4 mei: herdenking gevallen Nederlanders

Op 4 mei vindt in Nederland de herdenking plaats van de in de oorlog omgekomen Nederlanders. Dat gebeurt op landelijk niveau, maar ook lokaal zullen gevallen Nederlanders worden herdacht, alleen zullen we dit niet fysiek kunnen doen door de uitbraak van het coronavirus.

In verband hiermee is er dit jaar geen officiële herdenking bij het “Monument voor Radiozendamateurs”,  wel bestaat de mogelijkheid om digitaal een bloem bij het monument te leggen.

Doe mee! Ga naar deze site en klik op “Leg een bloem”.

 


Tijdens de oorlog zijn radiozendamateurs in het verzet bezig geweest met het plannen en uitvoeren van illegale activiteiten. In veel gevallen hadden hun activiteiten te maken met een vorm van communicatie. Helaas zijn door verraad veel radiozendamateurs in deze periode gevangengenomen en ter dood gebracht, of door de barre omstandigheden omgekomen.

Ter nagedachtenis aan de gevallen radiozendamateurs is door de VERON in 1953 een gedenkteken onthuld. Dit monument staat nu op het terrein van KPN Broadcast Services in Hilversum.


Gedenkteken voor de in 1940-’45 gevallen radio-amateurs

IN Mei 1946 – een half jaar na de oprichting van de VERON – nam de Verenigingsraad het besluit, dat in het toekomstig Hoofdkwartier van deze vereniging van radio-amateurs een gedenksteen zou worden aangebracht ter nagedachtenis aan alle in de oorlog gevallen radiomensen, waaronder uiteraard een groot aantal radio-amateurs. Mede hiertoe werd het „VERON”-Fonds ingesteld.

Verleden jaar was men zover, dat tot uitvoering van de plannen kon worden overgegaan mede dank zij financiële steun van het Wetenschappelijk Radio Fonds „Veder”. Aangezien de V.E.R.O.N. momenteel nog geen Hoofdkwartier bezit, werd in overleg met de Directeur-Generaal der P.T.T., de heer L. Neher, het Radiostation te Kootwijk als voorlopige plaats voor het gedenkteken gekozen.

5 MEI 1953 – Onthulling door de Directeur-Generaal der P.T.T., de heer L. Neher, van de gedenksteen ter nagedachtenis aan de in de jaren 1940—1945 gevallen Radio-amateurs. Op de voorgrond, vl.n.r.: J. Stufkens (PAoJK), Beheerder van het VERON Fonds; H. Meiners (PAoNA). Algemeen Penningmeester; Ph. J. Huis (PAoAD), Algemeen Secretaris en Ir W. J. L. Dalman (PAoDD), Algemeen Vice-voorzitter van de V.E.R.O.N.; A. S. M. van Schendel (PA1JF), Chef E.R.D. der P.T.T.; L. J. van der Toolen (PAoNP), Algemeen Voorzitter van de V.E R.O.N’.

Een toepasselijke plaats: eenzaam, maar te midden van kortegolfzenders, die dag en nacht in verbinding staan met alle delen van de wereld, zoals de heer L. J. van der Toolen (PAoNP), Algemeen Voorzitter van de V.E.R.O.N., opmerkte in zijn toespraak tijdens de bijeenkomst, die aan de eigenlijke onthullingsplechtigheid voorafging.

Het door de beeldhouwer H. J. J. Danneburg ontworpen gedenkteken symboliseert de in het verborgen werkende radio operators (drie kleine figuurtjes), die met elkaar in contact staan d.m.v. radiogolven (de cirkelsegmenten).

De heer Neher ging in zijn rede hierop verder in door er aan te herinneren, hoe de radio-operators in de bezettingstijd van alle verzetslieden wel het meest in afzondering werkten en op de minst spectaculaire wijze voortdurend in contact stonden met de „vrije wereld”, om zo de uiterst belangrijke berichtenwisseling tussen de verzetsgroepen enerzijds en de Londense regering alsmede de geallieerde autoriteiten anderzijds te verzorgen. Desniettemin werden juist zij het meest gevreesd door de bezetter, die dan ook steeds feller jacht op hen maakte.

Nadat de heer Neher — juist een maand tevoren was hij door de regering van de V.S. van Noord-Amerika onderscheiden met de „Medal of Freedom” in goud, wegens zijn voortreffelijk optreden in de vrijheidsstrijd — zijn treffende herdenkingsrede had uitgesproken, onthulde hij de gedenksteen, welke was ingemetseld in de voorgevel van het hoofdgebouw van Radio-Kootwijk.

Voor de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet in Nederland spraken nog de penningmeester, de heer C. Brink, en de heer A. S. M. van Schendel, Chef Bijzondere Dienst der P.T.T., als oud-leider der berichtgeving.
Een 120-tal amateurs, enkele nabestaanden en delegaties van voormalige Verzetsorganisaties, woonden deze plechtigheid bij.

Na afloop van de plechtigheid was er gelegenheid tot het bezichtigen van het radiostation onder leiding van Ir M. C. Emmen, beheerder van Radio-Kootwijk.

Bron: Radio Bulletin – juni 1953 – blz. 309 en 310

Nieuw in de bibliotheek

April 2021

Radioamateurs offerden hun leven voor onze vrijheid – deel 1 – update

Eddy (PA0RSM) – Het artikel is nu uitgebreid met een bijlage. Hierin tracht ik de namen van onze gevallenen respectvol en overzichtelijk aan u voor te stellen in de stamkaarten. De bijlage van dit deel 1 beschrijft dan ook de gevallen radioamateurs die voorkwamen op de VERON-herdenkingsplaat van 1946.

Lees meer ->

Ere wie ere toekomt

Eddy Krijger (PA0RSM) – Hoe langer je zoekt “hoe meer er boven tafel komt”. Dat mag blijken rond de dappere radioamateurs tijdens de bezettingstijd. Naast de omgekomen zendamateurs waren er gelukkig ook velen die de oorlog overleeft hebben. Hierover heeft Dick Rollema (PAoSE) destijds geschreven in het boek “50 jaar VERON, 100 jaar RADIO”.

Met onze recente archiefvondsten in het achterhoofd heb ik de lijst van verzetsstrijders van bladzijde 126 en 127 in het boek naar de kennis van nu (21 maart 2021) gecorrigeerd en aangevuld.

Lees meer ->

Maart 2021

Radioamateurs offerden hun leven voor onze vrijheid – deel 2

Eddy (PA0RSM) – Die ondertitel “wij herdenken onze dooden” staat te lezen op de voorpagina van het meinummer van de Electron uit 1946. Dit is voor mij het vertrekpunt geworden om, in het vervolg op mijn eerdere schrijven, nog even nader in te gaan op de achtergrond van met name al die omgekomen radioamateurs zonder amateurroepletters.

Zeer waarschijnlijk waren deze radioamateurs lid van de plaatselijke Nederlandse Verenging Voor Radiotelegrafie (NVVR), de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Radioamateurisme (NVIR), of de Verenigde Ultra-Kortegolf Amateurs (VUKA). Of op z’n minst bekend bij de leden.

Na de oproep bij de 1e VR waren de lokale afdelingen degene die deze omgekomen radioamateurs voordroegen. Helaas heb ik geen onderbouwing kunnen vinden die de basis vormt voor de lijst met ereleden.

De VERON telt uiteindelijk 28 ereleden, maar uit de legenda’s van twee door de VERON gepubliceerde herdenkingsplaten komen veel meer namen voor. Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen in de namenlijst van die legenda’s. Dat trok mijn aandacht; dus tijd voor (weer) een nader onderzoek!

Lees meer ->

Januari 2021

Radioamateurs offerden hun leven voor onze vrijheid – deel 1

Eddy (PA0RSM) – Vorig jaar schreef ik het artikel “Radiozendgroep activiteiten in Amersfoort en omstreken”. Daarin stond ook het verhaal van een verzetsman A. van Schendel en zijn reis tussen Den Ham (Hoogland) en Amersfoort. Vooral na de oorlog werd hij bekend onder de roepletters PA1JF. Overigens was de prefix PA1 destijds toegewezen aan medewerkers van de PTT Radio Controledienst (RCD).

OM. A. van Schendel werkte reeds voor de oorlog bij de RCD.
Normaal vergeet je zo iets, maar bij mijn onderzoeken naar de geschiedenis van de afdeling Amersfoort, viel mijn oog onwillekeurig verschillenden malen op zijn naam.
Dit is de aanleiding voor het schrijven van een stukje achtergrondgeschiedenis van het monument voor de gevallen radioamateurs tijdens de 2e wereldoorlog, dat nu geplaatst is op het terrein van KPN Broadcast te Hilversum.

Lees meer ->

December 2020

Korte radiobiografie bestuursleden VERON Amersfoort

Eddy (PA0RSM) – Hier vindt u een korte radiobiografie van bestuursleden van onze afdeling.

Lees meer ->

VERON afdeling Amersfoort tussen 1950–1970

Eddy (PA0RSM) – In eerdere artikelen heb ik het ontstaan van onze afdeling tussen 1939 en 1950 in drie delen beschreven. Daarna heb ik, vanwege ons 75-jarige jubileum, ook een aantal terugblikken gemaakt met een aantal oud bestuursleden. Daarbij ging terugblik van Wout Koolstra (PA0PHK) het verst terug in de tijd. Helaas zijn de bestuursleden van vóór 1970 inmiddels overleden.
Om het beeld toch compleet te maken, zullen we het “zwarte gat” moeten invullen met gegevens uit het standaardwerk “50 jaar VERON – 100 jaar Radio”, ons A03 archief, de Electron en het Archief Eemland. Gelukkig zijn er ook nog een paar “stamoudsten”, die in hun jonge jaren nog iets meegemaakt hebben van onze afdeling in de “sixties”. Daarmee hoop ik met hun aanwijzingen op het goede spoor gezet te worden en kan ik hun verhaal als anekdote toevoegen.

Lees meer ->

VERON afdeling Amersfoort tussen 1950–1970

Door Eddy Krijger (PA0RSM)

In eerdere artikelen heb ik het ontstaan van onze afdeling tussen 1939 en 1950 in drie delen beschreven. Daarna heb ik, vanwege ons  75-jarige jubileum, ook een aantal terugblikken gemaakt met een aantal oud bestuursleden. Daarbij ging terugblik van Wout Koolstra (PA0PHK) het verst terug in de tijd. Helaas zijn de bestuursleden van vóór 1970 inmiddels overleden.

Om het beeld toch compleet te maken, zullen we het “zwarte gat” moeten invullen met gegevens uit het standaardwerk “50 jaar VERON – 100 jaar Radio”, ons A03 archief, de Electron en het Archief Eemland. Gelukkig zijn er ook nog een paar “stamoudsten”, die in hun jonge jaren nog iets meegemaakt hebben van onze afdeling in de “sixties”. Daarmee hoop ik met hun aanwijzingen op het goede spoor gezet te worden en kan ik hun verhaal als anekdote toevoegen.

De jaren ’50 en ‘60

In deze periode ontstonden allerlei nieuwe technische ontwikkelingen.  De jaren ’50 kenmerkten zich vooral door de wederopbouw en van de weeromstuit een afname van de beschikbare vrije tijd. Pas vanaf 1961 kwam er voor velen weer meer vrije tijd beschikbaar, door de invoering van de vijf daagse werkweek.

Zendmachtigingen

Het totaal aantal uitgegeven zendmachtigingen in Nederland waren in 1939 nog maar 455. In 1950 was dat aantal verdubbeld naar circa 1000 en in het jaar 1970 telde we er rond 2000. Op 1 januari 1952 werd de A-machtiging ingevoerd met 12 woorden per minuut morse en een hoger zendvermogen. De oudere machtiginghouders (met 8 woorden per minuut morse) kregen zondermeer de B-machtiging. Tegelijkertijd kwam er ook een C-machtiging voor 420 MHz en hoger, maar zonder morse.

Grafiek van OM Grimbergen (PA0LQ, SK)

Met ingang van 26 januari 1956 mochten de C-machtiginghouders ook op 144-146 MHz uitkomen. De bestaande B-machtiginghouders kregen in 1958 de mogelijkheid zonder aanvullend examen de A-machtiging aan te vragen.

Op de grafiek van OM Grimbergen (PA0LQ, SK) is het effect van de invoering van de B- en C- machtiging pas goed te zien nà 1960 en dan nog met name grote toename van C-machtigingen (zonder morse). Deze machtiging blijkt erg populair bij de naoorlogse “babyboomers” generatie. Zij groeiden op in die jaren ’50 met veel techniek en in de jaren ’60 met toenemende luxe en vrijheden.

Zendmachtigingen in onze regio

Tussen 1950 en 1970 hadden we 75 PAo zendmachtigingen. Een deel was van vóór 1950, maar van 69 nieuwe zendmachtigingen heb ik een grafiek als functie van de tijd gemaakt.

Ledenaantallen

In 1970 waren er landelijk dus 2000 zendmachtigingen, in dat jaar telde de VERON 3254 leden. Daarvan waren er 60 lid in onze afdeling Amersfoort. Van de VRZA heb ik helaas geen cijfers gevonden.

Uit het VR stukken archief van Jan Hoek (PA0JNH) ontving ik de ledenaantallen per jaar. Ons afdelingsledenaantal loopt ogenschijnlijk redelijk in de pas met de landelijke trend van de ledenaantallen. Wel zitten in onze VR rapportages enkele hiaten.

Over de landelijke terugloop van het aantal leden lees ik in het boek “50 jaar VERON – 100 jaar Radio” over de jaren ’50: “Financiële redenen speelde een belangrijke rol”. Voor de oorlog was het niet zo gebruikelijk om in één keer de contributie vooruit te betalen. Maar het verhogen van de contributie in 1951 was wel een van de belangrijkste redenen van opzeggen.

Daarnaast ontstond er, vanwege verschillen in doelstellingen, op 23 november 1951 een afsplitsing en de oprichting van de VRZA. Een lagere contributie en het weekblad CQ-PA was hun sterkste troef.

Het is mij niet bekend of en hoeveel van onze afdelingsleden om die redenen hebben opgezegd.

Onze curve 1950 – 1970

Vergroten we de schaal van onze afdeling ledenaantallen grafiek, dan zien we een opmerkelijk variatie. In vijf jaar tijd, op een ledenbestand van 65, een verloop van ruim twintig leden! Dit vraagt om nader onderzoek.

Deze grafiek is uiteraard de som van de instroom en uitstroom van leden. Ledenaantallen kunnen uiteraard wijzigen door allerlei omstandigheden, maar ik geef hier een aantal mogelijkheden aan die deze sterke wijziging in ledenaantallen kunnen verklaren.

  • uitstroom
    Van de uitstroom van bijna 20 leden, kunnen er vijf verklaard worden met de gegevens van vervallen roepletters. Zo vervielen tussen 1951–1956 de roepletters van: PA0ZR, PA0FM, PA0WC, PA0WJ, PA0AAF.  Van PA0ZR (>VE1ABS) en PA0FM is bekend dat zij naar Canada emigreerde. Voor de andere kan verandering van interesse de reden zijn, maar ook “natuurlijk-verloop”.
    De eerder genoemde oprichting van de VRZA kan ook een reden zijn, maar daar heb ik geen gegevens van gevonden. Verder valt mij op dat veel nieuwe leden de kazernes in onze regio als adres hebben. Bekend is dat militairpersoneel regelmatig overgeplaatst wordt. Van hun in- en uitverhuizingen heb ik geen gegevens. Over het binden en vasthouden van de bestaande leden doormiddel van activiteiten, schrijf ik een apart hoofdstukje.
  • toestroom
    Mogelijk is er in de begin jaren ’50 spraken van een stagnatie op de toestroom, omdat de potentiële nieuwe leden immers in de crisisjaren ’30 waren geboren. Bekend is dat de geboortecijfers in de crisis en bezettingsjaren lager waren. De demografische opbouw van de bevolking kan dus ook een verklaring zijn. Wat de ledentoename vanaf 1965 door de naoorlogse ”babyboom” ook zou kunnen verklaren.

Ballotage nieuwe leden

Zoals in een vorig artikel beschreven is ballotage medio 1947 ingevoerd. Sinds die tijd worden aspirant leden in Electron gepubliceerd. Het HB schreef overigens wel: “Candidaatleden worden niet in de ballotagelijst opgenomen, wanneer hun contributie nog niet is betaald”.  In de jaren 1950–1970 traden  totaal 126 leden toe tot de afdeling Amersfoort en omstreken. Die lijst is dus te lang om hier te publiceren, maar een aantal bekende namen wil ik toch even naar voren brengen.

Electron-blz Naam adres plaats
1950-138 B. Kerkhoff Lange Brinkweg 49e Soest
1951-482 J.H. Over a/b Hr. Ms. “Vliestroom” Amersfoort
1951-76 E. Th. Smink Aldegondestr. 53 Amersfoort
1955-27 G. J. v. d. Groot Vincent van Goghstraat 8 Baarn
1956-383 A. H. J. Claessen Baron van Nagellstraat 51 Voorthuizen
1961-11 L. v. d. Knaap Leuvenumseweg 59 Harderwijk
1963-218 H. G. Koffijberg Putterweg 37 Garderen
1963-277 H. J. Peters Haydnstraat 59-b Amersfoort
1965-115 A. W. Peters-Blok Haydnstraat 59-b Amersfoort
1965-320 F. W. de Feber Vlasakkerweg 46 Amersfoort
1965-320 A. Meijer Voorthuizerstraat 75 Putten
1965-320  J. E. W. Mulder Celsiusstraat 6 Amersfoort
1966-322 J.W. van Essen Marnixlaan 80 Amersfoort
1966-322 F. E. A.M. Vorstermans Sint Radboudstraat 37 Amersfoort
1966-65 J.B. Th. Hugenholtz Molenstraat 58 Spakenburg
1967-194 G. J. van Dijen Kruiskamp 116 Amersfoort

Terecht maakte het HB ooit de opmerking: “de ballotagelijst van vandaag is ‘t bestuur van morgen”.

Regionale spreiding van onze nieuwe leden

Het is interessant om eens te kijken waar al die 126 nieuwe leden woonden. Ik vind het opvallend dat naast Amersfoort vooral Soest (met Soesterberg, Soestduinen en Soestdijk) en Harderwijk de grootste concentraties telden. De ligging van een aantal grote kazernes zal hier debet aan zijn.

Contributie

Jaar Gulden (NLG) NLG/2,20371
1945 10,-  €          4,54
1951 12,-  €          5,45
1956 15,-  €          6,81
1961 16,-  €          7,26
1964 18,-  €          8,17
1965 20,-  €          9,08
1966 22,50  €        10,21
1968 25,-  €        11,34
1970 27,50  €        12,48

Naast de activiteiten in de afdeling, was een andere belangrijke factor om lid worden (of te blijven) de hoogte van de contributie. Dat bleek vooral na die eerste contributieverhoging van 1951 en dat was goed terug te zien in onze ledenaantallen.

Maar daarna zijn er ook nog een aantal contributie aanpassingen geweest. Ik heb ze even voor u in een tabel gezet.

Financiële afdracht naar de afdeling

De afdelingen ontvangen van het HB een financiële afdracht van lidmaatschapsgeld, waarmee de afdelingen hun activiteiten bekostigen.  Onze landelijk algemeen penningmeester Peter de Bruin (PA3CWS) gaf mij inzicht in de VERON afdrachtgeschiedenis. Van een van zijn voorgangers had hij nog een brief uit 1978. De afdracht is “dakpansgewijs” opgebouwd zo blijkt uit deze passage.  Ik vernam dat deze berekening vandaag de dag nog steeds wordt toegepast.

