurs opgevangen, zodat er alarm geslagen kon worden voordat de autoriteiten van de ramp op de hoogte waren, vertelt Jan Over.

Luister- en zendamateurs zijn hoofdzakelijk verenigd in twee grote verenigingen, VERON en VRZA. Deze verenigingen zorgen o.a. voor lessen aan hen die amateur willen worden, of een stapje hoger op de zendamateurladder willen doen. De verenigingen ontplooien allerlei andere activiteiten die ten doel hebben het luister- en zendamateurisme in Nederland te bevorderen en op een hoger peil te brengen. Jan Over, afdelingsbestuurslid, beschouwt het als een grote vriendenclub; amateurs zullen elkaar altijd te hulp schieten als dat nodig is of gevraagd wordt, zo is zijn ervaring.

Hulpverlening

Die hulp reikt verder dan de eigen kring en over de grenzen. Dringende berichten bij familiekwesties om mensen weer thuis te krijgen als ze in het buitenland vertoeven is er een voorbeeld van. In noodsituaties wordt weleens gezorgd voor het verzenden van medicijnen, als daartoe via de radio een verzoek wordt gedaan. Bij catastrofes zijn het vaak de amateurs die de eerste contacten met de buitenwereld leggen. In Nederland komt dat vrijwel nooit voor, al gebeurde het bij de watersnoodramp in 1953 wel degelijk. maar in het buitenland des te meer.

De heer Jan Over aan de knoppen van zijn zend- en ontvangapparatuur

Over de piraten in de ether laat Ton Bleeker zich duidelijk negatiever uit dan Jan Over. Zolang de piraten niet op de amateurbanden ‘inbreken’ laat Over het aan de PTT over wat ze er mee doen. Bleeker is duidelijk minder op ze gesteld. ‘Wij worden waak beschuldigd van storingen, terwijl de piraten daar verantwoordelijk voor zijn. Bovendien worden piraten en zendamateurs – door een verkeerde aanduiding – door elkaar gehaald en dat is onjuist. Onze apparatuur is door de PTT gekeurd, die van de piraten uiteraard niet. En hoewel etherpiraterij een misdrijf is, wordt er slechts zelden een gepakt. Dat komt omdat de straffen gering zijn. Hooguit een boete van een paar honderd gulden. Logisch dat de PTT alleen ingrijpt als er klachten komen. En voor het overige bezorgen de piraten ons een hoop werk (radio- en tv-techniek) door bet veroorzaken van storingen.

Beide heren zijn het er duidelijk over eens de ether niet vrij moet worden gegeven. Dan wordt het een puinhoop. Het kan trouwens niet, omdat er internationale afspraken gemaakt zijn. En als je naar Italië kijkt, zie je wat er van die ‘vrijheid’ terecht komt. Dat de puinhoop daar niet groter is, komt omdat men zich daar meestal bedient van lokale of streekzenders. Daar hebben alleen de Iuchtvaart en de krijgsmacht last van. Het zou gekker worden als ze het ook op de korte golf deden. Daar zijn de Russen nu weer erg sterk in. Die storen ontzettend op de korte golf. Dat is o.a. een gevolg van het doen van experimenten met radar over de horizon. Er zijn nog wel meer oorzaken, maar die vertellen ze je uiteraard niet. Berucht is in dit verband de zogenaamde Woodpecker Sound: het geluid van een tikkende specht.

Waar Bleeker wel voorstander van is, is het gebruik van satellieten voor de verspreiding van tv-programma’s. Al was het alleen maar vanwege de energiebesparing. Voor een televisiesatelliet die een groot deel van West-Europa bestrijkt is een zender van 500 Watt voldoende. Nu zijn er voor hetzelfde gebied talloze zenders van groot vermogen (tot een megawatt toe) nodig en dat scheelt nogal wat . En het voordeel van satelliet-tv is dat piraten er bijna onmogelijk tussen kunnen komen. Maar omdat het een politieke zaak is, blijft men er (te) moeilijk overdoen, is zijn opvatting over deze in wezen simpele kwestie.

Visueel gehandicapten

Jan Over merkt op dat zendamateurisme ook fijne hobby kan zijn voor visueel gehandicapten. Verschillende zintuigen komen er bij te pas, maar de ogen kunnen uitstekend vervangen worden door de tastzin, met name bij morse. Morse is overigens alleen weggelegd voor de gevorderde amateurs (B- en A-machtiging). Morse opnemen is een kwestie van horen, in je hersens omzetten en je hand commanderen het ‘vertaalde’ op te schrijven. Morse seinen is een kwestie van het lezen van een tekst (met de vingers als het om een blinde amateur gaat ), het vervolgens in de hersens omzetten in code en die via de hand overbrengen op de morsesleutel. Over noemt dat een samen- spel der zintuigen en wijst erop dat op het examen dat alles in een bepaalde tijd moet geschieden. Maar voor je zover bent, waarschuwt hij, ben je wel een jaar verder. Dan moet je wel elke dag geruime tijd oefenen, anders krijg je het niet onder de knie. En Bleeker voegt er aan toe dat als je het niet bijhoudt, de aardigheid zo weer verdwenen is. Maar heeft men eenmaal de kunst onder de knie en de machtiging in de zak dan gaat er een ongekende wereld voor je open, die je blijft fascineren tot je laatste snik meent Over.

Tv-beelden

Dit beeld zendt tv-zendamateur Ton Bleeker uit

Beide heren hebben zich ook beziggehouden met het uitzenden van tv-beelden. Maar hoewel zij dat nog steeds mogen, komt daar tegenwoordig bitter weinig meer van. De beperktheden zijn hier zo groot, dat de lol er al gauw af is. Men mag alleen technische informatie uitwisselen en wat statische beelden. Een close up van je gezicht of de huiskamer moet de uitzending dan een meer onderhoudend karakter geven, maar dat houdt niemand lang vol, waarschuwt Over.

Dit in schrille tegenstelling tot de tv-piraten die alles – maar dan ook alles uitzenden om de aandacht van een zo breed mogelijk publiek te trekken) op de normale kanalen, als de legale zenders de knoppen hebben dichtgedraaid. Half Amsterdam schijnt tot diep in de nacht de vaak dubieuze uitzendingen van een van de minstens twintig piraten die Amsterdam ‘rijk’ is, te volgen. Wat dat betreft voelen de legale amateurs zich weleens een beetje teveel op hun vingers gekeken, maar ze hebben er al mee leren leven. Zij hebben dan ook geen commerciële belangen hij die uitzendingen.

En daarom kunnen ze ook gemakkelijk besluiten om dit facet van hun hobby voor gezien te houden; er is immers nog zoveel aantrekkelijks over, al is de indruk die een buitenstaander krijgt van deze hobby er eerder een van verwondering dan van enthousiasme. Totdat echter ineens uit een kakafonie van geluiden de stem van een amateur uit het buitenland tevoorschijn komt, alsof hij om de hoek zit. Dan begrijp je iets meer van het fanatisme waarmee zendamateurs dagelijks uren achtereen aan hun knoppen zitten te draaien en ‘geheimtaal’ in een microfoon spreken. En dat is dan nog maar het begin van de pret, zo verzekeren de beide heren, want om het allemaal te begrijpen, moet men toch zelf een zendamateur zijn en dat is men niet een, twee, drie.

Bron: Nederlands Dagblad – Variant – 8 augustus 1981

 


Ton Bleeker (PA0TBW) ATV-pionier

door Eddy Krijger (PA0RSM)

Na het lezen van het artikel over Jan Over (PA2JHO ex PE0JHO) en Ton Bleeker zult u zich waarschijnlijk afvragen hoe is het verder gegaan met hen. Jan Over (PA2JHO) is op 17 juni 2007 op 82-jarige leeftijd overleden. Van Ton Bleeker waren geen sporen op internet te vinden. Het adres op QRZ.com blijkt minder dan 200 maal bekeken te zijn. Dat was weinig hoopvol.

Op zoek naar het adres van Ton, nadat ik informatie ingewonnen had bij enige amateurs in de regio, ben ik op een mooie dag naar het oude adres van Ton gereden. Op het adres wonen andere mensen, maar die wisten te vertellen dat de familie Bleeker circa 20 jaar geleden naar het oosten zijn verhuisd. Einde verhaal? Nee dus, want op de antenneregisterkaart van het AT zag ik dat een zendamateur zijn achterbuurman was. Een scherpe blik langs de daken gaven resultaat! Deze amateur J.G. Graner (PE1KBK) heeft nog contact met PA0TBW en vertelde dat deze in Emmen woont en van hem kreeg een telefoonnummer. Later op de dag heb ik Ton gebeld.

Ton Bleeker (PA0TBW) nu 79 jaar is in 1999 samen met vrouw en twee zoons verhuisd naar Emmen. Hier is hij niet meer actief. Hij is nu de trotse opa van twee meisjes van 2 en bijna 4 jaar.

Ook bij dit onderzoek ontstonden fraaie bijvangsten in de vorm van herinneringen van onze  amateurs aan Ton uit de tijd dat hij hier in Amersfoort actief was.

Koos Sportel (PA3BJV):

Ton Bleeker was de grote aanjager van ATV op 70 cm, in de werkplaats van zijn broer aan de Puntenburgerlaan kon je zijn ontwikkelingen volgen en een verhelderend praatje houden over dit toen nieuwe item. Elke zondagmiddag was er een ATV uitzending op 70, man wat waren we onder de indruk!!! Hij heeft dit jaren gedaan. Een mooie tijd.

Chris van den Berg (PA3CRX):

Van Ton Bleeker weet ik wel dat hij halverwege of eind jaren 70 aan ATV deed vanuit Woudenberg.  Uit de omgeving van Amersfoort was hij mogelijk één van de eersten, landelijk gezien was er denk ik eerder ATV-activiteit. Iets later waren er meer, o.a. Frans de Feber (PA2RNI) en John Piek (PA0ETE).

Een zender bouwen was in die tijd niet echt een heel groot probleem, wel om (betaalbaar) meer vermogen te maken. Een AM ATV-zender moet zeer lineair zijn. Een ander groot probleem was een geschikte videobron. Videorecorders waren in opkomst (drie systemen), evenals computers. Die konden gebruikt worden als videobron. Camera’s waren echt veel te duur en totaal niet vergelijkbaar met de huidige CCD kleurencamera’s.

Ik kon wel wat ontvangen met een zwart/wit TV’tje en begin jaren 80 een (buizen) converter (‘Nederland 2 kastje’) voorzien van wat C’tjes en zo het afstembereik wat verschoven. Later hetzelfde uitgehaald met een transistor converter waarover ik onder mijn toenmalige call PE1HMU in ‘t Geruis van juni, oktober en november 1983 heb geschreven. Bij Fred Vorstermans (RDS Electronics ) was voor fl.2,50 zo’n converter te koop (toevallig kwam ik er met de verhuizing nog één tegen). We waren in die tijd al bezig met plannen voor een ATV-repeater die er dus op dit moment nog steeds is (PI6ATS).

Begin jaren 80 had ik zelf een zender voor 70 cm gebouwd en die later voorzien van een 2C39 met waterkoeling (Remia fritessaus emmertje). Heb ik ooit een artikel over geschreven in CQ-PA. Ook waren er stations uit Amersfoort die eens meededen met een ATV contest vanuit het kippenhok in Leusden. Destijds werd ATV door Ton gepromoot bij o.a. PI6KEI, bij de Keistadfeesten.

John Piek (PA0ETE):

Ik heb in de jaren 80 veel contact met Ton gehad. Samen met Jan Over keek ik vaak naar zijn ATV-uitzendingen. Ton was er zonder meer de reden van ik met ATV begonnen ben, waar ik lange tijd mee actief gebleven ben.

Ton werkte bij installatiebedrijf Lomans die een  winkel op de hoek van de Utrechtsestraat Hellestraat in Amersfoort had. De lampenwinkel bestaat al lang niet meer, maar het bedrijf bestaat als naam van een installatiebedrijf nog wel.

De broer van Ton had een TV-winkel aan de Puntenburgerlaan, waar Ton naast zijn andere werk ook 1 of 2 dagen per week als monteur werkte. Daar ben ik meerdere keren bij hem in de werkplaats op bezoek geweest.

Nog wat informatie over onze TV-activiteiten

Ton (PA0TBW), Frans (PA2RNI) en ondergetekende waren in ruwweg de eerste helft van de jaren 80 naar mijn weten de enigen die in Amersfoort met ATV actief waren. Het bereik van de zenders was vrij gering, alleen met richtantennes kon je met gemak een afstand als naar Soest overbruggen. Daar waren ook meerdere amateurs actief, onder andere Hans van Egdom (PE1CYU), maar dat was pas wat later in de jaren 80, toen er ook in Amersfoort wat meer mensen bij kwamen. Kijken kon in die periode in een aantal gevallen door TV’s die iets lager dan gebruikelijk konden ontvangen (dat weren er veel met voorkeurstoetsen die met potmeters afgestemd werden). In de periode daarvoor werden vaak omgebouwde tweede net-kastjes gebruikt, converters uit de jaren 60 en begin jaren 70 die bedoeld waren voor oude TV-toestellen die alleen VHF-ontvangst hadden.

Shack van Ton (PA0TBW) uit de tijd dat hij in onze afdeling actief was

Ton had een zender volgens DJ4LB uit het blad UKW Berichte, ik had een zenderontwerp van na die periode gekozen dat wat slimmer van opzet was van DC6MR met een ontwerp uit Electron. Je kon in die tijd een zeer eenvoudige ATV-zender maken met twee stuks 2C39 vuurtorenbuisjes bijvoorbeeld. Dat was een zender zoals waarmee Frans (PA2RNI) enige tijd gewerkt heeft. Video is 5 MHz breed. Officieel kon je met zo’n eenvoudige zender (die in de veel grotere 70 cm band in de VS vaak gebruikt worden) alleen legaal zenden op 435 MHz met het video -5 t/m +5 MHz ten opzichte van de carrier. Legaal kon over meer frequenties als je de videobandbreedte verkleinde, dat kon zonder grote problemen wel tot 1,5 of zelfs 1 MHz (totale brandbreedte 2 MHz), maar dan kon je geen kleur meer uitzenden. Geluid zat bij dat type zender in alle gevallen buiten de amateurband als je dat toevoegde. Toch werd dat in die periode regelmatig zo gebuikt. De meeste van die eenvoudige zenders werkten op 434,250 MHz, de frequentie in het bandplan voor dat soort uitzendingen. Een deel van de onder zijband en de tweede keer dat de geluidscarrier voorkwam zaten dan buiten de band.

Zowel Ton als ondergetekende werkten met een zender die aan alle eisen voldeed. Die waren veel gecompliceerder. DJ4LB gebruikte een standaard TV-middenfrequent op 39 MHz en dat werd dan met bovenmenging naar 70 cm gemixt, waarbij de zijband door de bovenmenging werd omgekeerd. Op 39 MHz werd het signaal LSB gegenereerd, en door de bovenmenging werd dat daardoor dus USB. Analoge TV werkt met rest zijbandmodulatie inclusief carrier. In het bij ons gebruikte systeem zat er nog 1,25 MHz video onder de beelddraaggolf, in de UK was dat 750 kHz.

Nadeel van DJ4LB is dat als je hem niet zeer secuur bouwde (wat Ton overigens gedaan had) dat je moiré patronen kon krijgen doordat er toch producten van de mengcarrier in het video konden komen, met name als je ook geluid wilde toevoegen.

De zender van DC6MR genereerde een videosignaal dat USB was, rond kanaal 4 van de TV. Dat werd vervolgens met een harmonische van de 62 MHz oscillator waarop gemoduleerd werd, naar 70 cm gemengd. Daardoor was het onmogelijk dat de omzetting van het signaal naar de amateurband producten binnen de videoband veroorzaakte. Die zender gaf, ook bij redelijk slordige bouw een goede kans van slagen. Die van mij had ik netjes opgebouwd. Ik heb hem afgeregeld met slechts een dipmeter, een frequentieteller, een goede SSB-transceiver voor 70 cm, en een zeer goede politiescanner. Hij is vervolgens door de RCD gekeurd, en werd in één keer goedgekeurd.

Als je het heel netjes deed dan voegde je het geluid toe met een aparte FM-gemoduleerde draaggolfzender. Bijvoorbeeld bij een ATV-draaggolf vermogen van 10W was dat een FM-zender (breedband FM met 240 kHz bandbreedte) van 1W, waarbij je de signalen met een passieve koppeling net voor de antennes toevoegde.