In het boek “50 jaar VERON – 100 jaar Radio” (blz. 230) lees ik die afdracht rekenmethode “1978” voor die tijd al verschillende malen was aangepast.

Begon men in 1945 aanvankelijk met een afdracht per lid van 25%, maar op de derde VR vergadering van 17 november 1946 werd dit verdeelsysteem voor het eerst gewijzigd en daarna nog drie keer; om precies te zijn in 1955, 1960 en 1968. Dit zuinige HB-beleid had, naast nog een aantal bezuinigingen, tot doel de VERON financieel gezond te houden.

Om te zien hoeveel onze afdeling per jaar te besteden had, heb ik de afdracht berekening even in een spreadsheet gezet.

Deze grafiek heb ik indicatief doorgerekend met de huidige rekenmethode van “1978”. Vanwege de eerdere wijzigingen ik de afdrachtberekening, zal de werkelijke afdracht aan onze afdeling iets hoger zijn dan nu weergegeven.

Overigens, van OM Henk de Ronde (PA0JMD ), afdelingssecretaris 1980–1981, vernam ik dat onze afdeling in de jaren ’60 “straatarm” was. Soms werd aan het einde van een afdelingsavond om een financiële bijdrage gevraagd. Dat “met de pet rondgaan” vond ik ook terug in dit afdelingsverslag.

Helaas heb ik geen financiële afdelingsverslagen gevonden, dus weet ik niet aan welke activiteiten dat afdrachtgeld op ging. Dat brengt mij op het volgende hoofdstuk; onze afdelingsbesturen tussen 1950 en 1970.

Samenstelling Afdelingsbestuur

Uit ons A03 archief (https://a03.veron.nl/historisch-overzicht/) haal ik een fraai overzicht van onze bestuursleden tussen 1950–1970. Uit ervaring is gebleken dat de omvang van een bestuur vaak een weerspiegeling voor de activiteit in een afdeling. Van 1950 tot 1964 had de afdeling Amersfoort minimaal een dagelijks bestuur. Vanaf 1964 werden er meer activiteiten ontwikkeld, met als gevolg een bestuuruitbreiding met leden.

 “Amersfoortse” activiteiten in de ELECTRON

Hierbij een indicatief overzicht van onze activiteiten. De oude Electron jaargangen zijn met zoekterm “Amersfoort” afgezocht.

Bij de gemelde activiteiten in de Electron vallen enkele zaken op. Amersfoort deed veel aan vossenjagen. In de jaren ’60 kwam daar het VERON PinksterKamp (VPK) in mei en het Radio Kamp in augustus bij. Met al deze evenementen toonde de VERON zich aan het grote publiek. Hieruit kan deels de toestroom van onze nieuwe leden verklaard kunnen worden.

Voor het binden en behouden van leden worden normaliter de activiteiten in de Electron bekend gemaakt. In de jaren ’50 gebeurde dit bij de afdeling Amersfoort onregelmatig. Kennelijk was de (voor)wetenschap van een vaste avond in de maand en/of “hoort zegt het voort” via de amateurband voldoende.  Zo heb ik geen convocatie per post gevonden. Om potentiële nieuwe leden te kunnen werven werd soms gebruikgemaakt van de krant om geïnteresseerden uit te nodigen voor een lezing of te wijzen op een komend evenement. Ook is bekend is dat leden “introducés” meenamen.

Komt u ook? / afdelingsbijeenkomsten

In de jaren ’50 waren ook verwante electronica onderwerpen populair; zoals LF versterkers, Hi-Fi audio, bandrecorder. Opvallend er geen afdelingsmededeling te lezen waren in 1951, 1953, 1954 en 1955.

1950/12 OM Veldkamp uitleg en demonstratie met de “Solovox”.
1951 geen
1952/2 nieuw bestuur met OM Kerkhoff (PA0QI) als secretaris.
Lezing en demonstratie OM Manheim (PA0BT) z’n meetzendertje
1952/10 OM Arends die een causerie hield over L.F.-versterkers. Vooraankondiging volgende causerie OM Bennik over z’n U.H.F.-set Onduidelijkheid volgende vergadering
1953 geen
1954 geen
1955 geen
1956/11 meetavond met griddipper van OM Schouten. Kennis over antennes met OM Steffens
1956/12 OM Arends ontvangst van UHF-signalen in Hotel Frank, Stationsplein
1957/1 nieuw bestuur secretaris wordt J.E. Gaillard. Tweede Hi-Fi discussie avond Hotel Frank, Stationsplein
1957/2 OM Huis PA0AD voordracht technische inrichting nieuwe KRO-studio
1957/3 OM Bennik, PA0OE, praatje over zijn zelfgebouwde bandrecorder
1957/4 Demonstratie met Hi-Fi apparatuur Hotel Frank, Stationsplein
1957/5 OM Arends vertelt over voortplantingsverschijnselen bij VHF
1957/6 OM Fortuin lezing synchronisatie van televisieontvangers, met demonstratie
1957/11 OM Simons een praatje over zijn ervaringen met 2 m apparatuur
1957/12 gezellige avond onderling QSO
1958/1 jaarvergadering plaats Hotel Frank, tegenover het station
1958/3 OM Bennik filmdemonstratie met bandrecordergeluid synchroon met film
1958/11 OM Fortuin praatje over ‘Practisch werken met de oscillograaf’
1959/9 causerie bouwen van een eenvoudige peildoos
1959/10 Hotel Frank
1959/11 OM Lehman causerie over luidsprekers Hotel Frank
1959/12 N.V. Philips stereo-Hi-Fi demonstratie Bejaardencentrum, Nieuwstraat 12
1960/3 bijeenkomst Hotel Frank
1960/10 bijeenkomst Hotel Frank
1960/11 bespreking 19-set en griddipper
1960/12 OM Arends lezing Staande golf en filterdoorlaatmetingen in het VHF-gebied
1961/1 OM Coster  diavoorstelling radioverkeer en radio-astronomie.
1961/3 Dhr. Somers over werking van onzuivere kristallijne stof opbouw transistor
1961/4 OM Fortuin selectiviteit van televisieontvangers, OM Van Ingenegeren over EZB
1961/5 OM Varossieau demonstreert met wetenschappelijke films, SFW te Utrecht
1961/9 OM Grimbergen, PA0LQ causerie over vossenjagen
1961/11 Vergadering in Hotel Frank
1962/1 Huishoudelijke vergadering en OM Steffens praatje over solderen
1962/2 OM Steffens lezing over dipolen en voedingslijnen
1962/3 OM De Leeuw, PA0BL over kristallen en hun gebruik in filters en oscillatoren
1962/4 OM Derksen, PA0ADJ, over montage in Hotel Frank
1963/1 jaarvergadering plannen voor vossenjachten en velddag 1963
1963/2 HB voorstel fusie VRZA en causerie van OM v.d. Broek, (PA0JEB) over 2 m apparatuur.
1963/11 PAoMW uit Hilversum op bezoek gehad. MW vertelde een en ander over generatoren
1964/1 huishoudelijke vergadering
1964/2 OM Coster voordracht ontwikkeling van de telecommunicatie met film
1965/1 drie leden van het afgetreden bestuur werden herkozen in andere functies
1965/1 tweede Hi-Fi avond. We bespreken schakelingen die ter tafel komen
1965/2 Hotel Frank. Aanvang 20.00 uur. Nadere bijzonderheden via PA0AA
1965/3 Hotel Frank. Aanvang 20.00 uur, tegenover het station. Nadere gegevens via PA0AA op 5 maart om 20.00 uur
1965/5 wordt onze afdelingsvergadering gehouden in Hotel ‘Frank’ tegenover het station. OM Gaillard zal het hebben over toepassing van de elektronica in de geneeskunde
1966/6 Velddagstation PA0CLA/A op de Leusderheide
1966/8 VERON kamp Leusderheide – PA6AA
1967/5 VERON Pinkster-Radiokamp op de Leusderheide nabij Hotel Waterloo
1967/8 VERON kamp Leusderheide – PA6AA
1968/1 Jaarvergadering bestuurswissel, lezing OM Meyer begin radioamateurisme.
1968/2 PA0NAR lezing over transistoren in Restaurant Amershof, Snouckaertlaan
1968/2 Tot nadere aankondiging: voortaan alle vergaderingen op de 2e vrijdag van de maand
1968/3 PA0UHS uitleg waar 50 Hz van gemaakt wordt en hoe zij bij ons komt
1968/4 lezing over radio modelbesturing met transistoren
1968/5 VERON-Pinkster-radiokamp 1968
1968/6 OM Steffens lezing over compressie in audioversterkers
1968/12 PA0EZ eisen en problemen van de communicatie ontvanger
1969/1 Jaarvergadering en PA6MB meetavond ten huize van PA0FAS
1969/2 bijeenkomst in Amershof Snouckaertlaan
1969/3 OM Manheim film en bandrecorder te Amershof
1969/4 PA0UBF problemen rond RX in Amershof
1969/5 VERON-Radiokamp

Vossenjachten / Bekerjachten / Conferentie

1950/6 bekerjacht, start de Mof
1951/10 Landelijke Bekerjacht en conferentie Hotel Metropole, Stationsplein
1952/4 Avondvossenjacht
1952/9 Finale bekerjacht
1953/9 Bekerjacht en Vossenjagersconferentie Académie de Danse, Langestraat 113
1954/9 Bekerjacht en Vossenjagersconferentie Café-Rest. ‘t Tramstation, Stationsplein 4
1955/9 Bekerjacht en Vossenjagersconferentie Hotel Frank, Stationsplein
1956/9 Bekerslotjacht en Vossenjagersconferentie Hotel Metropole, Stationsplein
1957/9 Bekerslotjacht en Vossenjagersconferentie ‘A. G. Huis’, Paulus Buyslaan 1
1957/11 Avondvossenjacht bij de Hertekop, hoek Arnhemseweg en Dodeweg
1958/9 Oefenjacht nieuw regelement samen met afd. ‘t Gooi en Utrecht
1959/9 Bekerjacht en vossenjagersconferentie Café Rest. Frank, Stationsplein
1960/9 Bekerslotjacht en Vossejachtconferentie Restaurant ‘Amershof’, Snouckaertlaan 11
1961/9 Slotjacht en vossenjachtconferentie in de Karseboomcorner, Groest 53-a, Hilversum
1962/9 Slotjacht organisatie 80 meter met afdeling Leiden en Den Haag (2m)
1963/0 Bekerslotjacht en Vossenjachtconferentie Restaurant ‘Amershof’, Snouckaertlaan 11
1964 geen
1965 geen
1966/8 bekerjacht tijdens VERON kamp
1967 vossenjacht tijdens VERON kamp
1968 vossenjacht tijdens VERON kamp
1969 vossenjacht tijdens VERON kamp

Bijdragen VR / Regio bijeenkomsten

1950 voorstel tien bekerjachten in diverse streken van het land
1951 deelname regiobijeenkomst te Hilversum
1955 16e VR kascontrole door afdeling Amersfoort

Tot slot

In de periode 1950 – 1970 waren de (radio)activiteiten in onze afdeling zeer wisselend. Maar dat sluit ook aardig aan op het landelijke beeld wat ik aantrof. Zo kreeg ik van OM Jan Hoek (PA0JNH) zijn onderzoek onder ogen van de vossenjachtgeschiedenis. Met name het beeld dat hij over de jaren ’50 schetst heeft treffende overeenkomsten voor onze radiohobby  in het algemeen.

Nieuwsgierig geworden? Dan geef ik ze hier nog even weer.

Waarom was de belangstelling in het begin in verhouding zo groot?
  1. Kort na de oorlog waren er niet of nauwelijks zenders voor de amateur. Het vossenjagen was een heel goede vervangende tak van de hobby.
  2. Men had geen ander (elektronisch) vermaak thuis dan de radio.
  3. Men ging (nog) niet op vakantie.
  4. Het gezelschap der vossenjagers kon worden beschouwd als een ‘familie’ die elkaar tijdens de vossenjachten ontmoetten.
  5. Er waren vaak zeer fraaie (en dure) prijzen te winnen, die door het bedrijfsleven beschikbaar werden gesteld.
  6. Door PA0AD werden van 1952 tot 1958 de peildoos schildjes gemaakt. Tot (vermoedelijk) 1963 door anderen. Hiervoor was onder de fanatiekere vossenjagers veel belangstelling. 
  7. Zelfbouw van een peildoos voor 80 meter was een vrij eenvoudige zaak. In Electron werden diverse ontwerpen hiervoor gepubliceerd. Begin jaren ‘60 werd dat ook het geval voor 2 m ontvangers.
Waarom is de belangstelling toch afgenomen?
  1. Het werd steeds moeilijker om afdelingen te vinden die de jachten wilden organiseren.
  2. De groep organisatoren die jarenlang de zaak gerund had, viel uit elkaar, deels door vertrek naar het buitenland van PA0AD en het overlijden van OM Bennik. De groep die het zou overnemen heeft de zaak voor een groot deel in de steek gelaten.
  3. De generatie, die vanaf het begin had deelgenomen, raakte erop uitgekeken, of werd te oud. Er was onvoldoende aanvulling met jonge vossenjagers.
  4. De problemen van de reiskosten. Men wilde niet meer per fiets of bromfiets grote afstanden afleggen om ergens in den lande te gaan jagen.
  5. De in het begin der 60-er jaren zeer sterk toenemen van andere mogelijkheden om de hobby te bedrijven. In het bijzonder moet worden gewezen op het toenemen van het aantal mobiele rally’s (per auto) waaraan door amateurs van heinde en ver werd deelgenomen.
  6. Andere evenementen, zoals Velddagen, Pinksterkampen, Dagen voor de Amateur en steeds langer wordende vakanties.
  7. Het sterk afnemen van het stimuleren van de ‘wedstrijdorganisatie’ bij de jongere deelnemers.

Uit dit alles blijkt ook steeds vaker dat maatschappelijke ontwikkelingen ook een rol te spelen. Hiermee kom ik aan het einde van een stukje blootlegging van “onze rijke geschiedenis”, waarover in de Amersfoortse Courant in 1968 werd geschreven.

Mijn onderzoek heb ik veel last gehad van het niet opschrijven of bewaren van onze afdelingsinformatie. Dus als u aanvullingen hebt voor het toekomstige  100 jaar VERON jubileum; bewaar ze goed en denk daarbij aan een goed opslagmedium! In de komende jaren wordt die keuze van belang, willen we niet in de Digital Dark Ages belanden.

Geraadpleegde bronnen:

  • Electron archief – Frank van Hamerveld (PA3DTX)
  • Boek 50 jaar VERON – 100 jaar radio – Dick Rollema (PA0SE)
  • Archief VR stukken – Jan Hoek (PA0JNH)
  • Onderzoek Jan Hoek PA0JNH – Vossenjachten bekerjachten (1935 – 1965)
  • PAo database – Remy Denker PA0AGF
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrije_zaterdag

Station PA6KEI in De Flint Amersfoort – 1980

Het station PA6KEI in Amersfoort

PA6KEI in Amersfoort. Openingswoord van de voorzitter van de afdeling Amersfoort, PAoKEL. (Foto B. Noorderwier)

Velen hebben ook dit jaar in de afgelopen zomerperiode weer hun medewerking aan het PA6KEI-gebeuren tijdens de Keistadfeesten te Amersfoort. Medewerking, hetzij als operator, als medewerker/ster achter de schermen of als luisteramateur. En het mag gezegd worden: PA6KEI is wederom een succes geworden. Wij willen dus beginnen iedereen te bedanken voor zijn of haar hulp, op welke wijze die dan ook is verleend. Enkele namen willen we toch noemen, zonder de vele anderen tekort te doen: het hoofdbestuur van de VERON (materialen), PE1BLI (antennes), de firma De Wild (Amersfoort), de firma Jan Tabak (Oldebroek) en de AMCON-groep (eveneens materialen), de V.V.V. te Amersfoort (QSL-kaarten), het Kreatief Centrum De Hof (accommodaties) en de directie van het Kultureel Centrum De Flint in Amersfoort.

Graag willen wij de opening van het gebeuren even memoreren. Hierbij sprak de voorzitter van de afdeling Amersfoort, Rob Kelder (PAoKEL), de hoop uit dat het PA6KEI-evenement ook dit jaar weer een succes zou worden. Hierna verzocht de voorzitter van de werkgroep,  J. P. C. Wimmers (PDoGLB), de heer Drs. A. Vermeer, burgemeester van Amersfoort, het zendstation te openen.

PA6KEI in Amersfoort. De opening van het station werd verricht door Drs A. Vermeer, burgemeester van Amersfoort (midden). De voorzitter van de werkgroep PA6KEI, PDoGLB, geheel links, kijkt verheugd toe! (Foto B. Noorderwier)

Uit het openingswoord van de burgemeester bleek duidelijk, dat deze volledig op de hoogte was van de doelstellingen van de VERON. Zelfs had hij studie gemaakt van de machtigingsvoorwaarden. Zo vertelde hij, dat hij doormiddel van een spoedcursus even snel zijn D-licentie had gehaald door zichzelf het examen af te nemen en een call te verlenen … Al met al een bijzonder geslaagde opening waarbij de ‘Vonkenboer’, gebouwd door Henk de Ronde (PAoJMD), bijzonder goed van pas kwam. Er zijn in de week dat PA6KEI in de lucht was veel verbindingen gemaakt. Velen zullen hebben genoten van het zeer goed werkende zelfbouwstation op 70 en 23 cm. Op 23 cm werd zelfs enkele keren een verbinding gemaakt met Engeland! Een knap stuk werk van Ton Corbee (PE1BQE).

OM Jan Tuithof (NL4405) had wederom veel bekijks met zijn ‘orgel’, een meubelstuk met alles erop en eraan: HF, RTTY, bandopnameapparatuur, tuners, klokken, scoop’s enz. enz. Jan, bedankt!

U begrijpt het al na lezing van dit enthousiaste verslag: wij hopen ook in de toekomst weer QRV te zijn in het kader van de jaarlijkse Keistadfeesten te Amersfoort!

Namens de werkgroep PA6KEI, H. Brandsen (PDoHFS)

Bron: Electron – november 1980 – blz. 637.


‘PA 6 Kei’ is de call

Ieder draagt zijn steentje hij aan de Keistadfeesten. Centraal staat daarbij het contact, de verbroedering van de Amersfoorters met de gastlanden. Wie zich ook bezighouden met het leggen van contacten zijn de zendamateurs.

Leden van de VERON (Vereniging Experimenteel Radio Onderzoek Nederland) afdeling Amersfoort, hebben zich van een gedeelte van creatief centrum “De Hof’ meester gemaakt. Zolang de Keifeesten worden gehouden, zolang ook zullen zij in de lucht zijn. Dagelijks wordt vanaf twee uur ‘s middags tot in de kleine uurtjes getracht contacten te leggen over de hele wereld. Tot op heden lijkt dat aardig te lukken.

De zendamateurs hebben ter gelegenheid van de Keistadfeesten een speciale call namelijk PA 6 Kei. Komt een verbinding tot stand, dan worden wat gegevens uitgewisseld en worden de contacten opgetekend in het logboek. Vervolgens wordt een zogenaamde QSL-kaart verstuurd naar het station waarmee de zendamateur verbinding had. De kaart van de Amersfoorters ziet er heel aardig uit. Zo wordt er een beschrijving gegeven van de stad Amersfoort, zodat de ontvanger een indruk krijgt van de Keistad. Inmiddels kwamen verbindingen tot stand met onder andere Japan, Australië, Amerika en Italië. De zendamateurs in creatief centrum “De Hof’, twaalf mannen, waarvan de meesten hun vakantie hebben opgenomen, hebben hun apparatuur zo opgesteld dat belangstellenden duidelijk kunnen zien hoe het zoeken en contact maken in zijn werk gaat. Daarbij kunnen liefhebbers alle informatie krijgen die zij maar wensen. Ook zijn er informatiepakketten.

De zendamateurs houden zich niet bezig met gezellige praatjes. Het is bij hen een puur technische aangelegenheid. Constant wordt dan ook gewerkt aan verbetering van de apparatuur. De hobby kent vele aspecten. Zo zal de één het liefste alsmaar proberen een verbinding tot stand te brengen, terwijl een ander alleen zoekt naar verbetering van de apparatuur, of zich alleen maar bezighoudt met de antennes.

Zendamateur word je niet zomaar. Hij moet een machtiging hebben, te verkrijgen vanaf de zestienjarige leeftijd. Die machtiging krijgt hij pas als hij cursussen heeft gevolgd en de staatsexamens met goed gevolg heeft afgelegd. Er zijn drie klassen. De D – C – A. De eerste twee staan voornamelijk voor de technische kneepjes, de laatste slaat op kennis van de morseseinen.

Heeft men niet de financiën meteen om over een complete apparatuur te beschikken, dan is het ook mogelijk eerst een ontvangstinstallatie aan te schaffen. De amateur kan dan zelf niet zenden, maar hij kan wel tot stand gekomen verbindingen beluisteren en die noteren in zijn logboek. Hij verstuurt ook QSL-kaarten naar de opgevangen contacten. Een zendamateur in Nederland kan bijvoorbeeld een gesprek opvangen van een Australiër die een verbinding heeft met een Japanner.

Bron: Amersfoortse Courant – september 1980

Omkijken met Hilde (PA3EKW) en Koos (PA3BJV) Sportel

Afdelingsvoorzitterfamilie: 1986 – 1992 (PA3BJV) en 2003 – 2012 (PA3EKW)

Door: Eddy Krijger (PA0RSM)

Zo aan het eind van de reeks terugblikken met oud bestuursleden, heb ik dit keer mijn oog laten vallen op een paar “jongere ouderen”; Hilde Sportel-Jansen (PA3EKW) en haar man Koos Sportel (PA3BJV). Wie kent ze niet zou ik zeggen, maar toch komen er nog een paar leuke weetjes bij. Kortom; veel leesplezier door de teksten die mij werden aangeleverd!

Koos en Hilde zijn in 1972 getrouwd. Het gezin woonde aanvankelijk in een flatje op de Magelhaenstraat 18b (Jan Tuithof (PD0RDQ) was hun bovenbuurman), ze zijn daarna verhuisd naar Schothorst en begin 1990 naar een grote eengezinswoning in Zielhorst. De kinderen zijn inmiddels het huis uit, maar die hebben niet zoveel met radio begreep ik van ze. “Behalve onze zoon die heeft een 27 MHz setje op de tractor,” voegde Koos toe.

Nu we het over kinderen hebben; ooit waren zij dat zelf ook. Dus gaan we even verder in de tijd terug. Eigenlijk mag ik het niet aan een dame vragen, maar Hilde is een oudjaarskind van 1944. Haar wiegje stond in Hotel Zum Krone in het “Heilklimatischer Kurort” Rengsdorf. U raadt het al, dat is in Duitsland, deelstaat Rheinland Pfalz. Het ligt ten noorden van Koblenz. “Im Westerwald” vult Hilde aan,“maar mijn moeders familie komt uit de Eifel.” Voor de liefhebbers voeg ik een kaartje bij. Rengsdorf is QRA locator JO30RM…

Hilde’s vader kwam uit Achterveld. Tijdens de bezettingsjaren werd hij, net als vele andere jonge werkelozen, door de Arbeitseinsatz naar Duitsland gezonden. Daar heeft hij haar moeder leren kennen. Het gezin verhuisde in 1947 naar Achterveld waar Hilde opgroeide. Vader werd melkrijder en moeder ging werken in de porselein fabriek in het dorp.

Het verhaal van Koos begint op 19 februari 1949 in Hardenberg. Koos z’n moeder was een boerendochter uit Bruchterveld. Ik moet bekennen dat ik ook deze plaats moest opzoeken. Wikipedia schrijft daarover “landelijk gelegen” in het zuiden van de gemeente Hardenberg. En dan lees ik weer een clou: “Bruchterveld grenst ten oosten aan een uitloper van het Bentheimer Wald rond de grens met het Duitse Landkreis Grafschaft Bentheim”. Dus die jaarlijkse gang naar de DNAT in Bad Bentheim is dus ook een beetje “back to the roots.”

Z’n vader had destijds werk gevonden als zakkendrager in de haven aan de rivier de Vecht in Hardenberg. In 1951 verhuisde het gezin naar Muiden (NH), waar vader als patroonvuller werkte op de kruitfabriek “De Krijgsman”. “Niet geheel ongevaarlijk werk, want hij heeft drie grote explosies overleeft,” vult Koos aan.

Tien jaar later weer een verhuizing vanwege het werk, maar nu naar Amersfoort. Koos vader werd daar voorman bij het schoonmaakbedrijf Asito. In Amersfoort groeide Koos verder op en ging in de jaren ’60 naar de Ambachtsschool aan de Kaliumweg, met als studierichting electrotechniek.

Over zijn werkzame leven vertelt Koos: “na de Ambachtsschool, ben ik in militaire dienst gegaan. M’n vader sprak ‘in het leger kun je nog wat leren’. Zo gezegd zo gedaan; na de opleiding een vervolg vakopleiding V.E.V. Radio monteur gedaan en daarna overgeplaatst naar het Duitse Seedorf. Waar ik vier jaar als radiomonteur bij 103 Verkenningsbataljon heb gediend. Weer terug in Amersfoort, als burger werknemer doorgegaan bij Defensie op de Bernhardkazerne, waar ik in 2014 met pensioen mocht gaan.”

Hoe we elkaar hebben leren kennen? Nou dat zit zo; ik werkte bij Defensie samen met Jan Tuithof, Jan wist mij te vertellen dat bij zijn alleen wonende buurvrouw (Hilde) haar TV defect was. Dus ik op een regenachtige septemberavond (ik weet het nog goed: 16 september 1972) naar Jan, samen gingen we naar een verdieping lager, belden aan en daar stond ze. Toen is er iets gebeurt wat de rest van mijn leven veranderd heeft. Nou die TV is nooit gerepareerd. Ik ben naar Anthonie van Ravenhorst gegaan en een mooie tv gekocht. Drie maanden later op 21 december 1972, waren we getrouwd!” Hilde voegt toe: “geen moetje hoor, want de eerste kwam pas in 1974”. Koos vervolgt: “Ik weet nog goed dat toen ik bij Hilde thuis werd geïntroduceerd als ‘radioamateur’ en dat haar moeder dat niet prettig vond. Maar dat had een voorgeschiedenis uit de laatste oorlogsmaanden. Hun dorp werd op een gegeven moment gebombardeerd doordat een “geheim Funker” aanvalsdoelen had doorgeseind naar de geallieerden. Deze traumatische gebeurtenis is Hilde’s moeder altijd bijgebleven, maar het is later allemaal goed gekomen tussen mij en moeder Barbara.”

Ik begrijp hieruit dat Hilde pas radioactief geworden is nadat ze Koos leerde kennen. Dus maar even aan Koos vragen wanneer hij interesse kreeg voor de radiotechniek. “Dat was vanwege Dr. Blan en de Amroh radiofabriek in Muiden, dus daar werd het radiozaad gezaaid, later in Amersfoort werd ook de Jampot ontvanger van Dr. Blan gebouwd.”

Na deze opwarmer kwam Koos in de comfortzone en vervolgde hij: “begin jaren ’70 was mijn hobby de 27 MHz band, eerst actief in AM en EZB. Samen met Jan Tuithof, heb ik allerlei soorten antennes gemaakt. Ik woonde dus bij Jan in dezelfde flat aan de Magelhaenstraat. Daar heb ik ook voor het eerst kennis gemaakt met de 2 meterband en hoorde ik in Amplitude Modulatie Henk de Ronde (PA0JMD) met Peter van Werkhoven (PA0IY) in QSO.

Toen wij verhuisden naar de Turpijnplaats kwam de 27 MHz verder tot ontwikkeling met antennes op het balkon. In 27MHz club verband heb ik aan vele protestacties meegedaan om bij staatssecretaris van Hulten de 27 MHz vrij te krijgen, maar ook in de tijd dat Neelie Smit-Kroes in de regering zat protesteerden wij. Toen kwam er een oplossing; een D-machtiging met zes kanalen op de 2 meter. Dat was wel even wennen en het duurde dan ook nog een paar maanden alvorens we tot inzicht kwamen. Dus met de studie voor de D-machtiging begonnen bij de heer Joman, achter in zijn electrozaak aan de Vermeerstraat. Tijdens die studie kon je een TR-7200G van Kenwood bestellen en die mocht je dan op afbetaling betalen, ik heb dat toen gedaan samen met de studiegenoten.

In het voorjaar van 1977 heb ik examen gedaan in de Jaarbeurshallen van Utrecht samen met 2270 mede kandidaten het examen afgelegd, GESLAAGD!!! Na honderd dagen wachten kreeg ik de roepletters PD0DFN, de nieuwe zender was afbetaald en nu de band op! Later begon het weer te kriebelen want dat SSB op 2 meter is toch ook wel mooi. Dus studeren maar weer met goed resultaat; PE1BZO werd de nieuwe call.

Maar toen zei Hilde, wat jij kan kan ik ook!!! Dus op cursus bij Peter Stuart (PE1DSW) en Dolf Butselaar (PE1AAP) in het van Randwijckhuis. Dat ging goed en Hilde werd PD0LVK, zij heeft veel verbindingen gemaakt met deze call en later onder de call PE1LDV, zelfs heeft zij de Regiocontest gewonnen! Dus Hilde ging er helemaal voor.”

Koos was inmiddels samen met Jan Willem Walraven-Borst (PE1CLP) begonnen aan het leren van morse. Dat werd elke week naar Hilversum. Ze studeerden in de oude studio Santbergen en thuis waren ze elke dag om 20:30 uur op 144.100 MHz zo’n 45 minuten naar elkaar aan het seinen en nemen zonder te spreken. Dat hebben ze een jaar volgehouden en toen werd de call voor Jan-Willem PA3BHQ en Koos PA3BJV.

Deze studie bracht ze op het idee om zelf een morsecursus te starten in Amersfoort. Ze vonden John Piek (PA0ETE) bereid om een CW cursus voor hun te maken op zijn TRS80 computer. Elke donderdagavond, zond hij de nieuwe les over de 2 meter band naar de keukentafel. Daar stond niet alleen de ontvanger om de les binnen te halen, maar ook een cassetterecorder die alle lessen keurig opnam. De leerlingen draaiden ook via hun cassetterecorders de lessen en zo kon de dagelijkse training beginnen.

Deze CW cursus is nu na 42 jaar nog steeds actief. Helaas is Jan-Willem (PA3BHQ) ons ontvallen. Ron de Vries (PA3DAM) en Hilde hebben zijn taak van het begeleiden van cursisten overgenomen.

“Hilde dacht”, zo vervolgt Koos, “dat CW wil ik ook, maar geef je eigen vrouw maar eens CW les!? Dat is een bijna onbegonnen zaak, maar het is toch gelukt. Alhoewel, bijna niet, want zes weken voor haar CW examen brak ze haar pols. Dus met de niet getrainde hand verder ploeteren. We gingen naar het examen, maar ze zou niet deelnemen, dus ze was daar alleen voor de begeleiding van de leerlingen. Groot was mijn verbazing toen Hilde opeens opstond en verdween in de examenzaal en later als A-amateur naar buiten kwam! Het werd PA3EKW. Zo zijn we dus tot onze machtigingen gekomen.”

Zoals eerder gezegd is Hilde een verbindelaar en Koos wat meer een bouwer. Dat komt mooi samen in de volgende anekdote: “Dat was bij een eerste verbinding, na het gereed komen van mijn zelfbouw transverter. Een van 2 meter naar 20 meter; ik schakel het apparaat in op de keukentafel en uit de luidspreker van mijn Yaesu FT290 2 meter achterset komt het onmiskenbare korte golf geluid van de 20 meter band! Ik was trots en ik hoorde VE3JPP, Peter een ‘weg gelopen’ Nederlander, ik waagde het om hem aan te roepen met 20 milliwatt op de 2 element HF-beam, hij hoorde mij niet. Dus vraag ik aan Hilde om het eens te proberen en zowaar; na twee keer roepen hoorde hij Hilde! Kortom; een kort QSO maakte duidelijk dat mijn bouwwerk werkte. Met 20 milliwatt de grote plas over! Helemaal toen hij zei: ‘mijn power is 1500 Watt’. Hij was verbaasd toen Hilde zei; ‘mijn power is 20 milli Watt uit een 2N1613 torretje’!

Ook mijn bouwwerken op 10 GHz samen met Bert Delmaar (PA3AGW), waren voor mij een grote stap, met Gunn diode’s in een WG 16 Golfpijp, in 1979 een bouwsel gemaakt op het gaspitje van Hilde in de keuken op de Turpijnplaats, zijn voor mij fantastische herinneringen om op terug te kijken. Een echte zendontvanger heb ik er toen mee gemaakt en het werkte ook nog!!!”

In de loop de jaren is er dus heel wat gebouwd. Dat is ook terug te zien op de foto’s. In Zielhorst is hun zolder geheel voor de radiohobby ingericht.

Koos was tussen 1985-1992 onze afdelingsvoorzitter. Hij nam de voorzittersfunctie over van Juul Geleick (PE0GJG). Koos wist niet meer waarom hij voorzitter werd, maar wel dat het was om onze VERON afdeling verder te dragen. Voor die tijd, vanaf 1984, waren Koos en Hilde al actief op landelijk niveau. Zoals bijvoorbeeld als medewerkers op de Dag van de Radio Amateur en bij het VERON Pinksterkamp met opbouw en administratie, met tussen 2005 en 2015 de volledige organisatie. Hilde was jaren lang in Leusden de stem van Radio AA en Koos gaf ondersteuning aan de Radio AA techniek. Voor dit alles zijn zij beide terecht door de VERON onderscheiden met de “Gouden Speld”, vervolgens benoemd tot landelijk “Amateur van het Jaar 2008” en in 2016 “Lid van Verdienste” voor het leven.

VERON a03 afdelingsbestuur 2010, met van links naar rechts: Bart, Roel, Edwin, Hilde, Adriaan, Ron en Eddy.

Terug naar Koos en het afdelingsbestuur dat bestond tussen 1985 en 1992 in verschillende samenstellingen uit secretaris: George d’Arnaud (PA3BIX), Herman Seubring (PA3EPT), Gerard van Buuren (PA0BUR), Hans de Jong (PB0AMH); penningmeester: Cor van de Wetering (PA3COM), Joop Lagemaat (PE1LGG); leden: Rinus Doeland (PA3AZH), Dominic Hoogsteder (PD0LDC), Frank van Hamersveld (PA3DTX), Jan van Dalum (PE1JHU), Henk Warnitz (PE1LIO), Jaap van Nieuwkerk (PD0DBD), Willem Polhout (NL10330), Fred Broné (PD0DMN), Sjaak Kamerbeek (PE1AQZ), Jan Spierenburg (PD0AUQ) en Hans Verberne (PA3GDQ).

Hilde was in 2002 al als bestuurslid actief, toen het jaar daarop de voorzittersfunctie vacant kwam nam zij de voorzittershamer over. Tussen 2003 en 2012 was ze afdelingsvoorzitter met wisselende samenstellingen. Even wat namen: secretaris: Ron van der Velden (PA3HBI), Bart van Gorp (PA3CSX), Gert van Loo (PA2LO); penningmeester: Tijmen de Jong (PA3GRM), Roel Craanen (PB0ACU); leden: Hans Witjes (PA2JWN, Gerard Overbosch (PD5GO), Frans Snoeks (PE1NET), Eddy Krijger (PA0RSM), Ron de Vries (PA3DAM), Henk Teubler (PA1HT), Edwin de Looze (PA1EDL) en Adriaan van den Brink (PA1LIO).

Vanuit de afdeling Amersfoort werd door hen beiden meegedaan aan verschillende activiteiten. Zo waren ze eind 70er jaren actief bij PA6KEI en hebben aan alle JOTA’s meegewerkt bij de Karel Doorman groep. Verder verleende zij medewerking aan de laatste uitzending van Radio Nederland Wereldomroep, waren jaren lang begeleidingstation bij de ballonvossenjacht en namen deel aan de slotuitzending van Scheveningen Radio vanuit Radio Kootwijk.

Tot slot

Koos en Hilde zijn nog steeds actief tijdens contesten en helpen ze bij de PACC contest met het opbouwen van het station en nemen actief deel aan deze contest. Verder heeft Hilde jaren lang het depot van het VERON servicebureau beheerd, de VAM onder haar hoede gehad en doet ze nog steeds de barbediening in ontmoetingscentrum De Herberg. Koos is al jaren actief als de veilingmeester van de afdeling, waar hij met verve artikelen aanprijst en aan de man brengt. En verder geven zij, zoals eerder vermeld, samen met Ron (PA3DAM) de morsecursus in Bunschoten.

Dus wees nu niet bang dat Koos en Hilde na hun pensionering aan het afbouwen zijn, want zo vertrouwde Hilde mij toe: “mijn tweede hobby is onder andere Geocachen, handwerken (breien, haken) en zingen samen met Koos in het Middelpuntkoor. Koos doet ook aan amateur video filmen en is bestuurslid van de Filmclub ‘De Eemfilmers’. Daarnaast zijn we samen ook vaak op reis; dus nog een hobby!”

Dus nu begrijpt u de reden dat het stukje over hen “Omkijken” heet.

Geraadpleegde bronnen:

  • https://de.wikipedia.org/wiki/Rengsdorf
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruchterveld
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Achterveld_(Leusden)
  • http://www.rigpix.com/kenwood/tr7200g.htm
  • https://a03.veron.nl/historisch-overzicht/
  • ontwerp QSL-kaart PD0LVK is van Fred Broné (PA3GSJ)
  • ontwerp gezamenlijke QSL-kaart is van Hans Witjes (PA2JWN)

Drieluik – terugkijken met Eddy Krijger (PA0RSM)

In het terugkijkjaar van de VERON heb ik een aantal Amersfoortse coryfeeën nader toegelicht. Zo aan het eind van dit VERON 75 jubeljaar is door de redactie gevraagd om ook iets over mijzelf te vertellen. Terloops heb ik hier en daar mijn eigen ervaringen kunnen noemen over de tijd waar de geïnterviewde het over had. Maar even terug in de tijd van mij zelf is weer iets anders. De vraag zou ook gesteld kunnen worden “waar is het ooit (bijna) fout gegaan met Eddy”. Hi.

Een tijdreis naar mijn prilste radio herinneringen.

Ik ben in 1946 geboren in Hilversum en heb daar tot mijn vierde levensjaar gewoond. Daarna naar Den Helder, waar binnen we ook vaak verhuisd zijn, maar wel met enkele “uitstapjes”; drie maanden Rotterdam, een jaar Soerabaya en drie jaar Bergen op Zoom. Dit alles had direct en indirect te maken met het werk van m’n vader bij de Koninklijke Marine. Ik zal u de jaartallen besparen, maar ze komen en passant terug in mijn verhaal.