Iets minder netjes was om het geluid net voor de mixer naar 70 cm toe te voegen op de gewenste MF-frequentie (beelddraaggolf +5,5 MHz). Als de mengtrap van je zender en de trappen daarna met voldoende weinig vervorming werkten, dan kwam het geluidssignaal niet aan de onderkant van het signaal (onder 430 MHz) nog terug. Volgens de norm moest je iets van -10 dB zitten met je geluidscarriers, maar alle TV-ontvangers werkten ook moeiteloos met geluid dat – 20 dB zat. Die 10 dB extra onderdrukking was dus de truc om ervoor te zorgen dat je het signaal niet tegenkwam -5,5 MHz onder de beeldcarrier.

Bronnen:

Het radio amateurisme als hobby in 1980

In deze tijd, waarin alles voor iedereen van bovenaf geregeld lijkt te zijn of te worden via wetten, verordeningen en bepalingen is de ruimte om op een creatieve manier bezig te zijn in de werksituatie vaak nog ver te zoeken. Iets anders wordt het, wanneer men zich op een hobby stort, waarin niets moet en alles nog kan, waar nog ruimte is voor creatieve geesten en waar men zich zelf de functie van directeur en ontwerper, inkoper en constructeur, maar ook monteur en verkoper kan toe eigenen zonder dat daar nu direct papieren in de vorm van diploma’s en dergelijke voor nodig zijn.

Sedert de laatste 50 jaar heeft de Radio als hobby-object voor velen een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De toekomst ziet er voor deze categorie van hobbyisten bijzonder rooskleurig uit als gevolg van de enorme ontwikkelingen die zich op dit terrein hebben voorgedaan en zich nog zullen gaan ontwikkelen.

Elke radio-hobbyist kan als een voortrekker voor anderen worden gezien, daar het in deze tak van hobby zo is gesteld, dat de een de ander met dit zo plezierige virus besmet. Hoewel het heden ten dage zo is gesteld, dat er verschillende vormen van het beleven van de radio als hobby bestaan hebben wij een viertal radio amateurs naar hun belevenissen gevraagd.

Foto 1: Jan (NL4405) in zijn shack

Als eerste gingen wij op bezoek bij Jan Tuithof te Amersfoort, die als luisteramateur bekend staat als NL 4405.

Jan’s interesse voor de hobby werd gewekt door een Amerikaanse jeep, welke kort na de oorlog binnen zijn gezichtsveld kwam en waarvan vooral het radio-zend-ontvangst gedeelte zijn aandacht trok. Volkomen gebiologeerd keek hij naar de handelingen die de Amerikaanse militair verrichtte met het wonderlijke apparaat.

Jan dacht met 4 vrienden ook al vrij spoedig dergelijke kunsten met zulke apparatuur uit te kunnen halen en toog met hen naar de Leusderheide, alwaar op een bepaald deel de Duitsers hun oorlogsartikelen in hadden moeten leveren. Er werd stevig door het vijftal gezocht en na enig zoeken keerde men met een aantal radiosets huiswaarts. Met wat ondeskundig kunst- en vliegwerk werden de eerste onderlinge verbindingen gelegd en die waren toch eigenlijk weer zo goed, dat de PTT dit te horen kreeg en plotseling ten tonele verscheen. Op een vriendelijke doch niet mis te verstane wijze werd Jan erop attent gemaakt, dat een en ander niet mocht, maar er werd hem wel gewezen op de mogelijkheden om op een legale wijze een zendamateur machtiging te verkrijgen.

Door de PTT op het goede spoor gezet en nadat zijn spullen in beslag genomen waren is Jan aan het uitluisteren van de HF-banden begonnen. Hij is dus luisteramateur geworden. Met een Etherkruiser van Philips zocht hij zondagsmiddags op de korte golf de amateur-frequenties af, waar in de jaren ’50 op de 80, 40 en 20 meter vele amateurs te beluisteren waren. Op de 10 meter was nog niet veel te doen om over de 2 meter maar te zwijgen.

In 1970 werd Jan lid van VERON. In die afdeling ontmoette hij vele technisch goed onderlegde radio-amateurs, waarvan hij de fijne kneepjes meekreeg om zijn hobby nog iets intenser te kunnen beleven. Door de inspiratie die hij in de club opdeed en zijn eigen knutselvaardigheid hebben uiteindelijk geleid tot een radio shack, die de toets der kritiek glansrijk kan doorstaan. Vele malen is Jan met zijn apparatuur het centrale station geweest onder de Call PA6RSN, van waaruit Radio Scouting Nederland jaarlijks het Jota gebeuren leidde. (JOTA = Jamboree On The Air). Nog onlangs stond Jan zijn station af om het Keistad gebeuren in Amersfoort onder de Call PA6KEI acte de presence te geven.

Het contact met de vereniging heeft tevens geleid tot het aanvaarden van bestuurlijke functies welke Jan op het lijf geschreven zijn. Zo is hij in de afdeling Amersfoort van de VERON de Beheerder van het Verkoopbureau en tevens Beheerder van het materiaal in gebruik bij Jota’s en Jomborettes. Bij de Padvinderij is hij Chef Rowan Leider en het spreekt haast vanzelf, dat ook hij de Rowans actief stimuleert om het radio hobbyisme te bedrijven. Regelmatig zijn er dan ook Rowans op de zendcursus te vinden en regelmatig gaan er vanuit zijn groep Rowans op voor het zendexamen.

Erg belangrijk voor Jan is dat zijn vele neven activiteiten geweldig ondersteund worden door zijn xyl (ex young lady) of in het Nederlands zijn echtgenote. Regelmatig is zij ook te vinden, maar niet alleen daar, ook zijn activiteiten bij de Jota worden door haar met haar gehele persoon van harte ondersteund.

Jan heeft nog steeds geen tijd gehad om zich serieus voor te bereiden op het zendexamen. Zijn practisch inzicht is meer dan voortreffelijk doch zijn sociale activiteiten als gevolg van zijn hobby hebben de practische realisering van zijn vroegere dromen nog steeds niet waar kunnen maken.

Foto 1 toont zijn shack en met de beschikbare apparatuur en antenne is ontvangst van alle banden in alle modes mogelijk. Met een Telex, de T37 van Siemens, maar ook met een Video Display worden TELEX-berichten ontvangen. Ook Amateur-TV ontvangst is mogelijk. De nette afgewerkte kasten (3) zijn allen door Jan zelf ontworpen en vervaardigd.

Achter zijn shack heeft hij zijn antennepark opgesteld en het hoeft geen betoog, dat Jan alles zelf heeft gefabriceerd. In een 18 meter hoge vakwerk mast is een W3DZZ voor alle HF banden gemonteerd alsmede de 2 meter en 70 centimeter antennes. Het laatste pronkstuk is een 23 centimeter antenne, welke eveneens door hem zelf werd vervaardigd.

Het is voor Jan te hopen, dat hij spoedig de tijd mag vinden om zich op het examen te kunnen voorbereiden, want deze knutselaar ‘pur sang’ verdient dat gewoon.

Na een plezierig afscheid en tot werkens met de 73’s gingen wij op bezoek bij de volgende amateur.

Foto 2: Frans (PA2RNI) in zijn shack

Dat is Frans de Feber, ook te Amersfoort, welke onder de zendamateurs bekend is onder de Call PA2RNI.

Frans is nu 35 jaar, maar het begon allemaal toen Frans 13 jaar oud met zijn vader Radio Rotor binnenstapte en met de bekende 19-set de winkel verliet. Op 12 Volt doet hij het had de winkelbediende nog gezegd en dus had Frans een aantal batterijtjes gekocht, deze in serie geschakeld en toen er niet meer dan 9 Volt uit kwam de 19-set erop aangesloten. Het bleef stil. Frans dacht ik kom 3 Volt tekort nog maar eens twee batterijtjes in serie erop aangesloten, misschien heb ik dan meer succes, maar ook dat bleef voor Frans zonder enig resultaat. Dat die set OOK nog 10 Ampere stroom trok om aan het gewenste vermogen te kunnen komen wist Frans toen nog niet. Het is echter wel het vertrekpunt geweest voor gedegen speurwerk naar het “hoe en waarom” van al die electronische schakelingen, waarmee hij sinds die oude 19-set in aanraking is gekomen.

In 1963 vervult Frans zijn dienstplicht bij de Marine en wordt daar opgeleid tot telegrafist/seiner. Hij raakt onder de indruk van de vele communicatie mogelijkheden per radio, doch ook de zeer vele interne communicatie mogelijkheden, vooral op zo’n groot schip, spreken hem aan.

Na zijn diensttijd studeert hij een 3-tal jaren aan het bekende Radio instituut van Rens en Rens. Het laatste jaar maakt hij niet af, omdat hij betrokken raakt bij de voorbereidingen van een radio-zendschip, dat als Radio Londen het wijde sop zou kiezen. Dit is echter nooit gebeurd als gevolg van een actie van de Duitse PTT, die het schip in de haven van Hamburg in beslag nam, de apparatuur eruit verwijderde en het daarna terug gaf aan de eigenaar.

Nu was het een ander zendschip wat zijn aandacht vroeg en wel de bekende Radio Noordzee Internationaal. Frans werd als technicus aangetrokken om in samenwerking met anderen de installatie op te zetten en tijdens de uitzendingen in bedrijf te houden. Hij heeft dat een viertal jaren gedaan. Als de zender in bedrijf was en de platenridders hun werk deden had Frans voldoende tijd en alle gelegenheid om aan board aan zijn eigen zendinstallatie te knutselen en daar ook mee uit te komen, zij het dan onder een Panamese mobiele call. Ook met Telex werden er verbindingen gemaakt en vele amateurs deden hun best om met zo’n uitzonderlijk vreemd station een verbinding te maken.

Al deze activiteiten zijn kennelijk op een bepaalde platenridder een beetje vreemd en duister overgekomen, daar deze op zeker dag de Pers influisterde, dat er vreemde dingen gebeurden op het zendschip: contact en met het Oostblok en zo… Dit heeft tot heel wat ongenuanceerde verhalen in diverse dagbladen geleid doch wat er werkelijke gebeurde was, dat Frans als beroepspiraat in zijn vrije tijd als amateur radioverbindingen trachtte te maken.

In 1974 nam Frans afscheid van het zendschip en vestigde zich aan de wal. Op zijn manier was ook hij present op de 27 Mc. en beleefde zeer intens de spanning en de sensatie die het verboden zenden met zich bracht. Toen echter als gevolg van de wetswijziging de risico’s te groot werden, besloot ook hij de gelederen van de echte gelicenseerde amateurs te gaan versterken en haalde via een D-machtiging een officieel diploma.

Met zijn gedegen technische ondergrond en zijn telegrafisten ervaring opgedaan bij de Marine was het behalen van de A-machtiging voor hem niet zo moeilijk meer. Zijn huidige call PA2RNI doet nog de herinnering bij hem voortleven aan zijn tijd als beroepspiraat, want de laatste 3 letters vormen de afkorting van RADIO NOORDZEE INTERNATIONAAL.

Frans is bij menig amateur bekend en niet alleen vanwege zijn grote deskundigheid op radiogebied, ook op zijn Hamspirit wordt menig keer een beroep gedaan en nooit tevergeefs. Hij is altijd “in” om een groot deel van zijn apparatuur ter beschikking te stellen voor activiteiten als de Jamboree on the Air, velddagen en plaatselijke manifestaties.

Een indruk van zijn shack verkrijgt U door bijgaande foto 2 te bestuderen. Op het dak van zijn huis heeft hij een zeer indrukwekkend antennepark geïnstalleerd, waarmee hij op alle frequenties en in alle modes uit kan komen.

Na het gezellige gesprek hebben wij het bezoek aan PA2RNI beëindigd en zijn op bezoek gegaan bij een andere wat oudere amateur en hebben hem naar zijn belevenissen gevraagd.

Foto 3: Wil (PA2PWD) en XYL in zijn shack

In Leusden aangekomen zagen wij vanuit de verte reeds het indrukwekkende antennepark van PA2PWD. De trotse eigenaar blijkt Wil van Dongen te zijn, welke woonachtig is aan de Wilhelminalaan te Leusden-Z.

Deze 83-jarige zeer vitale zendamateur liet tijdens ons gesprek blijken, dat hij tezamen met zijn eveneens vitale en zeer charmante vrouw Jane 6 à 7 uur per dag van zijn hobby geniet en meestentijds te vinden is op het Nassiballen en Oliebollen net. Dat blijkt een wereld-omspannend net van Nederlands sprekende amateurs te zijn, waarvan de meesten elkaar nog uit de vooroorlogse Indië periode kennen en met elkaar hebben gewerkt.

Bij Wil begon het allemaal reeds in 1924. Hij was toen op Java in het voormalige Nederlands-Oost-Indie werkzaam bij de Java Foto Centrale, waaraan ook een primitieve radio-afdeling verbonden was. Daar de manager opstapte en de financiën van het bedrijf niet al te best bleken, werd het bedrijf opgedoekt en daar niemand eigenlijk met de radio-afdeling raad wist, kreeg Wil deze afdeling in eigendom.

Daarmee begon hij een eigen zaak JAVA RADIO SHOP geheten, waarvan de bijgaande QSL kaart nog een aandenken aan is.

In 1928 kwam Wil voor het eerst als piraat in de lucht onder de call OD-1WD. In 1929 werd mede op zijn initiatief de NIVIRA opgericht. Deze club zocht contact met de PH om wat meer structuur in het ethergebeuren aan te brengen.

Ondertussen verzorgde Wil wekelijks voor de Batavia’se Radio Vereniging een technisch praatje onder zijn eigen gekozen call OD-1WD. De PTT structureerde de ether door vaste frequenties aan te geven en iedere geregistreerde zendamateur ontving van de PH door hen geslepen kristallen voor die frequenties. Wil kreeg de call PK1WD, daarna PK1BH en op Sumatra PK4BH.

Wil had inmiddels ook een diploma Marconist 2e klas gehaald en de Militaire Dienst strikte hem via de Landstorm in de functie van radio-telegrafist/monteur in de rang van sergeant-majoor. Bij de Verbindingsdienst vervulde Wil de belangrijke communicatie-functies. Vele eenzame posten in dat grote eilandenrijk werden dankzij zijn grote technische kennis voor de buitenwereld toegankelijk gemaakt met de technische apparatuur, die Wil ervoor ontwikkelde.

Ook de Generale Staf kwam onder de indruk van zijn kwaliteiten en trok hem als medewerker aan en belastte hem met vele interessante en waardevolle opdrachten, die, en dat blijkt duidelijk uit de stukken die hij ons liet zien, tijdens de Japanse inval in 1941 vele mensenlevens hebben gespaard.

Toen Wil over die Japanse inval een Australische amateur via de 20 meter over de situatie ter plaatse wilde inlichten bleek dit tot zijn grote spijt niet meer mogelijk te zijn, daar de meeste Australische amateurs, opgeroepen voor Militaire Dienst en ingeschakeld bij de Kustbeveiliging de 50 meter band afspeurden naar mogelijke onraad.

Wil raakte in gevangenschap. Zijn installatie heeft hij onklaar moeten maken omdat hem informatie bereikte dat de Jappen in het bezit waren van de NIVIRA ledenlijst en bij alle amateurs huiszoeking zouden komen verrichten.

Na de oorlog is de echtgenote van Wil, bij velen bekend als JANE, met de kinderen naar Holland gegaan. Wil moest blijven en weer deden overheid en bedrijfsleven een beroep op de technische kennis van Wil om de communicatie te herstellen en daar waar nodig te verbeteren.

Eerst in 1947 zag hij kans om met de Sloterdijk als werkend passagier tegen een gage van 11,— naar Nederland te komen. Dat verblijf heeft slechts 3 weken mogen duren want toen moest hij weer terug. Zijn vrouw ging toen mee en in zijn bagage zaten de onderdelen voor een 2-tal radio-zend-ontvangers, waarmee in Indië over grote afstanden verbindingen werden gemaakt, die van belang waren niet alleen voor het langzaam op gang komend bedrijfsleven, terwijl ook de overheid er regelmatig gebruik van maakte.

In 1953 kwam Wil voorgoed naar Holland. Na in diverse landen gewoond en gewerkt te hebben kreeg hij via een relatie een tip voor een huis in Leusden. Hij kreeg een verantwoordelijke technische functie bij de overheid en vergat het zend-amateurisme. Dat was ook niet meer zo nodig. Hier had hij menselijke kontakten genoeg, in tegenstelling tot zijn indiëtijd, waar hij ruim 300 km moest rijden om eens een paar andere gezichten te kunnen zien.

In 1975, al lang na zijn pensionering las hij in een blad over ex-PK amateurs. Opnieuw heeft Wil toen een licentie aangevraagd en in 1976 kreeg hij de call PEoPWD.

Daar hij zeer geïnteresseerd was in het OSCAR gebeuren werd naast het 2 meter station een 70 cm station ingericht. Gezien zijn leeftijd moesten er te veel handelingen met antennes worden verricht en koos hij daarom voor de A-machtiging, welke hem op 15-2-1977 werd uitgereikt. De call veranderde toen in PA2PWD en onder deze call is hij dagelijks 6 à 7 uur actief op de 2 meter en op de meeste hoogfrequent banden.