Ieder kind krijgt wijze lessen mee; “hondje bijt, poesje krabt”, maar dat “ding met die twee gaatjes” aan de muur kreeg een geheel andere waarschuwing mee. “Als je daar aan komt ga je dood”. Ik zat nog niet in de “waarom fase”, dus het antwoord heb ik niet gevraagde en gekregen. Op een mooie avond, ik was alleen in de kamer braaf met een schaartje aan het knippen langs de randjes van een stukje karton. De jonge onderzoeker in mij begon kennelijk te ontluiken, want opeens viel mijn oog op een blokje dat over die “twee gaatjes” in de muur was gedrukt. Het draadje dat daar uitkwam trok nog meer mijn aandacht. Zou ik met mijn schaartje daar toch ook tussen kunnen knippen? Alleen al dat ik dit nu nog weet kunt u de afloop raden.

De schaar ging eerst tussen die twee draadjes, tot zover ging het goed. Alleen de bocht om was toch wat lastiger. Een knal een flits en opeens was alles donker om mij heen. Mijn moeder riep onmiddellijk: “Eddy waar ben je?”

Ik geloofde heilig dat die twee draadjes en die twee gaatjes in de muur toch iets met elkaar te maken moesten hebben, dus antwoordde ik: “Mamma ben ik nu dood?”

Er ging een wereld voor mij open; de meterkast het vinden van een stop en daarna weer licht in de duisternis…

Hoe ik op het radiopad terecht ben gekomen zou de invloed van vriendjes kunnen zijn. Als ruilobject kwam ik op een gegeven moment met een vooroorlogse radiolamp thuis. Ik was toen een jochie van zo’n jaar of acht. Mijn vader zag daar wel iets leuks in en maakte met een beltransformator er een nachtlampje van. Mijn slaapkamer was ’s nachts magisch rood-geel verlicht.

Weer een sprong in de tijd; begin jaren ’60. Mijn eerste radio was een kristalontvangertje. Het schema was van de Philips Pionier I, maar de plaatselijke radiozaak “Radio Vink” in Bergen op Zoom vertelde mij dat ik het ook met losse onderdelen kon maken. Het werd dus een kloon versie met AMROH onderdelen, waarbij de Philips P11 spoel was vervangen door een AMROH 402 en alles op een AMROH chassis gebouwd. Het werkte niet in een keer, maar na een aantal doormetingen werd het juiste draadje onder het goede schroefje gedraaid. Dat smaakte naar meer; dus werd ik een trouwe lezer van “Radio Blan”. Hoogfrequent schakelingen sloeg ik maar even over want op sommige bladzijde stond vaak de waarschuwing “wijk geen millimeter af”.

“Je eerste zendertje vergeet je nooit”

De technische school in Bergen op Zoom; mijn klas was “broedplaats van gelijkgestemden” op het gebied van elektrotechniek. Een paar vrienden wisten iets te vertellen over een zendertje voor de televisieband. “Maar let op; het zijn zeer hoogfrequente golven dus het printplaatje moet van perspex zijn! “ Later kom je er achter dat dit wel erg theoretisch was, waardoor de geloofwaardigheid van enkele van mijn schoolvrienden wegviel.

In 1964 ging ik als burgerambtenaar werken bij het Marine Elektronisch Bedrijf. De vestiging op de marinehaven van Den Helder werd de Elektronische Werkplaatsen Den Helder (EWERDH) genoemd. Men had een plek vrij voor een schoolverlater bij de Radarwerkplaats, dus begon ik daar met het onderhoud, revisie, testen en reparatie aan allerlei apparatuur dat van boord kwam.

Daar heb ik mijn handvaardigheid geleerd van solderen en bedraden, wat mij later weer van pas kwam bij het afnemen van de VEV / KENTEQ praktijkexamens. Maar daarover later.

Na mijn vakopleiding Radio Electronica Monteur NERG, ben ik voor Technicus gaan doorleren. Wij hadden een bedrijfsschool, één dag in de week theorie en ’s avonds het huiswerk maken. Dat heb ik later m’n zoon afgeraden om het ook zo te doen. Je houd geen tijd voor je zelf over.

Op ons werk hadden we een proefveld met complete radarinstallaties en antennes op het dak. Mijn amateurbloed ging bij mist en hogedrukgebieden altijd borrelen. In de jaren ’70 mocht ik zelfs die radarinstallaties bedienen. Dan ging de L-band vliegtuigradar ’s ochtends altijd even aan om te kijken of we “Anomalous propagation” hadden (“Anaprop”). Voor de professionele radar gebruikers is dat een gruwel vanwege de mispeilingen, maar ik vond het altijd prachtig als je ook de kustlijn van Engeland op circa 200 km afstand kon zien. Vaak moest ik mij tevreden stellen met de kustlijn van Friesland. Je kunt niet alles hebben. Hi.

Was dat dan de vonk naar het echte radioamateurisme? Ja en nee, er was nog een fase daarvoor. Ook toen was een collega en vriend weer een belangrijke schakel. Beiden waren we gefascineerd door de zeezenders op de middengolf en al spoedig werden we lid van de Benelux DX club (BDXC). Ik heb nu nog steeds een dik album met allerlei QSL kaarten van omroepstations van over de hele wereld. Mijn mooiste QSL? Dat zijn er verschillende, maar van één ken ik ook de omstandigheden waardoor ik ze kon ontvangen. Vaak draaide ik, als ik in het weekend ’s nachts thuis kwam, nog even over de middengolf. Dan hoorde je zenders die je alleen maar ontvangt als de (groot vermogen) Europese zenders uit de lucht waren.

Hier is de kaart van WKBW een middengolfstation op 1520 kHz uit de Amerikaanse staat New York.

De magie van de korte- en middengolf bleef zo trekken dat ik bij Bram Polak aan het Waterlooplein een echte Surplus COLLINS TCS5 ontvanger kocht. Bij de Marine hadden we die set ook nog in gebruik, dus kon ik bij mijn collega’s van de Radioafdeling alle service gegevens inzien. Niet lang daarna kocht ik ook een bijbehorende zender. Daarmee heb ik samen met m’n collega / radiovriend de nodige korte testuitzendingen gedaan in de visserijband. “Roger X-ray this is Tango X-ray, one two three, over”.

Deze testuitzendingen waren indirect de stap naar het legale zendamateurisme. Hoe? Weer een anekdote. De VERON afdeling Den Helder hield in 1966 een velddag in een weiland langs de weg richting de vuurtoren van Huisduinen. Wij daar naartoe. En passant hoorde wij een gesprek tussen twee zendamateurs Chris Fraikin (PA0CJN) en Hans van Maanen (PA0HMA) (zie foto).

Chris vertelde over zijn twee meter station en de achterset die hij als ontvanger gebruikte. Maar ook dat hij sinds enige tijd ook last had van doorstraling van een sterk radiostation in de visserijband. Chris dacht aan een spionage… Oeps!

M’n radiovriend en ik keken elkaar aan en besloten om nooit meer in de Visserijband uit te zenden en toch maar eens een amateurzendmachtiging te halen.

En zo geschiedde; in mei 1967 deden we examen voor de C-machtiging.

Hoe het verder ging wil ik bij een volgende gelegenheid nog wel eens opschrijven.

Met dit als voorgeschiedenis, maakte ik mijn “eerste verbinding met Amersfoord”. Frank van Hamersveld (PA3DTX) heeft mijn artikel uit ‘t Geruis september 1995 uit de A03 archieven terug gevonden en het voor de website geschikt gemaakt en verlevendigd met enkele illustraties. Veel leesplezier.

PA0RSM’S herinnering aan een “DX” QSO met “Amersfoord”

In 1968 woonde ik nog bij mijn ouders in Den Helder.

Mijn twee meter station bestond uit een omgebouwde VHF vliegtuigzender een BENDIX BC625. “Koopdozen uit Japan” waren toen nog onbekend. Zelfbouw of legerapparatuur ombouwen was dè manier om je station in de lucht te krijgen. De zender was gekocht bij Simon Hoogstraal (PA0MSH), uit Almelo, in die tijd een bekende handelaar in amateurspullen. Deze zender was uitgerust met kristallen, je had toen een vaste “huis”-frequentie. Het vinden van een huisfrequentie was in die tijd wel eens problematisch. Omdat de gevestigde “orde” in Den Helder geen “nieuwkomers” op hun kanaal duldde. Je kocht dus een “FT”- kristal bij de legerdumpzaken zoals Radio Lensen of Bram Polak in Amsterdam. Thuis gekomen de VIM bus uit de keuken geleend, het kwarts kristalplaatje voorzichtig demonteren en vervolgens hiermee “achtjes draaien” op een glasplaat, met VIM als schuurmiddel. Hierdoor verschoof de frequentie kilo-Hertzjes omhoog tot je een eigen plekje gevonden had. Soms werd je na een week alsnog gesommeerd om QSY te gaan; “dit is mijn frequentie”. En dat deed je dan braaf. Er was een soort “pikorde” die zei dat je als nieuwkomer onder aan de ladder stond.

Met een vaste huisfrequentie in de 2 meter band had je een andere “operating procedure”. Een CQ roepen ging als volgt: “CQ CQ van PA0RSM uit Den Helder (x maal)…//…roept en luistert, en draait van laag naar hoog…dadida”. Je begrijpt dat hierdoor de frequenties onder in de band zeer populair waren bij de DX-ers; je kwam hen als eerste tegen bij het over de banddraaien. Mijn twee meter ontvangstation bestond uit een zelfbouw transistorconverter en een legerdump kortegolfontvanger (BENDIX BC348R) als achterset. Over de gehele twee meterband draaien deed je in ca 70 omwentelingen van de afstemknop!

Medio 1968 was AM-modulatie nog zeer populair, het betekende wel dat je een forse laagfrequent vermogenversterker nodig had om de eindtrap te moduleren. Mijn station had een 50 Watt AM-modulator met 2x 807 als eindbuizen. De zender eindtrap werd gevoed met een zelfbouw hoogspanningvoeding van in een “open constructie”. Dat was makkelijker om even wat te experimenteren. Een klein nadeel (of toch een voordeel?) van dit alles was dat ik nadien zelf m’n kamer moest opruimen; mijn moeder durfde niet meer in zo’n gevaarlijke “shack” te komen. Mijn experimenten bestonden uit het zoveel mogelijk “inputpower” maken. Of het ook de antenne in ging moest je maar aannemen… De instelling van de zender was op minimum “rood” worden van de eindbuizen! Deze inleiding geeft de “context” weer waarin mijn eerste en enige verbinding vanuit Den Helder met Amersfoort werd gemaakt.

Den Helder was (en is) altijd een moeilijke VHF locatie. Immers de yagi antennes in het midden van het land staan vrijwel nooit naar het noorden gericht. Op 28 maart 1968, zo lees ik in mijn logboek, waren er condities. Ik nam om 17.15 uur, snelle QSB waar op een verbinding naar Vlieland (Jan Roos (PA0JAK)). Diezelfde avond was richting zuid de nodige bedrijvigheid waar te nemen.

Om 21.37 uur had ik het eerste QSO met “AMERSFOORD”, Fokko van der Velde (PA0FOC), dit QSO staat met 3 regels in mijn logboek, hetgeen inhoud dat het een leuke verbinding was. Ik noteerde zijn stationsgegevens als: 28 Watt, G² modulatie. Als verdere kenmerken noteerde ik zijn stopwoordjes “Zodoende” en “Hi” (Engels uitgesproken). De tweede logboek regel van deze verbinding vermeld iets dat mij ook wel eens is overkomen, maar deze keer sloeg “Murphy” toe bij Fokko: quote: “zender fikte af tijdens QSO, kwam terug op andere zender 144.160 MHz” unquote. Ik meen me te herinneren dat er iets aan z’n antenne(relais) mankeerde. Later op de avond had ik verbinding met Henk van Hensbergen (PA0KHS) uit Nijmegen, en met Joop Vaartjes (PA0JOP) uit Ede, die werkte met een fasezender, QQE 06/40, 150 Watt input in een 8 over 8 Wisa.

Toch leuk even terugbladeren in het verleden als zendamateur en lid van een jubilerende VERON. Ik woon inmiddels 8 jaar met plezier in Amersfoort. De gemaakte schrijffout (jeugdzonde?) in m’n logboek “AMERSFOORD” zal ik niet meer maken!

Verder kijken met Eddy Krijger (PA0RSM)

(bestuurslid A23: 1967 – 1972, A03: 2005 – 2015)

Inleiding

Voordat ik zendamateur werd kwam ik dus uit de omroep DX wereld, ”gespecialiseerd” in de Off Shore radio en Tropenband en was ik lid van de Benelux DX Club met nummer BDXC336.

In 1966 werd ik lid van de VRZA, maar ook van de VERON. Ik was dus een dubbellid. Bij de VRZA vanwege de technische artikelen en bij de VERON afdeling Den Helder vanwege de lokale activiteiten. Op mijn verzoek kon ik hetzelfde (BDXC) “336” volgnummer krijgen en zo werd ik in september 1966 “NL 336”.

Ik moet bekennen dat het best even wennen was met al die radioamateur afkortingen en gebruiken, maar bij mij in de buurt woonde een zendamateur Chris Fraikin (PA0CJN). Jawel dezelfde van die “spionage” verdenking in mijn vorige stukje, maar ook de samensteller van het VERON boekje “Schakelingen voor en door de Amateur” op basis van de “overpeinzingen” van PA0SE (Dick Rollema).
Chris had qua leeftijd mijn vader kunnen zijn, maar werd hij mijn “onbenoemde mentor” in de voor mij nieuwe amateurwereld.

Zendamateur

Eindigde ik de vorige inleiding bij het zendexamen doen met “en zo geschiedde”, maar dat was in 1967 iets anders dan vandaag. Het begon met het examengeld van vijf gulden. Daar was overheen te komen. Anders was de treinreis naar Den Haag. Het examen werd door twee personen mondeling afgenomen in het hoofdkantoor van de PTT aan de Kortenaarkade in Den Haag. Een zeer streng aandoend gebouw met een enorme entree. Je voelde je zeer klein worden. Dat was kennelijk de bedoeling bij die overheidsgebouwen. “Ik zou niet graag bij de PTT werken,” zei ik nog tegen mijn radiomaatje. Kort en goed, we slaagden allebei. Ik reserveerde de letters PA0RSM hij PA0WWV.

In die tijd was het zo geregeld dat je binnen 6 weken je zendmachtiging moest aanvragen, maar na toekenning diende je wel binnen 6 maanden je zender ter keuring aan te bieden! Deze eis was voor mij een lastige, omdat ik juist in die periodevoor mijn militaire dienstplicht bij de Marine Luchtvaartdienst als radiomonteur bij het Vliegtuig Squadron 9 moest vervullen. Dus was een van de eerste zaken het regelen van een VHF zender, zodat ik zo snel mogelijk kon uitkomen. Chris (PA0CJN) regelde voor mij een oplossing. Bij Cees Pot (PA0POT) was een oude VHF vliegtuigzender een “type 50” set aanwezig, die voor dit soort situaties in Den Helder beschikbaar was.

De dienstdoende PTT – RCD ambtenaar, die mijn handgeschreven schema op zijn bureau kreeg, zei mij later dat het kennelijk een erg populair ontwerp is … De set werd goedgekeurd door buiten het uitgestraalde spectrum te meten.

Contesten

In mijn oude papieren logboeken lees ik dat verbindingen tijdens velddagen en VHF contesten bij mij erg populair waren. Ongetwijfeld heeft dat ook te maken met het grotere aanbod van tegenstations.

Idzerda contest – PD3RSM was in 1969 mijn allereerste “Special Call Sign”. Dit vanwege de herdenking van de eerste radio-uitzending van de heer Idzerda in 1929, toen 50 jaar terug. Alle Nederlandse amateurs mochten toen de prefix PD3 voeren. Dat kon heel eenvoudig ingevoerd worden, omdat in 1969 alle gewone zendamateurs een PA0 prefix hadden.

Overigens werd de D machtiging pas in 1975 ingevoerd. Daardoor waren we in deze contest “most wanted”. Ik draaide deze contest op VHF, vanaf een brandweertoren op de Marinehaven. In totaal maakte ik 62 verbindingen, waarvan slechts 29 in Nederland.

Vossenjachten

Ook in Den Helder was vossenjagen erg populair. Onze oude garde in de afdeling Den Helder sprak altijd over het roemruchte verleden met de 80 meter vossenjachten. Die verhalen zullen mij ongetwijfeld geïnspireerd hebben om ook eens mee te doen met geleende spullen en dat smaakte naar meer!

Omdat een van mijn schoolvrienden Henk Rieuwers (PA0ZHB) in Heemskerk woonde, hebben wij van daar uit een keer meegedaan aan een vossenjacht in de Zaanstreek. Bij het zoeken in mijn QSL archief vond ik ook zowaar mijn deelnemers kaart. En van Jan Hoek(PA0JNH) ontving ik het vossenjachtverslag met het fotografische bewijs! Dit was die vossenjacht waar ik en Rob Kelder (PA0KEL) elkaar tegen gekomen zijn zonder het van elkaar te weten.

Trivia

Anekdotisch is de reden waarom ik buiten mededinging binnen kwam. Mijn brommer raakte defect. Terwijl ik de afgelopen ketting aan het repareren was, zou een behulpzaam persoon die al die tijd op de fiets met mij was gereden, de peiling wel even voortzetten. Niet dus, in plaats daarvan heb ik aangifte moeten doen bij de Zaanse politie. Drie weken later moest ik in Zaandam bij de politie langskomen voor het identificeren van de dader en de vossenjachtontvanger. In het procesverbaal had ik de naam van het toestelletje iets officiëler laten opschrijven door er een “pseudo wettelijk sausje” over te gieten. Er stond zoiets als: “een inrichting tot het ontvangen van elektromagnetische golven in de toegewezen frequentieband boven de 144 MHz”. Bij de teruggave zei de dienstdoende verbalisant dat hij een groter apparaat had verwacht dan een blikken doosje met twee sprieten…

Op de foto’s PA0RSM en PA0WWV bij de Marine Vlootdagen vossenjacht en een vossenjacht waarbij het Luchtmacht Radar station Noord de gastheer was.

Het “PA0VOK peildoosje” was toen als zelfbouwproject bij ons heel populair. Een nadeel was dat bij het startpunt de vos moeilijk hoorbaar was door het geruis van al die andere VOK super-reg ontvangertjes.

Ik heb dit op kunnen vangen door een Japans VHF airband radiootje aan te schaffen. Dat heb ik gemodificeerd met een coaxplugje en een beetje verstemt naar de twee meter band. Daarmee heb ik aan heel wat vossenjachten meegedaan. Aan meedoen zit soms ook een morele verplichting van “wanneer organiseren jullie er ook eens een?” Als Den Helder konden wij dus niet achterblijven, omdat we in Den Helder een zeer actieve groep van 2 meter amateurs hadden begonnen we vanaf 1967 ook weer met vossenjachten. Een mobiel station uit Alkmaar (Anjo van der Gragt (PA0FAN)) verzorgde onze eerste testvossenjacht vanuit een steegje in de oude Visbuurt. Ik heb nog nooit zoveel mispeilingen op reflecties meegemaakt!

Uiteindelijk formeerde we in 1969 het “PA0HTR vossenjacht team” dat met de grote auto (model “slagschip” = Chevrolet) op tournee ging. Onze verste trip was een vossenjacht in Dordrecht en die van de DNAT Bentheim. Daar haalde wij zelfs de voorpagina van de Electron mee! Die coverfoto is genomen door Henk Kanon (PA0HTR); zittend Eddy (PA0RSM), staand van links naar rechts OM Jan Wagemaker(NL336), Cees Pot (PA0POT).

Trivia

OM Jan Wagemaker won individueel de eerste prijs vanwege zijn nauwkeurige bakenpeiling. Hij had geen zendmachtiging of SWL nummer, dus heb ik heb voor de prijsuitreiking mijn oud NL-nummer gegeven. Dat is door de NL-commissie later administratief keurig verwerkt. Bijna vijftig jaar later vroeg ik op de NL-stand van de DvdRA of mijn NL-nummer nog gebruikt werd. Toen het antwoord nee was, heb ik gevraagd of ik mijn oude NL 336 nummer weer op mijn naam kon krijgen en zo geschiedde. Later bleek mij dat ik op de allereerste DNAT geweest was. In 1970 kwam ik er terug samen met mijn YL Jeanne!

Bestuur

Ik zou bijna vergeten; ik heb in de tussen tijd ook nog in het bestuur van de VERON afdeling Den Helder gezeten. Bij een kascontrole was ik kennelijk opgevallen. Dus volgde ik in 1967 de penningmeester op. De afdeling Den Helder was in 1967 een relatief kleine afdeling met ongeveer 15 zendamateurs. Het heeft heel lang gebruik gemaakt van plaatselijke horecazaaltjes, maar voor mijn tijd waren al ambitieuze plannen voor een eigen clubhonk met een verenigingszender. Het vorige bestuur had dat opgepakt.

Het zelfbouw project van de verenigingszender was kennelijk een regelmatig terugkerend punt op de vergaderingen. Het zelf bouwen van de SSB exciter, met een zijbandfilter bestaande uit -geselecteerde losse – surplus FT kristallen, bleek de nodige voeten in de aarde te hebben. Naar verluidt moesten er ook nog eens vele tientallen kristallen extra bijgekocht worden. Het geduld binnen het bestuur, maar ook het vertrouwen in de zelfbouwer, was tanende. Er ontstond daardoor ook nog eens een loyaliteitsprobleem tussen de bestuursleden. De knoop werd doorgehakt en op een uitgeroepen bijzondere vergadering is dat zelfbouwproject stopgezet. Na een motie van wantrouwen trad het gehele bestuur af (*).

Na mijn verkiezing in het nieuwe bestuur werd ik tweede secretaris. Vanuit die functie heb ik heel wat “afdelingsberichten” geschreven.

Die afdelingszender is uiteindelijk maar tweede hands gekocht. En in 1970 deed zich de gelegenheid voor om een leegstaande zolder te mogen betrekken van een slooppand. Een soort anti kraak. Met vereende krachten hebben we daar een activiteitshonk van kunnen maken met een shack en een cursusdeel. Alle begin is moeilijk, maar later heeft de afdeling een fraaie andere locatie kunnen betrekken in een toenmalige nieuwbouw wijk, waar ze nog steeds zitten. Toch wel leuk om op terug te kijken. Na mijn huwelijk in 1971, heb ik mij in 1972 niet meer herkiesbaar gesteld.

(*) Trivia

Binnen onze afdeling Den Helder had je toen verschillende groepjes. Mensen die voor de gezelligheid bijeen kwamen en het liefst alles laten zo het was. Er waren ook nog groepjes van actieve zelfbouwers en verbindingenmakers. Daarnaast hadden we binnen onze geledingen een paar ambitieuze amateurs, die het Helderse amateurisme naar een hoger plan wilde brengen met een “GIGA groep”. Helaas ondervonden zij de effecten van “de wet van de remmende voorsprong”. Uiteindelijk leidde het tot een afsplitsing van de VERON afdeling Den Helder. Omdat in de GIGA groep later problemen ontstonden rond taakverdelingen, ontstond van daaruit de VRZA afdeling Helderland.

Vuurtoren contesten 1970

Wij hadden het geluk dat in onze afdeling de nodige “varensgezellen” lid waren. Via hun connecties opende zich deuren die voor anderen gesloten bleven. Een van m’n mooiste evenementen waar ik aan deelgenomen had was in het voorjaar van 1970. Twee VHF/UHF contesten vanaf de Vuurtoren te Huisduinen! Op de reling circa 55 meter NAP konden wij onze antenne konstructie bevestigen.

Helderse Courant 9 maart 1970. Van links naar rechts op de voorgrond: Fred Boon – PA0TNU, Nico Visser – PA0UNT Achtergrond: Henry de Ronde – SWL, Wil Lamerée – PA0WWV, Eddy Krijger – PA0RSM.

Het station werkte onder de call PA0UNT/A van Nico Visser. Heel frappant was dat wij in de ochtendzon boven de grondmist uitstaken. Dat voordeel werd een nadeel, want we hoorde Engeland met Duitsland werken, maar konden met ons signaal niet in die duct komen; we zaten te hoog!

Trivia

Mogelijk was ons pad geëffend doordat enkele radiopioniers uit Den Helder eind jaren ’50 met een proefopstelling aangetoond hadden dat de doorgifte van de Lopik TV zender mogelijk was. Dit leverde veel sympathie op onder de bevolking. We waren toen namelijk stiefmoederlijk bedeeld met TV. De kop van Noord Holland lag namelijk buiten het dekkinggebied van de zender Lopik en Smilde.

Ter overbrugging van het moment dat de TV zender Wieringermeer (volgens plan 1967) in de lucht zou komen, was er zo’n 10 jaar op de vuurtoren een TV steunzender van de PTT actief. Wij zouden het nu een lineaire repeater noemen; de ingang was kanaal 4 en uitgang was kanaal 10. Zomers zagen we regelmatig ook de Spaanse TV in onze huiskamer!

Verliefd, verloofd, getrouwd; huisje, boompje; vanaf de begin jaren ’70 zorgde dit ervoor dat mijn radioactiviteit een ander prioriteit kreeg. M’n YL Jeanne is ook nog een korte tijd NL1056 geweest.

Toeval of niet, onze eerste woning in Nieuw Den Helder was aan de Eemstraat. Vandaar uit ben ik nauwelijks actief geweest. Mijn radio-installatie heeft nog enige tijd bij mijn ouders gestaan, om vervolgens naar het clubhonk van de afdeling te verhuizen en omdat je “van hobby geen brood kan kopen” stopte ik ook met de CW cursus en ben ik ’s avonds weer aan het studeren gegaan voor Hoger Elektronicus PBNA. In 1982 maakte ik een overstap naar PTT. Bij mijn functie op het grondstation voor satelliet communicatie te Burum gold wel een maximum reistijd eis. Dus hebben we voor ons kleine gezinnetje gekozen voor een dorp met wat regiofuncties. Dat werd Kollum in Noord Oost Friesland.

In de vijf jaar dat we daar hebben gewoond was ik lid van de VERON afdeling Friesland. De bijeenkomsten werden in Leeuwarden gehouden, maar vanwege de reisafstand (~30 km vice-versa) ben ik daar slechts enkele keren ben geweest.

Op het satelliet grondstation Burum waren verschillende medewerkers ook zendamateur. De bekendste is Douwe Kooistra (PA0DKO). Hij publiceerde veel in het blad van de Benelux QRP Club en de Electron, daarvoor werd hij in 1984 benoemd door het VEDER-fonds tot amateur van het jaar. Hij is helaas in 2013 veel te jong overleden.

Toen ik in 1987 naar Amersfoort verhuisde, werd ik op de VERON afdelingsavond, na voorgesteld te zijn, vrijwel direct door Peter Stuart (PA3EPX) gestrikt voor het geven van een lezing over –hoe kan het ook anders- satelliet communicatie. Daarmee was ik meteen ingevoerd in onze afdeling. Mijn lezing over dit onderwerp smaakte kennelijk naar meer; want kort daarop zijn we met een groep geïnteresseerden naar Burum getogen om alles nog eens “live” te aanschouwen.

Waren er toen nog maar vier satellietantennes, pasgeleden telde ik er meer dan 20! Overigens is “mijn” grondstation verkocht. Momenteel is het in gebruik bij Defensie en INMARSAT.

Ook bij PTT en later bij KPN volgde de reorganisaties elkaar in rap tempo op. Ik heb al heel wat werkplekken gezien, waarvan Radio Kootwijk (gebouw H) de mooiste was. Voor mij bestond, na veertig dienstjaren een overgangsregeling VUT waar ik in 2004 gebruik van mocht maken. Maar in de jaren ’90 bereidde ik mij al voor op het naderend pensioen, door namens PTT als praktijk examinator/ beoordelaar voor het VEV in Nijkerk toe te treden. Het VEV fuseerde in 2003 met SOM en INTECHNIUM tot KENTEQ. Als freelance examensecretaris ben ik tot 2019 voor hen actief geweest.

Sinds mijn VUT heb ik ook het nodige aan vrijwilligers werk gedaan. Eerst als knoppendokter voor ons wijkcentrum. Dat was bij de mensen thuis even kijken of het iets eenvoudigs was of toch een echte storing. Het was voor mensen die niet eens de voorrijdkosten van een servicedienst konden betalen. Dat was ècht dankbaar werk; daar kwam je blij van terug!

Ik heb ook nog vele jaren voor de Reizigersvereniging Openbaar Vervoer (ROVER), als vrijwilliger kwaliteit- en punctualiteitmetingen uitgevoerd op verschillende spoorweg knooppunt stations in Gelderland, maar ook te Amersfoort en Zwolle. Tja ik heb ook wat met treintjes …

Voor de gemeente Amersfoort ben ik ook alweer zo’n tien jaar actief op het stembureau Woonzorgcentrum Lichtenberg, dat is ook dankbaar werk. Inmiddels (her)ken ik veel vaste bewoners en omwonende. Je merkt wel dat de tand des tijd knaagt; want ook “mijn electoraat” zie ik oud worden.

Om fit te blijven ben ik alweer 18 jaar lid van de Atletiek Vereniging Triathlon. Elke zaterdag trainen we in het gebied Bokkeduinen, Korteduinen met de sportief wandelgroep 2. Voor de kenners; wij lopen tussen de 5 – 6 km/uur. Sinds een aantal jaren geef ik zelf ook trainingen als zogenaamde “AVT gids”.

Over gidsen gesproken; een heel andere zinvolle tijdbesteding van mij is wel toeristen rondleiden. Sinds 2004 ben ik bij het Gilde Amersfoort actief. Naast het redactiewerk, doe ik zo’n 35 stadswandelingen per jaar. We hebben circa 70 gidsen, waarvan er slechts zo’n 10 gidsen de toren doen. Daardoor doe ik de laatste tijd steeds vaker beklimmingen op de Onze Lieve Vrouwe Toren.
Als DX-er heb ik wat met afstanden, dus kijk ik altijd naar de horizon. Plaatsen als Utrecht, Hilversum, Amsterdam, Almere, Nijkerk, Barneveld, Ede, Veenendaal zijn vrijwel altijd te zien. Maar met een verrekijker soms ook Nijmegen!

Weer terug naar de radiohobby; na mijn pensionering was ik ook nog 10 jaar bestuurslid van onze eigen afdeling Amersfoort. Als tweede secretaris had ik de ledenadministratie met “lief en leed” in de portefeuille. Maar het structureren van de QSL kaarten voor ons PI4AMF clubstation heb ik op een gegeven moment even naar mij toegetrokken en met een “QSL protocol” weer kunnen overgedragen. Het protocol heb ik ook voor onze SES call’s uitgebreid, maar die verzorg ik zelf. Zo krijg ik voor PA750AMF, PI65AMF, PH600NYK, PA90IARU, PA18FIFA en PA52KDA regelmatig kaarten binnen, die ik statistisch verwerk en daarna aan de desbetreffende operator door geef en daar is toen weer het artikel “QSL” voor de Electron uit voortgekomen.

Omdat ik zelf ook lezingen gaf bij andere afdelingen, kwam het regelen van onze eigen lezingenavond ook op mijn pad. Pas geleden dacht ik onwillekeurig terug aan een lezing, wat uiteindelijk in een praatje “uit de losse pols” werd, van onze oude secretaris uit 1947 Bob Manheim (PA0BT). Met mijn historisch onderzoek van het afgelopen jaar, had ik hem graag nog een paar vragen willen stellen, maar Bob (PA0BT) is op de gezegende leeftijd van 90 jaar in 2012 overleden.

Na ruim vijftig jaar schrijf ik nog steeds stukjes over mijn bevindingen in de Electron. Waren het eerst de vossenjacht verslagen, dat werden later enkele ervaringen op vakantie en sinds een aantal jaren foto impressies van de International Broadcasting Convention in Amsterdam RAI. Kennis en ervaringen kunnen delen vind ik het mooie van onze hobby.

Dit jaar is het alweer 10 jaar dat ik als vrijwilliger voor de Stichting Radio Examens betrokken ben bij het afnemen van zendexamens.

Bij het nakijken wordt ik altijd blij als we weer een “toppertje” hebben met nul fouten! Vanuit de SRE was ik ook betrokken bij een paar leuke klussen zoals het herzien van de oude N-examen opgaven en het beta-testen van de user-interface van het AT om een amateur registratie aan te vragen.

Op die examen locatie te Nieuwegein denk ik onwillekeurig wel eens terug aan mijn eigen morse examen dat ik daar in 2001 behaalde. Dat was voor mij wel “het lange pad”; ooit begonnen in Den Helder met de telmethode onder leiding van Willem van der Kraats (PA0RH), toen 20 jaar gestopt en eind ’90-er jaren de draad weer opgepakt bij Koos Sportel (PA3BJV) en tot slot nog wat examen- training in Hilversum bij Theo van Sas (PB1ATA).

Sinds enige jaren kan ik met mijn bescheiden radiostation met een YAESU FT897D en de AT897 autotuner in mijn open dipool voor 14 MHz ook tussen 5 MHz t/m 50 MHz een signaaltje neer zetten. Vanwege het niet optimale stralingsdiagram zijn de signaal rapporten niet gelijk. Met WSJT-X kan je dat weer erg mooi waarnemen. Weer een leuk studie object!

Tot slot

Wat mijn fascinatie voor radio is? Ik zou het iets breder willen trekken: voor mij geldt “wat je niet ziet, maar er toch is”. En zo zijn we misschien toch weer terug bij het begin. Van dat muurplaatje met “die twee gaatjes”, naar onverwachtse radiopropagatie effecten. Ik wil maar zeggen; “bijna een heel leven met radio”!

Best 73’s de Eddy Krijger (PA0RSM)

Geraadpleegde bronnen:

  • https://www.cq3meter.nl/nostalgie/dr-blan/
  • https://en.wikipedia.org/wiki/Anomalous_propagation
  • https://www.pa3esy.nl/zelfbouw/pionier/html/pionier_set.html
  • https://www.pa3esy.nl/zelfbouw/pionier/pdf/pionier001.pdf
  • https://sites.google.com/view/ww2secretradiostation/radio-details-downloads/collins-radio-tcs
  • https://nl.wikipedia.org/wiki/Satellietgrondstation_NSO
  • https://www.veron.nl/vereniging/onderscheidingen/amateur-van-het-jaar/
  • https://a23.veron.nl/
  • https://a03.veron.nl/historisch-overzicht/
  • https://www.oldtimersclub.info/otc_sk.html
  • Electron 1965 – 1972
  • Vossenjachtarchief Jan Hoek (PA0JNH) 1965 – 1972

Naschrift:

Ten tijde van het verschijnen van dit artikel in november 2020, is van de volgende amateurs bekend dat zij helaas zijn overleden: Simon Hoogstraal (PA0MSH, sk 1993), Fokko van der Velde (PA0FOC, sk 2011), Henk van Hensbergen (PA0KHS, sk 2008), Henk Kanon (PA0HTR, sk 1998), Bob Manheim (PA0BT, sk 2012), Douwe Kooistra (PA0DKO, sk 2013), Anjo van der Gragt (PA0FAN, sk 2017), Chris Fraikin (PA0CJN, sk 2017), Cees Pot (PA0POT, sk 1993), Willem van der Kraats (PA0RH, sk 1983) en Geert Hoekstra (PA0VOK, sk 2020).

Terugblikken met Rob Kelder (PA0KEL)

(afdelingsvoorzitter 1980 – 1985)

Door Eddy Krijger (PA0RSM)

Terugkijkend op 75 jaar VERON afdeling Amersfoort, komen we als we het rijtje amateurs langs gaan uiteraard ook Rob Kelder (PA0KEL) tegen. Rob is, in de ruim dertig jaar dat ik hier woon, voor mij op een of andere manier verbonden aan het ontwerpen van printjes, schema’s, vossenjachten en het zelfbouwproject van de 80 meterband vossenjachtontvanger. Dat laatste ontstak bij mij zelfs weer de zelfbouwers vlam en ook mijn soldeerbout. Niet alleen dat, maar ook mijn vossenjagersbloed begon weer te borrelen.

Het vossenjagen loop als een rode draad door Rob’s leven.

Dit laatste heeft enige toelichting nodig denk ik, want mijn actiefste vossenjachtperiode lag in “Noord Holland boven het IJ”. Zonder het te weten, hebben Rob’s en mijn wegen elkaar daar gekruist. Dat verneem ik in een vossenjacht verslag uit 1967. Beide startte wij in een vossenjacht van de afdeling Zaanstreek. Rob werd 12e en ik moest uitvallen vanwege een kapotte bromfietsketting.

Amersfoort en vossenjagen is vele jaren onlosmakelijk verbonden geweest. Zo hadden we een echte vossenjachtcommissie waar Rob en Rient (PA3GXP) en later Maurice (PA3HHT), jarenlang actief in waren.. Rob en Rient hebben in 2018 mede voor hun inzet hiervoor een gouden speld ontvangen. Overigens waren de YL’s van Rob en Rient ook bekende verschijningen bij de vossenjachten, velddagen en andere evenementen. De XYL van Rob en van Rient hebben in de loop van de jaren tijdens de vossenjachten vele liters soep gekookt voor de jagers.

De soepvos met Sita en Henny.

Voor de liefhebbers is er ook nog een filmpje op YouTube te zien met onze bekende “soepvos” bestaande uit de XYL van Rob Sita en die van Rient (PA3GXP) Henny. Helaas is Rob’s vrouw op 23 januari 2012 overleden.

Nu kan ik het verhaal verder volschrijven met allerlei losse “wapenfeiten” uit ons afdelingsblad “’t Geruis”, maar leuker is het hem via z’n dochter Adinda dat zelf eens te vragen. Voor wie het nog niet weet; Rob is recentelijk verhuisd naar het “natte vak JO23TK – Ameland Island”. Voor de dagelijkse mantelzorg bleek het voor de familie beter hem dichterbij te hebben.

Maar nu toch nog even terug naar het begin; dat radio-virus is bij Rob toch ergens begonnen, omdat dit ver voor Adinda’s tijd was zullen wij ons moeten bedienen van externe bronnen, zoals de Electron, fotoarchieven en toelichtingen van onze oud gedienden. Zo lezen we dat Rob rond de jaarwisseling van 1957 lid werd van de VERON afdeling Zaanstreek.

Een speurtocht door de PA0-lijst van Remy (PA0AGF) gaf de eerste aanwijzing; de C-licentie werd in 1964 behaald en de woonplaats was toen Zaandijk, daarna is hij verhuisd naar Leusden, want in 1977 werd daar de B-licentie geregistreerd. Voor de nieuwkomers onder ons; de B-licentie was destijds een soort telegrafie opstapvergunning met 8 woorden per minuut.