Hoewel het hem bijzonder spijt, dat hij zelf niet meer zo goed kan knutselen, zijn er toch altijd wel bereidwillige mede-amateurs in de buurt om hem een helpend handje te bieden.

Nog onlangs was Wil met Jane present op de Amrato in de RAI, waar hij vele Old-Timers heeft ontmoet, waar hij jaren geleden mee heeft gewerkt en toen voor het eerst ontmoette in levende lijve. De PK-reünies vindt hij reuze gezellig omdat er zulke sterke banden aan ten grondslag liggen.

Door zijn hobby ziet Wil het nog helemaal zitten. Samen met zijn vrouw beantwoordt hij de vele post die als gevolg van zijn vele radio-activiteiten uit alle delen van de wereld bij hem binnenkomt.

Gevraagd naar zijn mening over de kwaliteiten van de huidige radio-zendamateurs, is Wil van mening, dat er veel ambitieuze amateurs op de 2 meter te beluisteren zijn, waarvan hij de gedegen technische kennis op een bijzonder hoog peil vindt staan. En dat mag, dachten wij, door een zo ter zake kundig amateur gezegd, als een compliment voor die amateurs worden opgevat.

Na dit voor ons zeer plezierige en zeer onderhoudend gesprek namen wij afscheid van Wil en Jane en met een laatste blik op het imposante antennepark gingen wij op zoek naar onze volgende amateur.

Foto 4: Peter (PA0IY) in zijn shack

Wij kwamen terecht bij Peter van Werkhoven ook te Amersfoort, die al 30 jaar bekend is onder de call PA0IY.

Peter bouwde de Heathkit transceiver SB 102 zelf en werkt er mee op de HF-banden. Thans heeft hij een zelf ontworpen Micro computersysteem waarmee hij in combinatie met zijn zender Telex en Morse ontvangt en zendt. Zijn antenne systeem bestaat uit een W3DZZ, die hij tezamen met zijn buurman Henk de Ronde (PA0JMD) in gebruik heeft.

Bij Peter is het allemaal op school begonnen. Omstreeks 1940 was het onder de toenmalige jeugd de gewoonte om eerst een kristalontvangertje te bouwen, waarmee de eerste ontvangsten werden gepleegd. Het kristal kostte een kwartje en de koptelefoon met een condensator f 2,50. Een variabele condensator met honingraatspoel dienden voor de afstemming, waarbij een lange antennedraad als voelspriet fungeerde. Via de eenlamper, de bekende A 415, werd het buizentijdperk binnengetreden.

Van ’46 t/m ’49 diende Peter bij de Marine Luchtvaartdienst en op grond van zijn interesse gekweekt door zijn hobby kwam hij bij de Verbindingsdienst terecht. Hij volgde een telegrafisten opleiding waar hij heden ten dage nog zijn voordelen mee opdoet.

Na zijn diensttijd deed hij direct examen voor radiozendamateur en behaalde gelijk de A-machtiging. Tevens studeerde Peter voor het bekende NRG-diploma Middelbaar Radio Technicus en behaalde ook dat begeerde papiertje.

Door zijn gedegen ondergrond kwam Peter beroepshalve in de Communicatie techniek en Data verwerking terecht, terwijl hij tevens een specialist werd in Meet- en Regeltechnieken.

Sinds 1946 is Peter lid van VERON en heeft in een zeer moeilijke periode het voorzitterschap van de afdeling Amersfoort bekleed. In die periode vond men het zendamateurisme maar een vreemd en zeer geheimzinnig gedoe, hetgeen uit de opkomst van de leden bleek, namelijk 2 à 3 per verenigingsavond.

De snelle ontwikkeling van de techniek en de toepassing ervan op de 27 Mc is naar de mening van Peter de oorzaak geweest van de popularisering van deze hobby.

Als hij dan even op de filosofische in plaats van op de electronische toer gaat stelt Peter dat de behoefte aan communicatie van de hedendaagse mens bijzonder groot is geworden. Op straat heeft men geen tijd meer om met elkaar te praten, we passeren elkaar met snelheden van 160 km per uur en de enige communicatie signalen zijn dan de claxon of het gebaar naar het voorhoofd als men verkeerstechnisch gezien de ander op een stommiteit wil wijzen.

Daar hij thans een commercieel technische functie bekleedt, wordt zijn behoefte aan communicatie in zijn dagelijks werk voldoende bevredigd. Zijn plezier in de hobby beleeft hij dan ook door het goed en gedegen uitpluizen van technische schakelingen, die als ze goed werken terzijde worden geschoven, waarna hij het volgende experiment ter hand neemt. Ook het uitdenken van schakelingen met reproduceerbare mogelijkheden behoren tot zijn favoriete bezigheden. Als het schakelingetje functioneert is eigenlijk de aardigheid voor hem eraf, maar voor het zover is beleeft hij het geheel op een zeer intense manier.

Zo is het ook met zijn microcomputersysteem gegaan. 5 Jaar aan ontwikkeling, studie en schematiseren zijn eraan vooraf gegaan om tot dit grandioos mooi gebouwde systeem te komen. De microcomputer biologeert hem in sterke mate, omdat je er, vooral software technisch gezien, altijd mee bezig kunt zijn. Je bent er volgens Peter nooit mee klaar, want alles kan nog beter.

Hij praat zo enthousiast en deskundig over deze materie, dat je er onwillekeurig van onder de indruk raakt. Zijn vrouw staat vierkant achter zijn hobby zegt Peter en die indruk maakt ze dan ook. Kijk en hij gaat weer even op de filosofische toer: “de meeste amateurs maken de fout, dat ze dag en nacht met hun zender bezig zijn en dan denken die vrouwen, dat die amateurs met hun zender getrouwd zijn. Het resultaat is dan vaak tegenwerking in plaats van medewerking”. Peter stelt dan ook heel duidelijk, dat je je vrouw zoveel mogelijk bij je hobby moet betrekken en hij stelt het niet alleen doch doet het ook. Samen bezoeken ze dan ook op de hobby betrekking hebbende activiteiten. Een ander groot voordeel stelt Peter met een lach, dat ze er vanzelf dan wel achter komt, “dat er nog meer gekken rondlopen op deze heel duidelijk, dat je je vrouw zoveel mogelijk bij je hobby moet betrekken en hij stelt het niet alleen doch doet het ook. Samen bezoeken ze dan ook op de hobby betrekking hebbende activiteiten. Een ander groot voordeel stelt Peter met een lach, dat ze er vanzelf dan wel achter komt, “dat er nog meer gekken rondlopen op deze wereld en dat hij zelf “dus” beslist niet de enige is.

Wij verlieten de gezellige flat van Peter met de overtuiging, dat wil je de radio hobby intens beleven een van de voorwaarden is, dat de ondergrond stevig moet zijn. Heel wat literatuur dus en studie. En met deze uitspraak besluiten wij dit artikel.

Bron: Electronica Top Internationaal, januari 1980

 


Hoe ging het verder?

Door Eddy PA0RSM

Inmiddels veertig jaar later kijken we nog eens terug op het Electronica Top Internationaal (ETI) artikel. Het blad bestond tussen januari 1976 en december 1982 en is toen voortgezet als Informatronica. Ondanks enkele pogingen hebben we geen naam kunnen vinden van de journalist. En nee, het is niet van onze John Piek (PA0ETE), maar als u nog een hint heeft dan horen we het graag!

We lezen in het (ETI) artikel de activiteiten van vier amateurs uit onze regio:

  • Wil van Dongen (PA2PWD), hij is op 23 juli 1980 op 84-jarige leeftijd overleden.
  • Frans de Feber (PA2RNI), hij is op 24 mei 1999 op 53-jarige leeftijd overleden.
  • Peter van Werkhoven (PA0IY) is in 1968 bestuurslid geweest en in 1969 voorzitter. Uit het interview blijkt dat het een moeilijke periode voor de afdeling Amersfoort was. Immers tussen 1953 en 1967 bestond het afdelingsbestuur veelal uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester Het vinden van bestuursleden had toen kennelijk geen prioriteit. Tijdens de verenigingsavond van januari 1999 sprak Koos (PA3BJV) een memoriam uit voor Peter van Werkhooven (PA0IY).
  • Jan Tuithof (NL4405). In het volgende stukje stel ik hem een aantal vragen.

Bron:

Geschiedenis van de radio-, televisie- en elektronicatijdschriften in Nederland versie 2.5 Herm Willems.

 


Verder kijken met Jan Tuithof – (NL4405 / PD0RDQ) – bestuurslid 1976 – 1981

Van het een komt het ander zou je bijna zeggen

Eerst dat mooie artikel uit 1980 over vier van onze Amersfoortse amateurs. Maar inmiddels zijn we veertig jaar verder en ik heb toch nog een paar vragen. Gelukkig kan ik die nog stellen aan een van onze “stamoudsten”. Met camera en notitieblok ben ik naar zijn huisadres getogen. Het was mij al duidelijk geworden dat z’n vrouw Wil ook een bekende in de Amersfoortse amateurwereld is. Dus is mijn introductiefoto er een van hen beiden.

Daar waar het artikel in van Electronica Top  Internationaal (ETI) van januari 1980 eindigde met de wens dat Jan z’n zendexamen spoedig zou halen pak ik de draad op.

Door omstandigheden werd het examen in 1992 bij hem thuis afgenomen. Hij werd de trotse eigenaar van de toenmalige D-machtiging met de roepletters PD0RDQ. Ik kende Jan voornamelijk van het RTTY-bulletin wat hij vele jaren samen met zijn buurtgenoot Henk Teubler (PA1HT) wekelijks uitzond. Het was tevens mijn eerste kennismaking met het decoderen op een computer. Ik denk dat het voor veel lezers gold. Nu we het toch over Henk Teubler hebben kan niet onvermeld blijven dat zij mede daardoor in 2001 uitgeroepen werden tot Amersfoortse “Amateur van het Jaar”.

Terloops vertelde Jan dat ze achter op het ruime erf, vanuit een schuur die telex uitzendingen deden. Nu we het toch over dat ruime erf hebben; had je daar vroeger een bedrijfje?

“Ja en nee; na mijn VUT bij defensie, had ik samen met mijn zoon een bedrijfje in metaalbewerking, maar dat was even verderop aan de Everard Meysterweg.”

Ik vraag het je daarom, vanwege enkele foto’s met een aantal afdelingsleden waarop te zien is dat een grote HF LogPer antenne wordt gereviseerd.

In 1987 kwam ik (als “zij-instroomer” vanuit de afdeling Den Helder en Friesland) voor het eerst in contact met de afdeling Amersfoort inmiddels het vermaarde convoblad ’t Geruis. Waarop Jan inhaakte: “dat werd hier vanuit huis gedrukt!  In een oud verslag lees ik dat het Geruis tot half 1990 bij Arthur Dekkers (PA0BRN) werd gedrukt en daarna op een door de afdeling aangeschafte “brander en stencil machine” en weer veel later  gekopieerd. Maar het andere handwerk; zoals opmaak, uittypen, vouwen, nieten en versturen werd door afdelingsleden gedaan.

Ik kan mij nog herinneren dat vanaf 2000 werd besloten om het Geruis nog maar ééns per jaar en dan voorafgaande aan de huishoudelijke vergadering als convocatie te verzenden. Ten einde nog later, uit verzendkosten overweging , kon men alleen nog maar een digitale versie met de vergaderstukken zelf downloaden. Voor de liefhebbers een tip: op onze A03 website zijn alle oude nummers van ‘t Geruis vanaf het alleréérste nummer (januari 1977) nog te bekijken.

Maar nu we het toch over de afdelingsavonden hebben; pas bij een thema avond in 2002 ‘de amateur en zijn hobby’ in het “Burgemeester van Randwijckhuis” kreeg ik ook een gezicht bij de call PD0RDQ. Als ‘die OM met een zelfgemaakt werkend schaalmodel van een stoommachine’ staat hij m’n geheugen gegrift (Hi). Overigens zag ik dat dit apparaat nog steeds in zijn shack staan!

We hebben in het ETI stukje kunnen lezen waar de fascinatie voor het zenden vandaan kwam. Maar Jan was ook luisteramateur NL4405, waar is dat luisteren vandaan gekomen?

Dat was tijdens de bezetting; wij woonde boven de Kapperssalon Tuithof op de Daltonstraat 39, hoek Franklinstraat. Ik sliep boven op zolder en had een kristalontvangertje met een lange “V-antenne” gemaakt. Op een zeker moment hoorde ik een sterke zender en wilde dat graag aan mijn ouders vertellen. Maar opeens stond ik beneden oog in oog met een aantal vreemde mensen die ook naar diezelfde zender luisterde (!?).

Ik zie het nog voor me: achter de spiegel met waskom was een geopend luik. Wat bleek; onder de Kapperssalon was een schuilplaats, die gaf tijdelijk onderdak aan onderduikers van de Binnenlandse Strijdkrachten en ik had ze ontdekt…

Omdat iedereen bang was dat ik in mijn enthousiasme mijn mond voorbij zou praten kreeg ik huisarrest!”

Wat een verhaal zeg; vandaag de dag zou de kapperssalon een “safe house” heten, maar hoe oud was je toen?

“Ik ben van 1933, dus reken maar uit; tijdens de bezetting zat ik op de lagere school. Als ‘nakomertje’ had ik een 23 jaar oudere zus en 18 jaar oudere broer. Beiden zijn inmiddels overleden.”

Ben je ook in Amersfoort geboren en getogen? Het antwoord volgde bijna in koor: “jawel, we zijn beiden echte keientrekkers”. En zij vulde aan: “m’n meisjesnaam is Wil Bakker uit de Van Woustraat, we zijn hier ook getrouwd en kregen twee zonen”.

Jan vertelt:

“Ik ging naar de Ambachtschool op de Leusderweg en heb bij veel bedrijven gewerkt. Zoals bij de firma Appel op de Kamp, Bronswerk, ESTA Soesterberg (daar haalde in m’n B-metaal diploma), Philips te Hilversum en Eindhoven. Maar de langste tijd -37 jaar- werkte ik hier op de Bernhard Kazerne als gereedschapsmaker (defensie – burgerpersoneel). Op de kazerne leerde ik ook Koos Sportel (PA3BJV) als collega kennen”.

Zoals ook in het ETI stukje was te lezen is door onze afdeling van die kennis en kunde dankbaar gebruik gemaakt. Tussen 1976 en 1981 was Jan ook afdelingsbestuurslid. Hij had naast de QSL- en servicebureau activiteiten en verkopingen ook de evenementen in z’n portefeuille. Wat vond je het aller leukste evenement?

“Dat was toch wel de ‘Jambourette’ -samen met m’n radiovriend Pim Seckel (PA0SEC)- op het landgoed de Paltz. We mochten daar veel spullen van “de baas” voor gebruiken. Het grapje in die tijd was: als ‘s avonds het Wilhelmus klonk, ging alles in de houding staan.”

In zo’n oud Geruis lees ik een uitgebreide aankondiging van de JOTA 1978. Het is alleen al leuk om die oude namen even terug te lezen.

JOTA 1978

In het weekend van 20, 21 en 22 oktober a.s. wordt weer de jaarlijkse Jamboree On The Air gehouden. Bij deze door de internationale Scoutingorganisatie georganiseerde gebeurtenis is het de bedoeling dat de diverse scouts met elkaar per radio in contact treden.Door een uitspraak van de Minister van Verkeer en Waterstaat is het de scouts in Nederland toegestaan via een amateurzender te spreken, mits de verbinding tot stand wordt gebracht en beëindigd door een gelicenseerd amateur.
Bij afsluiting van dit nummer was alleen wat bekend van de plannen van de Soekwa-groep.
Activiteiten van andere groepen kunt U waarschijnlijk in het volgende nummer aantreffen. De Soekwa zit dit jaar in een ruimte van jeugdhuis “De Schakel”, Soesterweg 253 in Amersfoort. De bedoeling is dat weer op HF en VHF wordt gewerkt onder de call PA0SEC/J, als officieel JOTA station. Tevens zal er een station worden gevestigd onder de call PA2RNI/A voor uitzendingen van RTTY en Slow scan TV (van dit station mogen de scouts helaas niet zelf gebruik maken). Als station manager treedt op OM JAN TUITHOF (NL 4405), terwijl de verantwoordelijke man Pim Seckel (PA0SEC) is. Verder hebben onderstaande amateurs hun medewerking toegezegd: Herman Scheper (PA0BAB), Frans de Feber (PA2RNI), Arnold Klein (PA0AAK), Jan Over (PE0JHO), Sjaak Kamerbeek (PE1AQZ), Jan Spierenburg (PD0AUQ), Jan Koekkoek (PA0JCK), Peter van Werkhooven (PA0IY), Arnold Berkhout (PD0DJI), Anske de Jong (NL 711) en OM Wimmers (NL 7003), tevens beheerder van de zaal. Verdere aanmeldingen zijn uiteraard welkom. De bedoeling is dat er vanaf vrijdagavond 24.00 uur tot zondagmiddag ongeveer 17.00 uur gedraaid wordt, in principe dag en nacht.
Voor de inwendige mens zal goed worden gezorgd! Verdere informatie hoort U op onze bijeenkomst van 16 september.