Een telefoongesprek met zijn dochter Adinda licht het tipje van de sluier op. “M’n vader is in 1938 geboren en ook opgegroeid in Zaandijk. Het adres op de QSL kaart is van zijn ouders die op dat adres een fotografiezaak dreven. De familie woonde boven de zaak. Z’n vrouw Sita Keppel kwam uit het West Friese Dirkshorn. Toen ze in 1968 trouwde gingen ze in Heerhugowaard wonen.

Vandaar uit werkte hij bij een elektronicabedrijf in Limmen, zij repareerde en verkochten ook 27 Mc apparatuur.” Volgen John Piek (PA0ETE) was dat “vrijwel zeker de firma HANDIC, ook erg bekend van de politiescanners”.

De dochter Adinda is in Heerhugowaard geboren, maar zes maanden later (in 1972) verhuisde het kleine gezinnetje naar Leusden. Adinda vertelt: “Rob had daar een baan bij de firma Raak en later als rolstoelknutselaar. Hij ontwikkelde voor elke gehandicapte een andere besturing; tong, kin noem maar op. (Soms mocht ik wel eens rijden in die elektrische rolstoelen). Veel later kwam hij te werk in Amersfoort als werkplaatsassistent (amanuensis) fotografie. Hij deed daar veel met de leerlingen in de fotografie en video. De lerarenopleiding ging uiteindelijk over in de HKU (Hoge school der Kunsten te Utrecht), waar hij na een paar jaar een aanstelling als vakdocent fotografie kreeg. Dochterlief heeft daar ook haar opleiding afgerond, maar dan op de afdeling 3D Design/architectuur.

Vaders hobby is mij ten dele meegegeven; in mijn jonge jaren ging ik wel veel mee naar de VERON Pinksterkampen. Met radio en een lampjesbroche solderen en ook vossenjachten en had zelfs een luisternummer. Ik ging op wedstrijd zwemmen in Leusden en mijn moeder deed indertijd veel in het bestuur voor de Zwemclub De Haaien. Mijn vader reed ons ieder weekend altijd naar zwemwedstrijden in de omgeving”.

Het water bleef kennelijk trekken, want nu heeft ze samen met haar man een rondvaartbedrijf op Ameland, waar ze dagelijks tochten maakt naar de Robbenplaat en zo lijkt het cirkeltje weer rond.

Terug naar de hobby’s van Rob, volgens Adinda was hij in 1958 al lid van de Hobby Club Zaandam en als ik de foto zo bekijk zou het ook iets natuurkundigs kunnen zijn… Een soort jonge onderzoekers (DJO) avant la lettre?

Maar met al deze informatie zou hij dus bekend moeten zijn bij een van de stamoudsten van de VERON afdeling Zaanstreek; Jan Hoek (PA0JNH). Op mij vraag aan Jan “Ken jij Rob Kelder uit de jaren ’60, hij deed toen C-examen en woonde in Zaandijk. Bij ons in Amersfoort zat hij in de vossenjachtcommissie. Deed hij ook nog iets op landelijk niveau? Rob z’n radiomaatje in die tijd was ene Geert Prummel.”

Jan Hoek (PA0JNH) en Rob (PA0KEL) in actie tijdens de Zaanse vossenjacht te Uitgeest
op 23 augustus 1970.

Het antwoord dat ik van Jan (PA0JNH) kreeg is ook interessant voor ons allen, dus deel ik dat graag even: “Jazeker, hij is iets ouder als ik en ook iets eerder geslaagd voor het amateurexamen. Vanaf 1962 komt hij voor in de uitslagen van de Zaanse vossenjachten . Hij was actief op 2 meter en ik ben ik de jaren ‘60 bij hem geweest en ook zijn we in die tijd met zijn autootje wel naar amateurevenementen zoals VPK etc. geweest. Een ‘soortgenoot’ is Geert Prummel (PA0GPR), die net als ik bij PTI (Philips Telecommunicatie Industrie) in Huizen werkte. Hij is nooit op landelijk niveau actief geweest”.

Koos Sportel (PA3BJV): “de B-machtiging in 1977 is door Rob kennelijk zelfstandig behaald, want in de 70er jaren was er wel een CW cursus, gegeven door PA0PHK , de heer Wout Koolstra , bij Anthonie Ravenhorst, maar daar heeft Rob het CW niet geleerd.”

De familie Kelder aan het vossenjagen op 13 mei 1979 (archieffoto A. Rem (PA0MRD)).

Rient Bartelds (PA3GXP): “Samen met Rob veel aan zelfbouw gedaan. In de jaren tachtig iets met een 2-meterband ontvanger. Later aan de Leusderweg een ATV zender in de 70-cm band. En in Bunschoten een project met 80 meterband vossenjacht ontvangers. Over deze zelfbouw projecten is mogelijk in het ‘t Geruis nog wel iets terug te vinden. Hiervoor heeft hij ook ARDF-zenders gebouwd deze worden ook bij de vossenjachten gebruikt in Amersfoort”.

Rob was dus echt een bouwer, de verbindingen waren noodzakelijk om te kijken of het werkte. Adinda bevestigd dat: “De meeste verbindingen werden volgens mij tijdens de vakantie gemaakt.”

Op de vraag hoe Rob in het afdeling bestuurswerk terecht kwam weet een van de oud bestuursleden John Piek (PA0ETE) iets meer te vertellen. “Ik deed met Rob vanaf ongeveer 1978 samen vossenjachten, waar ook OM A. van Dijk (PD0DCH) een grote rol in speelde. Ik ben zelf in 1979 tot het afdelingsbestuur toegetreden. In 1979 was de eerste PA6KEI waarvoor Jan Willem Walraven Borst (PA3BHQ) de initiatiefnemer was en ik zelf de grote gangmaker die iedereen bij elkaar bracht. PA6KEI heeft vier keer plaatsgevonden, de eerste twee keren waren dat heel grote evenementen. We hadden hiervoor een groot deel van gebouw de Flint tot onze beschikking, en dat gedurende de anderhalve week dat het belangrijkste evenement van Amersfoort plaatsvond. Ik was destijds tot het bestuur toegetreden om de kloof de dichten tussen de nieuwe D-amateurs en de bestaande amateurs. Hoewel ik een A-machtiging had werd ik vooral tot de nieuwkomers gerekend. Ik heb toen de stap gezet om tussen de gevestigde mensen in het bestuur te gaan zitten. Het rare was, toen de kogel eenmaal door de kerk was zat het bestuur de keer erop helemaal vol met nieuwkomers.”

In Rob z’n bestuursperiode waren wij een behoorlijk grote afdeling. In 1982 kende onze afdeling zelfs een “high time ever” piek met 408 leden!

Mogelijk is de invoering van de 27 MHz MARC regeling op 3 maart 1980 daar ook debet aan, maar de stijging van ons ledental was al veel eerder ingezet. Dit is ongetwijfeld het gevolg van de invoering van de D-machtiging met het eerste zendexamen op 27 november 1975.

Onze afdeling kende in die tijd dan ook een groot afdelingsbestuur met zeven amateurs! Op het eerste gezicht een gemêleerd gezelschap met de nodige (gelijk gestemde) zelfbouwers! Alhoewel de “Japanse koopdozen” meer en meer de overhand kregen op de zelfbouw, zag je nog tot zo’n tien jaar terug Rob vaak vlak naast Peter Stuart (PE1DSW, later PA3EPX) zitten; printontwerpen en schakelingen te doorgronden.

Janny van Nieuwenhuizen-Kamp (PA3BOR), Ernst Flinkerbusch (PE1DZY) en Rob (PA0KEL) – 1982.

In de jaren dat Rob voorzitter was (1980 t/m 1984) waren de volgende amateurs in de loop van de jaren in het bestuur actief: secretaris: Henk de Ronde (PA0JMD) en Peter Stuart (PE1DSW); penningmeester: Janny van Nieuwkerk-Kamp (PD0HFV – PE1FEK – PA3BOR) en Cor v d Wetering (PA3COM); leden van het bestuur: Jan Over (PE0JHO – PA2JHO), Jan Tuithof (NL4405), John Piek (PA0ETE), Bert Delmaar (PA3AGW), Ep de Ruiter (PD0HNF), Jan Willem Walraven Borst (PA3BHQ), Ernst Flinkerbusch (PE1DZY), Eef de Ferrante (PD0JDX), Evert Beitler, (PA3AYQ), George d’Arnaud (PA3BIX) en Jan van Dalum (PE1JHU).

Als laatste heb ik aan Adinda gevraagd wat was het leukste wat dat jullie hebben meegemaakt? Adinda: “Ja dat weet ik nog dat was op de kerstbijeenkomst van 1988: ik ben toen niet mee naar binnengegaan. Later bleek dat hij zijn baard had moeten afscheren omdat de Kerstmanbaard niet goed paste. Dat was vooral voor mijn moeder en oma een hele grote schrik. Even later liet hij zijn snor staan (zo’n bloot hoofd was wel erg bloot en koud), welke prachtig oranje van kleur was! En zo zijn er toen “familiefoto’s” gemaakt. Deze stonden al heel lang gepland. Mijn oma heeft deze foto nooit opgehangen omdat ze iedere keer naar mijn vaders snor moest kijken . . .”

Ik heb op het einde van het gesprek met Adinda haar bedankt voor dit interview en gevraagd of zij de groeten over wil overbrengen aan Rob van alle amateurs uit onze afdeling en hem al het goeds toe te wensen op het mooie eiland Ameland.

Geraadpleegde bronnen:

  • Remy Denker (PA0AGF): PA0-database
  • Gerard Nieboer (PA1AT): Historische QSL-kaarten verzameling
  • Jan Hoek (PA0JNH): Foto en Vossenjachtarchief A46 Zaanstreek
  • Eddy Krijger: PA0RSM: YouTube filmpje (https://www.youtube.com/watch?reload=9&v=PHBYwGxWoAU)
  • Adinda Kelder: https://robbentochten.com/nl/
  • Frank van Hamersveld (PA3DTX) : bibliotheek en archief VERON Amersfoort.
  • https://a03-static.veron.nl/afdeling/amersfoort/archief2.htm
  • static.veron.nl/afdeling/amersfoort/bladen/bladen.htm
  • https://www.hobbyclubdordrecht.nl/files/Geschiedenis_Hobby_Club_Dordrecht.pdf
  • Koos Sportel (PA3BJV), John Piek ( PA0ETE), Rient Bartelds (PA3GXP): diverse toelichtingen
  • https://www.cbmuseum.nl/Handic_scanners.htm

Twee artikeltjes uit ‘t Geruis oktober 1995 – 50 jaar VERON

In de afgelopen maanden hebben we teruggekeken naar het ontstaan van de VERON afdeling Amersfoort, maar 21 oktober is het exact 75 jaar geleden dat, toen met een hamerslag te Hilversum, onze VERON is opgericht! Onze afdeling behoorde met haar delegatie tot “The Founding Fathers”. Ook hebben we aan de hand van verhalen van amateurs en krantenartikeltjes terug kunnen kijken in de rijke geschiedenis van onze afdeling.

Het had dit jaar zo anders kunnen zijn rond de herdenking van ons 75-jarig bestaan als het coronavirus niet was uitgebroken. Eigenlijk is de PI75AMF call het enige officiële dat dit jaar ons daaraan doet herinneren.

Hopende dat we volgend jaar samen deze mijlpaal alsnog kunnen vieren vindt u hier twee artikeltjes die hebben gestaan in ‘t Geruis rond het 50-jarig bestaan van onze afdeling.

50-jarig jubileum VERON – VERON Amersfoort

Wij hadden feest, omdat onze afdeling 50 jaar geleden werd opgericht. Onze voorzitter Heijmen Ceelen (PA3AGI) opende de avond met een toespraak(je), waarin hij onze eregast PA3ADR (mevr. Agnes Tobbe-Klaasse Bos), de landelijk voorzitter van de VERON en haar OM verwelkomde. Uit erkentelijkheid voor haar aanwezigheid kreeg zij een boeket bloemen aangeboden.

Heijmen memoreerde het verleden van onze afdeling. Wij weten niet precies de datum van oprichting, maar die ligt zo ongeveer in oktober 1945. Voor de tweede wereldoorlog was er ook al georganiseerd radioamateurisme in de regio onder de vlaggen van de NVIR en de VUKA.

Frank van Hamersveld (PA3DTX) heeft een boek samengesteld en we konden dit ter plaatsen inzien.

Heijmen besteedde verder aandacht aan die leden die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt voor de VERON. In de eerste plaats Hilde Sportel (PA3EKW), Koos Sportel (PA3BJV) en Naldo Wyvekate(PA3DRN) voor hun activiteiten met betrekking tot het VERON Pinksterkamp. Zij werden in het zonnetje gezet en kregen een bloemetje. Ook op de Dag voor de Amateur hebben leden van onze afdeling veel hulp verleend onder leiding van Naldo (PA3DRN).

Verder stonden de lopende projecten voor de VAM-avonden tentoongesteld en dankte Heijmen Mark Karsbergen (PE1NPM, Frans Geurtsen (PE1OMZ), Henk de Ronde (PA0JMD), Hans Verberne (PA3GDQ) en Jan Spierenburg (PD0AUQ) voor hun toewijding en inventiviteit. Evert Beitler (PA3AYQ) doet al sinds 1980 de Ronde van Amersfoort! Ook hebben wij “aan de weg getimmerd” door demo’s te verzorgen bij de Vereniging Spierziekten Nederland en de Amersfoortse Reddingsbrigade.

Toen kwam de klap op de vuurpijl: Het geschenk wat wij als afdeling aan ons zelf gegeven hebben. (Zoiets als een sigaar uit eigen doos, hi.) Het begon toen Bram Nobel (PA0BNO) ons opbelde en vroeg of wij niet geïnteresseerd waren in een uitschuifbare 16 meter hoge antennemast (gratis en voor niets, wel te verstaan). Jawel, natuurlijk. Een afvaardiging van onze afdeling er meteen op af en was zo enthousiast dat er meteen een aanhanger gehaald werd en mee naar huis… Verdere investeringen bestonden uit een tweedehands tandemasser, een heleboel verf, ijzer, smeer en vooral puur professioneel handwerk, dat geleverd werd door Heijmen Ceelen (PA3AGI), Jan Spierenburg (PD0AUQ), Henk de Ronder (PA0JMD), Koos Sportel (PA3BJV), Hans Verberne (PA3GDQ), Gerald Versluis (PE1PBU) en Willem Polhout (NL10330). De aldus ontstane transportabele mast stond buiten opgesteld (gewoon prachtig!) en werd door onze landelijke voorzitter PA3ADR ingewijd door het hijsen van de VERON-vlag. Dit alles onder grote belangstelling en luid applaus. Foto’s werden gemaakt door Henk Gout (PE1OEF), de “hoofdverslaggever” van Electron.

Daarna hield Agnes (PA3ADR) een korte toespraak, waarin ze namens het HB ons feliciteerde met ons jubileum en haar dank uitsprak voor de actieve rol die onze afdeling ook in het landelijk gebeuren speelt. Ondanks het feit dat de VERON groot geworden is moeten wij blijven trachten het contact tussen HB en afdelingen te bewaren. Om dit te ondersteunen wordt er volgend jaar een studiedag voor afdelingsbestuursleden gehouden. Zij wenste ons veel succes voor de toekomst, en dat zal, gezien de ervaringen van de afgelopen 50 jaar, best lukken. Tenslotte overhandigde zij een plantenmand aan onze voorzitter, die wellicht tot opfleuring van de VAM-avonden zou kunnen dienen.

Het grootste deel van de avond werd verder in beslag genomen door een gezellig onderling QSO met koud buffet (bereid door de koks van het Burg. van Randwijckhuis), diverse uitstekende alcohol-houdende en -vrije drankjes en achtergrondmuziek verzorgd door John Jekel (PD0PAG) (bedankt, John, het was gezellig).

Een aantal scouts van Roncalli, Nijkerk hebben ons bijgestaan met de bediening en vooral het opruimen en de afwas. Jullie ook hartelijk bedankt. Al met voor alle aanwezigen een bijzonder gedenkwaardige avond.

Kees de Haan (PA3ARV), afdelingssecretaris

Zomaar een verhaaltje uit de geschiedenis
van de 50-jarige VERON-A03-Amersfoort

Eind jaren 70 werd ik gedwongen naar een andere regio te verhuizen, omdat mijn werk werd verplaatst. Om meer te weten te komen over deze regio, probeerde ik in contact te komen met de zendamateurs aldaar. Op een morgen luisterde ik naar het Nederlandstalig amateurnet, op 3600 KHz, en hoorde de call PA2PWD – QTH Leusden – OM Will van Dongen (inmiddels SK).

Het callboek erbij, adres opgezocht en snel de telefoon gepakt en ziehier het eerste contact met Leusden was gelegd, zij het via de 600 Ohm lijn. OM Will en zijn YL Jane nodigde mij uit om eens langs te komen indien ik naar Leusden was verhuisd. Een paar weken later zo gezegd zo gedaan. Tevens werd mij daar verteld dat er afdelingsbijeenkomsten waren in de Eemgaarde te Amersfoort.

Bij mij in de buurt, ik woonde op de Asschatterweg, woonden nog veel meer zendamateurs, dus maar eens op een zondagmorgen rond gewandeld en natuurlijk naar antennes uitgekeken (het kenmerk van de zend- en/of luisteramateur). Ik ontdekte wat antennes in de buurt t.w.v. Fred Marks (PA0MER), Rob Kelder (PA0KEL), Henk Peters (PA0FAS) (SK), Bert Oever (PA0BVO), Hans Moorhoff (PA0HML). Hoe nu in contact te komen met al deze amateurs.

Tijdens mijn eerste VERON afdelingsvergadering, werd gevraagd om een QSL-referentie voor Leusden en zie hier mijn kans. De volgende morgen fietste ik, tezamen met mijn zoontje Arjan, heel Leusden rond t.b.v. de QSL-kaartenverzorging. Een genot om te doen, waar we beiden heel veel plezier aan beleefden en ik gelijk alle amateurs uit Leusden leerde kennen. Op de vele fietstochten, met mijn zoontje Arjan voorop, kwamen wij ook terecht bij een wel heel vreemd hok met ernaast een knots van een antennemast.

De nieuwsgierigheid was gelijk gewekt, even in de gaten houden wie hier aan het pionieren waren. Vele fietstochten later kwam de oplossing. Het bleek te gaan om een experimenteel station, werkend onder de call PA6MB (MoonBounce).De verantwoordelijke zendamateurs waren Fokko Velde (PA0FOC), Henk Peters (PA0FAS) en Joop Vaartjes (PA0JOP). Dit trio had een speciale toestemming om met hoogvermogen via een op de kop getikte schotel en affuit inclusief gradenverdeling, via de marine gekregen, te kunnen “MoonBouncen”.

Wat nog meer bijzonders aan dit station was, dat men werkte met een parametrische versterker, de afregeling was dusdanig specialistenwerk, dat de sterrenwacht te Dwingelo, bij hoge uitzondering afregelhulp verleende, vanwege dit staaltje van topklasse zelfbouwwerk.

Tijdens de vele morgensessie’s op het toenmalige Nederlandstalig amateurnet (3600 kHz) met als netleiders Martin Kolkswijk (PA0DK) (SK), Frits Niewold (PA0RAS), Leo vd Toolen (PA0NP) (SK) en Ger Otterman (PA3AGQ), ontmoette ik Boy de Leeuw (PA0BL), die mij vroeg wat ik voor vreemde call had. Na jarenlang inactief te zijn geweest pakte Boy de draad weer op en hoorde voor hem vreemde calls op de band (PA3, wat is dit voor een call?). Na een kleine uitleg mijnerzijds en gelijk een uitnodiging voor de volgende maandbijeenkomst in de Eemgaarde, werd Boy de Leeuw weer actief binnen de VERON. Helaas is PA0BL Silent Key.

Ook de Amersfoortse gang leerde ik kennen b.v. Jaap Nieuwerk (PD0DBD) met XYL Janny (PA3BOR), Peter van Werkhoven (PA0IY) en XYL en nog vele anderen teveel om op te noemen. Niet te vergeten mijn vroegere treinmakkers, Chris van den Berg (PA3CRX) en Dolf Butselaar (PE1AAP) (sorry jongens, maar de vierwieler is nu mijn vervoer).

Bij de vele reizen naar b.v. SU- en CT-land heb ik door deze hobby vele vrienden leren kennen.

Tenslotte dit: IK BEN TROTS, DAT IK EEN ZEND- EN LUISTERAMATEUR BEN en tot deze 50-jarige afdeling behoor (PROFICIAT). Een wereldwijde hobby, zonder aanzien des persoons.

Wim Beekman (NL 4509,PA3AGZ, ex PE 1 BYJ)

 


Ten tijde van plaatsing van dit artikel (oktober 2020) waren de volgende genoemde amateurs bekend bij ons als Silent Key: Pim Seckel (PAoSEC), Frans de Feber (PA2RNI), Peter van Werkhooven (PAoIY), Will van Dongen (PA2PWD), Henk Peters (PA0FAS), Hans Moorhoff (PA0HML), Boy de Leeuw (PA0BL), Kees de Haan (PA3ARV), Heijmen Ceelen (PA3AGI) , Wim Beekman (PA3AGZ), Jaap Nieuwerk (PD0DBD), Hans Verberne (PA3GDQ), Willem Polhout (NL10330), John Jekel (PD0PAG), Leo vd Toolen (PA0NP) en Martin Kolkswijk (PA0DK).

Het ballon-experiment van PAoSEC/A – 1976

A. J. Klein (PAoAAK), Scherpenzeel

Het ballon-experiment in Amersfoort – Op 16 en 17 november 1976 experimenteerde de afdeling Amersfoort ter gelegenheid van de JOTA met een antenne die bevestigd was aan een weerballon. Op de foto het moment van oplaten van de ballon door PAoAAK onder toezicht van PAoSEC.

Op 16 en 17 november, verleden jaar, tijdens het padvindersweekeinde liepen in de afdeling Amersfoort drie rode draden parallel, te weten: het landelijk station PA6RSN, het radiostation van De Soekwa-groep (PAoSEC) en tenslotte: een ballon-experiment.

Over dat laatste punt geven we nu een beschouwing. Misschien dat er – met de fraaie zomermaanden, alsmede het VERON-Pinksterkamp in het vooruitzicht – lezers zijn, die óók eens een antenne aan een ballon willen oplaten …

Dat kan dan nu, wanneer u een beetje rekening houdt met onze ervaringen! Waarom we dat experiment hebben opgezet? Dat zit hem in het terrein van de Soekwa-groep, een bebost gebied gelegen tussen de Amersfoortse berg en de Utrechtse heuvelrug. Deze lokatie levert ons bij het twee meter werk elk jaar weer problemen op. Vandaar die voor de hand liggende gedachte om eens een antenne aan een ballon op te laten. We hadden hiervoor, samengevat, drie uitgangspunten: 1. het verbeteren van de zend- en ontvangstrapporten bij de padvindersdeelnemers; 2. belangstelling in de uiteindelijke resultaten; 3. verschillende mogelijkheden om het geheel tot uitvoering te brengen.

Dat we goede resultaten zouden boeken stond eigenlijk tevoren al vast. Daarom willen we over dit punt vrij kort zijn. We vergeleken de rapporten met een 9-elements kruisbeam die op 15 meter hoogte was opgesteld met die van de groundplane aan onze ballon die op 30 meter hoogte zweefde.

Rapporten met een verbetering van meer dan twee S-punten waren geen uitzondering, ondanks het feit dat er meer dan 60 meter coax tussen antenne en transceiver aanwezig was. Zelfs de grootste pessimisten onder ons konden spreken over een gelukt experiment en een fraai resultaat … Over de mogelijkheid van het oplaten van een ballon lieten wij ons tevoren zo goed en kwaad als dat ging informeren. Uiteindelijk was er op korte termijn slechts één mogelijkheid, namelijk een gasgevulde ballon. Het hiervoor meest geschikte gas is waterstof. Dat is het lichtste gas voor een dergelijk doel, prettig in prijs, maar minder prettig in gebruik, het explosiegevaar in aanmerking genomen.

Het beste alternatief is helium, iets zwaarder, maar een stuk duurder. Het kost ongeveer vier maal zoveel; het is u wellicht wel bekend van de kinderballonnetjes.

Het kopen van dit vrij dure, maar ongevaarlijke gas, werd ons mogelijk gemaakt door OM Jan Tuithof (NL-4405) en niet in het minst door de xYL van OM Jules Kannemans (PEoJKA), die het zelfs presteerde op het laatste moment nog een aanvullende sponsor te vinden …

Het enige probleem was toen nog de ballon zélf …

Er werd tot aankoop overgegaan van enige weerballonnen, zoals die gebruikt worden bij het KNMI en bij de luchtmacht. Deze rode ballonnen van latex met een werkdiameter van 2 meter, gevuld met helium, hebben een opwaartse kracht van 6,5 kg, volgens de firma die ze verkoopt.

Een probleem is echter dat de „tuit”, de opening waardoor je de ballon vult, niet meer trekkracht kan verdragen dan 500 gram. De oplossing voor dit probleem kwam ook van de verkoper. Deze adviseerde ons een omhulsel te maken van een visnet, vitrage of iets dergelijks om zo de opwaartse trekkracht op te vangen. Besloten werd een „muilkorf” te maken van verbandgaren, omdat dit snel en goed te maken was. De rest was gemakkelijk. Aan de bovenkant van de groundplane kwam een oogje, waaraan de onderkant van de samengebonden muilkorf werd vastgebonden. De ankerkabel en antennedraad naar boven werden samengevoegd tot een coax kabel. We rekenden uit, dat het totale gewicht dat de ballon moest vervoeren ca. 2400 gram zou zijn, namelijk 500 gram voor de ballon-zelf met de muilkorf, 400 gram voor de groundplane en 1500 gram voor ca. 30 meter coax. Als netto stijggewicht bleef dus over 6,5 – 2.4 = 4.1 kg. Dat leek ons vrij redelijk.

Om uw enthousiasme nu iets te temperen eerst het volgende.

Wanneer u toestemming gaat vragen voor zo’n experiment, denkt u hier dan niet te licht over!

Een officiële aanvraag aan de gemeente leek ons wel raadzaam, gezien de te verwachten belangstelling van het publiek bij de JOTA. Enige punten waarop zeker gelet moet worden zijn o.a.: de ballon moet met drie bevestigingspunten aan de grond zitten, politie, brandweer en gemeenteinstellingen moeten op de hoogte zijn gebracht; bij onverwachte ontsnapping van de ballon moet o.a. de Rijksluchtvaartdienst in kennis worden gesteld. Dit alles en nog een aantal andere punten stond in een brief, die wij van de gemeente ontvingen en waaraan voldaan moest worden om de gevraagde toestemming te verkrijgen.

Op zaterdag 16 november 1976 was het dan eindelijk zover. De ballon werd gevuld en kon na enige strubbelingen worden opgelaten. Ja, kon … want even boven de bomen werd de ballon een prooi van de wind en hij maakte de gekste capriolen. Na enige pogingen die ons nog haast een ballon kostten, werd hij verankerd op ongeveer drie meter hoogte om zo wat rustiger weer af te wachten …

Tegen drie uur in de middag toen de wind merkbaar was afgenomen en juist toen het moment ons gunstig leek, het experiment opnieuw ter hand te nemen maakte een luide knal een einde aan onze illusies … Als een vod lagen de restanten en de g.p. op de grond … Er werd naarstig naar de oorzaak gezocht en na discussie met enkele deskundigen werd die inderdaad gevonden.

Bij de tweede ballon, die we zondagmorgen op lieten en die hetzelfde euvel zou vertonen konden wij, na vrij nauwkeurige voorspelling van het tijdstip, ons buiten nestelen en ook dit exemplaar zien sneuvelen! Maar dan wel op 30 meter hoogte, want de weersomstandigheden waren ideaal die dag.

Wat was er aan de hand geweest?

Onze grootste fout is geweest dat we niet goed geluisterd hadden naar de ballonnen-firma. Onze mazen van de muilkorf waren te groot en als de binnenband van een fiets die door een gat in de buitenband komt kijken, zo verging het ook onze zeer dunne ballon, die onder de voortdurende opwaartse druk van het gas aan de bovenkant de gekste vormen ging aannemen…

Beter zou dus geweest zijn een bijna gesloten omhulsel te maken waartoe zich elk licht en sterk materiaal zou hebben geleend. Men moet daarbij dan ook nog in aanmerking nemen dat de trekkracht soms veel groter kan worden dan de netto- opwaartse kracht wanneer de ballon eenmaal ten prooi valt aan de wind.

Al met al was het een zeer geslaagd experiment, vooral omdat de tweede dag veel verbindingen met “stroke-ballon” gemaakt konden worden.

We zijn ons er in de afdeling Amersfoort van bewust dat we geen „first” gemaakt hebben. De lokatie (bebost terrein) had ook niet slechter gekund, want vliegers en ballonnen kun je nu eenmaal beter oplaten op de hei, aan het strand of op de Razende Bol … Maar de resultaten zijn van dien aard dat het experiment zeker nog eens zal worden herhaald.

De prijs van het gas in aanmerking genomen zijn er echter inmiddels alweer andere ideeën bij ons gerezen maar daarover misschien een volgende keer.

Tenslotte nog de mededeling dat de medewerkers aan dit project waren: Pim Seckel (PA0SEC), Juul Kannemans (PE0JKA) en xYL, Jan Tuithof (NL-4405) en Arnold Klein (PE0AAK).

Bron: Electron mei 1977 – blz. 238.

Radiozendamateurisme – 8 augustus 1981

door J. Cordia

“Het is een fascinerende hobby. Als je er eenmaal mee begonnen bent, blijf je er tot je laatste snik mee doorgaan”, aldus Jan Over, gelicenceerd zendamateur te Amersfoort over zijn favoriete bezigheid, het radiozendamateurisme. Jan Over is een van de ruim 10.000 officiële zendamateurs die Nederland telt. Zendamateurs zoals Jan Over hebben in tegenstelling tot de 27 MC’ers of communicatie-amateurs een of meer examens afgelegd alvorens een zendmachtiging te krijgen.

Toch worden ze vaak op één hoop geveegd met de ‘tokkelaars’ van de ‘burgerband’ of – wat ze nog erger vinden – met etherpiraten. En dat verdriet hen zeer, want daardoor krijgen zij vaak de schuld van door niet-gemachtigden veroorzaakte storingen. Ton Bleeker, een andere zendamateur die in Woudenberg zijn domicilie heeft, kan er over meepraten.

Met hem en met zijn mede-hobbyist spraken wij over gebruik en misbruik van de ether in het algemeen en over het aan straffe regels gebonden zendamateurisme in het bijzonder.

Een radiozendamateur is geen 27 MC’er en zeker geen etherpiraat

“Het is een fascinerende hobby. Als je er eenmaal mee begonnen bent, blijf je er tot je laatste snik mee doorgaan”, aldus Jan Over gelicencieerd zendamateur te Amersfoort over zijn favoriete bezigheid, het radiozendamateurisme. Jan Over is een van de ruim 10.000 officiële zendamateurs die Nederland telt. Zendamateurs zoals Jan Over hebben in tegenstelling tot de 27 MC’ers of communicatie-amateurs een of meer examens afgelegd alvorens een zendmachtiging te krijgen. Toch worden ze vaak op een hoop geveegd met de ‘tokkelaars’ van de ‘burgerband’ of – wat ze nog erger vinden – met etherpiraten. En dat verdriet hen zeer, want daardoor krijgen zij vaak de schuld van door niet-gemachtigden veroorzaakte storingen.

Ton Bleeker, een andere zendamateur die in Woudenberg zijn domicilie heeft, kan er over meepraten. In het dagelijks !even is hij radio- en tv-technicus en in die functie krijgt hij nogal eens te maken met klachten over storingen. Maar vrijwel nooit zijn erkende amateurs daarvan de oorzaak. Niet voor niets is etherpiraterij een misdrijf. Dat wordt weleens vergeten, zegt hij. Met hem en met zijn mede-hobbyist spraken we over gebruik en misbruik van de ether in het algemeen en over het aan straffe regels gebonden zendamateurisme in het bijzonder.

In de ether is het bijzonder druk. Tot de gebruikers behoren onder andere de zendgemachtigden die we beter kennen als de omroepverenigingen. Maar omdat radiogolven niet bij de grenzen ophouden kunnen in ons land ook de buitenlandse uitzendingen ontvangen worden. Dit soort zendt meestal met groot vermogen uit op daartoe speciaal aangewezen golflengtes. Vooral de tv-zenders met hun beperkte bereik hebben veelal een zeer groot ver- mogen. Dan is er de groep 27 MC’ers of communicatie- amateurs, zoals ze officieel worden aangeduid. Deze categorie telt nu al zo’n 200.000 deelnemers. Zij zenden uit- sluitend uit op 27 MC band met een zendertje van maximaal 0,5 watt. Aan hun vaardigheid wordt geen enkele eis gesteld. Het enige wat ze doen is met elkaar babbelen of tokkelen, zoals dat in hun jargon heet.

De derde categorie gebruikers – in dit geval: misbruikers – wordt gevormd door de etherpiraten. Hun aantal is onbekend, maar de indruk bestaat dat er steeds meer komen, ondanks het vrijgeven van de ‘burgerband’ en de mogelijkheid om erkend zendgemachtigde te worden. Maar hun doelstellingen zijn dan ook niet te vergelijken met die van zendamateurs en zelfs niet met die van de tokkelaars. Hun bezigheid varieert van het uitzenden van schier professionele tv- programma’s, compleet met commerciële spots tot het eindeloos draaien van muziek. Hun apparatuur varieert van goedkope, eenvoudige toestelletjes tot kostbare zenders, waarvoor een officiële zendgemachtigde zich niet zou behoeven te schamen. Zij zijn met recht etherpiraten, omdat ze illegaal bezig zijn.

PTT-examen

Tenslotte- afgezien clan van het radiover- keer tussen schepen, in de luchtvaart en dergelijke- is er dan nog de categorie radio- en tv-zendamateurs. In Nederland zijn er ruim 10.000 mensen die zich zo mogen noemen. Zij zijn minimaal in het bezit van een D-machtiging. Zo’n machtiging vergt al gauw een jaar blokken voor iemand zonder technische vooropleiding. Dat wil zeggen als hij voor het door de PTT afgenomen examen slaagt. Het examen heeft betrekking op een aantal geldende bepalingen en voorts op de techniek die bij deze vorm van communicatie te pas komt.

Apparatuur voor 2 meter en 70 cm

Met een D-machtiging mag men uitzenden op 6 kanalen van de 2 meterband (145,250 tot 145,400 MHz). Legt men vervolgens een technisch examen op een hoger niveau af, dan verkrijgt men een C-machtiging. Dan mag men op alle kanalen van de 2 meterband en hoger werken, voor zover voor amateurgebruik vrijgegeven. Men is vrij in de keuze van modulatie (AM, FM, etc.). B- en A-machtigingen bestaan ook.

Daarvoor moet men zowel morseseinen kunnen ontvangen als uitzenden met een bepaalde snelheid, gedurende enige tijd. Dan mag men ook op de korte golf werken en ligt de wereld in feite open, omdat het dan mogelijk is met een betrekkelijk zwakke zender de andere kant van de aarde te bereiken. Overigens mogen die uitzendingen al leen betrekking hebben op de techniek.

Een kort persoonlijk babbeltje kan nog net door de beugel, maar verder reikt dat niet. De PTT luistert in Nederhorst den Berg permanent de amateurbanden af om eventuele overtreders van de regels te kunnen waarschuwen en bij recidive hun machtiging te ontnemen. Wat dat betreft staan de officiële amateurs onder een heel wat straffere controle dan de piraten en de 27 MC’ers, omdat die alleen na het indienen van klachten gepakt worden. Althans die indruk hebben de heren Bleeker en Over. Overigens worden ze niet graag in een adem genoemd met piraten en 27 MC’ers. Het doel van het radiozendamateurisme is onderzoek. Daarom zouden de amateurs zich over het algemeen wel aan de vrij strenge bepalingen die voor hen gelden.

Pioniers

In feite danken de huidige omroepverenigingen hun bestaan aan de pioniers van het zendamateurisme. De naam van de VARA (Verenigde Arbeiders Radio Amateurs) herinnert nog aan die tijd.

Wettelijk was er toen niets geregeld maar de amateurs experimenteerden al. Voor 1929 waren deze amateurs eigenlijk ook, illegaal! Zij zijn het ook die de bruikbaarheid van de korte golf hebben. ontdekt.

Toen het drukker in de ether werd, kwam er een regeling op nationaal niveau en op internationaal niveau, want de amateurs verdwenen niet toen het omroepbestel gestalte kreeg. De Technische interesse bleef. Dat is ook de verklaring dat het zendamateurisme bloeit als ooit te voren. De mogelijkheden zijn tegenwoordig ongekend. Je hebt bij deze hobby alle kansen om je kennis te vergroten, vertelt Bleeker. De bedoeling is dan ook dat je experimenteel bezig bent. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Daartoe staan niet alleen de modernste elektronische snufjes ter beschikking (tv, computer, telex, etc.), maar zelfs satellieten. Inmiddels zijn er al een stuk of 9 Oscars. (Orbit Satellite Carrying Amateur Radio) in de ruimte gebracht door de Amerikanen in samenwerking met o.a. Duitsers. Die satellieten mochten mee bij bepaalde lanceringen. Die satellieten kunnen worden gebruikt bij metingen en omzettingen (van een hoge naar een lage frequentie en omgekeerd). Er zitten bakens in (continue zendtoon) ten gerieve van amateurs die hun apparatuur willen afstellen (afregelen).

Doelstelling

Deze grote antenne is geschikt voor hoogfrequente wereldwijde verbindingen

Amateurs vind je in alle rangen en standen. De researchafdeling van Philips doet mee om voor de hand liggende redenen, maar ook scholieren, artsen, wao’ers, aow’ers, enzovoorts. De oudste Nederlandse amateur is 94 jaar en nog dagelijks actief. Als we over de grens kijken, zien we zelfs koninklijke amateurs, zoals koning Hoessein van Jordanië die een fervent hobbyist is. De een doet het meer dan de ander om de techniek, maar om vrijblijvend contact is het meestal niet te doen. Het zendamateurisme is meer en wil meer dan dat. Dat is nu eenmaal ook de oorspronkelijke doelstelling en die doelstelling is nooit veranderd. Onder die voorwaarden worden ook de machtigingen uitgegeven.

Om amateur te kunnen worden is technische interesse een eerste vereiste. Duur is het niet, want voor een paar honderd gulden kun je al een eenvoudig installatie (gebruikt) kopen. Maar aardiger is het natuurlijk zelf apparatuur te bouwen. Dan wordt het nog goedkoper. Men kan het overigens net zo duur maken als men zelf wil.

Stroom verbruikt een zender nauwelijks; minder dan een kleine gloeilamp. De PTT vraagt wel jaarlijks een kleine bijdrage (enkele tientjes) en daar blijft het zo’n beetje bij. De minimum leeftijd voor een zendamateur bedraagt 16 jaar (was 18 jaar). Dat geldt overigens alleen in Nederland, want in Amerika kom je wel amateurs tegen van 9 jaar!