 

Nog even terugkijkend; wat is je leukste radioverbinding geweest? “Dat was mijn eerste QSO!” (waar heb ik dat eerder gehoord?) En weet je nog met wie? “Jawel, met Koos (PA3BJV) en daarna met een amateur bij de Bodensee, die ik later heb getroffen toen we in Friedrichhafen waren”.

Zo te zien aan je shack ben je nog lang niet aan het afbouwen, of toch wel?

“Nou een beetje; mijn activiteiten voor de landelijke VERON evenementen commissie (onderhoud en beheer van het VERON stand materiaal en het transportwagentje) zijn vorig jaar ‘symbolisch’ beëindigd met het overhandigen van de sleuteltjes aan Remy Denker (PA0AGF).”

Colofon:

Tekstbewerking: Eddy Krijger(PA0RSM)
Foto’s: Eddy Krijger (PA0RSM), Remy Denker (PA0AGF) en A03 archief
Webredactie en opmaak: Frank van Hamersveld (PA3DTX)

Geraadpleegde bronnen:

https://a03-static.veron.nl/afdeling/amersfoort/archief2.htm


Ten tijde van dit aanvullend artikel (augustus 2020) waren de volgende genoemde amateurs bekend bij ons als Silent Key: Henk Teubler (PA1HT), Pim Seckel (PA0SEC), Frans de Feber (PA2RNI), Jan Over (PEoJHO) en Peter van Werkhooven (PA0IY).

 


Het begon voor Willem van Gaalen (PA0WJG) in Amersfoort!

Het radioamateurisme is een dienst voor zelfontplooiing, dus:

Leren,…het begon in Amersfoort

Met verwondering geluisterd naar muziek van met een oortelefoontje rechtstreeks aangesloten op een pick-up. Als 12-jarige oude radio’s verzameld en geluisterd naar de getallen reeksen op de Korte Golf. Eenvoudige intercoms gemaakt met vriendjes in de flat. Dr. Blan jampot radio’s en vele andere kristalontvangers gebouwd. De grootste gevoeligheid was er een met een DC-voorspanning op de detectordiode. De antenne werd gemaakt van afgerolde foliecondensatoren gesloopt uit oude radio’s anno 1935, om deze vervolgens uit het raam te laten hangen. Prima ontvangst! Later een OV1 en diverse AMROH-bouwdozen.

Leren,…op het rechte pad

Samen met schoolvriendje Frans de Feber (PA2RNI) een 19-set gekocht. De B-set hiervan omgebouwd, zodat deze aan de bovenzijde van de FM-band kon zenden en ontvangen. Met de 19-set zenden op precies 3 MHz, omdat het op die frequentie zo stil was. Later spijt dat ik de Variometer van de 19-set heb mee verkocht om geld voor andere radio-onderdelen te verkrijgen. Een schakeling uit Radio Bulletin om een Pick-up op een U-buizen radio aan te sluiten gemodificeerd met in de eindtrap een 807 zendbuis! Gelukkig wees OM Smink (PA0VP) ons op het rechte pad.

Leren,…luisteren

Een 6J6 balans converter gebouwd voor ontvangst van de 2 meterband. Aangesloten op omroepdoos met een vaste middenfrequentie van 1,8 MHz. De zendamateurs zonden uit op hun eigen vaste frequentie. De afstemschaal bestond uit een op het grote snaarwiel van de afstemcondensator geplakt stuk papier. Alle gehoorde stations werden met de roepletters op de schaal in potlood aangegeven. Al spoedig geen ruimte meer!

Hoorde hierop Henk Peters (PA0FAS) met zijn allereerste (proef) uitzending op 2 meter in AM. In die tijd was het gewoon om je telefoonnummer te vermelden, opdat diegene die jouw dan hoorde en dus storing had … dit te kunnen laten melden. Wat ik deed. Henk woonde op circa 2 km afstand. Sindsdien regelmatig bij hem thuisgekomen, meegedaan als hulp bij zijn conteststation op 2 meter. Later ook vanuit in de oude watertoren in EDE met o.a. Joop Vaartjes (PA0JOP).

Er bestond in die tijd een Dutch Propagatie Service met o.a. Henk (PA0FAS), Joop (PA0JOP). Deze groep deed in het kippenhok te Leusden ook onder roepletters PA6MB aan Meteorscatter. Ontvangst met antennes voor horizontale en verticale polarisatie. Waargenomen dat DX-signalen, met een oorspronkelijke horizontale polarisatie, het ene moment goed te horen waren in het kanaal van horizontale polarisatie en andere moment alleen maar te horen waren in het verticale kanaal.

Leren,…het verenigingsgevoel

Ondertussen lid van de VERON geworden. In Amersfoort was E.P. Ingenegeren (PA0WWP) toen voorzitter. In een zaaltje tegenover station in Restaurant Witteveen, hield hij een kringgesprek, waarbij een ieder op zijn beurt vertelde waarmee hij bezig was. Een gezellige sfeer.

Verhuist naar Eindhoven. De VERON-vergaderingen werden gehouden in kantine van een drukkerij op nog geen 100 meter afstand van ons huis. Bestuurslid geworden in de periode van voorzitter OM Klein Wassink. Ook lid van de Materialen club van Philips met o.a. Piet Wakker (PA0PWA). Meegeholpen in de organisatie van lokale vossenjachten met o.a. Peter Lundahl (PA0PAZ) op de Leenderheide. Helpen op het Clubstation PE2EVO in het EVOLUON in Eindhoven, bij de contesten een prima verzorging van de inwendige mens.

Leren,…zenden

Op 29 juni 1965 de bevoegdheid verkregen tot het bedienen van een radio-elektrische zendinrichting voor het nemen van proeven en werkende in de ten behoeve van amateurstations toegewezen frequentiebanden boven 144 MHz, met roepnaam PA0WJG. Een 2-meterzender gebouwd met een door de NV Philips in bruikleen gegeven QQE06/40. Deze gemoduleerd met een “series-gate” modulator (schermroostermodulatie) welke werd aangestuurd door een zelfbouw Fidelio audioversterker. Helaas te veel HiFi, daarom afgekeurd door de radiocontroledienst…er moest eerst een laagdoorlaat filter in de microfoonversterker worden gebouwd om de uitgezonden bandbreedte te beperken. Alsnog op 16 maart 1966 goedgekeurd! Op een van de eerste VERON Pinksterkampen, gehouden nabij de Leusderheide, een bakenzender bemand met mijn zelfbouwspullen, als /A opgesteld in de flat van mijn tante.

Leren,…kennis vergaren en uitdragen

eerste QSL-kaart (1965-1968)

Opleiding Impuls en TV-techniek bij Philips. Met het geld, verdient aan TV-reparatie, mijn eerste (en laatste) derde hands auto kunnen kopen. Het wiskundig model van een transistorschakeling met behulp van FORTRAN laten doorrekenen op het Philips rekencentrum. Alles nog met ponskaarten ingebracht. Elektronische simulatie van defecte componenten en de invloed hiervan op te meten spanningen van o.a. transistorradio’s en gehoorapparaten, om eenvoudige reparatie methoden te kunnen maken. Bij de Centrale Service Afdeling schrijven van reparatiemethoden voor magnetrons, radio’s en gehoorapparaten. Les geven in systematisch fout zoeken bij radio’s en TV’s. Opgetreden als corrector van de schriftelijke VERON zendcursus onder leiding van OM Schaap (PA0HH). Als leerling onder andere A.F.G.M. van Tilborg (PA0ADT)! Bijdrage over SSB aan het boek “Cursus zendexamen” derde druk 1970.

In 1968 verhuist naar Rhenen. Werken bij de Koninklijk Luchtmacht, radartechniek, meten en kalibreren. Bestuurslid van de afdeling Wageningen. Met Mans Jansen (PA0MBJ) en Ko Verbiezen (PA0CVW) een cursus over halfgeleiders gemaakt en gegeven aan OM’s uit het buizentijdperk. Meegedaan aan contesten op 2-meter vanuit de zolderverdieping in de flat van mijn hospita. Later ook, als inmiddels getrouwde amateur, vanuit onze eigen flat er schuin tegenover.

Leren,…besturen

Willem in zijn shack (oktober 2005)

In 1975 verhuist naar Nieuwegein. Dichter bij het werk als stralingshygiënist bij Defensie. De VERON bijeenkomsten van afdeling Centrum werden helemaal gehouden in Utrecht Noord. Als voorzitter samen met de secretaris Jan Hengeveld (PA3AZQ) en Martin Wittens (PA0MWU) in Fort de Gagel de gaskachels eruit gehaald en vervangen door elektrische kachels; …ouwe zooi opgeruimd en verkocht. Van de opbrengst een scope gekocht voor de cursusleider Jaap Stolk.

Veel leden uit Nieuwegein vonden de Utrechtse vergaderlocatie te ver weg, samen met anderen in 1983 de afdeling Nieuwegein opgericht. Besturen met Ups en downs, veel geleerd. Een bestuur moet niet alles zelf willen regelen. Om activiteiten te organiseren behoeft men niet perse bestuurslid te zijn!

 

Bron: https://home.hccnet.nl/w.j.van.gaalen/HAMWJG/WG2.html

Terugkijken met Juul Geleick (PE0GJG)

Afdelingsvoorzitter in 1985 (VERON 40 jaar)

Eddy Krijger (PA0RSM)

Vanwege “VERON 75 jaar” proberen we zo ver mogelijk terug in de tijd te kijken naar onze oude jubeljaren. Bij deze geïnterviewde amateur klonk dat destijds “…Going back in time, with the sound of the nation”… Nieuwsgierig geworden? Een kleine hint: Juul heeft destijds voor de zeezender Radio VERONICA gewerkt.

Maar laten we toch even met het begin beginnen. Juul is in 1947 in Hilversum geboren en daar ook opgegroeid. Op de site van http://www.norderney192.nl/herinneringen_juul.html vertelt Juul over zijn jeugd:

“Radio(s) maken zat er bij mij al vroeg in. Immers, ik kreeg op mijn 10e van m’n vader een bouwdoos om een kristal ontvanger te maken. Het was de “Elektron” van de firma Amroh uit Muiden. Het werd solderen met de “gas” bout, dus warm laten worden op de gaspit.

Pionier III, foto Carlo ten Hoope

En groot was de opwinding toen Hilversum 1 en 2 via de oortelefoon zachtjes hoorbaar waren. Al experimenterende en via de bekende dr. Blan ontvanger op de closetrol werd het al snel een bouwdoos van Philips, “Pionier 3 ”. In dat kartonnen omhulsel. Maar het ultieme was toch wel, een draagbare ontvanger! Zonder stopcontact en lange draadantenne naar de radio luisteren! Het werd de “Positron”, ook van Amroh.

Eind jaren 60 besloten m’n ouders dat we op vacantie naar België en Luxemburg gingen, ze hadden er gewoond, we gingen met de auto en ja hoor, daar kon ik luisteren naar “208 – the station of the stars” en uiteraard de Nederlandse uitzendingen. Maar ja, luisteren is een vrij passieve aangelegenheid. En omdat ik toch al besloten had om electronica te gaan studeren besloot ik samen met een buurjongen om een heuse zender te gaan bouwen. Het werd er één met een buis, een DL 92, output misschien 1 watt of zo. Maar nadat de buis tijdens experimenten was gesneuveld besloten wij om een transistor te gaan gebruiken. Dat was immers je van het in die tijd (1960-1962).

En dat werkte, met maar 1 transistor (voor de technici onder ons, een AF 135 in collpits schakeling voorzien van een kristal en moduleren op de emitter). De zinken dakgoot fungeerde als antenne en hup we waren actief op de middengolf. Bereik… “de hele straat”. We draaiden, ja geloof het of niet, veel platen van Klaus Wunderlich.”

Na zijn Electronica studie op de Dr. A.F. Philipsschool is hij gaan werken bij Philips in Huizen. “Dat was PTI voor de kenners, of te wel Philips Telecommunicatie Industrie. Grote zenders en ‘geheime apparatuur’ voor het leger”, zo voegt hij toe.

Juul in de studio, Zeedijk in Hilversum 1968

Na de militaire diensttijd, in 1967, werd hij gevraagd door Willem van Kooten (alias “Joost den Draaijer”) om bij Radio Veronica te komen werken. Een studievriend Ad Bouman, werkte daar al. Als programmatechnicus werkte Juul samen met (voor mij) bekende presentatoren, zo ik op de website “Nordeney192.nl” lees.

Het zendschip had voor vele uren uitzendbanden aan boord, die werden opgenomen in de Hilversumse studio aan de Zeedijk en Lapershoek. Elke DJ had wel zijn “favoriete” technicus zo lees ik ook dat Juul met Lex Harding de meeste ‘radio-uren’ in zijn Veronicatijd heeft gemaakt.

In 1968 stond er elke maand wel in de krant dat het uitzenden vanaf zee verboden zou worden, maar dat zou uiteindelijk toch nog tot 1974 duren. Voor de lezers met enig gevoel voor sentiment in de radiogeschiedenis; wie kent niet de laatste minuten van Radio VERONICA met “de tikkende klok” en uiteindelijk de zender uit de lucht?

Juul vervolgt: “na het stoppen van Veronica op 31 augustus 1974 ben ik als producer radio bij de TROS gekomen. Dat duurde tot mijn pensioen in 2006”.

Juul is een zelfbouwer; zo heeft hij zijn eerste PTT goedgekeurde zender zelf gebouwd. Zo op foto is te zien, dat het heel degelijk gemaakt!

Maar waar is toch dat gevoel voor radiozenders ooit begonnen zult u zich als lezer afvragen? Daarbij ben ik op een aardige parallel met mij zelf gestoten; ‘je eerste oscillatortje vergeet je immers nooit’. Zou dat bij Juul dan toch die “AF 135 in Collpits schakeling voorzien van een kristal en moduleren op de emitter” zijn?. En daarmee kan ik meteen een “bruggetje” maken van werk naar hobby.

In zijn woonplaats Bunschoten bouwde hij zijn eerste shack op. “Met heel veel zelfbouwspullen”. Maar nog voor hij zijn zendmachtiging PE0GJG haalde in 1975, verkreeg hij een bouwvergunning voor een antenne installatie. Daarover bestaat een fraaie anekdote die hij in een uitzending van de Locale Omroep Spakenburg vertelde. Met zijn toestemming heeft onze archivaris Frank (PA3DTX) een transcriptie gemaakt van dat radio interview.


Inval van de RCD bij Juul Geleick eind 1975

Op 28 december 2006 vertelde Juul (PE0GJG) aan de luisteraars van LosGoud (http://www.omroepspakenburg.nl) hoe ’t toen allemaal in z’n werk ging met die inval.

Diskjockey: Aan de telefoon heb ik Juul Geleick. Juul was jarenlang werkzaam als technicus bij de zeezender Radio Veronica en werkte daarna bij de TROS. Het was op een avond in december 1975 dat bij Juul aan de Schubertstraat hier in het dorp wordt aangebeld, wat daarna gebeurd is voor Juul als voor de aanbellers een verrassing. Juul kan je ons vertellen wat er aan de hand was?

Juul: Ik had altijd al belangstelling voor het radiozendamateurisme. Dan bedoel ik niet met een bakje op de 27 MC en ook geen zendertjes op de FM-band of zo, maar gewoon zendertjes maken. Knutselen met elektronica en ik vond in 1975 dat dat maar eens een gevolg moest hebben met het behalen van een zendmachtiging. Nou dan moet je daar voor leren (bijvoorbeeld over weerstandjes en condensatoren) en moest je bij de PTT in Den Haag in mijn geval daar examen voor doen en krijg je als je geslaagd bent een zendmachtiging. Nou die kreeg ik zo in november 1975, ik kreeg toen een brief van de staatssecretaris dat ik geslaagd was voor mijn zendexamen en ik kreeg de bevoegdheid. Ik mocht dus een zender bedienen bij een reeds gelicenseerde zendamateur, want ik had mijn roepletters zoals het heet nog niet gekregen. Je krijgt als zendamateur allemaal roepletters zodat je gemakkelijk geïdentificeerd kan worden.

Moet ergens aan het eind van 1975 zijn geweest werd er aan de deur gebeld. Ik had inmiddels met toestemming van burgemeester en wethouders al enkele jaren een zogenaamde 2 meter ontvangstantenne op mijn dak van Schubertstraat 5 staan die zelfs kon draaien.

Er was ook een lokale piratenzender zoals ik die maar zal noemen actief en die zond plaatjes op de FM-band. Plaatje voor meneer de Graaf en mevrouw van de Groep en dat soort dingen. De politie had een klacht gekregen dat er gestoord werd op allerlei apparatuur en die zagen in de Schubertstraat nummer 5 een antenne op het dak en die dachten wij hebben hem. Zij hadden, want zo ging het vroeger in de jaren zeventig, de Radio Controle Dienst gebeld. Er werd een opsporingsambtenaar gestuurd voorzien van twee agenten. Zij belden aan bij mij en stormden naar boven naar de zolder. En daar stond inderdaad mijn reeds gebouwde zender, alleen ik had er nooit plaatjes mee uitgezonden. Nou zij dachten dat ze hem hadden de piraat, maar ik zei: “Jongens ik heb net examen gedaan en ik heb een verklaring van bevoegdheid”. De opsporingsambtenaar van de radio controledienst zag dat ook en controleerde dat en zei deze meneer is niet de piraat waar u naar op zoek naar bent. Sip kijkende agenten natuurlijk, die dachten van oh jee wat nu toch allemaal weer. Ik hield mijn mond, omdat ik wel ongeveer wist waar het signaal vandaan kwam en ik dacht moet ik nu degenen zijn die dan zegt waar deze piraat woont. Dus dat deed ik maar niet.

De agenten die dropen af niet dat zonder gevraagd te hebben aan de opsporingsambtenaar moeten we dan niks in beslag nemen. Nou dat lijkt mij niet verstandig zei de opsporingsambtenaar, want deze meneer die krijgt over enkele weken zijn roepletters uit Den Haag van de PTT en dan mag hij gewoon uitzenden. Geen plaatjes maar wel gewoon gegevens uitwisselen net zo als enkele andere zendamateurs in het dorp. Dus zij dropen af en ik heb nog wel eens geluisterd naar de zender die plaatjes draaiden In 1989 zijn wij vertrokken uit het dorp zoals ik het nog steeds noem. Als mijn vrouw en ik het over het dorp hebben dan hebben wij het over Bunschoten-Spakenburg. Prachtige herinneringen ongelooflijk mooi dorp, prima jaren gehad.

Diskjockey: Er zaten nogal wat andere zendamateurs in het dorp zei je, hoeveel?

Juul: Nou er waren Auke Gerbens (PA0AFG) die werkte ook bij Philips. Dan had je huisarts Hans Hugenholtz (PA0NV). Dan had je nog Peter Planjer (PA0PX) die woonde in de Dopperstraat eigenlijk recht achter mij. Dan had je nog een meter of vijftig naar de uitgang van de Dopperstraat had je Arnold daar ben ik even zijn roepletters van kwijt en we hadden nog een zendamateur die woonde daar weer twintig meter vanaf dat was Ronald daar ben ik ook de roepletters van kwijt en dan hadden we nog Hans G. Jansen (PE1CRC) de latere eindredacteur van het radioprogramma Hobbyscoop. Die is inmiddels helaas overleden. Dan had je het wel zowat gehad zo’n beetje, dat waren allemaal mensen die in het bezit waren van een zendmachtiging.

Diskjockey: Dus toch nog redelijk wat activiteit in de ether hier in het dorp. Luisteraars ik sprak met Juul Geleick ex-medewerker van de zeezender Radio Veronica en in de jaren zeventig en tachtig wonende in ons dorp.


Ik maakte niet zo veel verbindingen, maar wel weet ik dat één van mijn eerste echte verbindingen was met John Piek (PA0ETE)”, dat was op 6 januari 1976.”

Dus ook hier geldt dus de tegeltjeswijsheid “je eerste QSO’s vergeet je nooit” Hi.

In ons afdelingsarchief lezen we dat in zijn actieve voorzittersperiode van 1985, voor de afdeling dat: George d’ Arnoud (PA3BIX) secretaris was, Cor v. d. Wetering (PA3COM) penningmeester. Leden van het bestuur waren Rinus Doeland (PA3AZH), Dominic Hoogsteder (PD0LDC), Frank van Hamersveld (PA3DTX) en Jan van Dalum (PE1JHU).

Maar in het boek “50 jaar VERON, 100 jaar Radio” van D.W. Rollema (PA0SE) lees ik dat hij in 1980 de allereerste secretaris was van de landelijke VERON PR-commissie. Hij was hiervoor gevraagd samen met Peter Meijers (toen PE0PME) door de toenmalige voorzitter van de VERON Jan Hordijk (PA0AJE) om een PR-commissie op te zetten . Vooral in de eerste jaren was het opzetten van een PR-programma pionierswerken en was veel werk. Juul schrijft mij daar over:

“Dit was omdat zowel Peter als ik natuurlijk door ons omroepwerk nogal wat konden regelen op PR-gebied en ons regelmatige contact met de Haagse politiek.
Ik ben lid geweest van de PR commissie tot ergens in begin 2003 dacht ik en heb voor mijn activiteiten de VERON Gouden speld gekregen uit handen van het lid van het hoofdbestuur Leon Kusters (PA1LK).

Naar aanleiding van de vraag hoe ik in het afdelingsbestuur terecht ben gekomen dat weet ik niet meer precies, maar al nadenkende moet dat via Frans de Feber (PA2RNI) gegaan zijn. Ergens staat mij zoiets bij dat ook Janny van Nieuwkerk (PA3BOR) en haar echtgenoot Jaap (PD0DBD) waren er geloof ik bij betrokken, maar al vrij snel moest ik mijn afdelingstaken opgeven vanwege mijn gezondheid.

Ik heb nog wel een lezing gegeven in het Burgemeester van Randwijckhuis over de computerbesturing van de ICOM TC-R70 ontvanger met behulp van een ZX-spectrum.

Frans (PA2RNI) was een bekende van Juul uit de zeezender wereld. De RNI suffix kwam van Radio Noordzee Internationaal. En Frans was daar zendertechnicus geweest. Maar nu we het toch over suffixen hebben; PE0GJG staat dat voor (GJ) Juul Geleick? “Jawel, mijn voorletters zijn G.J., officieel heet ik Gottfried Julius “.

Zoals gezegd is Juul een zelfbouwer en terugkijkend op de leukste projecten noemt hij er een aantal. Heel veel van deze amateurs zijn helaas overleden.

“Mijn project dat ik met verschillende amateurs w.o. Peter Planjer (PA0PX) en Leon Kusters (PA1LK toen PA3DOS) en Niek Rodenburg (PA0KWY)  hebt gemaakt was de computer besturing van m’n ICOM R70. Ook de vele eindtrappen die ik samen met Niek (PA0KWY) waren mooie projecten.”

Tot slot de vraag ben je vandaag de dag nog actief op het radiogebied? Of heb je ook andere hobby’s?

“Mijn zendamateur activiteiten staan op een heel laag pitje. Vindt het niet zo leuk meer. Veel van de nieuw amateurs bedienen zich van “koopdozen” en weten vaak van electronica maar bar weinig ondanks dat ze een machtiging hebben en het taalgebruik staat mij vaak tegen.

Sinds enige jaren ben ik geen lid meer van de VERON, ik vond het na ruim 40 jaar welletjes. Het was niet meer de VERON waar ik met hart en ziel lid van geworden was.

De amateurspullen zitten al weer in de verhuisdoos, want we gaan over een paar maanden verhuizen. We gaan naar postcode 8256 (Biddinghuizen) en daar mag ik geen antenne neerzetten. Heb ik geen probleem mee.

Maar de laatste jaren ben ik heel erg druk om de geschiedenis van Radio Veronica, de zeezender, te archiveren en te beschrijven.”

Gelukkig laat Juul met al zijn werk “sporen na”. Voor de liefhebbers van zeezender historie raad ik zeker aan om de website www.norderney.nl eens te bezoeken.

Colofon:

Tekstbewerking: Ed Krijger (PA0RSM)
Transcriptie LOS radio: Frank van Hamersveld (PA3DTX)
Webredactie en opmaak: Frank van Hamersveld (PA3DTX)

Geraadpleegde tekstbronnen:


Ten tijde van dit artikel (juli 2020) waren de volgende genoemde amateurs bekend bij ons als Silent Key: Auke Gerbens (PA0AFG), Hans Hugenholtz (PA0NV), Peter Planjer (PA0PX), Hans G. Jansen (PE1CRC), Jan van Dalum (PE1JHU), Frans de Feber (PA2RNI), Jaap Nieuwkerk (PD0DBD), Niek Rodenburg (PA0KWY),  D.W. Rollema (PA0SE) en Jan Hordijk (PA0AJE).

Terugkijken met Herman Scheper (PAoBAB)

Eddy Krijger (PAoRSM)

Herman (PAoBAB) afdelingsvoorzitter 1976-1979

In het kader van 75 jaar VERON afdeling Amersfoort, blikken wij dit jaar regelmatig terug. Via Lex van der Lugt (PA1LEX) kreeg ik een e-mail onder ogen die ik graag nog wat aangevuld wilde hebben om er een stukje met een kop en staart van te kunnen maken.

Als zendamateur laat je sporen achter; zo haalde ik uit de PAo-database van Remy Denker (PAoAGF) een paar weetjes: Herman behaalde in 1974 zijn C-machtiging en twee jaar later zijn A-machtiging. Bijna vijfenveertig jaar geleden is hij zes jaren onze afdelingsvoorzitter geweest, dat was van het voorjaar 1976 tot voorjaar 1980.

Maar nu laat ik hem echt zelf aan het woord:

“Ik ben in 1942 in Naarden geboren. Na mij werden nog 2 jongens en een meisje geboren, maar ik ben de enige met de radiohobby. Begin van de jaren 50 kreeg ik een kristalontvanger (een echte!) en lag ik ‘s avonds samen met mijn broer (we lagen in een tweepersoons bed) stiekem naar “Paul Vlaanderen” en “Sprong in het heelal” te luisteren. De antenne hing uit de dakgoot van ons huis.

Begin jaren vijftig kwam er heel veel oorlogssurplus op de markt. In Haarlem (waar ik opgegroeid ben) had je onder andere Loe Lap, een dumpshop. Daar stond ik likkebaardend voor de ruiten naar alle mooie spullen te kijken. Ik was inmiddels vaste klant bij Radio Marco geworden voor de radiohobby. Mijn krantenwijk bracht acht gulden in de week op; samen met mijn karige zakgeld kon ik zo de electronica knutselhobby net mee betalen. Radio Bulletin en Dr. Blan waren toen onder andere de literatuur. Dit is de hoofdreden dat ik nooit ben gaan roken. Je kunt je geld maar eenmaal uitgeven. Dat dit heel veel later er voor zou zorgen dat ik nu nog leef is een heel ander verhaal.

Uiteindelijk een 19 set aangeschaft voor 75 gulden; geheel compleet met reserve- en andere onderdelen. Ben lid van de VERON geworden en in een oude Electron van toen vond ik een artikel dat je leerde hoe je de B-set uit de 19 set kon ombouwen voor 2 meter. Met mijn toenmalige kennis was dat al te doen. Een 2 meter antenne gemaakt, set omgebouwd, en gaan luisteren. Inderdaad ontving ik die dag een OM met een sterk signaal die in de buurt bleek te wonen… Heb toen brutaal hem opgeroepen met mijn valse call. Tot mijn verbijstering reageerde hij met de melding dat ik een piraat was en moest opdonderen! Heb dagen de set niet meer aangeraakt. Had mezelf inmiddels CW aangeleerd en luisterde op een korte golf band toen ik een Pool in CW CQ hoorde geven. Ik had inmiddels een langdraad antenne en heb hem geantwoord -met weer fake call- en inderdaad reageerde hij toen. Mijn CW kennis was te gering om verder te kunnen, maar ook dit smaakte naar meer, maar dat kwam pas later in mijn leven. Waar de 19 set gebleven is weet ik niet meer…”

De hobby bepaalde mede de rest van Hermans leven, zo schrijft hij dat hij de HTS Electro / Electronica is gaan doen en zoals gebruikelijk in die tijd moest hij in militaire dienst. We hebben het dan over de zestiger jaren.

“Ik had het geluk dat ik verbindingsofficier werd bij de Koninklijke Luchtmacht. Na 24 maanden, dat was toen de duur van je dienstplicht als je als dienstplichtig officier in dienst moest, kreeg ik de vraag of ik de klus waar ik toen mee bezig was wilde afmaken. De aanbieding om “na te dienen” die ze me deden was zo aantrekkelijk dat ik hierop ja gezegd heb (ik was inmiddels getrouwd en reed elke dag met mijn lelijke eend van mijn woonadres naar Hilversum waar ik mijn werk deed voor de Luchtmacht).

Na deze periode werd ik docent Electronica aan de Chr. MTS Scutos te Utrecht. Dit heb ik jaren met veel plezier gedaan… ergens in die periode pas echt CW geleerd en toen mijn A-machtiging gehaald.

Na een 10-tal jaren begon het te kriebelen en ben ik een importbedrijf begonnen voor speciale electronische onderdelen die in Europa moeilijk verkrijgbaar waren. Ik ben na een gedegen vooronderzoek in het vliegtuig naar Taiwan gestapt. Daar kwam in die tijd immers alles vandaan. Gelukkig had ik mezelf al geleerd om ‘met stokjes’ te eten. Uit die reis is Hermac B.V. voortgekomen. Omdat ik ook de zendamateurhobby weer had opgepakt lag het voor de hand dat ik ook met een ‘zendamateur oog’ aan het inkopen ging. Jaren daarna werden het computeronderdelen.

Hermac was, in die jaren, een bekend adres voor eindtransistoren, chip-condensatoren en nog veel meer. Daarna verlieten containers vol computerspullen Taiwan om vanuit Scherpenzeel naar de rest van de Benelux verstuurd te worden. Het waren roerige, maar zeer boeiende jaren. Hermac en nog een bedrijf, dat uit deze activiteiten voortkwam, bestaan en floreren nog steeds hier in Scherpenzeel. Alleen hun klanten zijn de overheid en grote- en kleine bedrijven door heel Nederland. Dus niets meer voor de amateurs en knutselaars onder ons.”

Met dit inkijkje op het snijvlak van werk en hobby schrijft hij over de leukste herinnering aan die tijd:

“Heel veel leuke dingen. In mijn Hermac periode heb ik contact gekregen met een Nederlandse zendamateur in Nairobi, die ook uit Scherpenzeel bleek te komen en kennis gemaakt met de familie toen ze met verlof waren. We zijn goede vrienden gebleven tot op heden; zelfs de Kerst samen in Nairobi gevierd.”

Herman woont nog steeds in Scherpenzeel en er zijn in die jaren twee zoons en twee dochters geboren, maar het zendamateurisme heeft ze niet kunnen boeien. (Daarbij is hij niet de enige in. Hi.)

De herkomst van de radiosuffix BAB blijkt voortgekomen van de naam van z’n vrouw Barbara. Op mijn vraag over de shack en antennes schrijft hij:

Herman in zijn shack annex atelier

“Ik heb zelf de draad weer opgepakt als PAoBAB. Vroeger had ik een Kenwood transceiver en een 3-elements multiband yagi. Dat was heel leuk, maar die heb ik 20 jaar geleden verkocht samen met rotor en mast. Nu heb ik een 8 Watt multiband SSB-transceivertje gebouwd en samen met een endfed HF-antenne en een aantal dipolen is het nu echt amateurisme, maar nu is een QSO ver achter de Oeral eigenlijk veel bevredigender. Zelfs in deze conditie arme tijden. Mijn shack is gecombineerd met mijn atelier (ik ben ook nog goudsmid), ik heb gelukkig een groot huis.

Ik heb ook nog twee UBITX HF transceivers als kit aangeschaft en verder nog een 20 Watt XIEGO-G90 HF transceiver die ik als meet-en testzender heb gebruikt bij het bouwen van de UBitX en pas geleden heb ik een Digimaster MiniproSC besteld om met mijn G90 te gaan leren hoe de digitale modes werken; een geheel nieuw terrein voor mij.”

Herman blijkt dus zelfbouwer en daarna een QSO-maker. Over zijn mooiste verbinding schrijft hij:

“Dat was Sint Helena; op een zondag kort voor etenstijd – een pile up – de lijst daar stond ik al op en toen werd er voor eten geroepen…Toen ik de verbinding eindelijk had gemaakt en ik me bij de familie kon voegen was het eten vrijwel op en had ik verder ‘sneeuw’ in mijn beeld…, maar dat hoort erbij.”

In het verenigingswerk raakte hij betrokken door een ander amateur OM Pim Seckel (PAoSEC) die had hem namelijk daarvoor gevraagd. Over zijn afdelingservaringen laat ik hem tot slot zelf graag aan het woord:

“In de jaren zeventig, toen ik lid en voorzitter was van de afdeling Amersfoort, herinner ik mij dat het een gezellige homogene afdeling was. We vergaderden toen aan de Dorresteinseweg in de Eemgaarde, later werd dat het Burgemeester van Randwijckhuis daar in de buurt.

Als bestuur: Hans Moorhof (NL4191), Gijs v.d. Goot (PAoGYS), Jan Over (PA2JHO), Pim Seckel (PAoSEC), Jan Tuithof (NL4405), Fred Vorstermans (NL368), Jules Kannemans (PEoJKA) en John Piek (PAoETE), vormde we in wisselende samenstelling ook een soort vriendenkring.

Jan Tuithof (NL 4405) een heel actieve – wat oudere – luisteramateur. Ik herinner me nog goed de gezellige bestuursvergaderingen aan de Woestijgerweg bij Jan en zijn gastvrije familie thuis. Jan maakte met zijn handen wat zijn ogen zagen en stond voor iedereen zo nodig klaar. Rob (PAoKEL) was in die jaren ook al druk met vossenjachten en veel meer evenzo als John Piek (PAoETE).

Veel zijn helaas al overleden, zoals Pim Seckel (PAoSEC) een hoge luchtmacht officier (hij was de man met heel veel plannen), Jan Over (PEoJHO) en Jules Kannemans (PEoJKA) (was een begenadigd digitale knutselaar en publiceerde zelfs in Radio Bulletin).

Het jaarlijkse evenement was de JOTA. Wij hadden als Soekwa groep aan de Laan 1914 het bos naast DHV (Dwars, Hederik en Verheij) geadopteerd. Het JOTA-weekend was een jaarlijks terugkerend evenement waar een aantal OM’s hun diensten aan verleenden. Heel gezellig, maar geen schokkende avonturen of romances…. Ook hielpen een paar OM’s bij de JOTA elk jaar in Scherpenzeel, zoals OM Arnold Klein (PAoAAK).
Ik zie dat ook de VERON nu veel minder leden heeft dan jaren geleden, helaas gaat dat zo in het leven.

Hartelijke groet, Herman Scheper (PAoBAB).”

Colofon:

Tekstbewerking: Eddy Krijger(PAoRSM)
Foto en tekst: Herman Scheper (PAoBAB)
VERON A03 archief en web opmaak: Frank van Hamersveld (PA3DTX)
QSL collectie: Gerard Nieboer (PA1AT)
PAo-database: Remy Denker (PAoAGF)

 


 

Leven met punten en strepen

Wout Koolstra (PAoPHK)

Op het treinstationnetje van Laag-Soeren zag ik augustus 1937 voor het eerst een telegraaftoestel. Martin, zoontje van de stationschef, had gevraagd eens langs te komen. Hij was bijna 2 jaar ouder dan ik en hij zat al op het Lyceum in Zutphen. Zelf had ik net de lagere school verlaten; in september zou ik naar de ULO in De Steeg gaan.

Op en bij het station was veel te zien. De bediening van wissels, seinen en het meest interessante: de bediening van de spoorbomen. Een karweitje dat Martin graag op zich nam. Als een trein vertrokken was hanteerde de stationschef de seinsleutel en gaf zo een bericht in morsetekens via de lijn door naar het volgende station. Nieuwsgierig stond ik te kijken en als toelichting op wat hij vertelde seinde Martins vader mijn naam in morse naar het station in Dieren.

In 1937 herstelt het economisch leven zich weer enigszins na de treurige crisisjaren aan het begin van de dertiger jaren. Thuis knutsel ik met Mecano en eenvoudige elektro dozen. Lezen doe ik veel, vooral boeken van Viruly over het vliegen op Soesterberg en natuurlijk zijn dikke boek “We vlogen naar Indië”. In dat laatste boek over de KLM-vluchten in de beginperiode, komt ook de rol van de radiotelegrafist (marconist) naar voren. Al gauw stond het bij mij vast wat ik wilde worden.

Zomer 1938 over naar de 2e klas van de ULO, maar in die klas kwam ik niet te zitten. Er stonden andere plannen op het programma. Tot nu toe had ik, door omstandigheden, onderdak genoten bij mijn grootouders, maar dat zou einde 1938 veranderen. Mijn moeder trouwde toen met een weduwnaar en zij kreeg daardoor in één keer 7 kinderen erbij, 5 jongens en 2 meisjes. Dat werden dus mijn stiefbroers en -zussen. Grote veranderingen: verhuizen naar Zwartebroek (gemeente Barneveld) en naar de Middelbare Handelsdagschool in Amersfoort.

In de periode september t/m december ’38 werd ik met behulp van particulier onderwijs klaargestoomd om in januari ’39 in de 2e klas van de handelsschool te kunnen worden geplaatst. In de prospectus van die school was te lezen dat het einddiploma toegang gaf tot ondermeer de opleiding tot radiotelegrafist. Het doel kwam in zicht!

Hoewel op 10 mei 1940 ook ons land door de oorlog werd overweldigd, ondervond mijn studie daar weinig hinder door. In juli 1941 had ik het einddiploma op zak en de lang begeerde opleiding kon beginnen en wel bij Instituut Steehouwer in Rotterdam.

In verband met de oorlogstoestand werd voor mij een onderkomen gevonden op een boerderij (akkerbouwbedrijf) enkele kilometers van het dorp Terbregge, veilig maar wel 45 minuten fietsen naar school. Die radioschool beviel uitstekend, ik genoot van het uitgebreide lesprogramma.

Toch was het genoegen maar van korte duur. Begin december werd de school op last van de S.D. (Sicherheits Dienst) gesloten en ging ik terug naar Zwartebroek.

Thuis alleen maar afwachten is ook niets en zo volgde ik met succes een schriftelijke cursus Engelse handelscorrespondentie. Ook met cursussen heb ik mij verdiept in de radiotechniek.

In de loop van het jaar 1942 berichtte een vroegere leraar (S. la Rivière) dat hij zelf een instituut (Marconi) startte in zijn woning in Hillegersberg (bij Rotterdam). Veel oud-studenten meldden zich aan; op die manier pakten we de draad weer op.

De reis naar Hillegersberg was vrij lang, eerst op de fiets naar Amersfoort, dan de trein naar Rotterdam en van station Maas met tramlijn 4 of 10 naar Hillegersberg. Eerst ging het nog wel, hoewel het soms, tengevolge van schade aan de spoorweg noodzakelijk was een hele omweg te maken via Amsterdam, Haarlem en Den Haag om Rotterdam te bereiken. In de loop van 1943 werd het reizen door vertragingen, beschietingen en razzia’s zo riskant dat Sam la Rivière ons het advies gaf thuis verder te studeren. Dat zou mooi kunnen als mede student Jan Ekkebus uit Soest en ik elkaar bij de studie tot hand en voet zouden zijn. Zo gebeurde het dat Jan tweemaal in de week naar mij toe kwam en ik de andere week tweemaal naar Soest. Dat liep prima, we oefenden in seinen en opnemen en leerden samen de vakken radiotechniek etc. Af en toe hadden we schriftelijk contact met onze leraar en soms, toch maar naar Hillegersberg voor mondelinge instructies.

De examens werden afgenomen door de PTT aan de Scheveningseweg in Den Haag. Er waren twee gedeelten: deel 1: seinen en opnemen, deel 2: techniek, voorschriften, Engels en aardrijkskunde. Verder waren er nog twee soorten certificaten: 1e en 2e klasse. Het verschil zat hem voornamelijk in de snelheden voor seinen en opnemen. In april 1943 slaagde ik voor het eerste deel van het certificaat 2e klasse en in februari 1944 voor het tweede deel. In mei 1944 slaagde ik voor het tweede gedeelte van het certificaat 1e klasse, maar voor het eerste deel heb ik mij nooit opgegeven, wat gezien de oorlogsomstandigheden te begrijpen is.

Dinsdag 5 september, Dolle Dinsdag.  Door het gerucht dat de geallieerden snel optrekken door België naar Breda ontstaat een wonderlijke dag. Mensen staan vol verwachting en in een opgewonden stemming te kijken naar de troepen die er aan moeten komen. Allerlei Duitse instanties en daarmee verwante diensten en personen kiezen het hazenpad naar Duitsland.

Tijdens die vlucht werden ze door vliegtuigen beschoten. Bij Terschuur kreeg een bus met vrouwelijke leden van de Luftwaffe de volle laag, met rampzalige gevolgen.

De verwachting van een snelle bevrijding vanuit het zuiden blijkt ijdel te zijn. Op 17 september begint de operatie Market Garden, een geallieerde land- en luchtactie om een corridor te forceren van België naar Arnhem, om van daaruit te kunnen oprukken naar het Roergebied. Het veroveren van de brug bij Arnhem mislukte, het was een brug te ver. Een gevolg was een stroom evacués uit Arnhem, die in de wijde omtrek een onderdak moesten krijgen. Ook in Zwartebroek werd de toestand er niet beter op, vooral toen na de bevrijding van Nijmegen, eind september 1944, de elektriciteitsvoorziening (door de PGEM in Nijmegen) weg viel.

Om toch radioberichten te kunnen ontvangen bouwde ik kristal-ontvangertjes. Voor de spoel en voor de (lange) antenne sloopte ik oude fietsdynamo’s om aan koperdraad te komen. Het verkrijgen van een stukje loodglanskristal (nodig voor de detectie) was vaak een hele toer, maar uiteindelijk konden we toch de BBC en Radio Oranje op 1500 meter ontvangen en zo het (goede) nieuws te horen. ‘Goed’ was maar betrekkelijk, want het zuiden van Nederland was wel bevrijd, maar de rest niet. Vooral het westen leed onder de hongerwinter. Af en toe werd de school, die aan ons huis grensde, in beslag genomen voor legereenheden. Uiteraard Duitse, maar toen de Canadezen omstreeks 24 april ons bevrijdden, werden zij de bewoners van de schoollokalen.

Te midden van hen maakte ik op 4 mei 1945 mee dat de BBC, om 20.30 uur, het bericht doorgaf dat Duitsland capituleerde. Groot was de vreugde bij de soldaten toen ze dat hoorden, eindelijk een eind aan de oorlog.

Na de bevrijding heb ik eerst een half jaar gewerkt op het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Weliswaar had ik al contact gehad met de Rijksluchtvaartdienst, wat resulteerde in de toezegging dat ze mij zouden berichten wanneer ze weer personeel zouden aannemen. Het bericht dat ik daar in dienst kon komen ontving ik in december 1945.

Op 1 februari 1946 was het dan zo ver. Eerst een cursus van 2 maanden in Den Haag om vertrouwd te raken met luchtvaart radiocommunicatie zaken. Ondermeer kennis van de Q-codes, telegramwisseling, voorschriften, het (RAF) spellingsalfabet en niet het minst enige meteorologie; het kennen van de verschillende wolkentypen en het opstellen van weerrapporten.

1 April 1946 was het clubje klaargestoomd; de één ging naar Leeuwarden, een ander naar Twente en een groepje (waaronder ik) werd op Schiphol geplaatst.  Dat was me wat; eerst een kosthuis zoeken en daarna terug naar de barakken op Schiphol. Met collega Cees Bekkering ondergingen we samen de vuurdoop. Een avondverbinding met Frankfurt. Samen slaagden we erin een telegram binnen te krijgen, maar het was wel een hele klus. Gelukkig ging het de volgende dagen en weken beter.

Tussen de grondstations was alleen met Londen en Brussel een telexverbinding. De rest van de communicatie ging met radiotelegrafie. Zo hadden we in Europa onder meer verbinding met Parijs, Madrid, Lissabon, Rome, Zürich, Praag, Wenen, Frankfurt, Kopenhagen, Malmö, Shannon en Prestwick. Buiten Europa met o.a. Damascus, Caïro, Karachi en Batavia (zoals Jakarta toen nog heette). De roepnaam van het station op Schiphol voor die verbindingen was PHW.

Voor de verbinding met vliegtuigen in het Nederlands verkeersgebied hadden we het station op de lange golf, met roepnaam PHA en met vliegtuigen buiten dat verkeersgebied het kortegolfstation PHK. Al die verbindingen in morse. Het luchtverkeer boven Nederland werd geleid door verkeersleiders, die via de radiotelegrafisten hun opdrachten doorgaven aan de collega’s aan boord van het vliegtuig, die op hun beurt de informatie weer doorgaven aan de gezagvoerder. Radiotelefonie werd in die begin jaren na de oorlog nog weinig toegepast. Wel bij de plaatselijke verkeersleiding, op en om het luchtvaartterrein, “Schiphol Tower op 6440 kcs” en ook op de VHF frequentie 118.1 MHz.

Radar was er toen nog niet op de burgervliegvelden, maar er was wel een vernuftig systeem om bij slecht zicht vliegtuigen binnen te loodsen: het koers- en afstand systeem (QDM/QGE)  Vanaf het (wacht)baken OA in Buiksloot werd het vliegtuig gepeild door PHA2, 500 meter voor baan 23 en door het station PHA5, midden in de landbouwgrond in de buurt van Zwanenburg, 7 km dwars van de aanvliegrichting. De man op PHA2 peilde het inkomende vliegtuig en gaf koers en afstand tot de landingsbaan door op “6400 kcs” (radiotelefonisch) aan de piloot. De afstand kon hij aflezen van een tabel, bij zijn peilapparaat, waarop cijfers stonden. Die cijfers werden hem doorgegeven (via een gewone lijnverbinding) op grond van de peilingen vanaf station PHA5. Vakmanschap en goede samenwerking tussen de mensen op PHA2 en PHA5 leidden tot uitstekende resultaten.

Behalve genoemd koers- en afstand systeem waren er nog twee andere systemen beschikbaar voor naderingen met slecht zicht, namelijk het SBA-systeem (Standard Beam Approach)  en het systeem SCS51. Bij het eerste systeem hoorde de piloot een constante toon als hij op de juiste koers lag, zat hij links van de aanvliegkoers dan hoorde hij punten en rechts van de juiste koers strepen. Dus een hulpmiddel dat met geluid werkte. Het SCS51 systeem was een visueel hulpmiddel. De piloot kon op een instrument zien of hij op koers zat, dan wel rechts of links daarvan. Bovendien was er een indicatie of hij onder de juiste dalingshoek naderde, de zogenaamde “glidepath”. Het peilen speelde niet alleen een rol bij het genoemde QDM/QGE systeem, maar ook het hoofdstation PHA en de stations op de secundaire vliegvelden waren uitgerust met een peilapparaat. Als een vliegtuig zijn positie wilde weten vroeg de telegrafist aan PHA QTF?, PHA antwoordde dan met QTG (geef een lange streep). Dat radiosignaal werd dan gepeild door PHA (Schiphol) en bijvoorbeeld door PHG (Eelde) en PHT (Twente). Daar waar die peilingen elkaar kruisten (een driehoekje) bevond zich het vliegtuig. De positie kon door een verkeersleider op een grote kaart worden vastgesteld en daarna aan het vliegtuig worden doorgegeven, maar vaak vroeg de vliegtuigtelegrafist alleen maar de peilingen van een paar grondstations, dan kon hij zelf de lijntjes wel trekken om te weten waar hij zat. De secundaire stations, die met PHA meeluisterden en eventueel ook mee peilden waren de stations in Leeuwarden, Groningen, Twente, Vlissingen, Eindhoven en Zuid-Limburg. Toen het luchtvaartverkeer toenam werd de communicatie aangepast. Twee kanalen, één voor het zuidelijke en één voor het noordelijke verkeersgebied, beide op de lange golf (plm. 333 kcs). Daarnaast kwam er nog een frequentie ter beschikking, namelijk 3993 kcs ten bate van vliegtuigen die geen radiopeilingen behoefden. Deze frequentie werd intens gebruikt door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen, die tussen juni 1948 en september 1949 vanuit Engeland de luchtbrug naar Berlijn onderhielden. Een luchtbrug voor de aanvoer van levensmiddelen, brandstoffen etc., die nodig waren om het, door de koude oorlog, geïsoleerde West-Berlijn van het nodige te voorzien.

In de jaren na de oorlog ging de ontwikkeling reuze snel. Niet alleen kwamen er steeds meer nieuwere uitvoeringen van vliegtuigen (DC-3,DC-4, DC-6, Constellation, etc.), maar ook de techniek van de hulpmiddelen voor en in de vliegtuigen ging met sprongen vooruit.

Een overzicht van het vliegveld. De pijl wijst de plek, waar het dorpje Rijk ligt. De gearceerde lijnen geven het begin van de nieuwe startbaan aan (KLM-foto).

In 1948 kocht ik bij een grote radiozaak in Amsterdam het boekje “Radiowaves and the Ionosphere”, geschreven door T.W. Bennington. Dit boekje (dat nog in mijn bezit is) gaf mij zoveel informatie over het gedrag van radiogolven dat ik mij daar verder in ging verdiepen. Mij bleek dat onder meer dat door het Amerikaanse Bureau of Standards maandelijkse publicaties werden verzorgd met kaarten waarmee zogenaamde frequentieverwachtingen konden worden opgesteld. De dienstleiding was van het belang overtuigd en verzekerde zich van toezending van die publicaties Op grond van die gegevens kon worden vastgesteld op welke tijden en welke frequenties verbindingen konden worden gemaakt. Het bleek een groot hulpmiddel te zijn bij de verbindingen met vliegtuigen en vaste stations op lange afstand.

In 1949 wilde een kruidenier in Rijk (Haarlemmermeer) zijn pakhuiszolder omzetten in een woonruimte. Hij zocht daarvoor medefinanciering en een huurder. Gelukkig kwam ik daarvoor in aanmerking en konden mijn verloofde en ik een huisvestingsvergunning krijgen. In mei 1949 werd ons huwelijk bevestigd. Vanuit de woonkamer hadden we uitzicht op baan 05/23, de baan die veel en met slecht zicht altijd in gebruik was.

In 1951 nam de RLD (Rijksluchtvaartdienst) het radio-ontvangstation NORA (Noordwijk Radio) van de PTT over. NORA lag in de duinen met een groot antennepark, ideaal voor ongestoorde ontvangst van radioteletype signalen, waarmee zou worden proefgedraaid. De proefperiode beviel goed en in 1953 werd het station definitief betrokken. Het gebouw was groot genoeg om ook een radiostation van de Koninklijke Marine te herbergen. Dankzij die Koninklijke Marine konden wij (4 collega’s en ik) huisvesting in Noordwijk krijgen.

We ontvingen dus RTTY-signalen en wel van de luchtvaartterreinen Shannon (Ierland), Beirut (Libanon) en Bangkok (Thailand). Na verloop van tijd werden er ook ontvangers geplaatst voor de ontvangst van radiotelefonie op de luchtvaartfrequenties; ontvangers die vanuit Schiphol konden worden bediend. De RTTY-signalen werden ook doorgezonden naar Schiphol waar zij verbonden waren met de telexmachines. Aan NORA de taak om de ontvangst zo goed mogelijk en zo continu mogelijk te doen zijn. De opgedane kennis van het gedrag van radiogolven en de verwachtingen kwamen hier goed van pas.

Inmiddels had ik een schriftelijke studie opgevat bij de Leidse Onderwijsinstellingen voor bedrijfsleiding en daarna voor personeelsleiding. Toen ik in 1959 beide certificaten behaald had, heb ik het hoofdkantoor gevraagd of ze wat voor mij hadden om die opgedane kennis in praktijk te brengen. Het antwoord kwam neer op een “we zitten op je te wachten”. Dus op naar Den Haag/Scheveningen waar het kantoor van de RLD, aan de Kanaalweg, zich bevond. Van medewerker in de operationele dienst dus nu bureau-ambtenaar. Uiteraard moest de rang worden aangepast bij de nieuwe functie. Dat duurde een tijdje voordat Binnenlandse Zaken zich daarover uitsprak. Toen de conclusie was dat de rang hetzelfde bleef, alleen de omschrijving veranderde, was ik kwaad en teleurgesteld. Ik besloot naar een andere baan te solliciteren. Na enige tijd lukte dat en trad op 1 februari 1962 in dienst als bureau-secretaris bij het Zendingscentrum van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Dus: dag luchtvaart, dag radio… Hoewel…

Op het Zendingscentrum in Baarn kreeg ik onder andere te maken met het aanvragen van visa en het boeken van reizen voor zendingsarbeiders, die werden uitgezonden. Zelfs het radiogebeuren kwam in mijn gezichtsveld. Onder andere door de behoefte aan zendontvangers die via de MAF (Mission Aviation Fellowship) verkrijgbaar waren. We konden posten op het eiland Sumba er mee voorzien. Ook in Papua (voormalig Nieuw-Guinea) worden ze gebruikt en zijn daar een dankbaar communicatiemiddel, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Heathkit HW-7

In begin 1965 behaalde ik mijn bevoegdheid als radioamateur. Als vanouds werd de seinsleutel gehanteerd. Als zender gebruikte ik een Geloso zender met een output voor CW van plm. 70 watt. De ontvanger was een TRIO, die niet uitmuntte in stabiliteit. Met die zender werkte ik uitsluitend in morse en al sleutelend behaalde ik menig certificaat. Later ben ik op een lager vermogen overgegaan met een zendontvanger van YAESU,  (FT-7) geschikt voor de 80-10 meter. QRP bleef mij boeien en met een Heathkit HW-7 (input 2-3 watt, banden: 40, 20 en 15 meter) was het een sport om verbindingen te maken. Mijn laatste transceiver was een YAESU FT-747 GX.

Voor de QSL-kaarten, die voor mij binnenkwamen kon ik bij mevrouw Peters terecht in Leusden. Van haar en ook van mijn plaatsgenoot Gijs van de Goot (PAoGYS) hoorde ik van de VERON afdeling Amersfoort. De vergaderingen bezocht ik vrij trouw en het was leuk, leerzaam en gezellig om die mee te maken. Een kleine periode heb ik mij verdienstelijk kunnen maken door les te geven in seinen en opnemen. Dit gebeurde bij OM Antoni van Ravenhorst (PDoAIZ) die in de zeventiger jaren achter zijn winkel in de Krommestraat 64 een ruimte ter beschikking stelde voor cursussen.

Foto genomen tijdens de JOTA (Jamboree on the Air) op 16 oktober 1976 bij Scouting Soekwa, Laan 1914 . Links Herman Scheper (PAoBAB) en rechts Wout Koolstra (PAoPHK).

Volgens de mij toegezonden papieren ben ik van 1970 tot 1975 voorzitter van de afdeling geweest. Wat we op de bestuursvergaderingen hebben besproken weet ik niet meer, maar het zal zeker betrekking hebben gehad op het aantrekken van sprekers en het inhoud geven aan de afdelingsbijeenkomsten die in Hotel Witteveen, tegenover station N.S. te Amersfoort en later in het N.K.V.-gebouw, gelegen aan de Lieve Vrouwen straat, hoek Markthalstraat 42 te Amersfoort werden gegeven.

Een bijzonder moment was de opening op 20 oktober 1973 van het nieuwe bureau van Scouting Nederland in Amersfoort (hoek Hendrik van Viandenstraat/Stadsring) door H.M. Koningin Juliana. Het was tevens JOTA-weekend, dat mede mogelijk was dankzij begeleiding van allerlei scouts door enige radioamateurs van de afdeling Amersfoort. Via radioverbindingen konden scouts met soortgenoten praten, “all over the world”.

Over de antennes: zoals op de QSL kaart vermeld, een lange draad van circa 20 meter en drie inverted vee (3 stuks dipolen respectievelijk voor 10, 15 en 20 m, centraal gevoed met balun) en verder nog een gevouwen dipool voor 21 Mc/s.

Ook werd de Dag voor de Amateur 1975 op zaterdag 8 november door de afdeling Amersfoort georganiseerd (Guus Claessen (PAoCLA), Ad Sanderse (PAoMOD), Gerrit ter Harmsel (PAoTV) en assistentie), deze jaarlijks terugkerende Dag voor de Amateur was in de Veluwehal, welke door de directie van de Barneveldse Drukkerij en Uitgeverij (drukker van Electron in die tijd) mede in het kader van het 30-jarig bestaan van de VERON toen gratis aan ons was aangeboden.

Tenslotte:

Mijn herinneringen aan de bestuursleden mevr. A.Peters (XYL PAoFAS), Gijs v.d. Goot (PAoGYS), A.Meijer, Hans Moorhof (NL4191) en Fred Vorstermans (NL368) herinner ik mij vooral Gijs van de Goot hij was een plaatsgenoot en tevens leverancier van mijn eerste Renault R4 (veel technische kennis en een opgewekt mens) en de heer Meijer, kampbeheerder van de Heihaas in Putten, prachtige verhalen over dat beheerderschap en verder film- en luchtvaartenthousiast plus liefhebber van oude radio-ontvangers. De overige bestuursleden kan ik mij nog goed voor de geest halen, kort samengevat fijne lui om mee samen te werken.

Shack 1980

In de afdeling heb ik verrast staan kijken en luisteren naar allerlei variaties in onze hobby. Moonbounce experimenten, amateur TV, vossenjachten, verhalen over DX-werken en soms mooie nostalgische verhalen over een eenvoudige ontvanger met de befaamde triode A415.

Voor de belangstellenden: in 1975 werden de kerkelijke bureaus ondergebracht in het landelijk Dienstencentrum aan de Burgemeester de Beaufortweg in Leusden. Daar nam ik in februari 1987 als hoofd van de afdeling Algemene Zaken afscheid. Zo langzamerhand kwam het uitoefenen van de radiohobby op een laag pitje te staan en het was helemaal fini toen wij verhuisden naar een appartementengebouw.

Mijn vrouw kwam in 2010 plotseling te overlijden. We waren ruim 60 jaar getrouwd geweest, kregen 4 kinderen, te weten 3 zonen en 1 dochter. Als we nu een familiebijeenkomst zouden kunnen houden, zouden we er met z’n vierendertigen zijn. Een rijk bezit! Het ga jullie goed.

73 van Wout Koolstra (PAoPHK)

 


De stem van Gerrit ter Harmsel golft over de hele wereld – 4 juni 1971

“Hello JY 1, hello PAoTV, hello PAoTV, here JY 1. My name is Hoessein…”

Verwoed radio-amateur aan het woord over zijn machtig boeiende hobby

De heer Gerrit ter Harmsel in zijn element achter de zend- en ontvang-apparatuur waarmee hij soms dagen achtereen contacten legt met amateurs verspreid over de hele wereld.

BARNEVELD – Potjes en doosjes met schroefjes, een stapeltje vergeelde enveloppen, een om verlossing schreeuwende prullenmand, een rijkelijk met peukjes gevulde asbak maar ook een potje met stukjes beenderen van een eeuwenoude streekgenoot, die nooit heeft kunnen vermoeden dat een konijn zijn grafheuvel in Kootwijk nog eens voor een deel bloot zou leggen.

Dit alles is te vinden in de hobbyruimte van een ondernemende en karakteristieke Barnevelder. We trekken de sluier van de anonimiteit al iets verder op als we er bij vertellen, dat de genoemde aankleding van de ruimte in het niet valt bij indrukwekkende radio-apparatuur. Grote kasten en een meer compact modern apparaat vullen een van de wanden, terwijl de andere wand aan het oog wordt onttrokken door niet minder dan dertig certificaten en getuigschriften. De persoon, die in deze reportage centraal staat is namelijk een radio-amateur in hart en nieren. We bedoelen de heer G. ter Harmsel aan de Van Hogendorplaan. De leraar aan de mavoschool in Barneveld is voor zijn radio- vrienden Gerrit van PAoTV. In deze Europacup week: PA0heeft niets te maken met enz.

Enkele van de ruim dertig certificaten en getuigschriften hangen aan de wand van de hobby-ruimte.

Het gebruik van de voornaam en het tutoyeren is maar een van de bijzonderheden die een buitenstaander opvalt in de wereld van de radio-amateur. Deze liefde voor de boeiende en bijzonder levendige hobby is terug te leiden tot een drang naar avontuur, maar ook een drang naar het contact zoeken met anderen.

Dat „anderen” slaat dan op mensen over de hele wereld. Van Japan tot Alaska en van Zweden tot Australië. Met de zend- en ontvangapparatuur vallen grenzen van landen en continenten weg. Op een gegeven moment kun je met iemand contact krijgen, die net uit het zwembad komt in Californië, terwijl je in Nederland sneeuwvlokken ziet neerdwarrelen.

In het Engels, Duits en Frans wordt de conversatie gevoerd op de streng afgebakende golflengtes. De heer Ter Harmsel: „Ja wat dat betreft heeft mijn hobby ook nog practische waarde. Je talenkennis wordt verrijkt en de spreekvaardigheid belangrijk vergroot. Voor de school is dat van belang. Maar het blijft vooral mijn hobby. De andere hobby’s het tuinieren, het postzegelssparen en het op bescheiden schaal verzamelen van oude munten staan daarbij in de schaduw.”

Het heeft lang geduurd voordat we toestemming kregen het een en ander over de interessante hobby te schrijven. Enkele dagen geleden viel de tegenstand na meerdere verzoeken weg en werden we ontvangen in de hobbyruimte van de heer Ter Harmsel. De drie masten in zijn tuin vallen pas op nadat we de toestellen in de hobby-kamer van onder tot boven hebben bekeken. Vooral de zelfingebouwde apparatuur zit knap in elkaar. Dat is wel toevertrouwd aan de vakkundige prutser (in de goede betekenis van het woord). Dat prutsen heeft hem eigenlijk tot zijn met veel liefde beoefende hobby gebracht.

Met drie knapen liepen ze jaren geleden in Amersfoort langs een radiozaak. Zij zagen een soort asbak met een knop en enkele contactbusjes. Het moest een radio voorstellen, een kristalontvanger eigenlijk. Ze legden hutje bij mutje en kochten het geval. Dat was eigenlijk het moment waarop het hart van Gerrit definitief werd verpand aan de radio.

MIRAKEL

„Eerst was het natuurlijk proberen en de dag dat er echt iets uit mijn toestel kwam was een mirakel. Mijn vader kon zijn oren niet geloven toen hij klanken van Bach uit „het ding” van zijn zoon hoorde komen, zo vertelt hij.

Van het een kwam het ander en nu is de heer Ter Harmsel all round amateur. Er is hem weinig meer te leren op dat internationale werkterrein. De overduidelijke serie getuigschriften onderstrepen dat duidelijk. Hij was trouwens ook een van de eerste amateurs, die enkele diploma’s wist te behalen. „O, wacht even. Hier heb ik een Zweed. Vanmorgen is er weinig te beleven maar deze komt goed door. Hello hier pie-ee-zero-tie-vie, come- in. (Rust en nog eens de oproep PAoTV).” De Zweedse amateur reageert en het uitwisselen van de vaste gegevens over naam, stationsaanduiding, woonplaats en een klein algemeen praatje vormen het gesprek.

MEER DAN 10.000

„Zo, dat is al weer één. Het is het 10.476 gesprek dat ik voer. Het contact met mensen is dus geen loze kreet. Soms is het bijzonder interessant om gesprekken te voeren.

LERAAR

Een Duitse leraar van een blindeninstituut ving me op en vroeg me de volgende dag weer aan het toestel te zijn. Dat deed ik en er werden toen door zijn leerlingen alle mogelijke vragen op me afgevuurd over ons land. Dat is maar een voorval. Zo zijn er tientallen.

MIES TEN HAM

Ik herinner me bijvoorbeeld ook nog heel goed een gesprek met een willekeurige Amerikaan. We waren goed en wel in gesprek over Barneveld. In gebroken Hollands kwam door ik ben Mies ten Ham. Ik ben geboren in De Straaljager. De volgende dag heb ik toen de familie Ten Ham naar mijn hobby-kamer gehaald en opnieuw contact met de oud-Barneveldse gezocht.

Volgens de strenge voorschriften bij het niet naleven hiervan kan de vergunning worden ingetrokken – mag er geen gesprek worden gevoerd, dat ook per brief of per telefoon gevoerd kan worden. Ook zijn de amateurs verplicht niets los te laten over mogelijke gesprekken, die zij opvangen van bijvoorbeeld Radio-Scheveningen. „We mogen niet eens vertellen dat we iets gehoord hebben.”

De strenge regels zijn nodig om het zakelijke radioverkeer niet te storen. Dat kan namelijk nare gevolgen hebben. Er is in ons land eens een vliegtuig geweest, dat in moeilijkheden kwam omdat er geen contact met de verkeerstoren mogelijk was. Een zendamateur maakte dat contact onmogelijk. Dat is ook een van de redenen, waarom de heer Ter Harmsel het illegaal zenden sterk afkeurd.

„Iemand die dit zenden werkelijk als hobby wil beoefenen heeft daarvoor zeker twee jaar studie voor over. Dat hoort erbij en kan voor niemand een reden zijn om illegaal te blijven werken.”

We laten hier verder de heer Ter Harmsel aan het woord. Eerst geeft hij wat algemene informatie over de radio-amateur om daarna enkele kostelijke ervaringen te vertellen.

EXAMEN

Het examen voor zendamateur omvat 3 gedeelten:
1. Seinen en opnemen met een minimumsnelheid van 60 letters per minuut.
2. Techniek: algemene theorie, ontvangers, zenders, versterkers, antennes e.d..
3. Wetskennis: welke talen je mag spreken, op welke frequenties je mag zenden, wat je mag uitzenden enz.

Gerrit ter Harmsel gaat de lucht in als PA0TV. Een fijn plaatje uit het verleden toen de apparatuur nog erg bombast was.

ROEPNAAM

Slaag je, dan krijg je een call een roepnaam, bestaande uit letter: en het cijfer 0. Mijn call is PAoTV, calls van alle Nederlandse amateur: beginnen met PA. Internationaal is overeengekomen welk land welke letters krijgt. Net als bij auto’s en vliegtuigen. Na PA komt het cijfer 0. Dan komen 2 of 3 andere letters, welke voor elke amateur anders zijn. Horen we dus uit de ontvanger: „Hier is PAoQC”, dan weten we, dat het een Hollander is. In het Internationale Callboek kunnen we dan zien, dat QC, een oud-Barnevelder Ir. C. van Dijk is en dat hij in Den Haag woont.

Je bent verplicht om 3 maanden na het examen je zender klaar te hebben, schrikt U niet van dat woord „zender”. De Radio Controle Dienst keurt zelfs de kleinste zendertjes goed, mits de zaak solide in elkaar zit. Verder dient men in het bezit te zijn van een goede ontvanger en een golfmeter.

Als je het hele examen gedaan hebt mag je op alle amateurbanden werken. Dan heb je vergunning A of B. Met A mag je met 150 Watt zenden en met B wordt dat max. 50 Watt. Voor de A licentie betaal je ƒ 20,- per jaar, voor B en C is dat f 15.

We mogen zenden op 10 meter, op 40, 20, 15, 10, 2 en op nog wat centimeter golven. Op 80 betekent: tussen 3500 en 3800 kHz, niet hoger en niet lager. We mogen sleutelen (morseseinen) of gewoon telefoneren. Desnoods mag je dag en nacht draaien, op welk uur je maar wilt.

PIONIEREN

Je hebt de vergunning alleen om te experimenteren. Vroeger is er zeer veel werk gedaan door amateurs, werkelijk pionier arbeid. Tot 1912 waren alle golflengtes beneden 200 meter vrij voor de amateurs. Nu nog maar kleine stukjes, de rest is in beslag genomen door het commerciële verkeer, schepen, vliegtuigen, mobilofoon, militairen en omroep. Eigenlijk wil men ons nu liever weg hebben en wordt er telkens weer een klein stukje van de toch al smalle bandjes afgeknabbeld. Toch zijn we nog niet helemaal overbodig.

RAMPEN

In tijden van rampen bijv. de Watersnood van 1953, kunnen radioamateurs pracht werk doen, als andere verbindingen weggevallen zijn. In oorlogstijd is het natuurlijk een gevaarlijke bezigheid. 1940-45 heeft 20 amateurs het leven gekost.

“TAALTJE”

De inhoud van een verbinding (of QSO) is meestal; Rapport geven over sterkte en leesbaarheid, je voornaam, je woonplaats (QTH) en verder uitwisselen van gegevens over zenders, ontvangers, antennes enz. De taal is heel apart, men bedient zich van allerlei termen, die uit de telegrafiecode stammen. YL = Young lady = je verloofde, XYL= ex-young lady= je vrouw, WX = het weer, RX = receiver,= ontvanger, TX = transmitter zender, QRM = storing, 73 = groeten, enz.

Eén van de vele kaarten uit het keurig bijgehouden archief van PA0TV. Hij is van de invalide zendamateur uit Amerika.

KAART

Als je voor het eerst met iemand een verbinding maakt stuur je hem je visitekaartje, de z.g. QSL-kaart, waarop start: call, datum, uur, zijn rapport enz. Omgekeerd krijg je dus van alle lui die je treft, ook een kaart. Ieder is vrij in ontwerp en uitvoering. De sport is dus zoveel mogelijk verschillende landen te pakken te krijgen. Je kunt daar certificaten en diploma’s voor krijgen. Voor het WAC (worked all continents) moet je dus d.m.v. OSL-kaarten kunnen bewijzen, dat je contact hebt gehad met 6 werelddelen.

ALLERLEI

Mensen uit allerlei beroepen zijn er te vinden bij de amateurs: een bollenman uit Lisse, een boer uit de NO-polder, Philipslui uit Eindhoven, chauffeurs, dominees, pastoors, dokters. In het buitenland is het al even gevarieerd: gezanten, Amerikaanse senatoren (Goldwater, die bijna president was geworden bijv.), een emira uit Libanon, professoren, gepensioneerde generaals, maar ook de eenzame man op een driemansweerstation vlak bij de Noordpool, of op Spitsbergen (op deze kaart staat heel laconiek: Bevolking: 8 man, 5 honden en verscheidene ijsberen), farmers in Texas, Transvaalse boeren (baie dankie vir die QSO, hoop ek sien jou weer!).

IN ONZE STREEK

In Barneveld ben ik sinds kort niet meer enige amateur; De Heer H. J. Vermeulen woont sinds kort op Oldenbarneveld. Hij is eveneens amateur. Verder is het wellicht aardig om te weten dat onze stadsbeiaardier (iedere donderdag in Barneveld te horen) Cees Roelofs, ook hartstochtelijk radio- amateur is. In Voorthuizen zitten er 2: de voorzitter van onze amateurvereniging de VERON, de heer Claesson, en op Kieftveen zit PAoYV. In Garderen PAoQE, in Lunteren PAoUI en in Hamersveld PAoMOD.

OUD-STREEKGENOTEN

Hollandse zendamateurs zitten over de hele wereld verspreid: emigranten in Australia, Nieuw Zeeland, Canada; In Brazilië zit Jan Roos, een koffieplanter; In Tanger zit Sjoerd Quast bij de Amerikaanse radio; Sjoerd zat in de oorlog ondergedoken in Kootwijkerbroek en werd daar de horlogemaker genoemd.

KAASKOPPENNET

Elke zaterdagmiddag hebben we op 15 meter het z.g. Kaaskoppennet. Dat is natuurlijk een puur Nederlandse aangelegenheid. Hollanders praten met militairen in Suriname, op Curaçao, met zendelingen en missionarissen in Zuid Amerika, Indonesië, Nepal en Afrika, met emigranten in alle werelddelen.

WEERSCHEPEN

Vroeger kon je ook gezellig een praatje maken met de jongens aan boord van de weerschepen „Cirrus” en „Cumulus”, die ergens tussen Engeland en Canada op de Atlantische Oceaan stillagen, 3 maanden lang.

DANKZIJ…

In december 1967 was er een aardbeving op Sicilië. Enkele dagen daarna hoorde ITIRAI, iemand uit Palermo, met een oproep speciaal voor Nederland. Ik antwoordde hem en direct daarop kwam er bij hem een jongedame voor de microfoon, die Nederlands prak: “Meneer, ik heet Karin van Zanten, ik doe al een paar dagen mijn best om mijn ouders in Nederland op te bellen, maar alle telefoonverbindingen zijn verbroken. Zou u hen willen bellen en zeggen, dat met mij alles in orde is?” Ze gaf me het nummer. Ik liet de zender aanstaan, draaide het telefoonnummer en kon een zeer ongeruste moeder het goede nieuws vertellen en vervolgens via de radio de groeten van Karin doen.

NOG JUIST OP TIJD

In 1957 hoorde ik ZC6UNJ op 10 meter Paul Altorf, een Hollander en werkzaam bij de Verenigde Naties in Jeruzalem. Hij vertelde me, dat zijn moeder zeer ernstig ziek was en ook dat er telefonisch geen verbinding mogelijk was. Hij gaf me het nummer in Den Haag, ik telefoneerde en moest helaas meedelen, dat zijn moeder niet lang meer te leven had. “Dan nemen we het eerste vliegtuig naar Holland”, zei Paul. Later hoorde ik, dat ze nog juist op tijd waren gekomen om afscheid te nemen.

CONGO

Toen in de Belgische Congo de bloedige moordpartijen aan de gang waren, hoorde ik tot mijn grote verwondering 9Q5HF, Ed Schuit, zendeling van de Africa Inland Mission. Ik had al vele keren met hem gesproken toen het daar nog rustig was. Ik vroeg hem waarom hij daar nog zat. Hij antwoordde: „Ik heb deze baan gekozen en ik voel, dat ik mijn mensen hier niet in de steek mag laten. Hoe het zal gaan weet ik niet. Ze kunnen over 5 minuten komen, of over een uur, of volgende week, of misschien nooit. Maar voorlopig blijf ik hier.”

Hij zei ook, dat ik het enige station was, dat er goed verstaanbaar doorkwam. Dagenlang heb ik elke dag met hem gesproken. Post kreeg hij niet en hij kon ook niets verzenden. De radio was zijn enige communicatiemiddel. Als hij nieuws had voor zijn vrouw, belde ik dat door naar Hengelo, waar familie van hem woonde en deze mensen telefoneerden dan naar zijn vrouw in Amerika. Op zekere dag hoorde ik hem niet meer en veel later vernam ik, dat hij op het nippertje heeft kunnen vluchten.

MEDICIJN

Een dokter uit Joego-Slavië riep op een avond Holland op. Hij moest direkt een bepaald medicijn hebben, wat alleen maar door Organon in Oss gemaakt werd. Vijf minuten later had ik Organon aan de lijn, per auto ging snel het medicament naar Schiphol en met het eerste toestel naar Belgrado ging het mee.

GETUIGE

In november 1967 sprak ik op 15 meter met CTIRT in Azemeis, Portugal. Een paar weken later, op 28 dec. stopt er een auto bij me. Iemand in jacket belt aan, ik doe open en hij begint in het Engels: ,,Are you PAoTV’?” Ik had amper ja gezegd of hij duwde me een fles port in de handen. Het was de Portugees. Hij had weinig tijd, maar hij kwam toch even binnen. „Hoe kom jij hier?” vroeg ik hem. Een goede vriend van hem, ook Portugees, ging trouwen met een Barneveldse, een dochter van de fam. Van Schothorst en hij moest getuige zijn.

Justino vertelde, dat alle leden van zijn gezin zendamateurs waren-, zijn vrouw, 2 zoons en een dochter. Ook dat de ene zoon juist vandaag jarig was en als ik hem toevallig tegenkwam vandaag, of ik hem dan van Senior feliciteren wilde. Dat laatste zei hij wat ironisch. Hij had n.l. juist tevoren mijn antenne gezien. ‘k Was net verhuisd en had nog geen gelegenheid gehad een hoge antenne op te zetten. Ik had op het moment niet anders dan een draadje naar een bonestaak achter in de tuin. Enfin, Justino ging naar het feest.

‘s Middags hoor ik een Portugees in Porto. ‘k Had hem snel te pakken en vroeg of hij ver van Azemeis woonde. Dat bleken 20 km te zijn. De man uit Porto was zo vriendelijk om de zoon van Justino te bellen en hem te vragen op 15 meter uit te komen. Vijf minuten later had ik Ramiro, de zoon van Justino, te pakken en kon hem namens pa feliciteren. Daarna belde ik hotel De Treek op, waar het feest was en kon Sr. vertellen, dat Jr. gefeliciteerd was. Hij was even stil van verbazing. Je hoorde hem denken-. „Met dat rotdraadje!” De volgende dag kwam Justino weer hier en het lukte weer. We hadden een prachtige verbinding met zijn vrouw en zoon.

Deze kaart met foto ontving de heer G. ter Harmsel van niemand minder dan Koning Hoessein, de JY1 onder de zendamateurs worden als een “relikwie” bewaard.

MET HOESSEIN

Op 11 augustus 1971 hoorde ik opeens op 15 meter: “This is JY 1.” Iedere zendamateur weet, dat dit Koning Hoessein van Jordanië is. Ik aan het roepen, extra lang, want als Hoessein zijn mond even open doet op de korte golf, probeert iedereen hem aan de haak te slaan. Dan is het een compleet mannenkoor op die frequentie! Het lukte!! Uit mijn luidspreker klonk: „Hello PAoTV, this is JY 1. Good evening. Thanks for calling me. My name is Hussein. QTH (radioterm voor woonplaats) is Amman. You are 5 and 6. Over to you. PAoTV, this is JY 1 standing by.”

Toen moest ik wat zeggen. Mijn hart bonsde. „Alle OK, Hoessein. Thank you very much for coming back.” Het werd wel een routinegesprek. Gegevens over zender, ontvanger e.d. werden uitgewisseld, maar de ene keer zei ik, “Your Majesty” en de andere keer „Hoessein”. Kwalijk genomen heeft hij het me niet want aan het einde van het gesprek klonk het heel vriendelijk- „Bye, bye Gert. Thanks for’ the fine QS0 (gesprek). Till de next time.” En toen brak het mannenkoor weer los: „Hello JY 1, this is ” De QSL-kaart met een foto, kwam enkele dagen later per post binnen en wordt als een reliquie bewaard!

PREKEN GEREF. GEM.

Wist u overigens, dat jaren geleden, al de preken vanuit de kerk van de Ger. Gemeente in Barneveld, regelmatig per radio uitgezonden werden? Op de lange golf, plm. 1300 meter was dat te horen. Dit gebeurde n.l. per abuis. Op de een of andere manier stond de versterker van de geluidsinstallatie te genereren en was de preek op elke radio binnen een afstand van ruim een kilometer van de kerk te beluisteren. Heel veel trouwe luisteraars, waaronder mensen van alle „richtingen”, o.a. een Hervormde dominee, vonden het jammer, dat de versterker weer „gerepareerd” was en zij dus hun preek misten.

De kaart die de heer Gerrit ter Harmsel stuurt naar de mensen met wie hij via de radio contact krijgt.

MOOI VERHAAL

Via een andere amateur hoorde ik een mooi verhaal uit Nijmegen. Dicht bij de R.K. Kerk woonden toen 2 amateurs. Het kerkgaan lieten ze meestal aan hun vrouwen over. Op zekere zondagmorgen draait Joop, de ene amateur, wat aan zijn ontvanger. Plotseling hoort hij een knots van een draaggolf. De draaggolf verdwijnt. Dat is Wim, weet Joop direct al. Joop zet de zender op deze frequentie en schakelt in.

„Morgen Wim, moet je niet naar de kerk?” Zender uit.

„Uit Joop’s ontvanger buldert Wim. „Nee, ‘k had niet veel zin vanmorgen. De pastoor kan het zonder mij ook wel af.”

Joop weer-. „’t Zou anders wel goed jouw je zijn…” Zo ging dat nog een heel tijdje door.

En Joop en Wim wisten niet, dat al het kerkvolk in stomme verbazing naar deze conversatie luisterde. En ook niet dat de vrouwen van Joop en Wim ontzet het hoofd onder de bank staken en bijkans een hartverlamming kregen.

Wat was het geval? In de kerk was juist een nieuwe geluidsversterker geïnstalleerd en deze pikte de beide signalen niet alleen op, maar versterkte ze zó dat de pastoor niet meer te verstaan was, zó bulderde het door de kerk heen!

Monteurs werden erbij geroepen, maar konden niet vinden waar het zat. Eindelijk zijn Joop en Wim zelf maar eens gaan kijken. Ze ontdekten, dat de lengte van de kabel van microfoon naar versterker plm. 40 meter was en dat was precies een halve golf van 80 meter, waarop zij uitzonden. De remedie was: de kabel een eind inkorten, zodat beiden er een mooi stuk aan over hielden.

VERENIGING

De grootste vereniging voor radio-amateurs in Nederland is de VERON. Ver. voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland., Het Centraal bureau is in Amsterdam W., Overtoom 262, Postbus 9. Het maandelijks orgaan heet „Electron” en wordt gedrukt door de Barneveldse Drukkerij N.V. Afdeling secr. van de VERON te Amersfoort is H. J. Peters, Wilgenlaan 74, Hamersveld, tel. 03496-513.

Ons gesprek wordt af en toe onderbroken voor gesprekken met amateurs van heinde en verre. De verteltrant van de heer Ter Harmsel is boeiend genoemd om de draad niet kwijt te raken. Boordevol informatie nemen we afscheid van PAoTV.

Leuteren

BARNEVELD – De radio-amateur Gerrit ter Harmsel springt zeer serieus met zijn apparatuur om en ook het gebruik daarvan is bij hem in vertrouwde handen. Dat wil niet zeggen dat zijn humor niet eens een keer via radiogolven werd uitgedragen. Enkele stratenmakers hebben dat geweten. Deze trouwe werkers waren voor zijn huis bezig met muziek van radio Veronica. Op een gegeven moment werd dat onderbroken voor een mededeling die luidde: “Willen die stratenmakers wel eens doorwerken. Jullie worden niet betaald voor het koffieleuteren bij de omwonenden.” De stratenmakers konden wel door hun eigen gelegde vloer zakken. Ze wisten zich geen houding te geven en gingen daarom nog harder aan de slag. Inmiddels klonk al weer de bekende muziek uit de transistor. Achter de gordijnen schakelde de radio-amateur zijn zender uit…

Bron: Barneveldse Krant – 4 juni 1971