Is men eenmaal zover dat men kan en mag zenden dan heeft men een schier onbegrensde hobby. Amateurs houden zich bezig met het natrekken van de mogelijkheden van de korte golf: op welke tijd en golflengte je bepaalde landen kunt bereiken. Het zendbereik wordt namelijk beïnvloed door allerlei factoren, zoals de 11-jarige cyclus van de zon (zonnevlekken). Daardoor is niet elk land altijd bereikbaar. Om precies uit te zoeken hoe de vork in de steel zit, is een technische uitdaging, aldus beide amateurs. Een ander voorbeeld van experimenten waarmee amateurs zich bezighouden is het zenden van radiogolven naar de maan en dan proberen die weer op te vangen, waarna men bepaalde conclusies kan trekken.

Contacten

Amateurs houden zich -uiteraard- ook bezig met contacten met andere amateurs. Dat zijn meestal particulieren. Alleen in het Oostblok gaat het vaak om scholen en verenigingen. Particuliere amateurs vind je daar minder, is de ervaring van de beide heren. Contacten met Europa zijn makkelijker te leggen dan met Australië en Nieuw-Zeeland, maar dat lukt ook wel. Jan Over is enthousiast over zijn contacten met Nederlandse immigranten overzee en met uitgezonden Nederlanders. Hij meent dat dergelijke contacten vooral aan gene zijde in een behoefte voorzien. Landen waar dergelijke amateurs zitten zijn onder andere Nieuw-Zeeland, Australië, de AntiIlen, Suriname, Indonesië, maar ook landen als Argentinië, waar Nederlanders een enorme pijpleiding aan het leggen zijn.

Een geslaagde -eerste- verbinding is goed voor een QSL-kaart, een bevestigingskaart. Dergelijke kaarten zijn weer goed voor bepaalde diploma’s en certificaten. In dat verband snuift Jan Over een beetje over het ruilen dat de ‘tokkelaars’ doen met hun overigens totaal onofficiële kaarten. Erkende amateurs beschikken over een geregistreerde codenaam.

Men kan trouwens ook al meedoen met deze hobby door als luisteraar te fungeren. Er zijn genoeg luisteramateurs die er een behagen in scheppen boodschappen die hun via de ether bereiken op te vangen. De noodsignalen van de bij de Noordpool verongelukte ltaliaanse zeppelin van generaal Nobile werden allereerst door luisteramateurs opgevangen, zodat er alarm geslagen kon worden voordat de autoriteiten van de ramp op de hoogte waren, vertelt Jan Over.

Luister- en zendamateurs zijn hoofdzakelijk verenigd in twee grote verenigingen, VERON en VRZA. Deze verenigingen zorgen o.a. voor lessen aan hen die amateur willen worden, of een stapje hoger op de zendamateurladder willen doen. De verenigingen ontplooien allerlei andere activiteiten die ten doel hebben het luister- en zendamateurisme in Nederland te bevorderen en op een hoger peil te brengen. Jan Over, afdelingsbestuurslid, beschouwt het als een grote vriendenclub; amateurs zullen elkaar altijd te hulp schieten als dat nodig is of gevraagd wordt, zo is zijn ervaring.

Hulpverlening

Die hulp reikt verder dan de eigen kring en over de grenzen. Dringende berichten bij familiekwesties om mensen weer thuis te krijgen als ze in het buitenland vertoeven is er een voorbeeld van. In noodsituaties wordt weleens gezorgd voor het verzenden van medicijnen, als daartoe via de radio een verzoek wordt gedaan. Bij catastrofes zijn het vaak de amateurs die de eerste contacten met de buitenwereld leggen. In Nederland komt dat vrijwel nooit voor, al gebeurde het bij de watersnoodramp in 1953 wel degelijk. maar in het buitenland des te meer.

De heer Jan Over aan de knoppen van zijn zend- en ontvangapparatuur

Over de piraten in de ether laat Ton Bleeker zich duidelijk negatiever uit dan Jan Over. Zolang de piraten niet op de amateurbanden ‘inbreken’ laat Over het aan de PTT over wat ze er mee doen. Bleeker is duidelijk minder op ze gesteld. ‘Wij worden waak beschuldigd van storingen, terwijl de piraten daar verantwoordelijk voor zijn. Bovendien worden piraten en zendamateurs – door een verkeerde aanduiding – door elkaar gehaald en dat is onjuist. Onze apparatuur is door de PTT gekeurd, die van de piraten uiteraard niet. En hoewel etherpiraterij een misdrijf is, wordt er slechts zelden een gepakt. Dat komt omdat de straffen gering zijn. Hooguit een boete van een paar honderd gulden. Logisch dat de PTT alleen ingrijpt als er klachten komen. En voor het overige bezorgen de piraten ons een hoop werk (radio- en tv-techniek) door bet veroorzaken van storingen.

Beide heren zijn het er duidelijk over eens de ether niet vrij moet worden gegeven. Dan wordt het een puinhoop. Het kan trouwens niet, omdat er internationale afspraken gemaakt zijn. En als je naar Italië kijkt, zie je wat er van die ‘vrijheid’ terecht komt. Dat de puinhoop daar niet groter is, komt omdat men zich daar meestal bedient van lokale of streekzenders. Daar hebben alleen de Iuchtvaart en de krijgsmacht last van. Het zou gekker worden als ze het ook op de korte golf deden. Daar zijn de Russen nu weer erg sterk in. Die storen ontzettend op de korte golf. Dat is o.a. een gevolg van het doen van experimenten met radar over de horizon. Er zijn nog wel meer oorzaken, maar die vertellen ze je uiteraard niet. Berucht is in dit verband de zogenaamde Woodpecker Sound: het geluid van een tikkende specht.

Waar Bleeker wel voorstander van is, is het gebruik van satellieten voor de verspreiding van tv-programma’s. Al was het alleen maar vanwege de energiebesparing. Voor een televisiesatelliet die een groot deel van West-Europa bestrijkt is een zender van 500 Watt voldoende. Nu zijn er voor hetzelfde gebied talloze zenders van groot vermogen (tot een megawatt toe) nodig en dat scheelt nogal wat . En het voordeel van satelliet-tv is dat piraten er bijna onmogelijk tussen kunnen komen. Maar omdat het een politieke zaak is, blijft men er (te) moeilijk overdoen, is zijn opvatting over deze in wezen simpele kwestie.

Visueel gehandicapten

Jan Over merkt op dat zendamateurisme ook fijne hobby kan zijn voor visueel gehandicapten. Verschillende zintuigen komen er bij te pas, maar de ogen kunnen uitstekend vervangen worden door de tastzin, met name bij morse. Morse is overigens alleen weggelegd voor de gevorderde amateurs (B- en A-machtiging). Morse opnemen is een kwestie van horen, in je hersens omzetten en je hand commanderen het ‘vertaalde’ op te schrijven. Morse seinen is een kwestie van het lezen van een tekst (met de vingers als het om een blinde amateur gaat ), het vervolgens in de hersens omzetten in code en die via de hand overbrengen op de morsesleutel. Over noemt dat een samen- spel der zintuigen en wijst erop dat op het examen dat alles in een bepaalde tijd moet geschieden. Maar voor je zover bent, waarschuwt hij, ben je wel een jaar verder. Dan moet je wel elke dag geruime tijd oefenen, anders krijg je het niet onder de knie. En Bleeker voegt er aan toe dat als je het niet bijhoudt, de aardigheid zo weer verdwenen is. Maar heeft men eenmaal de kunst onder de knie en de machtiging in de zak dan gaat er een ongekende wereld voor je open, die je blijft fascineren tot je laatste snik meent Over.

Tv-beelden

Dit beeld zendt tv-zendamateur Ton Bleeker uit

Beide heren hebben zich ook beziggehouden met het uitzenden van tv-beelden. Maar hoewel zij dat nog steeds mogen, komt daar tegenwoordig bitter weinig meer van. De beperktheden zijn hier zo groot, dat de lol er al gauw af is. Men mag alleen technische informatie uitwisselen en wat statische beelden. Een close up van je gezicht of de huiskamer moet de uitzending dan een meer onderhoudend karakter geven, maar dat houdt niemand lang vol, waarschuwt Over.

Dit in schrille tegenstelling tot de tv-piraten die alles – maar dan ook alles uitzenden om de aandacht van een zo breed mogelijk publiek te trekken) op de normale kanalen, als de legale zenders de knoppen hebben dichtgedraaid. Half Amsterdam schijnt tot diep in de nacht de vaak dubieuze uitzendingen van een van de minstens twintig piraten die Amsterdam ‘rijk’ is, te volgen. Wat dat betreft voelen de legale amateurs zich weleens een beetje teveel op hun vingers gekeken, maar ze hebben er al mee leren leven. Zij hebben dan ook geen commerciële belangen hij die uitzendingen.

En daarom kunnen ze ook gemakkelijk besluiten om dit facet van hun hobby voor gezien te houden; er is immers nog zoveel aantrekkelijks over, al is de indruk die een buitenstaander krijgt van deze hobby er eerder een van verwondering dan van enthousiasme. Totdat echter ineens uit een kakafonie van geluiden de stem van een amateur uit het buitenland tevoorschijn komt, alsof hij om de hoek zit. Dan begrijp je iets meer van het fanatisme waarmee zendamateurs dagelijks uren achtereen aan hun knoppen zitten te draaien en ‘geheimtaal’ in een microfoon spreken. En dat is dan nog maar het begin van de pret, zo verzekeren de beide heren, want om het allemaal te begrijpen, moet men toch zelf een zendamateur zijn en dat is men niet een, twee, drie.

Bron: Nederlands Dagblad – Variant – 8 augustus 1981

 


Ton Bleeker (PA0TBW) ATV-pionier

door Eddy Krijger (PA0RSM)

Na het lezen van het artikel over Jan Over (PA2JHO ex PE0JHO) en Ton Bleeker zult u zich waarschijnlijk afvragen hoe is het verder gegaan met hen. Jan Over (PA2JHO) is op 17 juni 2007 op 82-jarige leeftijd overleden. Van Ton Bleeker waren geen sporen op internet te vinden. Het adres op QRZ.com blijkt minder dan 200 maal bekeken te zijn. Dat was weinig hoopvol.

Op zoek naar het adres van Ton, nadat ik informatie ingewonnen had bij enige amateurs in de regio, ben ik op een mooie dag naar het oude adres van Ton gereden. Op het adres wonen andere mensen, maar die wisten te vertellen dat de familie Bleeker circa 20 jaar geleden naar het oosten zijn verhuisd. Einde verhaal? Nee dus, want op de antenneregisterkaart van het AT zag ik dat een zendamateur zijn achterbuurman was. Een scherpe blik langs de daken gaven resultaat! Deze amateur J.G. Graner (PE1KBK) heeft nog contact met PA0TBW en vertelde dat deze in Emmen woont en van hem kreeg een telefoonnummer. Later op de dag heb ik Ton gebeld.

Ton Bleeker (PA0TBW) nu 79 jaar is in 1999 samen met vrouw en twee zoons verhuisd naar Emmen. Hier is hij niet meer actief. Hij is nu de trotse opa van twee meisjes van 2 en bijna 4 jaar.

Ook bij dit onderzoek ontstonden fraaie bijvangsten in de vorm van herinneringen van onze  amateurs aan Ton uit de tijd dat hij hier in Amersfoort actief was.

Koos Sportel (PA3BJV):

Ton Bleeker was de grote aanjager van ATV op 70 cm, in de werkplaats van zijn broer aan de Puntenburgerlaan kon je zijn ontwikkelingen volgen en een verhelderend praatje houden over dit toen nieuwe item. Elke zondagmiddag was er een ATV uitzending op 70, man wat waren we onder de indruk!!! Hij heeft dit jaren gedaan. Een mooie tijd.

Chris van den Berg (PA3CRX):

Van Ton Bleeker weet ik wel dat hij halverwege of eind jaren 70 aan ATV deed vanuit Woudenberg.  Uit de omgeving van Amersfoort was hij mogelijk één van de eersten, landelijk gezien was er denk ik eerder ATV-activiteit. Iets later waren er meer, o.a. Frans de Feber (PA2RNI) en John Piek (PA0ETE).

Een zender bouwen was in die tijd niet echt een heel groot probleem, wel om (betaalbaar) meer vermogen te maken. Een AM ATV-zender moet zeer lineair zijn. Een ander groot probleem was een geschikte videobron. Videorecorders waren in opkomst (drie systemen), evenals computers. Die konden gebruikt worden als videobron. Camera’s waren echt veel te duur en totaal niet vergelijkbaar met de huidige CCD kleurencamera’s.

Ik kon wel wat ontvangen met een zwart/wit TV’tje en begin jaren 80 een (buizen) converter (‘Nederland 2 kastje’) voorzien van wat C’tjes en zo het afstembereik wat verschoven. Later hetzelfde uitgehaald met een transistor converter waarover ik onder mijn toenmalige call PE1HMU in ‘t Geruis van juni, oktober en november 1983 heb geschreven. Bij Fred Vorstermans (RDS Electronics ) was voor fl.2,50 zo’n converter te koop (toevallig kwam ik er met de verhuizing nog één tegen). We waren in die tijd al bezig met plannen voor een ATV-repeater die er dus op dit moment nog steeds is (PI6ATS).

Begin jaren 80 had ik zelf een zender voor 70 cm gebouwd en die later voorzien van een 2C39 met waterkoeling (Remia fritessaus emmertje). Heb ik ooit een artikel over geschreven in CQ-PA. Ook waren er stations uit Amersfoort die eens meededen met een ATV contest vanuit het kippenhok in Leusden. Destijds werd ATV door Ton gepromoot bij o.a. PI6KEI, bij de Keistadfeesten.

John Piek (PA0ETE):

Ik heb in de jaren 80 veel contact met Ton gehad. Samen met Jan Over keek ik vaak naar zijn ATV-uitzendingen. Ton was er zonder meer de reden van ik met ATV begonnen ben, waar ik lange tijd mee actief gebleven ben.

Ton werkte bij installatiebedrijf Lomans die een  winkel op de hoek van de Utrechtsestraat Hellestraat in Amersfoort had. De lampenwinkel bestaat al lang niet meer, maar het bedrijf bestaat als naam van een installatiebedrijf nog wel.

De broer van Ton had een TV-winkel aan de Puntenburgerlaan, waar Ton naast zijn andere werk ook 1 of 2 dagen per week als monteur werkte. Daar ben ik meerdere keren bij hem in de werkplaats op bezoek geweest.

Nog wat informatie over onze TV-activiteiten

Ton (PA0TBW), Frans (PA2RNI) en ondergetekende waren in ruwweg de eerste helft van de jaren 80 naar mijn weten de enigen die in Amersfoort met ATV actief waren. Het bereik van de zenders was vrij gering, alleen met richtantennes kon je met gemak een afstand als naar Soest overbruggen. Daar waren ook meerdere amateurs actief, onder andere Hans van Egdom (PE1CYU), maar dat was pas wat later in de jaren 80, toen er ook in Amersfoort wat meer mensen bij kwamen. Kijken kon in die periode in een aantal gevallen door TV’s die iets lager dan gebruikelijk konden ontvangen (dat weren er veel met voorkeurstoetsen die met potmeters afgestemd werden). In de periode daarvoor werden vaak omgebouwde tweede net-kastjes gebruikt, converters uit de jaren 60 en begin jaren 70 die bedoeld waren voor oude TV-toestellen die alleen VHF-ontvangst hadden.

Shack van Ton (PA0TBW) uit de tijd dat hij in onze afdeling actief was

Ton had een zender volgens DJ4LB uit het blad UKW Berichte, ik had een zenderontwerp van na die periode gekozen dat wat slimmer van opzet was van DC6MR met een ontwerp uit Electron. Je kon in die tijd een zeer eenvoudige ATV-zender maken met twee stuks 2C39 vuurtorenbuisjes bijvoorbeeld. Dat was een zender zoals waarmee Frans (PA2RNI) enige tijd gewerkt heeft. Video is 5 MHz breed. Officieel kon je met zo’n eenvoudige zender (die in de veel grotere 70 cm band in de VS vaak gebruikt worden) alleen legaal zenden op 435 MHz met het video -5 t/m +5 MHz ten opzichte van de carrier. Legaal kon over meer frequenties als je de videobandbreedte verkleinde, dat kon zonder grote problemen wel tot 1,5 of zelfs 1 MHz (totale brandbreedte 2 MHz), maar dan kon je geen kleur meer uitzenden. Geluid zat bij dat type zender in alle gevallen buiten de amateurband als je dat toevoegde. Toch werd dat in die periode regelmatig zo gebuikt. De meeste van die eenvoudige zenders werkten op 434,250 MHz, de frequentie in het bandplan voor dat soort uitzendingen. Een deel van de onder zijband en de tweede keer dat de geluidscarrier voorkwam zaten dan buiten de band.

Zowel Ton als ondergetekende werkten met een zender die aan alle eisen voldeed. Die waren veel gecompliceerder. DJ4LB gebruikte een standaard TV-middenfrequent op 39 MHz en dat werd dan met bovenmenging naar 70 cm gemixt, waarbij de zijband door de bovenmenging werd omgekeerd. Op 39 MHz werd het signaal LSB gegenereerd, en door de bovenmenging werd dat daardoor dus USB. Analoge TV werkt met rest zijbandmodulatie inclusief carrier. In het bij ons gebruikte systeem zat er nog 1,25 MHz video onder de beelddraaggolf, in de UK was dat 750 kHz.

Nadeel van DJ4LB is dat als je hem niet zeer secuur bouwde (wat Ton overigens gedaan had) dat je moiré patronen kon krijgen doordat er toch producten van de mengcarrier in het video konden komen, met name als je ook geluid wilde toevoegen.

De zender van DC6MR genereerde een videosignaal dat USB was, rond kanaal 4 van de TV. Dat werd vervolgens met een harmonische van de 62 MHz oscillator waarop gemoduleerd werd, naar 70 cm gemengd. Daardoor was het onmogelijk dat de omzetting van het signaal naar de amateurband producten binnen de videoband veroorzaakte. Die zender gaf, ook bij redelijk slordige bouw een goede kans van slagen. Die van mij had ik netjes opgebouwd. Ik heb hem afgeregeld met slechts een dipmeter, een frequentieteller, een goede SSB-transceiver voor 70 cm, en een zeer goede politiescanner. Hij is vervolgens door de RCD gekeurd, en werd in één keer goedgekeurd.

Als je het heel netjes deed dan voegde je het geluid toe met een aparte FM-gemoduleerde draaggolfzender. Bijvoorbeeld bij een ATV-draaggolf vermogen van 10W was dat een FM-zender (breedband FM met 240 kHz bandbreedte) van 1W, waarbij je de signalen met een passieve koppeling net voor de antennes toevoegde.

Iets minder netjes was om het geluid net voor de mixer naar 70 cm toe te voegen op de gewenste MF-frequentie (beelddraaggolf +5,5 MHz). Als de mengtrap van je zender en de trappen daarna met voldoende weinig vervorming werkten, dan kwam het geluidssignaal niet aan de onderkant van het signaal (onder 430 MHz) nog terug. Volgens de norm moest je iets van -10 dB zitten met je geluidscarriers, maar alle TV-ontvangers werkten ook moeiteloos met geluid dat – 20 dB zat. Die 10 dB extra onderdrukking was dus de truc om ervoor te zorgen dat je het signaal niet tegenkwam -5,5 MHz onder de beeldcarrier.

Bronnen: